Barbaresco

De complete wijngids voor Barbaresco DOCG

Barbaresco behoort tot de grote rode wijnen van Piemonte en is éen van de meest karaktervolle uitdrukkingen van Nebbiolo. De wijn komt uit een relatief klein en nauwkeurig afgebakend gebied in de Langhe, waar hoogte, helling, expositie, bodem, klimaat en menselijke keuzes samen het karakter van de wijn bepalen.

Maar Barbaresco begrijpen gaat verder dan weten dat de wijn van Nebbiolo wordt gemaakt.

Wie Barbaresco werkelijk wil leren kennen, ontdekt een landschap met een lange wijnbouwgeschiedenis, vier geografische gebieden, tientallen historische wijngaardnamen en een officiële onderverdeling in 66 Menzioni Geografiche Aggiuntive, de MGA’s. Die geografische structuur maakt zichtbaar hoe fijnmazig het productiegebied is en hoe belangrijk herkomst binnen Barbaresco is geworden.

Daarbij komt de geschiedenis van producenten die Barbaresco als zelfstandige wijn hebben gevormd. Van Domizio Cavazza en de eerste Cantine Sociali tot Produttori del Barbaresco en producenten die vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw de afzonderlijke wijngaard steeds nadrukkelijker op het etiket plaatsten.

Barbaresco is daardoor tegelijk een wijn, een landschap, een geschiedenis en een geografisch systeem.

Dit dossier brengt die verschillende lagen samen.


Wat is Barbaresco?

Barbaresco DOCG is een rode wijn die uitsluitend van Nebbiolo wordt gemaakt binnen het wettelijk vastgelegde productiegebied.

Dat gebied omvat de volledige gemeenten Barbaresco, Neive en Treiso en het voor Barbaresco aangewezen deel van San Rocco Seno d’Elvio, dat administratief tot Alba behoort. Daarnaast gelden binnen het productiegebied specifieke voorwaarden voor onder meer hoogte en expositie. Zo ligt de bovengrens op 550 meter en zijn noordelijk geëxposeerde en bepaalde vlakke dalbodemlocaties uitgesloten.

Barbaresco kreeg in 1966 de status van DOC en werd in 1980 een DOCG. In 2007 werden de Menzioni Geografiche Aggiuntive wettelijk in het disciplinare opgenomen. Barbaresco was daarmee de eerste Italiaanse wijn die deze geografische verfijning binnen zijn productieregels kreeg.

De wijn moet minimaal 26 maanden rijpen, waarvan ten minste 9 maanden in hout. Voor Barbaresco Riserva bedraagt de minimale rijping 50 maanden. Deze termijnen zijn wettelijke minima; producenten kunnen hun wijnen dus langer laten rijpen.

Maar regelgeving verklaart slechts een deel van de wijn.

De essentie van Barbaresco ligt in de combinatie van regelgeving en landschap.


Waarom Barbaresco bijzonder is

Barbaresco is geografisch klein genoeg om als één herkomstgebied te worden gezien en tegelijk complex genoeg om binnen dat gebied duidelijke verschillen te laten zien.

De hellingen rond Barbaresco, Neive, Treiso en San Rocco Seno d’Elvio verschillen onderling in ligging, hoogte, expositie en geologische omstandigheden.

Daarbinnen zijn vervolgens tientallen afzonderlijke historische herkomsten vastgelegd.

De 66 MGA’s vormen daarom geen kwaliteitsrangorde.

Ze vormen een geografische kaart.

Een MGA vertelt waar de druiven vandaan komen. De producent bepaalt vervolgens hoe die oorsprong wordt geïnterpreteerd. Het oogstjaar bepaalt onder welke omstandigheden de druiven tot rijping kwamen. De vinificatie en rijping bepalen hoe die druiven uiteindelijk in de fles terechtkomen.

Juist die combinatie maakt Barbaresco interessant.


Van Nebbiolo naar Barbaresco

Nebbiolo is de enige druif van Barbaresco, maar Barbaresco is niet simpelweg “Nebbiolo uit Piemonte”.

Het karakter van de druif verandert onder invloed van de plaats waar zij groeit.

In Barbaresco wordt Nebbiolo geconfronteerd met specifieke omstandigheden van hoogte, helling, bodem en klimaat. De druif heeft van nature een hoog zuurgehalte en stevige tannines en heeft een lang groeiseizoen nodig om volledig te rijpen.

Dat verklaart mede waarom Barbaresco wijnen kan voortbrengen die in hun jeugd gespannen en tanninerijk zijn en zich vervolgens gedurende vele jaren in de fles kunnen ontwikkelen.

Maar de druif alleen vertelt niet het hele verhaal.

De verschillen tussen wijngaarden, producenten en jaargangen zijn juist een essentieel onderdeel van de identiteit van Barbaresco.

Voor een algemene behandeling van Nebbiolo als druivenras verwijst dit dossier daarom naar de afzonderlijke Nebbiolo-Wijngids.

Hier staat Nebbiolo uitsluitend centraal in relatie tot Barbaresco.


Een geschiedenis van zelfstandigheid

De geschiedenis van Barbaresco is in belangrijke mate het verhaal van een wijn die zijn eigen identiteit heeft moeten opbouwen.

Een belangrijke historische figuur daarbij is Domizio Cavazza.

In 1894 richtte hij de Cantine Sociali di Barbaresco op en speelde hij een fundamentele rol bij de ontwikkeling van Barbaresco als droge wijn van Nebbiolo, naast het toen al veel bekendere Barolo.

Na een periode van verval werd de wijnbouwtraditie in 1958 opnieuw versterkt door de oprichting van de Produttori del Barbaresco, aanvankelijk met negentien wijnbouwers. De coöperatie bouwde voort op het idee dat samenwerking noodzakelijk was om de boeren en de identiteit van Barbaresco te beschermen.

In 1961 besloot Gaja uitsluitend nog eigen druiven te vinifiëren en Barbaresco tot het vlaggenschip van het domein te maken. Vanaf dat moment kreeg ook het idee van de individuele wijngaard steeds meer betekenis.

In 1967 begon de vermelding van de wijngaard op het etiket.

De latere formele MGA-structuur bouwde voort op die historische ontwikkeling.

De geografische kaart van Barbaresco is daarmee niet los te zien van de geschiedenis van de wijn.


De vier gebieden van Barbaresco

Het productiegebied bestaat uit vier geografische en administratieve onderdelen:

Barbaresco

Het dorp waaraan de denominatie zijn naam ontleent en waar een groot aantal van de historisch bekendste MGA’s ligt.

Neive

Een omvangrijk en geografisch gevarieerd deel van de denominatie met onder meer bekende herkomsten als Gallina, Basarin, Serraboella en Starderi.

Treiso

Het zuidelijke deel van de denominatie, met onder meer Rombone, Manzola, Nervo en Valeirano.

San Rocco Seno d’Elvio

Het relevante deel van deze geografische zone behoort tot het productiegebied van Barbaresco, hoewel het administratief onder Alba valt.

Deze vier gebieden zijn geen vier vaste wijnstijlen.

Binnen ieder gebied bestaan verdere verschillen.

Daarom zijn de MGA’s zo belangrijk.


De 66 MGA’s van Barbaresco

In 2007 werden de Menzioni Geografiche Aggiuntive wettelijk vastgelegd. Het productiegebied werd daarbij onderverdeeld in 66 geografische vermeldingen die gebaseerd zijn op historische namen en toponiemen.

Namen als Rabajà, Asili, Martinenga, Ovello, Montestefano, Montefico, Gallina, Basarin, Serraboella, Rombone, Manzola en Valeirano zijn inmiddels internationaal bekend bij liefhebbers van Barbaresco.

Maar de MGA-kaart is geen ranglijst.

Er bestaat geen wettelijke classificatie waarin de ene MGA boven de andere staat.

De betekenis van een MGA ontstaat door de combinatie van geografische eigenschappen, historische continuïteit, producenten en de kwaliteit die gedurende meerdere jaargangen uit die plaats is voortgekomen.

Ook Montaribaldi maakt deel uit van de officiële MGA-structuur. Het feit dat een individuele producent niet langer over een wijngaard in een bepaalde MGA beschikt, verandert niets aan het geografische of juridische bestaan van die MGA.

De officiële kaart en de volledige lijst van 66 MGA’s worden daarom afzonderlijk in dit dossier behandeld.


Barbaresco leren proeven

Een Barbaresco proeven is meer dan aroma’s benoemen.

Bij jonge wijnen spelen tannine, zuur, alcohol, concentratie en lengte een belangrijke rol. Bij oudere wijnen verschuift het aromatische profiel en ontwikkelen zich steeds meer tertiaire kenmerken.

Om herkomst te leren herkennen, is het verstandig eerst naar structuur te kijken en pas daarna naar aroma.

Dat betekent:

zuur → tannine → structuur → concentratie → lengte → aroma → vergelijking

Wie verschillende Barbaresco’s naast elkaar proeft, ontdekt geleidelijk dat geografische verschillen niet noodzakelijk in één specifiek aroma zitten.

Terroir is geen smaakstof.

Het is de uitkomst van de interactie tussen plaats, klimaat, bodem, topografie, wijnbouw en menselijke keuzes.

Daarom is vergelijken de beste manier om Barbaresco werkelijk te leren begrijpen.


Barbaresco en de keuken van Piemonte

Barbaresco is historisch nauw verbonden met de keuken van de Langhe.

De structuur van de wijn maakt hem geschikt voor gerechten met voldoende intensiteit en textuur, maar de combinatie gaat verder dan alleen vlees.

Typische combinaties zijn onder meer:

  • tajarin

  • ravioli del plin

  • carne all’albese

  • vitello tonnato

  • paddenstoelen

  • truffelgerechten

  • gestoofd en gebraden vlees

  • wild

  • risotto

  • gerijpte kazen

De bekende witte truffel van Piemonte, Tuber magnatum Pico, vormt een bijzonder voorbeeld van een streekproduct dat uitstekend kan samengaan met de geurige en gestructureerde eigenschappen van gerijpte Barbaresco.

Ook hier geldt dat leeftijd belangrijk is.

Een jonge Barbaresco kan beter aansluiten bij gerechten met krachtige structuur en hartigheid. Een gerijpte wijn kan juist prachtig samengaan met subtielere gerechten waarin aardse en tertiaire tonen een grotere rol spelen.


Barbaresco vandaag

Barbaresco is inmiddels een wereldwijd bekende wijn, maar de essentie van de denominatie blijft lokaal.

De toekomst ligt niet noodzakelijk in grotere productie of een steeds internationalere stijl.

Juist de geografische precisie van Barbaresco vormt een belangrijk onderdeel van zijn kracht.

De MGA-kaart maakt verschillen tussen plaatsen zichtbaar.

De producenten laten zien hoe verschillend dezelfde herkomst kan worden geïnterpreteerd.

De jaargangen laten zien hoe het klimaat ieder jaar opnieuw invloed heeft.

En de fles laat zien hoe tijd de wijn verder kan ontwikkelen.

Tegelijkertijd staat de wijnbouw voor nieuwe uitdagingen. Klimaatverandering beïnvloedt de timing van de rijping, waterbeschikbaarheid, hittebelasting en de keuzes die wijnbouwers in de wijngaard moeten maken.

De toekomst van Barbaresco zal daarom niet bestaan uit het simpelweg vasthouden aan het verleden.

De uitdaging is om de identiteit van het gebied te behouden terwijl de omstandigheden veranderen.


Het complete Barbaresco-dossier

Deze Special is opgebouwd als een doorlopend kennisdossier.

De twintig hoofdstukken behandelen ieder een eigen aspect van Barbaresco, maar vormen samen één geheel.

Deel I — Het fundament

1. De oorsprong en identiteit van Barbaresco
Hoe Barbaresco ontstond en wat de wijn onderscheidt.

2. De geschiedenis van Barbaresco
Van de negentiende eeuw tot de moderne denominatie.

3. De wijngaard van Barbaresco
Ligging, hoogte, expositie, bodem en wijnbouw.

4. Nebbiolo in Barbaresco
De druif bekeken vanuit het specifieke terroir van de denominatie.

5. Vinificatie en rijping
Van druif naar wijn en van kelder naar fles.

Deel II — De wijn begrijpen

6. De stijl van Barbaresco
Structuur, aroma, tannine, zuur en ontwikkeling.

7. Rijping en ontwikkeling
Wat tijd doet met Barbaresco.

8. Jaargangen
Het groeiseizoen en de invloed ervan op de wijn.

9. Serveren en proeven
Temperatuur, glas, openen, decanteren en proeven.

10. Barbaresco en gastronomie
De wijn aan tafel en de keuken van Piemonte.

Deel III — Gebied, terroir en regelgeving

11. Historische MGA’s en belangrijke producenten
De plaatsen en mensen die de identiteit van Barbaresco hebben gevormd.

12. Barbaresco per gemeente
Barbaresco, Neive, Treiso en San Rocco Seno d’Elvio.

13. Terroir van Barbaresco
Bodem, topografie, klimaat en menselijke invloed.

14. Klimaat en klimaatverandering
Rijping, extremen en de toekomst van de wijngaard.

15. Barbaresco DOCG
De wettelijke regels achter de naam.

Deel IV — Herkomst lezen en proeven

16. Het etiket van Barbaresco lezen
DOCG, Riserva, MGA, Vigna en jaargang.

17. Herkomst herkennen door te proeven
Van structuur naar geografische herkenning.

18. De 66 MGA’s van Barbaresco
De volledige geografische structuur en officiële kaart.

Deel V — Verdieping

19. Belangrijke MGA’s uitgelicht
Historisch en kwalitatief belangrijke geografische herkomsten.

20. Producenten, kelder, bewaring en Barbaresco vandaag
De wijnmakers, flesontwikkeling, bewaarpotentieel en toekomst.


Barbaresco begrijpen is het landschap leren lezen

Uiteindelijk is Barbaresco niet terug te brengen tot één aroma, één producent of één beroemde wijngaard.

De wijn ontstaat uit een veel groter geheel.

Nebbiolo vormt de basis.

De wijngaard bepaalt de omstandigheden waarin de druif rijpt.

Het landschap geeft iedere plaats zijn geografische context.

De MGA maakt die herkomst zichtbaar.

De producent vertaalt de druiven naar wijn.

De jaargang bepaalt de omstandigheden van het jaar.

De kelder bepaalt hoe de wijn wordt opgevoed.

De fles geeft de wijn tijd om zich verder te ontwikkelen.

En uiteindelijk is het glas waar al deze factoren samenkomen.

Dat is Barbaresco.

Een wijn die je kunt drinken, maar die je pas werkelijk leert kennen wanneer je ook het landschap, de geschiedenis, de wijngaarden en de mensen achter de naam leert begrijpen.

Deel I — Het fundament

Barbaresco

De wijn, het landschap en de kunst van Nebbiolo


1. De oorsprong en identiteit van Barbaresco

Barbaresco is meer dan de naam van een wijn. Het is de naam van een klein en nauwkeurig afgebakend wijngebied in Piemonte, van een historische wijncultuur en van een wijn die zijn identiteit volledig ontleent aan de combinatie van plaats, druif, traditie en tijd.

In het glas is Barbaresco altijd Nebbiolo. Maar Nebbiolo alleen verklaart niet waarom een wijn uit Barbaresco anders kan spreken dan een Nebbiolo uit een ander deel van Piemonte. De identiteit van Barbaresco ontstaat op het punt waar de druif en het landschap elkaar ontmoeten. De heuvels rond Barbaresco, Neive en Treiso en het deel van San Rocco Seno d’Elvio dat tot de gemeente Alba behoort, vormen samen het geografische kader waarbinnen de naam Barbaresco wettelijk mag worden gebruikt. Ook hoogte, ligging en expositie spelen daarbij een rol. De huidige regelgeving begrenst het productiegebied en sluit onder meer noordelijk georiënteerde percelen, onvoldoende geschikte dalbodems en wijngaarden boven 550 meter uit.

Daarmee is Barbaresco in wezen een geografische wijn. De naam verwijst niet alleen naar een druivenras of een bepaalde wijnstijl, maar naar een specifieke herkomst die door eeuwen van menselijke activiteit herkenbaar is geworden.

Barbaresco begint bij de plaats

Het hart van het gebied ligt rond het dorp Barbaresco, ten noordoosten van Alba. Vanuit dit gebied strekt de appellatie zich uit over vier administratieve gemeenten: Barbaresco, Neive, Treiso en het gedeelte San Rocco Seno d’Elvio van Alba.

Dat geografische onderscheid is belangrijk. Barbaresco is geen groot en homogeen productiegebied waarin iedere wijngaard dezelfde omstandigheden kent. Binnen het relatief kleine gebied bestaan duidelijke verschillen in ligging, hoogte, bodem, expositie en mesoklimaat. Die verschillen vormen een belangrijk onderdeel van de identiteit van de wijn en worden in de moderne appellatie steeds nadrukkelijker zichtbaar gemaakt door de geografische vermeldingen, de MGA’s.

Toch begint het begrijpen van Barbaresco niet bij de MGA’s. Het begint bij het grotere geheel: een heuvelachtig landschap waarin Nebbiolo al generaties lang wordt verbouwd en waarin de eigenschappen van de plaats uiteindelijk in de wijn terechtkomen.

De huidige DOCG-regels leggen daarvoor een duidelijk kader vast. Barbaresco mag uitsluitend worden gemaakt van Nebbiolo en uitsluitend binnen het vastgestelde productiegebied. De appellatie is daarmee vanaf de basis gekoppeld aan zowel druif als herkomst.

Een wijn die zijn naam aan een plaats ontleent

De naam Barbaresco is tegenwoordig vanzelfsprekend verbonden met wijn. Historisch gezien is die verbinding echter geleidelijk ontstaan.

Nebbiolo werd in het gebied al lange tijd verbouwd voordat Barbaresco zich als zelfstandige wijnnaam ontwikkelde. De druiven uit de streek waren onderdeel van de bredere wijncultuur van de Langhe en werden ook verwerkt buiten het gebied zelf. Het was vooral aan het einde van de negentiende eeuw dat het idee ontstond om Nebbiolo uit Barbaresco als een zelfstandige wijn te vinifiëren en onder zijn eigen naam op de markt te brengen.

De officiële geschiedenis van de Enoteca Regionale del Barbaresco noemt 1870 als het jaar dat voorkomt op het etiket van de oudste bekende fles waarop de naam van het dorp met de wijn wordt verbonden. Daarmee is in ieder geval aantoonbaar dat Barbaresco tegen die tijd als een herkenbare wijnnaam bestond.

Het beslissende moment kwam echter in 1894.

Domizio Cavazza en het ontstaan van de moderne Barbaresco

In 1894 richtte Domizio Cavazza de Cantine Sociali di Barbaresco op. Cavazza was directeur van de Regia Scuola Enologica di Alba en speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de wijnbouw in de Langhe.

Zijn betekenis voor Barbaresco ligt niet alleen in het feit dat hij een wijnbedrijf oprichtte. Hij zag dat Nebbiolo uit het gebied rond Barbaresco het potentieel had om als zelfstandige, droge wijn een eigen plaats te krijgen naast de al veel bekendere Barolo.

Cavazza kocht het kasteel van Barbaresco en bezittingen in onder meer Pora en Ovello. Vanuit deze basis werkte hij aan de verbetering van de kwaliteit van de wijn en aan een meer gecontroleerde vinificatie van Nebbiolo. In 1894 werd de droge Barbaresco actief op de nationale markt gebracht.

Dat moment wordt algemeen beschouwd als een fundamentele stap in het ontstaan van Barbaresco als zelfstandige wijn. Niet omdat Nebbiolo daar plotseling werd ontdekt, maar omdat de wijn voor het eerst doelbewust als Barbaresco werd gemaakt, benoemd en vermarkt.

Daarmee ontstond een onderscheid dat tot op de dag van vandaag essentieel is: Barbaresco is niet simpelweg Nebbiolo uit Piemonte. Het is Nebbiolo die binnen een bepaalde geografische, historische en wettelijke context tot Barbaresco wordt gemaakt.

Barbaresco naast Barolo

De geschiedenis van Barbaresco is vanaf het begin verbonden met die van Barolo.

Beide wijnen zijn gebaseerd op Nebbiolo en komen uit de Langhe. Beide ontwikkelden zich tot belangrijke vertegenwoordigers van de grote Piemontese rode wijnen. Toch heeft Barbaresco nooit uitsluitend betekenis gekregen als een kleinere versie van Barolo.

Juist de ontwikkeling van een eigen identiteit is bepalend geweest.

Cavazza speelde daarin een belangrijke rol door Barbaresco als droge wijn naast Barolo te positioneren. Later hebben producenten en organisaties uit het gebied die zelfstandige identiteit verder ontwikkeld. De erkenning als afzonderlijke herkomstbenaming bevestigde uiteindelijk juridisch wat in de wijnpraktijk al langer bestond.

De overeenkomst met Barolo is daardoor belangrijk, maar de verschillen zijn minstens zo relevant. Wie Barbaresco uitsluitend probeert te begrijpen vanuit Barolo, mist een deel van het karakter van de wijn. Barbaresco heeft een eigen geografisch gebied, een eigen geschiedenis en een eigen ontwikkeling van wijnbouw en vinificatie.

Van wijnnaam naar beschermde herkomst

De ontwikkeling van Barbaresco als zelfstandige wijn werd in de twintigste eeuw steeds sterker verbonden met bescherming van de herkomst.

In 1966 kreeg Barbaresco de status van DOC, Denominazione di Origine Controllata. Daarmee werd de geografische oorsprong van de wijn formeel beschermd en werden productievoorwaarden vastgelegd.

In 1980 volgde de erkenning als DOCG, Denominazione di Origine Controllata e Garantita. Barbaresco behoort sindsdien tot de hoogste Italiaanse categorieën van beschermde oorsprongsbenamingen. De huidige productievoorschriften leggen onder meer de druif, het productiegebied en de voorwaarden voor wijnbereiding en rijping vast.

Die wettelijke ontwikkeling is meer dan een administratieve geschiedenis. Ze laat zien hoe de identiteit van Barbaresco in de loop van de tijd steeds scherper is afgebakend.

Wat ooit begon met een plaatselijke wijn van Nebbiolo werd uiteindelijk een beschermde geografische naam met een nauwkeurig omschreven productiegebied en vastgelegde productieregels.

De identiteit van Barbaresco in één geheel

Wanneer Barbaresco vandaag wordt beschreven, is het verleidelijk om te beginnen met aroma’s, structuur of rijping. Die eigenschappen zijn belangrijk, maar ze zijn het resultaat van een groter geheel.

De identiteit van Barbaresco rust op verschillende lagen die niet los van elkaar kunnen worden gezien.

De eerste is de plaats. Barbaresco komt uit een klein deel van de Langhe met een specifiek landschap, reliëf en klimaat.

De tweede is de druif. De appellatie is volledig verbonden met Nebbiolo, een druif die in staat is om verschillen in ligging en omstandigheden opvallend duidelijk in de wijn tot uitdrukking te brengen.

De derde is de menselijke geschiedenis. De ontwikkeling van Barbaresco als zelfstandige wijn is niet vanzelf ontstaan. De inspanningen van onder anderen Domizio Cavazza, later gevolgd door producenten, coöperaties en de organisaties die de herkomst beschermden, hebben de moderne identiteit van de wijn gevormd.

De vierde is tijd. Barbaresco is een wijn waarvoor rijping geen bijkomstigheid is, maar een wezenlijk onderdeel van zijn karakter. De tannines, zuren, aroma’s en structuur veranderen gedurende de ontwikkeling op fles en maken zichtbaar waarom Nebbiolo in dit gebied zo’n bijzondere positie heeft.

En ten slotte is er de geografische verfijning binnen het gebied. De moderne MGA-structuur maakt het mogelijk om verschillen tussen historische wijngaardgebieden steeds nauwkeuriger te benoemen. Daarmee is de identiteit van Barbaresco niet verdwenen in één uniforme appellatie, maar juist verder verdiept.

Barbaresco als herkomstwijn

Het is daarom zinvoller om Barbaresco te zien als een herkomstwijn dan als een wijnstijl die toevallig in Piemonte wordt gemaakt.

De wijnstijl is een gevolg van de herkomst.

De structuur komt voort uit Nebbiolo en de omstandigheden waarin deze druif wordt verbouwd. De aromatische ontwikkeling wordt beïnvloed door ligging, klimaat en rijping. De verschillen tussen producenten ontstaan door keuzes in wijngaard en kelder, maar blijven altijd verbonden met de mogelijkheden en beperkingen van het gebied.

Dat is ook de reden waarom de naam Barbaresco zo’n sterke betekenis heeft. De naam staat niet alleen voor een bepaalde druif en niet alleen voor een bepaald type rode wijn. Hij staat voor een geografisch systeem waarin landschap, geschiedenis, regelgeving, wijnbouw en menselijke keuzes samenkomen.

De moderne betekenis van Barbaresco

Barbaresco heeft inmiddels een internationale reputatie opgebouwd, maar de essentie van de wijn ligt nog altijd in zijn relatief kleine oorsprongsgebied.

De actuele DOCG-regelgeving bevestigt die geografische benadering. Alleen wijn die aan de vastgestelde voorwaarden voldoet, mag als Barbaresco worden verkocht. De appellatie is daarmee een beschermde combinatie van naam, plaats en productiewijze.

Juist daardoor is het onmogelijk om Barbaresco volledig te begrijpen vanuit één proefnotitie of één algemene omschrijving. Een Barbaresco van een jonge wijngaard, een Barbaresco Riserva, een wijn uit een bepaalde MGA of een Barbaresco van een specifieke producent kan verschillende accenten laten zien, terwijl ze allemaal deel uitmaken van dezelfde herkomst.

Dat spanningsveld tussen een gedeelde identiteit en grote interne verschillen vormt een van de interessantste aspecten van Barbaresco.

Wat Barbaresco uiteindelijk onderscheidt

Barbaresco onderscheidt zich uiteindelijk niet door één enkel kenmerk.

Niet alleen door Nebbiolo.

Niet alleen door de heuvels van de Langhe.

Niet alleen door de historische naam.

En ook niet alleen door de regels van de DOCG.

De identiteit ontstaat juist door de samenhang van al deze elementen.

Een goede Barbaresco laat daardoor iets zien van zijn druif, maar ook van zijn plaats. Hij draagt de invloed van de wijngaard, maar ook van de keuzes van de producent. Hij kan jong al indrukwekkend zijn, maar krijgt met flesrijping een andere dimensie. En achter de wijn staat een geschiedenis waarin de erkenning van Barbaresco als zelfstandige wijn stap voor stap is opgebouwd.

Wie Barbaresco werkelijk wil begrijpen, moet daarom verder kijken dan het glas.

De volgende stap is de geschiedenis zelf. Want de Barbaresco van vandaag is het resultaat van een ontwikkeling die begon lang voordat de DOCG bestond en waarin perioden van groei, tegenslag, herwaardering en professionalisering elkaar hebben afgewisseld.

Barbaresco begrijpen begint bij de plaats. Barbaresco leren kennen begint bij zijn geschiedenis.


2. De geschiedenis van Barbaresco

De geschiedenis van Barbaresco is het verhaal van een wijn die geleidelijk zijn eigen identiteit heeft verworven.

De heuvels rond Barbaresco, Neive en Treiso waren al eeuwenlang geschikt voor de teelt van Nebbiolo voordat de naam Barbaresco uitgroeide tot een zelfstandige wijnnaam. Lange tijd was de wijn uit dit gebied onderdeel van de bredere wijncultuur van de Langhe. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond het bewustzijn dat Nebbiolo uit Barbaresco een eigen wijn en een eigen identiteit verdiende.

De ontwikkeling die daarop volgde, verliep niet in één rechte lijn. Ze werd bepaald door wijnbouwers, wijnmakers, agronomen, instellingen en later ook door coöperatieve initiatieven. Samen zorgden zij ervoor dat Barbaresco zich ontwikkelde van een lokale wijn tot een van de meest herkenbare herkomstwijnen van Piemonte.

Voor de naam Barbaresco

Nebbiolo is al eeuwenlang aanwezig in de Langhe. De druif was van oudsher gewaardeerd vanwege haar vermogen om krachtige, lang houdbare wijnen voort te brengen, maar de wijnbouw van de negentiende eeuw verschilde sterk van de moderne wijnbouw.

Wijnen werden vaak lokaal verkocht of als onderdeel van een groter regionaal aanbod verhandeld. Het onderscheid tussen verschillende plaatsen en wijngaarden was voor producenten en consumenten veel minder systematisch dan tegenwoordig.

Ook de wijn uit Barbaresco stond aanvankelijk niet volledig los van die regionale context. De druiven werden verbouwd in een landschap waarin landbouw, wijnbouw en andere gewassen naast elkaar bestonden. De uiteindelijke ontwikkeling van Barbaresco als zelfstandige wijn was daarom niet het begin van de wijnbouw in het gebied, maar het begin van een nieuwe manier om die wijn te definiëren.

Dat onderscheid is belangrijk. De geschiedenis van Barbaresco begint niet bij de eerste druivenstokken, maar bij het moment waarop de herkomst zelf onderdeel werd van de identiteit van de wijn.

1870: een vroege schriftelijke getuigenis

Een belangrijk vroeg document dateert uit 1870.

De Enoteca Regionale del Barbaresco verwijst naar een fles uit dat jaar waarvan het etiket de naam van Barbaresco met de wijn verbindt. Het is daarmee een van de oudste concrete getuigenissen van Barbaresco als herkenbare wijnnaam.

Het belang daarvan moet niet worden overdreven. Het betekent niet dat Barbaresco in 1870 plotseling als wijn ontstond. Wel laat het zien dat de naam en de herkomst toen al met elkaar werden verbonden.

De ontwikkeling van de wijn zou echter pas enkele decennia later een beslissende wending nemen.

1894: Domizio Cavazza

Het jaar 1894 vormt het grote keerpunt in de geschiedenis van Barbaresco.

In dat jaar richtte Domizio Cavazza de Cantine Sociali di Barbaresco op. Cavazza was directeur van de Regia Scuola Enologica di Alba en beschikte daardoor over zowel technische kennis als een bredere visie op de ontwikkeling van de wijnbouw in de Langhe.

Hij zag dat de Nebbiolo uit het gebied rond Barbaresco het potentieel had om een zelfstandige, droge wijn voort te brengen. Dat was in die tijd geen vanzelfsprekend uitgangspunt. Barolo had al een veel sterker gevestigde reputatie en de wijnen uit de Langhe werden vaak vanuit een breder regionaal perspectief beschouwd.

Cavazza wilde daar verandering in brengen.

De oprichting van de Cantine Sociali was daarom meer dan een economisch initiatief. Het was een poging om wijnbouwers samen te brengen, de kwaliteit van de productie te verbeteren en de wijn uit het gebied onder een eigen naam naar buiten te brengen.

Hij speelde bovendien een belangrijke rol bij het gebruik van het kasteel van Barbaresco als centrum voor de productie.

Vanaf deze periode kreeg Barbaresco steeds duidelijker het karakter van een zelfstandige wijn.

De geboorte van de moderne Barbaresco

De betekenis van Cavazza ligt vooral in de combinatie van herkomst, wijnbereiding en presentatie.

Nebbiolo uit Barbaresco werd niet langer uitsluitend gezien als grondstof voor een regionale wijn. Het werd een wijn die bewust als Barbaresco werd geproduceerd en verkocht.

De droge stijl was daarbij belangrijk. De wijn moest niet alleen afkomstig zijn uit een bepaalde plaats; hij moest ook herkenbaar worden als een serieuze, houdbare rode wijn met een eigen karakter.

Hiermee werd een fundament gelegd waarop latere generaties konden voortbouwen.

De ontwikkeling ging overigens niet zonder problemen. De wijnbouw in Piemonte bleef gedurende lange tijd economisch kwetsbaar. Kleine boeren waren vaak afhankelijk van meerdere vormen van landbouw en beschikten niet altijd over de middelen om zelfstandig wijn op grote schaal te produceren of te laten rijpen.

De geschiedenis van Barbaresco is daardoor ook de geschiedenis van samenwerking.

Van het einde van de negentiende eeuw naar de twintigste eeuw

In de eerste decennia van de twintigste eeuw werd Barbaresco geleidelijk bekender buiten het directe productiegebied.

De groei bleef echter bescheiden. De wijnwereld was sterk regionaal georganiseerd en grote hoeveelheden wijn werden nog altijd lokaal verhandeld. Bovendien zou de twintigste eeuw de wijnbouw in Piemonte met zware uitdagingen confronteren.

De Eerste Wereldoorlog, economische onzekerheid, de wereldwijde economische crisis en later de Tweede Wereldoorlog hadden grote gevolgen voor de landbouw.

Daarbij kwam een structureel probleem: veel jonge inwoners trokken weg uit het platteland. Wijnbouw was arbeidsintensief en leverde niet altijd voldoende inkomen op om een gezin van te onderhouden.

De Langhe zouden uiteindelijk sterk veranderen. Maar voordat de moderne wijnindustrie ontstond, moest de wijnbouw zich eerst economisch herstellen.

De rol van de coöperatie

Een belangrijk onderdeel van die ontwikkeling was samenwerking tussen kleine wijnbouwers.

De gedachte achter de Cantine Sociali van Cavazza kreeg later opnieuw betekenis toen wijnbouwers zich organiseerden om gezamenlijk hun druiven te verwerken en een markt voor hun wijn te creëren.

In 1958 werd de Produttori del Barbaresco opgericht. Negentien wijnbouwers verenigden zich rond Don Fiorino Marengo, die als priester en later als belangrijke drijvende kracht achter de coöperatie een centrale rol speelde.

De oprichting van Produttori del Barbaresco was een belangrijk moment voor het gebied.

Kleine producenten kregen de mogelijkheid om gezamenlijk wijn te maken en op de markt te brengen. Daardoor konden druiven uit het gebied worden verwerkt tot een wijn die de naam Barbaresco droeg en die ook buiten de regio een groter publiek kon bereiken.

De Produttori zou later uitgroeien tot een van de meest gerespecteerde producenten van Barbaresco en een uitzonderlijke rol spelen in het zichtbaar maken van de verschillen tussen wijngaardgebieden.

De geschiedenis van deze coöperatie hoort daarmee niet alleen bij de economische ontwikkeling van Barbaresco. Ze behoort tot de kern van de moderne identiteit van het gebied.

De opkomst van individuele producenten

Naast de coöperatieve ontwikkeling ontstond in de tweede helft van de twintigste eeuw ook een nieuwe generatie particuliere producenten.

Een belangrijke verandering was dat wijnbouwers steeds vaker besloten hun eigen druiven zelf te vinifiëren en hun eigen wijnen onder eigen naam op de markt te brengen.

Een van de meest invloedrijke voorbeelden daarvan is Angelo Gaja.

In 1961 besloot Gaja om uitsluitend druiven van eigen wijngaarden te gebruiken voor zijn wijnen. Daarmee werd de eigen wijngaard een belangrijk onderdeel van de identiteit van de producent en van de wijn.

De ontwikkeling van individuele domeinen veranderde geleidelijk de manier waarop Barbaresco internationaal werd gezien. De wijn werd niet langer alleen geassocieerd met de naam van het dorp of met een coöperatie, maar ook met specifieke producenten en hun wijngaarden.

Dat vormde een belangrijke stap naar het huidige model waarin producent, wijngaard en herkomst steeds nauwer met elkaar worden verbonden.

1966: Barbaresco wordt DOC

De formele bescherming van de herkomst volgde in 1966.

Barbaresco kreeg de status van DOC, Denominazione di Origine Controllata. Daarmee werd de geografische oorsprong van de wijn wettelijk vastgelegd en werden productievoorwaarden vastgesteld.

De erkenning als DOC was een belangrijke bevestiging van de zelfstandige positie van Barbaresco.

De naam verwees vanaf dat moment niet alleen naar een geografische plaats of een historische wijntraditie, maar naar een wettelijk beschermde oorsprongsbenaming.

Dat betekende ook dat de grenzen van het productiegebied en de voorwaarden waaronder een wijn Barbaresco mocht worden genoemd, steeds belangrijker werden.

De wijngaard komt op het etiket

In dezelfde periode ontstond een ontwikkeling die later van grote betekenis zou worden voor het begrip van Barbaresco: het benoemen van de specifieke wijngaard of het historische wijngaardgebied.

Vanaf 1967 verschenen wijngaardnamen steeds duidelijker op etiketten.

Dat was een belangrijke ontwikkeling omdat daarmee een nieuwe laag aan de identiteit van Barbaresco werd toegevoegd.

De wijn was niet alleen Barbaresco. Hij kon afkomstig zijn uit een specifieke historische wijngaard waarvan de naam iets vertelde over de herkomst.

Dit was het begin van een ontwikkeling die uiteindelijk zou leiden tot het moderne systeem van geografische aanduidingen en MGA’s.

De betekenis daarvan hoort echter bij een later hoofdstuk. Historisch gezien is hier vooral van belang dat de wijngaard geleidelijk een zelfstandige plaats kreeg in de manier waarop Barbaresco werd beschreven en verkocht.

1980: DOCG

In 1980 volgde een nieuwe belangrijke stap.

Barbaresco kreeg de status van DOCG, Denominazione di Origine Controllata e Garantita.

Daarmee werd de herkomstbescherming verder aangescherpt. De DOCG-status plaatste Barbaresco in de hoogste categorie van Italiaanse beschermde oorsprongsbenamingen en bevestigde de bijzondere status van de wijn binnen de Italiaanse wijnwetgeving.

Vanaf dat moment werd de naam Barbaresco nog sterker verbonden met een vastgelegd productiegebied, Nebbiolo en specifieke productie- en rijpingsvoorwaarden.

De moderne appellatie begon daarmee steeds meer vorm te krijgen.

1986: de Enoteca Regionale del Barbaresco

Een verdere stap in de institutionele ontwikkeling van het gebied kwam in 1986 met de opening van de Enoteca Regionale del Barbaresco.

De Enoteca kreeg een belangrijke rol in het gezamenlijk presenteren en promoten van de wijnen van het gebied.

Dat is betekenisvol omdat Barbaresco vanaf die periode steeds nadrukkelijker als een samenhangend wijngebied werd gepresenteerd. Niet alleen afzonderlijke producenten stonden centraal, maar ook de gezamenlijke identiteit van het gebied.

De ontwikkeling van de Enoteca weerspiegelt daarmee een bredere verandering in de Langhe: wijn werd steeds meer gezien als onderdeel van een geografisch en cultureel geheel.

Naar een nauwkeuriger begrip van de wijngaard

In de jaren negentig werd de geografische kennis van het gebied verder verfijnd.

In 1997 werd de officiële cartografie van de subgebieden van Barbaresco verder ontwikkeld. Historische wijngaardnamen en geografische kenmerken werden steeds systematischer vastgelegd.

Deze ontwikkeling was van groot belang voor wat later de MGA-structuur zou worden.

Het uitgangspunt was niet om nieuwe marketingnamen te creëren, maar om bestaande historische geografische namen te koppelen aan een nauwkeurig omschreven plaats.

Daarmee kreeg de geschiedenis van de wijngaard een steeds grotere rol in het moderne begrip van Barbaresco.

2007: de MGA’s worden officieel vastgelegd

Een van de belangrijkste mijlpalen in de moderne geschiedenis van Barbaresco kwam in 2007.

In dat jaar werden de geografische aanduidingen die bekendstaan als MGA’s officieel in de regelgeving vastgelegd.

MGA staat voor Menzione Geografica Aggiuntiva. Het systeem maakt het mogelijk om binnen de Barbaresco DOCG een specifieke geografische herkomst op het etiket te vermelden, wanneer aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan.

De namen zijn grotendeels gebaseerd op historische toponiemen en bestaande benamingen van wijngaardgebieden.

Daarmee werd een ontwikkeling die al decennia eerder was begonnen uiteindelijk juridisch verankerd.

Barbaresco kreeg zo een fijnmaziger geografische structuur. De appellatie bleef één herkomstgebied, maar binnen dat gebied konden historische verschillen tussen plaatsen en wijngaarden explicieter worden benoemd.

De huidige appellatie kent 66 officieel erkende MGA’s. Zij liggen verspreid over Barbaresco, Neive en Treiso en het relevante deel van Alba. (enotecadelbarbaresco.it)

Van appellatie naar een landschap van herkomsten

De introductie van de MGA’s veranderde de manier waarop Barbaresco kon worden gelezen.

Voorheen stond vooral de naam Barbaresco centraal, eventueel aangevuld met de naam van een producent of wijngaard. Met de officiële geografische aanduidingen werd het mogelijk om de wijn nog preciezer aan een historische plaats te koppelen.

Daarmee ontstond een vorm van geografische detaillering die goed aansluit bij het karakter van Nebbiolo.

Nebbiolo is gevoelig voor verschillen in omstandigheden en kan binnen een relatief klein gebied verschillende uitdrukkingen geven. De MGA-structuur maakt het mogelijk om die verschillen geografisch te benoemen zonder de gemeenschappelijke identiteit van Barbaresco los te laten.

De geschiedenis van Barbaresco verschuift daarmee geleidelijk van de vraag:

Wie maakt de wijn?

naar een bredere vraag:

Waar komt de wijn precies vandaan?

Die ontwikkeling vormt een van de belangrijkste kenmerken van de moderne Barbaresco-cultuur.

De ontwikkeling van een internationale reputatie

Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw groeide Barbaresco uit tot een internationaal erkende wijn.

Die ontwikkeling kwam niet door één producent of één gebeurtenis. Ze was het resultaat van verschillende factoren die elkaar versterkten.

De kwaliteit van de wijngaarden werd beter begrepen. Wijnbouw werd professioneler. Producenten investeerden in wijngaarden en kelders. De wijnbereiding werd nauwkeuriger en de internationale distributie verbeterde.

Tegelijkertijd bleef de traditionele identiteit van Barbaresco behouden.

De wijn bleef gebaseerd op 100 procent Nebbiolo. De herkomst bleef centraal staan. De lange rijping bleef onderdeel van de wettelijke identiteit. En de historische namen van wijngaarden bleven een belangrijk onderdeel van de geografische cultuur.

Barbaresco werd daardoor internationaler zonder zijn geografische basis te verliezen.

Barbaresco in de eenentwintigste eeuw

De hedendaagse geschiedenis van Barbaresco draait steeds meer om verfijning.

De basisvragen zijn inmiddels niet meer alleen of Barbaresco kwalitatief goede wijn maakt. De aandacht verschuift naar de verschillen tussen percelen, gemeenten, hoogtes, exposities, bodems, wijnbouwmethoden, producenten en jaargangen.

Ook klimaatverandering heeft een nieuwe dimensie toegevoegd. Warmere groeiseizoenen, droogte, extreme neerslag en veranderende rijpingspatronen dwingen wijnbouwers om opnieuw naar wijngaardkeuze, bladerbeheer, oogstmoment en vinificatie te kijken.

Daarmee staat Barbaresco opnieuw op een punt waarop kennis van het landschap belangrijker wordt.

De geschiedenis herhaalt zich niet, maar de onderliggende beweging is herkenbaar. Net zoals Cavazza aan het einde van de negentiende eeuw probeerde om de identiteit van Barbaresco scherper te definiëren, zoeken hedendaagse producenten naar manieren om de eigenheid van hun wijngaarden binnen een veranderend klimaat zo zuiver mogelijk tot uitdrukking te brengen.

Van lokale wijn naar geografische cultuur

Wanneer de geschiedenis van Barbaresco in één ontwikkeling wordt samengevat, ontstaat een duidelijke lijn.

Eerst was er Nebbiolo in de heuvels van de Langhe.

Daarna ontstond het bewustzijn dat de wijn uit Barbaresco een eigen identiteit kon hebben.

Domizio Cavazza gaf die gedachte aan het einde van de negentiende eeuw een concrete vorm.

De coöperatieve beweging zorgde voor economische en technische slagkracht.

Individuele producenten ontwikkelden vervolgens een sterke eigen identiteit.

De DOC en later DOCG beschermden de geografische naam.

De wijngaardnamen brachten de specifieke herkomst steeds nadrukkelijker naar voren.

En met de officiële MGA’s werd die geografische geschiedenis uiteindelijk wettelijk verfijnd.

Barbaresco is daardoor vandaag niet alleen het resultaat van een lange wijntraditie. Het is het resultaat van een voortdurende zoektocht naar de relatie tussen plaats, Nebbiolo en wijn.

Dat maakt de geschiedenis van Barbaresco relevant voor iedere fles die vandaag wordt geopend.

Achter de naam op het etiket schuilt een ontwikkeling van meer dan een eeuw waarin wijnbouwers steeds nauwkeuriger zijn gaan begrijpen wat hun landschap kan voortbrengen.

En precies daar begint het volgende hoofdstuk.

Want om Barbaresco werkelijk te begrijpen, moeten we niet alleen weten waar de wijn vandaan komt en hoe de naam is ontstaan. We moeten ook kijken naar de wijngaard zelf: naar de heuvels, de ligging, de hoogte, de bodems en de omstandigheden waarin Nebbiolo hier groeit.

De geschiedenis verklaart hoe Barbaresco zijn naam kreeg. De wijngaard verklaart waarom die naam betekenis heeft.


3. De wijngaard van Barbaresco

Wie Barbaresco wil begrijpen, moet de wijngaard als uitgangspunt nemen.

De wijn wordt gemaakt van één druivenras, Nebbiolo, maar de identiteit van Barbaresco ontstaat niet door de druif alleen. Ze ontstaat in een specifiek landschap van heuvels, hellingen en historische wijngaarden ten noordoosten van Alba.

Het productiegebied is relatief klein. Toch is het geen uniform landschap. Binnen de appellatie bestaan verschillen in hoogte, ligging, expositie, reliëf en bodem. Juist die variatie maakt het mogelijk dat Barbaresco uit verschillende delen van het gebied verschillende accenten kan laten zien.

De wijngaard is daarmee niet slechts de plaats waar de druiven groeien. Hij vormt de geografische basis van de wijn.

Een klein en duidelijk afgebakend gebied

De Barbaresco DOCG ligt in de Langhe, ten noordoosten van Alba.

Het productiegebied omvat de volledige gemeenten Barbaresco, Neive en Treiso, aangevuld met het gedeelte San Rocco Seno d’Elvio dat administratief tot Alba behoort.

Binnen dit gebied is niet ieder perceel automatisch geschikt voor de productie van Barbaresco. De DOCG-regelgeving stelt duidelijke voorwaarden aan de ligging van de wijngaarden.

De toegestane wijngaarden liggen op heuvels en mogen niet hoger liggen dan 550 meter boven zeeniveau. Noordelijk georiënteerde percelen zijn uitgesloten. Ook bepaalde vlakke en vochtige delen van de dalbodems, waar de omstandigheden onvoldoende gunstig zijn voor een kwalitatieve rijping van Nebbiolo, vallen buiten het productiegebied.

Deze beperkingen zijn belangrijk. Ze laten zien dat de appellatie niet eenvoudigweg een administratieve grens rond een aantal dorpen is. De geschiktheid van het landschap voor Nebbiolo speelt een fundamentele rol in de afbakening van Barbaresco.

De heuvels van de Langhe

Het landschap van Barbaresco wordt gekenmerkt door heuvels die zich rond de Tanaro en de omliggende dalen verheffen.

De hellingen zijn bepalend voor de wijnbouw. Ze zorgen voor verschillen in hoogte, zoninstraling, luchtstroming en waterhuishouding.

Voor Nebbiolo is dat van groot belang.

De druif rijpt laat en heeft een lang groeiseizoen nodig. Tegelijkertijd vraagt Nebbiolo om voldoende zon en warmte om volledig tot rijpheid te komen. Een goede wijngaardpositie moet daarom een evenwicht bieden tussen rijpingsmogelijkheden en behoud van frisheid.

De helling waarop een wijngaard ligt, bepaalt mede hoe de wijnstok gedurende het groeiseizoen wordt blootgesteld aan zonlicht en hoe regenwater wordt afgevoerd.

Daarom zijn hellingen in Barbaresco niet alleen een landschappelijk gegeven. Ze vormen een van de fundamenten van de wijnbouw.

Hoogte en ligging

Hoogte speelt binnen Barbaresco een belangrijke rol.

De wettelijke bovengrens van 550 meter is niet toevallig. Nebbiolo heeft een lang rijpingsproces en heeft in dit gebied voldoende warmte nodig om rijp te worden.

Binnen de toegestane zone kunnen echter aanzienlijke verschillen in hoogte bestaan. Een wijngaard hoger op een heuvel kan andere omstandigheden kennen dan een perceel lager op dezelfde helling.

Met toenemende hoogte veranderen onder meer temperatuur, wind en het verloop van de rijping. Hogere wijngaarden kunnen daardoor in bepaalde omstandigheden meer frisheid en spanning behouden, terwijl lager gelegen posities vaak andere voordelen hebben.

Hoogte moet daarom nooit als een zelfstandig kwaliteitscriterium worden beschouwd. Een hoge ligging is niet automatisch beter dan een lagere. De betekenis ervan hangt samen met expositie, hellingsgraad, bodem, waterbeschikbaarheid en het karakter van het specifieke perceel.

Dat is een belangrijk uitgangspunt voor het begrijpen van Barbaresco.

Expositie en zonlicht

De oriëntatie van een wijngaard ten opzichte van de zon heeft grote invloed op het groeiseizoen.

De regelgeving sluit noordelijke exposities uit. De reden ligt voor de hand: Nebbiolo heeft voldoende zoninstraling nodig om zijn lange rijpingscyclus te voltooien.

Zuidelijke, zuidoostelijke en zuidwestelijke hellingen kunnen in verschillende mate profiteren van een gunstige zonligging. Maar ook hier geldt dat er geen eenvoudige rangorde bestaat.

Een expositie werkt altijd samen met andere omstandigheden.

Een helling met veel zon kan in een warm jaar andere uitdagingen kennen dan dezelfde helling in een koeler jaar. Een hogere ligging kan een deel van die warmte compenseren. Een bodem met een andere waterhoudende capaciteit kan eveneens een belangrijk verschil maken.

De kwaliteit van een wijngaard ontstaat dus uit een combinatie van factoren, niet uit één geografisch kenmerk.

De rol van de helling

Een van de meest kenmerkende eigenschappen van Barbaresco is dat de beste wijngaarden doorgaans verbonden zijn met hellingen.

De helling beïnvloedt niet alleen de hoeveelheid zonlicht, maar ook de afwatering.

Water dat op een helling valt, kan gemakkelijker worden afgevoerd dan op een vlakke bodem. Dat is vooral relevant in bodems die water niet onbeperkt vasthouden.

Voor een wijnstok is een zekere beschikbaarheid van water noodzakelijk, maar langdurige waterverzadiging kan problemen veroorzaken. De combinatie van helling en bodemstructuur bepaalt daarom mede hoe een plant tijdens het groeiseizoen toegang heeft tot water.

Ook luchtstromen spelen een rol. Een goed geventileerde wijngaard kan na regen sneller opdrogen en kan tijdens warme perioden verschillen in temperatuur en vochtigheid vertonen ten opzichte van meer besloten locaties.

De wijngaard is daarmee een driedimensionale omgeving. Niet alleen de geografische positie op een kaart telt, maar ook de hoogte en de vorm van het terrein.

Bodems als onderdeel van de wijngaard

De bodems van Barbaresco behoren tot de geologische wereld van de Langhe en bestaan hoofdzakelijk uit mariene sedimentaire afzettingen.

In de wijnbouw wordt vaak gesproken over kalkrijke, kleihoudende en mergelrijke bodems. De precieze samenstelling kan echter binnen korte afstand veranderen.

Klei heeft een belangrijke invloed op het vermogen van de bodem om water vast te houden. Kalkrijke componenten beïnvloeden onder meer de structuur en chemische eigenschappen van de bodem. Mergel vormt een overgang tussen verschillende sedimentaire materialen en kan eveneens sterk variëren in samenstelling.

Het is daarom te eenvoudig om te spreken over één typische Barbaresco-bodem.

De bodem van een wijngaard moet worden gezien als onderdeel van een groter systeem waarin geologie, reliëf, waterhuishouding en klimaat samenkomen.

De precieze geologische geschiedenis en de relatie tussen bodem en wijnstijl komen later in dit dossier uitgebreider aan bod.

De wijngaard is geen statisch systeem

Een wijngaard verandert voortdurend.

De bodem wordt beïnvloed door het weer, de vegetatie, de manier waarop de wijnstokken worden beheerd en de aanwezigheid van organisch materiaal. De wijnstok zelf verandert gedurende zijn levensduur. Oude stokken kunnen een diep ontwikkeld wortelstelsel hebben, maar ook jonge wijngaarden kunnen onder geschikte omstandigheden uitstekende kwaliteit leveren.

Daarom kan de term ‘oude wijngaard’ op zichzelf nooit de kwaliteit van een Barbaresco bepalen.

Belangrijker is hoe een wijngaard zich verhoudt tot zijn omgeving en hoe de producent ermee omgaat.

Snoeiwijze, bladerbeheer, bodemmanagement, opbrengstbeheersing en oogstmoment beïnvloeden uiteindelijk hoe het potentieel van een perceel in de druif terechtkomt.

De plaats geeft mogelijkheden. De wijnbouwer bepaalt voor een belangrijk deel hoe die mogelijkheden worden benut.

Waarom dalbodems worden uitgesloten

De uitsluiting van bepaalde dalbodems is een belangrijk onderdeel van de geografische logica van Barbaresco.

Vlakke, vochtige gebieden met onvoldoende zoninstraling zijn minder geschikt voor Nebbiolo. De druif heeft een lange groeicyclus en moet in de herfst voldoende rijpheid kunnen bereiken.

Een te vochtige en weinig zonnige positie kan leiden tot een trager en minder evenwichtig rijpingsproces.

De DOCG-regelgeving maakt daarom onderscheid tussen landschappen die geschikt zijn voor hoogwaardige wijnbouw en locaties die daarvoor minder geschikt zijn.

Ook dit laat zien dat de grenzen van Barbaresco niet uitsluitend historisch zijn bepaald. De fysieke geschiktheid van het landschap speelt een wezenlijke rol.

De vier delen van Barbaresco

Hoewel het productiegebied administratief over vier gebieden wordt verdeeld, is het voor de wijnliefhebber vooral interessant dat de drie belangrijkste gemeenten elk een eigen geografische context hebben.

Barbaresco ligt het dichtst bij de historische kern van de appellatie en omvat een groot aantal bekende historische wijngaardnamen.

Neive vormt het oostelijke deel van het productiegebied en heeft een zeer gevarieerd landschap met zowel wijngaarden als andere vormen van landbouw.

Treiso ligt zuidelijker en hoger in het landschap. De gemeente omvat eveneens een groot aantal historische wijngaardgebieden en kent op veel plaatsen een duidelijk heuvelachtig karakter.

San Rocco Seno d’Elvio vormt het vierde geografische deel van de appellatie en behoort administratief tot Alba.

Deze gebieden zijn geen afzonderlijke appellaties. Ze vormen samen Barbaresco.

De verschillen tussen de gemeenten worden echter steeds relevanter wanneer men zich verder verdiept in de herkomst van individuele wijnen.

Van gemeente naar wijngaard

De volgende stap in het begrijpen van Barbaresco is daarom de overgang van gemeente naar specifieke wijngaard.

Een fles waarop alleen Barbaresco DOCG staat, vertelt dat de wijn binnen de wettelijke appellatie is geproduceerd.

Een geografische aanduiding kan vervolgens een veel specifiekere herkomst aangeven.

De moderne Barbaresco-cultuur maakt het daardoor mogelijk om de geografische oorsprong steeds nauwkeuriger te volgen: van appellatie naar gemeente en uiteindelijk naar een historische geografische aanduiding.

De MGA’s zijn in die ontwikkeling van groot belang. Ze zijn echter niet simpelweg kleine appellaties binnen Barbaresco. Het zijn geografische aanduidingen die gebaseerd zijn op historische plaatsnamen en die binnen het wettelijke systeem van de DOCG zijn opgenomen.

De volledige geschiedenis en betekenis van dit systeem behandelen we later.

De wijngaard als bron van verschillen

Het bestaan van verschillende wijngaarden binnen één appellatie betekent niet dat iedere MGA automatisch een volledig herkenbare en onveranderlijke smaak heeft.

Dat zou de complexiteit van wijnbouw te veel vereenvoudigen.

Een wijn wordt beïnvloed door de ligging van het perceel, maar ook door het jaar, de leeftijd van de stokken, de opbrengst, het moment van oogsten, de vinificatie, de rijping en de keuzes van de producent.

Toch kunnen geografische verschillen wel degelijk terugkeren.

Een bepaalde helling kan structureel meer zon ontvangen. Een hoger gelegen perceel kan onder bepaalde omstandigheden meer frisheid behouden. Een bodem met een andere waterhuishouding kan anders reageren op droogte. Een beschutte ligging kan een ander microklimaat creëren dan een open positie.

Wanneer dergelijke verschillen zich over vele jaren herhalen, kunnen ze onderdeel worden van de herkenbare identiteit van een herkomst.

Dat is uiteindelijk de reden waarom de wijngaard in Barbaresco zo’n belangrijke rol speelt.

Het landschap als uitgangspunt voor terroir

Het woord terroir wordt vaak gebruikt om het geheel van bodem, klimaat, landschap en menselijke invloed te beschrijven.

Voor Barbaresco is het belangrijk om terroir niet als een mystiek begrip te behandelen.

Het gaat om concrete omstandigheden.

De geologische ondergrond beïnvloedt de bodem. Het reliëf bepaalt hoogte, helling en afwatering. De expositie beïnvloedt de hoeveelheid zonlicht. Het klimaat bepaalt temperatuur, neerslag en het verloop van de rijping. De wijnbouwer beïnvloedt vervolgens de manier waarop de wijnstok in deze omgeving groeit.

Samen bepalen deze factoren het potentieel van een wijngaard.

De wijn is uiteindelijk de uitkomst van dat systeem.

Daarom kan men een Barbaresco niet volledig begrijpen door alleen naar de druif te kijken. Dezelfde Nebbiolo krijgt in verschillende omstandigheden een andere omgeving om in te groeien en kan daardoor een andere expressie ontwikkelen.

De wijngaard en de identiteit van Barbaresco

De historische ontwikkeling van Barbaresco heeft uiteindelijk geleid tot een wijngebied waarin geografische herkomst steeds belangrijker is geworden.

Dat begon met de naam van het dorp.

Daarna kwam de erkenning van het productiegebied.

Vervolgens werden specifieke wijngaardnamen op etiketten gebruikt.

En uiteindelijk werden de historische geografische aanduidingen officieel in het MGA-systeem vastgelegd.

Die ontwikkeling weerspiegelt een steeds nauwkeuriger manier van kijken naar de wijngaard.

Barbaresco is daardoor niet alleen een wijn uit een bepaalde regio. Het is een wijn waarbij de precieze plaats van herkomst steeds meer betekenis heeft gekregen.

De wijngaard vóór de wijn

Wanneer een fles Barbaresco wordt geopend, zien we uiteindelijk alleen het resultaat.

De wijngaard zelf is niet zichtbaar.

Toch begint daar het verhaal.

Op een helling, op een bepaalde hoogte, met een specifieke expositie en bodem, groeit een wijnstok die in de herfst Nebbiolo-druiven draagt. Die druiven worden geoogst en verwerkt, waarna tijd en wijnbereiding het uiteindelijke karakter verder vormen.

De kelder kan veel veranderen, maar hij kan niet volledig loskomen van wat de wijngaard heeft voortgebracht.

Daarom is de wijngaard het eerste concrete antwoord op de vraag waarom Barbaresco Barbaresco is.

Niet iedere plek binnen het productiegebied is gelijk. Niet iedere wijngaard gedraagt zich hetzelfde. En niet iedere wijn zal dezelfde uitdrukking geven.

Maar al die verschillen ontstaan binnen één geografisch kader.

Dat kader vormt de basis waarop de rest van het Barbaresco-verhaal wordt gebouwd.

En op dat fundament staat één druivenras centraal.

Nebbiolo.

Niet als abstract druivenras, maar als de druif die juist in dit landschap de identiteit van Barbaresco vormgeeft.

In het volgende hoofdstuk kijken we daarom naar Nebbiolo zoals die zich in Barbaresco manifesteert: naar zijn groeicyclus, structuur, rijping en het bijzondere vermogen om de eigenschappen van zijn omgeving in de wijn tot uitdrukking te brengen.


4. Nebbiolo in Barbaresco

Barbaresco begint bij zijn wijngaarden, maar zonder Nebbiolo zou er geen Barbaresco bestaan.

De appellatie is volledig verbonden met één druivenras. Barbaresco DOCG wordt uitsluitend gemaakt van Nebbiolo. Daarmee is de relatie tussen druif en plaats uitzonderlijk direct: de naam Barbaresco verwijst naar een geografische herkomst, terwijl Nebbiolo het enige druivenras is waarmee die herkomst tot wijn mag worden gemaakt.

Toch is het niet juist om Barbaresco simpelweg te beschrijven als een wijn van Nebbiolo. Nebbiolo groeit op veel plaatsen in Piemonte en daarbuiten, maar nergens is iedere Nebbiolo automatisch Barbaresco.

De betekenis van Nebbiolo in Barbaresco ligt juist in de combinatie van de eigenschappen van de druif met het landschap waarin zij groeit.

Een druif met een lange adem

Nebbiolo is een laat rijpend druivenras.

Dat gegeven is fundamenteel voor het karakter van Barbaresco. De wijnstok moet gedurende een lang groeiseizoen voldoende tijd krijgen om rijpe druiven voort te brengen. Dat vraagt om geschikte hellingen, voldoende zonlicht en een klimaat waarin de druiven hun fysiologische rijpheid kunnen bereiken zonder dat de wijn tegelijkertijd zijn frisheid verliest.

Die lange rijpingscyclus verklaart voor een deel waarom de ligging van de wijngaard in Barbaresco zo belangrijk is.

De druif stelt hoge eisen aan haar omgeving. Een te koele of onvoldoende zonnige positie kan het moeilijk maken om volledige rijpheid te bereiken. Een te warme situatie kan juist leiden tot een snellere ontwikkeling van suikers en een verlies aan frisheid en aromatische spanning.

Barbaresco bevindt zich binnen een geografisch gebied waarin die verschillende factoren voortdurend met elkaar in evenwicht moeten worden gebracht.

Nebbiolo en het landschap

De relatie tussen Nebbiolo en de heuvels van Barbaresco is geen eenvoudig verhaal van één bodem of één expositie.

Binnen de appellatie bestaan verschillen in hoogte, hellingsgraad, oriëntatie en bodemopbouw. Die verschillen beïnvloeden de manier waarop de wijnstok groeit en hoe de druiven tijdens het seizoen rijpen.

Nebbiolo reageert daar duidelijk op.

Een wijngaard die veel ochtendzon ontvangt, kan anders functioneren dan een perceel met een andere expositie. Een hoger gelegen helling kan onder bepaalde omstandigheden een ander rijpingsverloop geven dan een lager gelegen positie. Een bodem met een groter vermogen om water vast te houden kan tijdens droogte anders reageren dan een drogere bodem.

Het resultaat is dat Nebbiolo binnen één appellatie verschillende uitdrukkingen kan aannemen.

Dat is een van de belangrijkste redenen waarom de geografische verfijning van Barbaresco betekenis heeft.

De structuur van Nebbiolo

Een van de meest herkenbare eigenschappen van Nebbiolo is de combinatie van hoge zuren en stevige tannines.

Dat geeft de jonge wijn een duidelijke structuur.

Tannine zorgt voor grip en spanning in de mond, terwijl de zuren de wijn frisheid en draagkracht geven. In een goed geslaagde Barbaresco werken die elementen niet tegen elkaar, maar vormen ze samen het geraamte waarop de wijn zich gedurende zijn ontwikkeling kan ontplooien.

Daarbij komt dat Nebbiolo van nature veel kleur minder gemakkelijk accumuleert dan sommige andere klassieke rode druivenrassen. Een jonge Barbaresco kan daardoor relatief licht of transparant van kleur zijn, terwijl de structuur in de mond veel krachtiger is dan de kleur aanvankelijk doet vermoeden.

Dat verschil tussen visuele intensiteit en structurele intensiteit is kenmerkend voor Nebbiolo.

Een diepe kleur is daarom geen betrouwbaar criterium om de kwaliteit of kracht van Barbaresco te beoordelen.

Tannine als bouwmateriaal

Tannine speelt in Barbaresco een bijzondere rol.

Bij jonge wijn kan de tanninestructuur uitgesproken zijn. De wijn kan strak, drogend en soms zelfs hoekig overkomen wanneer hij te vroeg wordt gedronken.

Dat betekent niet noodzakelijk dat de wijn te hard is.

Bij een wijn met voldoende fruit, zuren en concentratie kan tannine juist het bouwmateriaal zijn voor een lange ontwikkeling. Naarmate de wijn ouder wordt, verandert de textuur van de tannines. Ze worden doorgaans zachter en beter geïntegreerd, terwijl de oorspronkelijke structuur van de wijn behouden kan blijven.

Daarom is de verhouding tussen tannine, zuur, fruit en alcohol belangrijker dan de absolute hoeveelheid tannine.

Een Barbaresco met veel tannine maar onvoldoende rijp fruit kan hard en onevenwichtig worden. Een wijn met stevige maar rijpe tannines, voldoende frisheid en goede concentratie kan daarentegen jarenlang harmonieus ontwikkelen.

De kwaliteit van Nebbiolo in Barbaresco wordt dus niet bepaald door zachtheid alleen.

Zuren als ruggengraat

Naast tannine vormen zuren een tweede belangrijke structurele pijler.

De natuurlijke zuurgraad van Nebbiolo geeft Barbaresco spanning en frisheid. Vooral tijdens flesrijping krijgt die zuurgraad een belangrijke rol.

Een wijn met voldoende zuur kan zich langzaam ontwikkelen zonder zijn levendigheid te verliezen. Naarmate primaire fruitaroma’s plaatsmaken voor meer complexe tertiaire aroma’s, blijft de zuurgraad de wijn dragen.

Dit verklaart mede waarom een goed gemaakte Barbaresco na jaren rijping nog levendig kan zijn.

De combinatie van zuur en tannine maakt de wijn bovendien bijzonder geschikt voor gastronomie. De wijn heeft voldoende structuur om naast voedsel overeind te blijven en kan door zijn frisheid rijke gerechten in balans brengen.

Aromatische ontwikkeling

Nebbiolo staat bekend om zijn complexe aromatische ontwikkeling.

In jonge Barbaresco kunnen rode vruchten, bloemen en kruidige tonen naar voren komen. Met verdere ontwikkeling kunnen aroma’s ontstaan die veel minder direct aan vers fruit doen denken.

Bloemige tonen kunnen veranderen in gedroogde bloemen. Fruit kan evolueren richting gedroogde kers, pruim en andere geconcentreerde fruittonen. Daar kunnen aardse, kruidige, balsamische en minerale indrukken bijkomen.

Bij verdere flesrijping kan de aromatische ontwikkeling nog complexer worden, met tonen die doen denken aan leer, tabak, gedroogde kruiden, bosgrond en soms truffel.

Deze ontwikkeling verloopt niet volgens een vaste klok.

Jaargang, producent, wijngaard, rijpingsomstandigheden en flesopslag spelen allemaal een rol. Een goede Barbaresco kan daarom op verschillende momenten in zijn leven een ander aromatisch profiel laten zien.

Nebbiolo en roos

De associatie tussen Nebbiolo en rozen is zo sterk dat de bloemige component een belangrijk onderdeel is geworden van de klassieke beschrijving van Barbaresco.

In jonge wijn kunnen rozenblaadjes, viooltjes en andere florale indrukken opvallend aanwezig zijn.

Deze bloemigheid is geen losstaand kenmerk. Ze maakt deel uit van het aromatische profiel dat Nebbiolo in geschikte omstandigheden kan ontwikkelen.

Tijdens de rijping verandert de aard van deze aroma’s. De directe bloemigheid kan minder uitgesproken worden en opgaan in een complexer geheel van gedroogde bloemen, kruiden en aardse tonen.

Daarmee is bloemigheid geen bewijs dat een wijn jong moet worden gedronken. Integendeel: juist de ontwikkeling van die aromatische laag kan een van de aantrekkelijkste aspecten van gerijpte Barbaresco zijn.

Nebbiolo vraagt om tijd

De lange ontwikkeling van Barbaresco is rechtstreeks verbonden met de structuur van Nebbiolo.

Een wijn die bij botteling nog duidelijke tannines en hoge zuren bezit, kan na enkele jaren een heel andere indruk geven. De tannines worden zachter, het fruit verandert van karakter en secundaire en tertiaire aroma’s nemen een grotere plaats in.

De wijn wordt daardoor niet noodzakelijk lichter.

Hij wordt complexer.

Dat onderscheid is belangrijk. Rijping betekent niet simpelweg dat de kracht uit de wijn verdwijnt. Bij een goed opgebouwde Barbaresco verschuift de aard van die kracht. De jeugdige spanning maakt geleidelijk plaats voor meer geïntegreerde structuur en aromatische diepte.

De verplichte rijping van Barbaresco is daarom niet uitsluitend een wettelijke formaliteit. Ze sluit aan bij een fundamentele eigenschap van de druif.

Nebbiolo en de oogst

Omdat Nebbiolo laat rijpt, is het oogstmoment van groot belang.

Te vroeg oogsten kan leiden tot onrijpe tannines en onvoldoende aromatische ontwikkeling. Te laat oogsten kan de balans tussen alcohol, zuur en fruit veranderen.

De juiste oogstdatum verschilt bovendien per wijngaard.

Een hoger gelegen perceel kan een ander rijpingsverloop hebben dan een lager gelegen wijngaard. Expositie, bodem en waterbeschikbaarheid beïnvloeden eveneens de snelheid waarmee de druiven rijpen.

Daarom bestaat er niet één universeel ideaal oogstmoment voor heel Barbaresco.

De beslissing wordt per wijngaard en per jaargang genomen.

Hier komt de ervaring van de wijnbouwer nadrukkelijk naar voren. Het potentieel van Nebbiolo ligt deels in de wijngaard, maar het moment waarop de druiven worden geoogst bepaalt mede hoe dat potentieel uiteindelijk in de wijn terechtkomt.

Nebbiolo en jaargang

Omdat Nebbiolo sterk afhankelijk is van een lang en evenwichtig groeiseizoen, kan het karakter van een Barbaresco van jaar tot jaar aanzienlijk verschillen.

Een koelere jaargang kan meer nadruk leggen op frisheid, spanning en aromatische precisie.

Een warmere jaargang kan meer rijpheid en volume geven, maar stelt de wijnbouwer tegelijkertijd voor de uitdaging om voldoende frisheid en balans te behouden.

Voor Nebbiolo is het daarom niet alleen belangrijk hoeveel warmte een jaar bracht. Ook de verdeling van warmte en neerslag gedurende het groeiseizoen speelt een rol.

Dit is een van de redenen waarom jaargangen in Barbaresco zo interessant zijn.

De druif reageert duidelijk op de omstandigheden van het jaar en kan daardoor een soort historische afdruk van het groeiseizoen in de wijn achterlaten.

Nebbiolo en klimaatverandering

De klassieke relatie tussen Nebbiolo en Barbaresco wordt inmiddels beïnvloed door een veranderend klimaat.

Warmere groeiseizoenen kunnen de rijping versnellen en het gemakkelijker maken om fysiologische rijpheid te bereiken. Tegelijkertijd kunnen extreme warmte en droogte de wijnstok onder druk zetten.

Voor Nebbiolo is dat een complex vraagstuk.

De druif heeft niet alleen rijpheid nodig, maar ook voldoende zuren en een goede tanninestructuur. Een snelle rijping is daarom niet automatisch een voordeel.

Wijnbouwers moeten steeds nauwkeuriger omgaan met bladerdek, bodem, waterbeschikbaarheid en oogstmoment. Ook de keuze van wijngaardpositie krijgt hierdoor extra betekenis.

Hogere en koeler gelegen percelen kunnen onder bepaalde omstandigheden aantrekkelijker worden, terwijl andere wijngaarden juist meer bescherming tegen extreme warmte nodig hebben.

Klimaatverandering verandert daarmee niet de fundamentele identiteit van Nebbiolo, maar wel de omstandigheden waarin die identiteit tot uitdrukking moet worden gebracht.

Nebbiolo en menselijke keuzes

Hoewel Nebbiolo sterk reageert op zijn omgeving, ontstaat Barbaresco niet volledig vanzelf.

De wijnbouwer bepaalt onder meer hoe de wijnstokken worden gesnoeid, hoeveel druiven worden gedragen, hoe het bladerdek wordt beheerd en wanneer wordt geoogst.

In de kelder volgen vervolgens keuzes rond maceratie, gisting, extractie, houtgebruik en rijping.

Die keuzes kunnen het karakter van de uiteindelijke wijn sterk beïnvloeden.

Toch heeft de producent binnen Barbaresco altijd te maken met de eigenschappen van Nebbiolo.

Een wijnmaker kan tannine niet eenvoudigweg uit de druif verwijderen zonder de structuur van de wijn te veranderen. Evenmin kan hij de natuurlijke zuurgraad volledig vervangen door een andere bron van frisheid.

De druif legt daardoor een soort fundament vast waarbinnen de wijnmaker werkt.

Nebbiolo en de verschillende gezichten van Barbaresco

Juist omdat Nebbiolo zo gevoelig is voor zijn omgeving, kunnen verschillen tussen Barbaresco’s duidelijk naar voren komen.

Een wijn uit een bepaalde geografische zone kan een andere balans tussen fruit, tannine, zuur en aromatische intensiteit laten zien dan een wijn uit een andere zone.

Maar het is belangrijk om daar geen absolute regels van te maken.

Een MGA is geen smaakrecept.

Binnen één geografisch gebied bestaan verschillende producenten, wijngaardposities, leeftijden van de stokken en wijnbouwmethoden. Ook jaargangen kunnen de uiteindelijke expressie sterk beïnvloeden.

De geografische aanduiding moet daarom worden gezien als een hulpmiddel om herkomst te begrijpen, niet als een garantie voor één vast aromatisch profiel.

Nebbiolo als vertaler van plaats

Misschien is dat uiteindelijk de meest interessante eigenschap van Nebbiolo in Barbaresco.

De druif lijkt de verschillen tussen plaatsen niet uit te wissen, maar juist zichtbaar te maken.

Waar een neutraler druivenras de verschillen tussen wijngaarden soms minder duidelijk laat zien, kan Nebbiolo ze door zijn lange rijpingscyclus en uitgesproken structuur juist nadrukkelijk in de wijn laten terugkomen.

Dat maakt de druif geschikt voor een wijngebied waarin geografische herkomst zo belangrijk is.

Barbaresco hoeft daardoor niet overal hetzelfde te smaken om herkenbaar Barbaresco te zijn.

De gemeenschappelijke identiteit ligt in de combinatie van Nebbiolo en het gebied.

De verschillen daarbinnen zijn juist onderdeel van de rijkdom.

De plaats bepaalt de mogelijkheden

Het is verleidelijk om te zeggen dat Nebbiolo de wijn maakt.

Maar dat zou de rol van de wijngaard onderschatten.

De druif heeft eigenschappen die haar geschikt maken voor Barbaresco, maar zij kan die eigenschappen alleen volledig ontwikkelen wanneer de omstandigheden geschikt zijn.

De helling bepaalt de positie van de wijnstok.

De expositie bepaalt mede de zoninstraling.

De bodem beïnvloedt de waterhuishouding en groeiomstandigheden.

Het klimaat bepaalt het verloop van het seizoen.

De wijnbouwer bepaalt hoe de plant wordt begeleid.

En de kelder bepaalt vervolgens hoe het materiaal dat uit de wijngaard komt wordt omgezet in wijn.

Nebbiolo is daarmee niet de enige verklaring voor Barbaresco. Het is de verbinding tussen de plaats en de wijn.

Van druif naar Barbaresco

Wanneer de druiven uiteindelijk worden geoogst, begint een nieuwe fase.

De Nebbiolo-druiven worden verwerkt, vergist en gedurende langere tijd opgevoed. Daarbij moeten de natuurlijke structuur, aroma’s en tannines van de druif worden omgevormd tot een evenwichtige wijn.

Dat proces is bepalend voor het uiteindelijke karakter van Barbaresco.

Een producent kan ervoor kiezen de structuur sterk te benadrukken of juist meer nadruk te leggen op elegantie en transparantie. Hout kan een grotere of kleinere rol spelen. Extractie kan zorgvuldig worden afgestemd op de rijpheid van de druiven.

Maar ook hier blijft de basis Nebbiolo.

De wijnmaker werkt met wat de wijngaard heeft voortgebracht.

Daarmee eindigt de rol van Nebbiolo niet bij de oogst. De druif bepaalt mede hoe de wijn kan worden vergist, hoe tannines zich ontwikkelen en hoe de wijn gedurende de rijping verandert.

De identiteit van Nebbiolo in Barbaresco

Nebbiolo in Barbaresco is uiteindelijk geen losstaand druivenverhaal.

Het is een verhaal over een druif die laat rijpt, een uitgesproken tanninestructuur en zuurgraad bezit, aromatisch complex kan worden en bijzonder goed in staat is om gedurende vele jaren te veranderen.

Maar bovenal is het een druif die in Barbaresco nauw verbonden is met de plaats.

Dat is de reden waarom Barbaresco niet alleen als Nebbiolo moet worden begrepen.

Het is Nebbiolo van deze heuvels.

Van deze wijngaarden.

Binnen dit klimaat.

Onder deze omstandigheden.

En onder de handen van producenten die ieder op hun eigen manier proberen de eigenschappen van die combinatie in de fles te bewaren.

Daarmee zijn we aangekomen bij het punt waarop druif en mens elkaar ontmoeten.

Want de Nebbiolo die uit de wijngaard komt, is nog geen Barbaresco.

Pas tijdens de vinificatie en de daaropvolgende rijping krijgt de wijn zijn uiteindelijke vorm.

De wijngaard bepaalt het potentieel. Nebbiolo brengt de structuur en het aromatische vermogen. De kelder bepaalt hoe die eigenschappen zich ontwikkelen.

In het volgende hoofdstuk staat daarom de wijnbereiding centraal: van oogst en gisting tot maceratie, houtgebruik en de lange rijping die zo nauw met Barbaresco verbonden is.


5. Vinificatie en rijping

Wanneer de Nebbiolo-druiven uit de wijngaard worden geoogst, begint een nieuwe fase in het ontstaan van Barbaresco.

De wijngaard heeft het uitgangsmateriaal bepaald, maar de wijn bestaat op dat moment nog niet. De druiven moeten worden verwerkt, vergist en gedurende langere tijd opgevoed voordat de wijn als Barbaresco op de markt mag komen.

Juist bij Nebbiolo is die overgang van druif naar wijn belangrijk. De druif beschikt van nature over een uitgesproken tanninestructuur, een hoge zuurgraad en een aromatisch potentieel dat zich over vele jaren kan ontwikkelen. De manier waarop de wijnmaker daarmee omgaat, bepaalt in belangrijke mate hoe de uiteindelijke Barbaresco zich zal presenteren.

Er bestaat daarbij niet één universele methode om Barbaresco te maken. Producenten verschillen in hun keuzes rond maceratie, temperatuur, extractie, houtgebruik en rijping. Binnen de wettelijke grenzen is ruimte voor verschillende interpretaties.

Toch zijn er enkele fundamentele principes die de vinificatie van Barbaresco kenmerken.

Van druif naar most

De oogst wordt doorgaans met grote zorg uitgevoerd, omdat de kwaliteit van het geoogste fruit het uitgangspunt vormt voor alles wat daarna gebeurt.

Na aankomst in de kelder worden de druiven gecontroleerd en voorbereid op de vinificatie. De mate waarin steeltjes worden meegenomen, de selectie van de druiven en de manier waarop het fruit wordt gekneusd, kunnen per producent verschillen.

Bij traditionele werkwijzen worden de druiven vergist met een belangrijk aandeel van de vaste bestanddelen van de druif. Dat is van belang omdat kleur, aroma en vooral tannine tijdens de maceratie uit schillen en pitten worden geëxtraheerd.

Bij Nebbiolo is dat een delicate balans.

De wijn moet voldoende structuur ontwikkelen om zich gedurende lange tijd te kunnen ontplooien, maar overmatige extractie kan de wijn hard, drogend of hoekig maken.

De kwaliteit en rijpheid van de druiven zijn daarom bepalend voor hoeveel extractie een wijn kan verdragen.

Alcoholische gisting

Tijdens de alcoholische gisting zetten gisten de suikers uit het druivensap om in alcohol en koolzuurgas.

Tegelijkertijd verandert de most fundamenteel van karakter. Aroma’s worden gevormd en bestaande aromatische verbindingen worden vrijgemaakt of omgezet. De temperatuur van de gisting, de duur ervan en de manier waarop de schillen en het sap met elkaar in contact blijven, hebben invloed op het uiteindelijke karakter.

Bij Barbaresco wordt traditioneel gewerkt met een relatief langdurige maceratie en gisting, waarbij de wijn gedurende langere tijd in contact blijft met de schillen.

Dat past bij de structuur van Nebbiolo.

De druif heeft voldoende tannine en fenolisch materiaal om een wijn met aanzienlijke houdbaarheid voort te brengen. Tegelijkertijd vraagt juist die hoeveelheid structuur om precisie in de kelder.

Extractie: kracht zonder hardheid

Extractie is een van de belangrijkste technische aspecten bij de vinificatie van Barbaresco.

Tijdens de maceratie worden onder andere kleurstoffen, tannines en aromatische componenten uit de vaste delen van de druif in de wijn opgenomen.

Bij Nebbiolo is het doel niet simpelweg om zoveel mogelijk te extraheren.

Meer extractie betekent niet automatisch meer kwaliteit.

Wanneer de druiven volledig rijp zijn, kunnen stevige tannines onderdeel zijn van de natuurlijke structuur van de wijn. Wanneer de fenolische rijpheid onvoldoende is, kan een agressieve extractie juist harde en drogende tannines naar voren brengen.

De wijnmaker moet daarom voortdurend balanceren tussen structuur en souplesse.

De keuze van temperatuur, duur van de maceratie en de manier waarop de schillen worden bevochtigd, bepaalt mede hoe dat evenwicht wordt bereikt.

Een moderne Barbaresco kan daardoor relatief elegant en transparant worden gemaakt, terwijl een traditioneel gemaakte wijn een steviger en diepere structuur kan laten zien.

Beide kunnen binnen de identiteit van Barbaresco passen.

Traditie en moderne techniek

De vinificatie van Barbaresco heeft zich in de afgelopen decennia ontwikkeld.

Traditionele producenten werkten vaak met grote houten vaten en relatief lange maceraties. Moderne wijnhuizen hebben daarnaast geïnvesteerd in temperatuurcontrole, nauwkeurigere selectie van druiven en meer controle over extractie en hygiëne.

Dat betekent niet dat moderne wijn automatisch beter is dan traditionele wijn.

De tegenstelling tussen traditioneel en modern wordt soms te sterk voorgesteld.

Een traditionele producent kan zeer nauwkeurig werken. Een moderne producent kan juist technieken gebruiken die de herkomst van de wijn beter tot uitdrukking laten komen.

De belangrijkste vraag blijft uiteindelijk niet welke methode het modernst is, maar of de gekozen techniek past bij het fruit en het gewenste karakter van de wijn.

Hout als onderdeel van de wijn

Hout speelt traditioneel een belangrijke rol in Barbaresco.

Grote houten vaten, vaak van Slavonisch eiken, werden en worden gebruikt voor de rijping van Nebbiolo. Hun grote inhoud zorgt voor een relatief beperkte invloed van het hout op de smaak, terwijl de wijn wel gedurende langere tijd in contact staat met zuurstof via de poriën van het vat.

Dat maakt grote botti geschikt voor een wijn die langzaam moet ontwikkelen.

Naast grote vaten worden bij sommige producenten kleinere barriques of tonneaux gebruikt. Deze geven relatief meer houtinvloed doordat de verhouding tussen houtoppervlak en wijn groter is.

Het verschil is belangrijk.

Een grote botti kan vooral functioneren als een omgeving waarin de wijn geleidelijk kan rijpen zonder een uitgesproken houtkarakter te ontwikkelen. Kleinere vaten kunnen meer aroma’s en tannines uit het hout aan de wijn afgeven.

Geen van beide systemen is per definitie beter.

De keuze hangt af van de stijl van de producent, het karakter van de druiven en de gewenste ontwikkeling van de wijn.

Hout is geen doel op zich

Een goede Barbaresco hoeft niet naar hout te smaken.

Dat lijkt vanzelfsprekend, maar het onderscheid is belangrijk.

Hout kan een rol spelen in de ontwikkeling van de wijn zonder dat aroma’s van vanille, toast of specerijen dominant worden. Bij grote traditionele vaten is de houtinvloed vaak veel subtieler dan bij jonge wijn die in kleine nieuwe vaten heeft gerijpt.

Het doel van rijping is uiteindelijk niet om Nebbiolo een houtkarakter te geven.

Het doel is om de natuurlijke structuur van de wijn te begeleiden.

Wanneer hout te nadrukkelijk aanwezig is, kan het juist de herkomst en het karakter van de Nebbiolo overschaduwen.

Malolactische omzetting

Na de alcoholische gisting volgt doorgaans de malolactische omzetting.

Daarbij worden scherpere appelzuren door melkzuurbacteriën omgezet in zachtere melkzuren. De zuurgraad van de wijn verandert daardoor van karakter en de wijn krijgt doorgaans een ronder mondgevoel.

Voor een wijn als Barbaresco is deze fase belangrijk omdat de uiteindelijke balans tussen zuren, alcohol en tannine mede wordt gevormd tijdens de ontwikkeling in de kelder.

De hoge natuurlijke zuurgraad van Nebbiolo blijft daarbij een belangrijk onderdeel van de identiteit van de wijn.

De betekenis van rijping

Rijping is bij Barbaresco geen bijkomstigheid.

De structuur van Nebbiolo vraagt tijd om zich te integreren. De tannines zijn bij een jonge wijn vaak nog duidelijk aanwezig en de verschillende componenten van de wijn kunnen aanvankelijk afzonderlijk overkomen.

Tijdens de rijping veranderen die verhoudingen.

De tannines worden geleidelijk zachter. Aroma’s ontwikkelen zich. Het primaire fruit wordt minder dominant en complexere geuren kunnen naar voren komen.

De wijn krijgt daardoor een andere dimensie.

Het is belangrijk om daarbij onderscheid te maken tussen kelderrijping en flesrijping.

Kelderrijping vindt plaats voordat de wijn wordt vrijgegeven en kan bestaan uit een combinatie van rijping in hout en andere recipiënten.

Flesrijping begint nadat de wijn is gebotteld.

Beide fasen zijn onderdeel van de ontwikkeling van Barbaresco, maar ze hebben niet hetzelfde effect.

De wettelijke rijping

De lange rijping van Barbaresco is niet alleen een traditie. Ze is ook wettelijk vastgelegd.

Voor een gewone Barbaresco geldt een minimale rijpingsduur van 26 maanden, waarvan ten minste 9 maanden in hout.

Voor Barbaresco Riserva geldt een aanzienlijk langere minimale rijping van 50 maanden, waarvan eveneens ten minste 9 maanden in hout.

De wettelijke rijping begint op 1 november van het oogstjaar.

Daarmee wordt gegarandeerd dat Barbaresco niet onmiddellijk na de vinificatie als gerijpte wijn op de markt wordt gebracht.

De wettelijke eisen vormen echter slechts een minimum.

Een producent kan ervoor kiezen de wijn langer in de kelder te houden voordat hij wordt gebotteld of vrijgegeven. Ook kan een wijn na botteling nog jarenlang verder ontwikkelen.

De wettelijke leeftijd van de wijn en zijn werkelijke drinkrijpheid zijn daarom twee verschillende zaken.

Waarom die rijping noodzakelijk is

De verplichte rijping heeft een duidelijke relatie met de structuur van Nebbiolo.

Een jonge Barbaresco kan een combinatie laten zien van stevige tannines, hoge zuren en geconcentreerd fruit. Die componenten hebben tijd nodig om beter op elkaar afgestemd te raken.

Rijping vermindert de tannine niet simpelweg alsof deze verdwijnt. De textuur verandert en de tannines worden geleidelijk geïntegreerd.

Tegelijkertijd veranderen de aroma’s.

De frisse fruittonen van de jonge wijn kunnen plaatsmaken voor gedroogd fruit, bloemen, kruiden en aardse tonen. Bij verdere ontwikkeling kunnen complexere tertiaire aroma’s ontstaan.

Daarom is rijping bij Barbaresco niet alleen een kwestie van zachter worden.

Het is een proces van transformatie.

De keuze van de producent

Binnen de wettelijke kaders heeft iedere producent ruimte om een eigen interpretatie te ontwikkelen.

De ene producent kiest voor een lange traditionele maceratie en rijping in grote botti.

Een andere producent kan kiezen voor een kortere extractie, nauwkeurige temperatuurcontrole en een combinatie van verschillende houtformaten.

Weer een andere producent kan het gebruik van hout zo beperkt mogelijk houden om de geografische expressie van de wijn te benadrukken.

Deze verschillen kunnen leiden tot zeer uiteenlopende stijlen.

Een Barbaresco kan daardoor krachtig en diep zijn, maar ook slanker, transparanter en verfijnder.

Zolang de fundamentele eigenschappen van de appellatie behouden blijven, is er ruimte voor verschillende interpretaties.

Traditionele Barbaresco

Bij de klassieke traditionele stijl staat de wijn vaak relatief lang in contact met de druivenschillen en rijpt hij vervolgens langere tijd in grote houten vaten.

Het resultaat kan een wijn zijn met een uitgesproken structuur, hoge aromatische complexiteit en een groot vermogen om zich gedurende vele jaren te ontwikkelen.

In zijn jeugd kan zo’n wijn streng overkomen.

Dat is niet noodzakelijk een tekortkoming.

De structuur is juist bedoeld om de wijn te dragen tijdens een lange ontwikkeling.

Bij voldoende rijp fruit en een goede balans kan een traditionele Barbaresco na jaren een opmerkelijke combinatie van zachtheid, frisheid en aromatische complexiteit laten zien.

Een meer eigentijdse interpretatie

Andere producenten zoeken meer naar precisie, helderheid en directe drinkbaarheid.

Zij kunnen de extractie nauwkeuriger sturen en het houtgebruik aanpassen aan het karakter van de druiven.

Het doel is vaak om de natuurlijke fruit- en bloemaroma’s van Nebbiolo duidelijker naar voren te laten komen en de tannines eerder toegankelijk te maken.

Ook een dergelijke wijn kan uitstekend verouderen.

Het verschil zit vooral in de manier waarop de structuur wordt opgebouwd en hoe de producent de verhouding tussen fruit, zuur, tannine en hout interpreteert.

Daarom is het niet zinvol om traditioneel en modern simpelweg als goed en slecht tegenover elkaar te zetten.

Het jaar bepaalt mede de kelderkeuzes

Geen enkele vinificatiemethode staat volledig los van de jaargang.

In een jaar met zeer rijpe druiven kan een wijnmaker anders omgaan met extractie dan in een jaar waarin tannines minder ver ontwikkeld zijn.

Ook de zuurgraad, het alcoholpotentieel en de gezondheid van het fruit beïnvloeden de beslissingen in de kelder.

Een ervaren producent volgt daarom niet alleen een vast recept.

De vinificatie wordt aangepast aan het materiaal dat uit de wijngaard komt.

Dat is een belangrijk onderdeel van het vakmanschap achter Barbaresco.

Van kelder naar fles

Wanneer de wijn zijn gewenste ontwikkeling in de kelder heeft bereikt, wordt hij gebotteld.

Vanaf dat moment verandert de omgeving waarin de wijn zich ontwikkelt.

In de fles is de hoeveelheid zuurstof veel beperkter dan in een vat en verschuift de ontwikkeling geleidelijk naar een ander type rijping.

De wijn wordt langzaam complexer.

De tannines veranderen verder. Fruit- en bloemaroma’s ontwikkelen zich richting meer gedroogde, aardse en kruidige tonen. De verschillende componenten van de wijn kunnen steeds sterker in elkaar opgaan.

De fles wordt daarmee geen eindpunt.

Ze vormt het begin van een nieuwe fase.

De rol van tijd

Het uiteindelijke karakter van Barbaresco is daarom het resultaat van meerdere opeenvolgende processen.

Eerst is er de wijngaard.

Daarna de oogst.

Vervolgens gisting en maceratie.

Daarna rijping in de kelder.

Vervolgens botteling.

En ten slotte verdere ontwikkeling op fles.

Geen van deze fasen kan volledig los van de andere worden gezien.

Een wijn die in de wijngaard voldoende rijpheid en structuur heeft opgebouwd, geeft de wijnmaker mogelijkheden.

Een zorgvuldige vinificatie kan dat potentieel behouden.

Een passende rijping kan de structuur integreren.

En voldoende tijd op fles kan uiteindelijk de complexiteit naar voren brengen die Nebbiolo van nature bezit.

Barbaresco is geen recept

Daarom bestaat er ook geen enkel recept dat automatisch tot een grote Barbaresco leidt.

De regelgeving bepaalt de grenzen waarbinnen de wijn moet worden gemaakt. De druif bepaalt voor een belangrijk deel het natuurlijke materiaal. De wijngaard bepaalt de omstandigheden. De producent maakt vervolgens keuzes.

Die keuzes kunnen sterk verschillen.

Toch blijft de uiteindelijke wijn herkenbaar als onderdeel van dezelfde appellatie.

Dat is een van de sterkste eigenschappen van Barbaresco: ruimte voor individuele interpretatie binnen een duidelijk geografisch en wettelijk kader.

De wijnmaker tussen wijngaard en fles

De rol van de wijnmaker kan uiteindelijk het best worden gezien als die van een vertaler.

Hij of zij maakt de wijn niet uit het niets.

De grondstoffen zijn al bepaald door de wijngaard en het jaar.

De wijnmaker probeert die eigenschappen zo te begeleiden dat de uiteindelijke wijn zijn potentieel behoudt.

Te veel extractie kan de structuur overheersen.

Te veel hout kan de herkomst maskeren.

Te weinig structuur kan de levensduur beperken.

Te veel ingrepen kunnen de natuurlijke expressie van de wijn verminderen.

De kunst bestaat daarom niet noodzakelijk uit zoveel mogelijk techniek, maar uit het maken van de juiste keuzes op het juiste moment.

De overgang van wijnbereiding naar wijnontwikkeling

Met de voltooiing van de kelderrijping is Barbaresco nog altijd geen statisch product.

Een wijn die op de markt komt, bevindt zich op een bepaald punt in zijn ontwikkeling. Sommige Barbaresco’s kunnen dan al aantrekkelijk zijn, terwijl andere nog duidelijk tijd nodig hebben.

De wettelijke minimale rijping garandeert een bepaalde ontwikkelingsperiode, maar zegt niet wanneer een individuele fles zijn optimale drinkmoment bereikt.

Dat wordt bepaald door de combinatie van wijngaard, producent, jaargang, vinificatie en opslag.

Daarom kan de vraag hoe lang een Barbaresco moet worden bewaard nooit met één aantal jaren worden beantwoord.

Dat onderwerp vraagt om een eigen benadering.

In het volgende deel van het dossier verlaten we daarom de kelder en kijken we naar de wijn zoals hij zich in het glas ontwikkelt: zijn stijl, structuur, aromatische profiel en evolutie door de tijd.

De wijngaard levert de Nebbiolo. De vinificatie vormt de wijn. De rijping geeft haar tijd om Barbaresco te worden.

Deel II — De wijn begrijpen

Hoofdstuk 6 — De stijl van Barbaresco

Barbaresco heeft een eigen stilistisch profiel

Barbaresco behoort tot de grote rode wijnen van Italië, maar zijn karakter laat zich niet eenvoudig samenvatten in termen als krachtig, elegant, fruitig of complex. De stijl van Barbaresco ontstaat uit een samenspel van Nebbiolo, het landschap van de Langhe, de ligging van de wijngaard, het oogstjaar en de keuzes van de producent.

Wat Barbaresco bijzonder maakt, is juist de combinatie van eigenschappen die op het eerste gezicht tegengesteld lijken. De wijn kan een stevige structuur hebben en tegelijkertijd een grote aromatische finesse tonen. Hij kan een relatief lichte kleur hebben en toch zeer veel concentratie en lengte bezitten. Hij kan in zijn jeugd streng en gesloten overkomen, terwijl dezelfde wijn later in zijn ontwikkeling een grote gelaagdheid en zachtheid laat zien.

De officiële omschrijving van Barbaresco DOCG spreekt bij het op de markt brengen over een intense en karakteristieke geur en een droge, volle en harmonieuze smaak. Dat is een formele beschrijving, maar ze raakt aan een belangrijk uitgangspunt: Barbaresco is geen wijn die zijn kwaliteit uitsluitend ontleent aan concentratie of volume. Zijn identiteit ligt in de verhouding tussen structuur, aromatische expressie, frisheid en ontwikkeling.

Kracht en elegantie naast elkaar

Barbaresco wordt vaak als elegant omschreven. Dat woord is bruikbaar, maar alleen wanneer het juist wordt geïnterpreteerd.

Elegant betekent bij Barbaresco niet licht, zacht of gemakkelijk. Integendeel. Een jonge Barbaresco kan uitgesproken tanninerijk zijn, een hoge zuurgraad bezitten en een stevige structuur hebben. De wijn kan daardoor zelfs streng overkomen.

De elegantie zit eerder in de manier waarop die kracht wordt gedragen.

De tannines vormen het skelet van de wijn. De zuren zorgen voor spanning en frisheid. Het alcoholgehalte draagt bij aan volume en warmte. Het fruit geeft de wijn zijn primaire expressie, terwijl bloemen, kruiden en later tertiaire aroma’s voor verdere gelaagdheid zorgen.

Wanneer deze elementen goed met elkaar in balans zijn, ontstaat een wijn die niet zwaar hoeft te worden om krachtig te zijn. De wijn heeft spanning, lengte en structuur zonder dat één element de rest overheerst.

Dat is een belangrijk onderscheid. Barbaresco is niet per definitie een zachte of elegante wijn. Het is een wijn die onder gunstige omstandigheden kracht en finesse in dezelfde structuur kan verenigen.

De lichte kleur zegt weinig over de kracht

Een van de opvallendste eigenschappen van Barbaresco is de kleur.

Nebbiolo heeft van nature relatief weinig kleurstoffen in de schil. Daardoor kan een Barbaresco, zelfs wanneer hij een stevige structuur en aanzienlijke concentratie bezit, transparant robijnrood tot granaatrood ogen. Naarmate de wijn ouder wordt, verschuift de kleur verder richting granaat en uiteindelijk naar meer oranjeachtige tinten.

Voor wie vooral gewend is aan diepgekleurde internationale rode wijnen, kan die kleur misleidend zijn.

Een heldere of transparante kleur betekent bij Barbaresco niet dat de wijn licht of eenvoudig is. De werkelijke intensiteit bevindt zich niet alleen in de kleur, maar vooral in de structuur, geur, smaakontwikkeling en lengte.

Juist het contrast tussen een relatief transparante kleur en een krachtige tanninestructuur behoort tot de herkenbare identiteit van Nebbiolo in Barbaresco.

De rol van zuren

Zuurgraad is een van de belangrijkste dragende elementen van Barbaresco.

De zuren geven de wijn spanning en houden het smaakbeeld levendig. Ze zorgen ervoor dat de wijn niet uitsluitend als volumineus of tanninerijk wordt ervaren, maar ook energie en richting heeft.

Dat heeft gevolgen voor de hele beleving van de wijn.

Een Barbaresco met voldoende frisheid kan krachtig zijn zonder zwaar te worden. De zuurgraad ondersteunt bovendien de ontwikkeling van aroma’s en draagt bij aan de lengte van de afdronk.

De zuurgraad is daarom niet simpelweg een technische eigenschap. Ze maakt deel uit van de architectuur van de wijn.

In warme oogstjaren kan die balans anders uitvallen dan in koelere jaren. Ook de ligging van een wijngaard en het moment van oogsten spelen hierbij een belangrijke rol. Hierdoor bestaat er niet één vaste stilistische vorm van Barbaresco.

Tannine als structuur

Waar zuren voor spanning zorgen, geven tannines Barbaresco zijn structuur.

Jonge Barbaresco kan duidelijk tanninerijk zijn. De tannines kunnen stevig, korrelig of samentrekkend overkomen, vooral wanneer de wijn nog weinig flesontwikkeling heeft doorgemaakt.

Dat hoeft geen tekortkoming te zijn.

Bij een wijn die bedoeld is om zich over langere tijd te ontwikkelen, zijn tannines onderdeel van het potentiële karakter van de wijn. Met de tijd veranderen hun textuur en integratie. De wijn kan daardoor geleidelijk minder hoekig en meer verweven gaan aanvoelen.

Het is daarom belangrijk om de tannines van Barbaresco niet alleen als een kwestie van zachtheid te beoordelen. Belangrijker is hoe zij zich verhouden tot het fruit, de zuren, het alcoholgehalte en de concentratie van de wijn.

Een goede Barbaresco heeft niet noodzakelijk weinig tannine. De kwaliteit zit in de samenhang ervan.

Aromatische finesse

Naast structuur is aromatische expressie een belangrijk onderdeel van de stijl.

Barbaresco kan in zijn jeugd sterk aromatisch zijn, met rood fruit en florale tonen die zich boven de tannines en zuren kunnen manifesteren. Naarmate de wijn zich ontwikkelt, wordt het aromatische spectrum complexer.

Bloemige indrukken kunnen samengaan met rijper fruit, specerijen, kruiden en aardse tonen. Bij verdere ontwikkeling kunnen aroma’s ontstaan die meer met tertiaire rijping worden geassocieerd, zoals gedroogd fruit, tabak, leer, bosachtige tonen en een bredere aardse complexiteit.

Deze ontwikkeling verloopt niet volgens één vast schema. Het tempo en de aard ervan worden beïnvloed door het oogstjaar, de wijngaard, de vinificatie, de opvoeding en de omstandigheden waaronder de fles zich ontwikkelt.

Daarom is de aromatische complexiteit van Barbaresco geen verzameling vaste geurnoten. Het is een proces.

Jong en volwassen Barbaresco

De stijl van Barbaresco verandert aanzienlijk gedurende zijn ontwikkeling.

Een jonge Barbaresco kan vooral worden gekenmerkt door fris rood fruit, florale aroma’s, levendige zuren en duidelijk aanwezige tannines. De wijn kan daardoor strak, gespannen en soms wat gesloten overkomen.

Dat betekent niet dat een jonge Barbaresco geen kwaliteit toont. Integendeel. Juist de combinatie van fruit, zuren en tannines kan laten zien hoeveel ontwikkelingspotentieel een wijn bezit.

Met de jaren verschuift het evenwicht.

Het primaire fruit treedt geleidelijk minder nadrukkelijk naar voren en maakt plaats voor complexere aroma’s. De tannines worden doorgaans meer geïntegreerd en de verschillende onderdelen van de wijn gaan sterker met elkaar verweven raken.

Een volwassen Barbaresco hoeft daardoor niet per se krachtiger te smaken dan een jonge. Vaak is het tegenovergestelde waar. De wijn kan zachter, breder en complexer worden, terwijl de onderliggende structuur nog steeds duidelijk aanwezig blijft.

De ontwikkeling van Barbaresco is daarmee geen overgang van kracht naar zwakte, maar van afzonderlijke componenten naar meer samenhang.

Barbaresco is niet één stijl

Hoewel er een duidelijk herkenbaar klassiek profiel bestaat, bestaat er niet één uniforme stijl van Barbaresco.

De verschillen tussen producenten kunnen aanzienlijk zijn. Sommige wijnmakers zoeken een uitgesproken traditionele expressie, met nadruk op structuur, lange ontwikkeling en grote houten vaten. Andere producenten werken met kleinere houten vaten of een andere verhouding tussen fruit, extractie en houtinvloed.

Ook binnen eenzelfde kelder kunnen verschillende Barbaresco’s ontstaan door verschillen in wijngaard, ligging, bodem, leeftijd van de wijnstokken en oogstjaar.

Daarom is het niet zinvol om Barbaresco tegenover een simpele tegenstelling als traditioneel versus modern te plaatsen. Belangrijker is de vraag hoe de keuzes van de producent de natuurlijke structuur en geografische expressie van de wijn beïnvloeden.

Een geslaagde Barbaresco blijft herkenbaar als Barbaresco, maar kan tegelijkertijd duidelijk het karakter van zijn producent en herkomst laten zien.

De invloed van het oogstjaar

Ook het klimaat van een bepaald jaar heeft directe invloed op de uiteindelijke stijl.

In koelere jaren kunnen zuren en tannines nadrukkelijker aanwezig zijn en kan het fruit een strakkere, meer lineaire indruk geven. In warmere jaren kunnen rijpheid, alcohol en fruitconcentratie sterker naar voren komen.

Dat betekent niet automatisch dat een warm jaar betere of slechtere Barbaresco oplevert.

De kwaliteit hangt af van de manier waarop de rijping zich gedurende het groeiseizoen heeft ontwikkeld en van de mate waarin de producent de oogst en vinificatie daarop heeft afgestemd.

Juist omdat Nebbiolo zo sterk reageert op verschillen in rijpheid en groeiseizoen, kan het karakter van Barbaresco van jaar tot jaar merkbaar veranderen.

De specifieke kenmerken van verschillende oogstjaren komen later in dit dossier uitgebreid aan bod.

De invloed van de herkomst

De stijl van Barbaresco wordt uiteindelijk ook bepaald door waar de druiven vandaan komen.

De vier productiegebieden van Barbaresco, Neive, Treiso en het binnen Alba gelegen deel van San Rocco Seno d’Elvio vormen samen één appellation, maar zijn geen volledig homogeen landschap.

Hoogte, expositie, hellingsgraad, bodemopbouw, luchtstromen, waterbeschikbaarheid en lokale klimatologische omstandigheden kunnen verschillen. Daardoor kunnen wijnen binnen dezelfde DOCG uiteenlopende accenten laten zien.

Dat wordt vooral interessant wanneer Barbaresco niet langer alleen als appellation wordt bekeken, maar als een verzameling historische geografische herkomsten.

De MGA’s maken het mogelijk om die geografische verschillen steeds preciezer te bestuderen. Dat onderwerp wordt later in dit dossier uitvoerig behandeld.

Een wijn van balans

Het meest kenmerkende aan de stijl van Barbaresco is uiteindelijk niet één aroma of één structureel element.

Het is balans.

Een goede Barbaresco hoeft niet extreem krachtig te zijn, extreem fruitig, extreem houtgerijpt of extreem zacht. De kwaliteit ontstaat wanneer de verschillende componenten elkaar ondersteunen.

Zuren geven spanning.

Tannines geven structuur.

Fruit geeft energie en herkenbaarheid.

Aromatische ontwikkeling geeft complexiteit.

Alcohol geeft volume en warmte.

De herkomst geeft richting.

De tijd brengt deze elementen steeds verder bij elkaar.

Daarmee is Barbaresco een wijn die zich moeilijk laat beoordelen op één moment of aan de hand van één eigenschap. Zijn karakter ligt juist in de relatie tussen de verschillende elementen.

Van stijl naar ontwikkeling

Wie Barbaresco werkelijk wil begrijpen, moet daarom niet alleen vragen hoe de wijn vandaag smaakt, maar ook hoe hij zich kan ontwikkelen.

De jonge wijn laat vooral de structuur en primaire aromatische expressie zien. Naarmate de tijd verstrijkt, verandert de verhouding tussen fruit, tannine, zuren en aroma’s. De wijn wordt niet eenvoudigweg ouder, maar ontwikkelt een andere vorm van complexiteit.

Dat maakt leeftijd een wezenlijk onderdeel van de identiteit van Barbaresco.

In het volgende hoofdstuk staat daarom niet meer de algemene stijl centraal, maar de ontwikkeling van Barbaresco door de tijd: hoe de wijn rijpt, welke veranderingen zich in fles en glas voltrekken en waarom sommige Barbaresco’s veel langer kunnen ontwikkelen dan andere.

Hoofdstuk 7 — Rijping en ontwikkeling

Barbaresco is een wijn die met de tijd verandert

Een van de wezenlijke kenmerken van Barbaresco is zijn vermogen om zich gedurende langere tijd te ontwikkelen. De wijn die kort na zijn vrijgave wordt gedronken, is niet noodzakelijk dezelfde wijn die tien, vijftien of twintig jaar later uit dezelfde fles komt.

Dat betekent niet dat oudere Barbaresco per definitie beter is dan jonge Barbaresco. Leeftijd is geen kwaliteitscategorie op zichzelf. Een jonge wijn kan levendig, expressief en indrukwekkend zijn, terwijl een oudere fles haar beste moment al kan hebben gehad.

De betekenis van rijping ligt ergens anders.

Tijd verandert de verhouding tussen de verschillende elementen van de wijn. Fruit wordt minder primair, aroma’s worden complexer, tannines veranderen van textuur en de verschillende componenten raken steeds sterker met elkaar verweven.

Bij Barbaresco is die ontwikkeling bijzonder interessant omdat Nebbiolo vanaf het begin een combinatie van zuren en tannines meebrengt die de wijn structuur en spanning geeft.

Rijping begint al vóór de fles

De ontwikkeling van Barbaresco begint niet op het moment dat de kurk wordt geplaatst.

Ook tijdens de vinificatie en de opvoeding in de kelder verandert de wijn voortdurend. Fermentatie, maceratie, malolactische omzetting, houtopvoeding en de daaropvolgende rustperiode zorgen ervoor dat de wijn zich geleidelijk ontwikkelt voordat hij uiteindelijk wordt gebotteld.

Daarna begint een andere fase.

In de fles vindt geen verdere alcoholische gisting plaats, maar de wijn blijft chemisch veranderen. Zuurstof speelt daarbij een zeer kleine maar belangrijke rol. Via de kurk en de wijn zelf vinden langzaam processen plaats die de geur, kleur en textuur van de wijn beïnvloeden.

Flesrijping is daarom geen simpel wachten.

De wijn verandert voortdurend, maar op een veel langzamer tempo dan tijdens de productie.

De structuur van Barbaresco bepaalt mede het ontwikkelingspotentieel

De mogelijkheid om zich goed te ontwikkelen is nauw verbonden met de structuur van de wijn.

Zuren en tannines spelen daarbij een belangrijke rol. Zij geven de jonge wijn spanning en weerstand tegen snelle ontwikkeling. Een goed opgebouwde Barbaresco kan daardoor jarenlang zijn identiteit behouden terwijl de aromatische en textuurmatige kenmerken geleidelijk veranderen.

Maar structuur alleen is niet voldoende.

Ook fruitconcentratie, rijpheid, alcohol, extract, balans en de kwaliteit van de tannines spelen een rol. Een wijn met veel tannine is daarom niet automatisch een wijn die goed kan ouderen.

Het gaat om de verhouding tussen de verschillende componenten.

Een grote Barbaresco beschikt over voldoende structuur om zich te ontwikkelen, maar ook over voldoende fruit en aromatische complexiteit om tijdens die ontwikkeling iets te behouden en iets nieuws te laten ontstaan.

De eerste jaren: spanning en structuur

In zijn jeugd kan Barbaresco nog sterk worden gedomineerd door zijn structuur.

De tannines kunnen stevig en samentrekkend zijn. De zuren geven spanning en het fruit heeft vaak een uitgesproken frisse en primaire indruk. De aromatische expressie kan al groot zijn, maar de verschillende componenten staan nog relatief duidelijk naast elkaar.

Dat is een belangrijk kenmerk van jonge Barbaresco.

De wijn kan aromatisch aantrekkelijk zijn en tegelijkertijd streng smaken. De neus kan al veel beloven terwijl de mond nog wordt gedomineerd door tannine en zuren.

Voor sommige wijnen is dit een relatief korte fase. Andere Barbaresco’s blijven veel langer gesloten of streng.

De leeftijd van de wijn is daarom nooit de enige maatstaf. De ontwikkeling hangt samen met het specifieke oogstjaar, de wijngaard, de producent en de manier waarop de wijn is gemaakt en opgevoed.

Wanneer de tannines veranderen

Een van de meest merkbare veranderingen tijdens flesrijping betreft de tannines.

Jonge tannines kunnen droog, korrelig en duidelijk samentrekkend zijn. Naarmate de wijn zich ontwikkelt, verandert hun textuur. De tannines worden doorgaans minder dominant en voelen meer verweven met de rest van de wijn.

Dat wordt vaak omschreven als het “zachter worden” van de tannines.

Die omschrijving is echter enigszins misleidend. De tannines verdwijnen niet eenvoudigweg. De structuur van de wijn verandert.

Daardoor kan een oudere Barbaresco veel zachter aanvoelen zonder dat hij zijn oorspronkelijke ruggengraat heeft verloren.

Dit is een van de redenen waarom een wijn die in zijn jeugd streng lijkt, na jaren flesrijping een veel harmonieuzere indruk kan geven.

Van fruit naar complexiteit

Ook het aromatische profiel verandert.

Bij jonge Barbaresco staat het primaire fruit doorgaans dichter aan de oppervlakte. Naarmate de wijn ouder wordt, neemt het directe fruitkarakter geleidelijk af en ontstaat ruimte voor meer complexe aroma’s.

Florale tonen kunnen zich ontwikkelen richting gedroogde bloemen. Fris rood fruit kan plaatsmaken voor gedroogder fruit. Daarnaast kunnen tonen ontstaan die doen denken aan kruiden, specerijen, bosgrond, tabak, leer en andere aardse of tertiaire aroma’s.

Het is belangrijk deze ontwikkeling niet te zien als een eenvoudige vervanging van “goed fruit” door “oude aroma’s”.

Een goed ontwikkelde Barbaresco verliest niet noodzakelijk zijn identiteit. De oorspronkelijke fruit- en florale expressie vormt juist een onderdeel van de basis waarop de latere complexiteit ontstaat.

Daarom kan een volwassen Barbaresco tegelijk herkenbaar als Nebbiolo én duidelijk anders zijn dan dezelfde wijn in zijn jeugd.

De kleur vertelt het verhaal gedeeltelijk

De kleur verandert eveneens tijdens de rijping.

Jonge Barbaresco kan robijnrood en relatief transparant zijn. Met de jaren wordt de kleur meer granaatrood en uiteindelijk kunnen oranje- of bruine nuances ontstaan.

Bij Barbaresco is dat kleurverloop bijzonder zichtbaar omdat Nebbiolo van nature geen extreem donkere kleur geeft.

Toch moet de kleur voorzichtig worden geïnterpreteerd.

Een oudere Barbaresco met een lichtere, naar granaat neigende kleur hoeft niet dun of vermoeid te zijn. Omgekeerd betekent een nog steeds relatief diepe kleur niet automatisch dat de wijn jong of krachtig is.

De ontwikkeling van een wijn moet uiteindelijk in geur en smaak worden beoordeeld.

Rijping is geen rechte lijn

Wijnontwikkeling verloopt niet lineair.

Een Barbaresco kan perioden kennen waarin hij zeer aromatisch en toegankelijk is, gevolgd door een fase waarin hij zich meer gesloten presenteert. Een wijn kan daardoor op verschillende momenten in zijn leven anders overkomen.

Dat verschijnsel wordt vaak aangeduid als een wijn die zich in een “gesloten fase” bevindt.

Het is belangrijk daar niet te snel conclusies aan te verbinden. Een gesloten wijn hoeft geen slechte wijn te zijn en een zeer expressieve wijn hoeft niet noodzakelijk dichter bij zijn optimale drinkmoment te zitten.

Wijn is een dynamisch systeem.

Daarom kan een Barbaresco bij verschillende proeverijen, zelfs wanneer de flessen uit hetzelfde oogstjaar komen, een andere indruk geven.

De rol van het oogstjaar

Niet iedere jaargang ontwikkelt zich op dezelfde manier.

Het groeiseizoen bepaalt in belangrijke mate de rijpheid van de druiven, de verhouding tussen zuren en suikers, de ontwikkeling van tannines en de aromatische concentratie. Daardoor begint iedere jaargang met een iets andere uitgangspositie.

Een klassiek koel en uitgebalanceerd jaar kan een andere ontwikkeling laten zien dan een warm jaar met hoge rijpheid.

Dat betekent opnieuw niet dat één type jaar automatisch beter geschikt is voor lange rijping.

Een warm jaar kan voldoende structuur en frisheid behouden om uitstekend te ouderen. Een koeler jaar kan prachtig ontwikkelen wanneer de druiven voldoende rijpheid en concentratie hadden.

Het uiteindelijke resultaat wordt bepaald door het geheel van het groeiseizoen en de manier waarop de producent daarop heeft gereageerd.

De afzonderlijke kenmerken van de verschillende oogstjaren worden daarom in hoofdstuk 8 behandeld.

De wijngaard heeft invloed op de levensduur

Ook de herkomst van de druiven speelt een rol.

Een Barbaresco uit een wijngaard met een bepaalde combinatie van hoogte, expositie, bodem, waterbeschikbaarheid en microklimaat kan een andere structuur en rijpingscurve hebben dan een wijn uit een andere ligging.

Daarmee wordt opnieuw duidelijk waarom Barbaresco niet als één uniforme wijn kan worden beschouwd.

De geografische oorsprong beïnvloedt niet alleen hoe een jonge wijn smaakt, maar ook hoe die wijn zich kan ontwikkelen.

Een wijn met veel spanning en structuur kan in zijn jeugd gesloten zijn en pas later zijn volledige aromatische complexiteit tonen. Een meer direct expressieve wijn kan jonger al toegankelijker zijn.

Dat verschil vormt een belangrijk onderdeel van het begrip terroir, maar de specifieke relatie tussen herkomst en ontwikkeling komt later in het dossier uitgebreider aan bod.

Producerkeuzes werken door tot in de fles

De ontwikkeling van Barbaresco wordt ook beïnvloed door keuzes in de kelder.

De mate van extractie, de duur van de maceratie, het type hout, de grootte van de houten vaten, de duur van de opvoeding en het moment waarop de wijn wordt gebotteld, bepalen mede de uitgangspositie van de fles.

Traditionele grote botti en kleinere houten vaten kunnen bijvoorbeeld verschillende accenten leggen in de ontwikkeling van de wijn. Dat betekent niet dat de ene methode per definitie beter is dan de andere.

Belangrijk is dat de opvoeding past bij de structuur en het karakter van de wijn.

Wanneer hout, tannine, alcohol en fruit goed geïntegreerd zijn, kan de wijn zich harmonieus ontwikkelen. Wanneer een element te sterk aanwezig is, kan dat ook na jaren nog zichtbaar blijven.

Tijd corrigeert niet automatisch alles.

Hout rijpt niet weg

Een hardnekkig misverstand bij gerijpte wijn is dat sterk houtgebruik vanzelf verdwijnt.

Dat gebeurt niet altijd.

Hout kan tijdens de ontwikkeling van een wijn beter worden geïntegreerd en daardoor minder nadrukkelijk worden ervaren. Maar wanneer de houtinvloed vanaf het begin te groot is geweest, kan die invloed ook op latere leeftijd herkenbaar blijven.

Bij Barbaresco is dit belangrijk omdat hout traditioneel een rol speelt in de opvoeding.

Grote houten vaten geven doorgaans een andere invloed dan kleine barriques. Het doel van een goede opvoeding is niet om de wijn naar hout te laten smaken, maar om de wijn voldoende tijd en een geschikte omgeving te geven om zich te ontwikkelen.

Barbaresco en flesleeftijd

De wettelijke rijpingstijd geeft een minimum aan, geen optimale drinkleeftijd.

Barbaresco mag volgens de huidige DOCG-regels pas vanaf 1 januari van het derde jaar na de oogst op de markt worden gebracht. Voor Riserva geldt 1 januari van het vijfde jaar na de oogst. Voor beide geldt bovendien een verplichte periode van minimaal negen maanden houtopvoeding.

Daarmee onderscheidt de regelgeving de wijn al vóór verkoop van veel jongere rode wijnen.

Maar de wettelijke leeftijd waarop Barbaresco mag worden verkocht, zegt niets over het moment waarop een specifieke fles op haar best is.

De ene Barbaresco kan kort na vrijgave al aantrekkelijk drinken. Een andere kan dan nog duidelijk gesloten zijn en pas jaren later zijn volledige complexiteit tonen.

De wettelijke rijping is dus een ondergrens, geen voorspelling van de levensduur.

Barbaresco en Riserva

Riserva is niet simpelweg een oudere versie van Barbaresco.

De wettelijke rijpingsduur is langer, maar leeftijd alleen bepaalt niet de kwaliteit. Een Riserva moet ook als wijn voldoende inhoud, structuur en balans hebben om een langere ontwikkeling zinvol te maken.

De extra tijd in kelder en fles kan de wijn meer gelegenheid geven om zich te ontwikkelen, maar het uitgangsmateriaal blijft bepalend.

Een goed gemaakte standaard-Barbaresco uit een uitstekend oogstjaar kan indrukwekkender en langer houdbaar zijn dan een minder geslaagde Riserva.

Daarom moet de aanduiding Riserva niet worden gelezen als een automatische kwaliteitsgarantie. Het is een wettelijke categorie met een langere minimale rijping, niet een vervanging voor terroir, oogstjaar en wijnmakerskwaliteit.

Wanneer is een Barbaresco op zijn hoogtepunt?

Er bestaat geen universeel antwoord.

Het optimale drinkmoment wordt bepaald door de wijn zelf en door de voorkeur van degene die hem drinkt.

Sommige liefhebbers waarderen Barbaresco wanneer de tannines nog duidelijk aanwezig zijn en het primaire fruit en de florale aroma’s volop spreken. Anderen wachten liever totdat de wijn ronder, complexer en meer tertiair is geworden.

Beide benaderingen zijn verdedigbaar.

Bij grote Barbaresco’s is het juist interessant om verschillende ontwikkelingsfasen naast elkaar te ervaren. Een jonge fles laat de energie en structuur zien. Een meer ontwikkelde fles laat zien hoe die structuur in complexiteit kan veranderen.

De vraag is daarom niet alleen: “Hoe oud is deze Barbaresco?”

De interessantere vraag is:

“In welke fase van zijn ontwikkeling bevindt deze Barbaresco zich?”

Niet iedere Barbaresco is bedoeld voor tientallen jaren

Hoewel Barbaresco een grote reputatie heeft als bewaarwijn, moet niet iedere fles automatisch tientallen jaren worden weggelegd.

De appellation bepaalt niet in haar eentje het bewaarpotentieel.

Wijngaard, oogstjaar, opbrengst, druivenkwaliteit, vinificatie, opvoeding en producent spelen allemaal een rol. Ook de omstandigheden waaronder de fles wordt bewaard zijn bepalend.

Een eenvoudige Barbaresco die bedoeld is om relatief jong te drinken, kan veel minder baat hebben bij zeer lange opslag dan een geconcentreerde wijn uit een uitzonderlijke wijngaard en jaargang.

Daarom is “Barbaresco kan lang ouderen” een betere formulering dan “Barbaresco moet lang ouderen”.

Bewaren is onderdeel van de ontwikkeling

Wanneer een Barbaresco langere tijd wordt bewaard, zijn stabiele omstandigheden belangrijk.

Grote temperatuurschommelingen versnellen ongewenste veranderingen. Ook langdurige blootstelling aan hoge temperaturen kan de ontwikkeling van wijn negatief beïnvloeden.

Een goede wijnkelder of geschikte wijnklimaatkast biedt daarom niet alleen een plaats om flessen neer te leggen, maar vormt onderdeel van het rijpingsproces.

De fles moet de tijd krijgen om zich langzaam en gecontroleerd te ontwikkelen.

Dat is uiteindelijk het doel van bewaren: niet simpelweg een oude wijn creëren, maar de ontwikkeling van de wijn onder zo gunstig mogelijke omstandigheden laten plaatsvinden.

Het verschil tussen leeftijd en ontwikkeling

Een oude wijn is niet automatisch een ontwikkelde wijn.

Leeftijd is een kalendergegeven. Ontwikkeling is wat er daadwerkelijk in de fles gebeurt.

Twee Barbaresco’s uit hetzelfde oogstjaar kunnen zich verschillend ontwikkelen. Twee flessen van dezelfde wijn kunnen eveneens verschillen door opslagomstandigheden, flesvariatie en natuurlijke verschillen.

Daarom is het bij oudere Barbaresco belangrijk om leeftijd nooit los te zien van de conditie van de fles.

Een wijn van twintig jaar oud kan nog vitaal, fris en complex zijn. Een andere wijn van dezelfde leeftijd kan vermoeid of voorbij zijn.

De kalender vertelt wanneer de druiven zijn geoogst.

De fles vertelt hoe de wijn zich sindsdien heeft ontwikkeld.

De ontwikkeling van Barbaresco als onderdeel van zijn identiteit

De mogelijkheid om zich door de tijd heen te ontwikkelen is geen bijkomstigheid van Barbaresco.

Ze behoort tot de manier waarop de wijn moet worden begrepen.

In zijn jeugd toont Barbaresco vooral zijn structuur, frisheid en primaire aromatische karakter. Met de tijd verschuift de nadruk naar integratie en complexiteit. De tannines worden meer verweven, het fruit verandert van karakter en nieuwe aromatische lagen komen naar voren.

Daarbij blijft de oorspronkelijke identiteit aanwezig.

Een grote Barbaresco wordt door ouder worden niet een compleet andere wijn. Hij laat steeds meer aspecten zien van wat al in de jonge wijn aanwezig was.

Dat is misschien wel de meest fascinerende eigenschap van rijping.

Tijd voegt niet eenvoudigweg iets aan Barbaresco toe. Tijd onthult wat er al in de wijn aanwezig was.

Van ontwikkeling naar oogstjaar

De ontwikkeling van Barbaresco kan dus niet los worden gezien van zijn uitgangspositie.

De wijn begint ieder jaar met andere omstandigheden. Het klimaat beïnvloedt de groei en rijping van Nebbiolo. De ligging van de wijngaard beïnvloedt de manier waarop die rijping verloopt. De producent maakt keuzes die de uiteindelijke structuur en stijl mede bepalen.

Daarom is geen enkele Barbaresco volledig los te zien van zijn jaargang.

Wie Barbaresco over langere tijd wil begrijpen, doet er dan ook goed aan verschillende oogstjaren naast elkaar te proeven. Dan wordt zichtbaar dat het verschil tussen jaren niet alleen betrekking heeft op kwaliteit, maar ook op structuur, aromatische expressie, rijpheid en ontwikkelingspotentieel.

In het volgende hoofdstuk staat daarom het oogstjaar centraal: wat een vintage tot een bepaald type Barbaresco maakt, hoe weersomstandigheden de wijn beïnvloeden en waarom sommige jaargangen zich anders ontwikkelen dan andere.

Hoofdstuk 8 — De oogstjaren van Barbaresco

Geen enkele Barbaresco is volledig los te zien van zijn jaargang

Een Barbaresco draagt niet alleen de naam van zijn producent en zijn herkomst. Ook het jaar waarin de druiven werden geoogst, is onderdeel van zijn identiteit.

Het oogstjaar bepaalt niet rechtstreeks of een Barbaresco goed of slecht is. Het bepaalt vooral de omstandigheden waaronder Nebbiolo heeft moeten groeien, rijpen en uiteindelijk worden geoogst. Temperatuur, neerslag, droogte, nachtelijke afkoeling, hagel, vorst en de timing van belangrijke groeifasen hebben invloed op de druif. De keuzes van de wijnmaker bepalen vervolgens hoe die omstandigheden in de wijn tot uitdrukking komen.

Daarom kunnen twee Barbaresco’s van dezelfde producent en uit dezelfde wijngaard, maar uit verschillende jaren, opvallend van elkaar verschillen.

De ene jaargang kan meer spanning en frisheid tonen. Een andere kan rijper, voller en warmer overkomen. Weer een andere kan juist een strengere structuur hebben die pas na langere ontwikkeling volledig tot zijn recht komt.

Het oogstjaar is daarmee geen voetnoot bij Barbaresco.

Het is een onderdeel van de wijn.

Het groeiseizoen is bepalend

Nebbiolo is een laat rijpend ras. Dat betekent dat de omstandigheden aan het einde van het groeiseizoen bijzonder belangrijk zijn.

Een warme zomer kan de rijping versnellen, maar extreme hitte of droogte kan tegelijkertijd stress veroorzaken. Een koelere periode kan de rijping vertragen, maar kan onder gunstige omstandigheden juist bijdragen aan het behoud van zuren en aromatische frisheid.

Vooral de overgang van zomer naar herfst is belangrijk.

Wanneer september en het begin van oktober zonnige dagen combineren met koele nachten, kan Nebbiolo langzaam en evenwichtig rijpen. De druiven kunnen voldoende suikers ontwikkelen terwijl zuren behouden blijven en de fenolische rijping verdergaat.

Daarom is het weer in september en oktober bij Barbaresco vaak minstens zo interessant als de temperatuur midden in de zomer.

Warmte is niet hetzelfde als kwaliteit

Het is verleidelijk om warme jaren automatisch als rijkere of betere jaren te beschouwen.

Dat is te eenvoudig.

Warmte kan zorgen voor een hogere rijpheid en meer volume, maar extreme hitte kan de plant ook onder druk zetten. Droogte kan de waterbeschikbaarheid beperken en daarmee de ontwikkeling van de druiven beïnvloeden.

De kwaliteit van een warm jaar hangt daarom sterk af van de vraag hoe de warmte in het gehele groeiseizoen is ingebed.

Een jaar met hoge temperaturen maar voldoende waterreserves en koele nachten kan heel andere wijnen opleveren dan een jaar waarin langdurige hitte samenvalt met ernstige droogte.

Ook de ligging van de wijngaard wordt dan belangrijker. Hoogte, expositie, bodem en waterbeschikbaarheid kunnen bepalen hoe sterk een perceel op extreme omstandigheden reageert.

Koele jaren zijn niet automatisch zwakke jaren

Het tegenovergestelde geldt eveneens.

Een koeler jaar hoeft geen lichte of eenvoudige Barbaresco op te leveren. Wanneer de druiven uiteindelijk voldoende rijp worden en de herfst gunstige omstandigheden biedt, kan een koeler groeiseizoen wijnen voortbrengen met veel spanning, aromatische precisie en een sterke structuur.

Nebbiolo heeft bovendien juist baat bij een lang groeiseizoen waarin de verschillende vormen van rijping zich voldoende kunnen ontwikkelen.

Daarom is de vraag niet alleen hoe warm een jaar was.

Belangrijker is hoe het volledige groeiseizoen verliep.

De oogstdatum vertelt veel

De datum waarop Nebbiolo wordt geoogst, is een nuttige aanwijzing voor het karakter van een jaar.

Een vroege oogst kan het gevolg zijn van een vroeg groeiseizoen, snelle rijping of omstandigheden die de wijnmaker ertoe brengen eerder te oogsten. Een late oogst kan wijzen op een langer en geleidelijker rijpingsproces.

Maar ook hier geldt dat een vroege of late oogst op zichzelf niets zegt over kwaliteit.

Een vroeg jaar kan uitstekend zijn wanneer de druiven hun noodzakelijke rijpheid behouden. Een laat jaar kan prachtig zijn wanneer een lange, stabiele herfst de druiven de tijd geeft om volledig te ontwikkelen.

Het gaat steeds om de combinatie van omstandigheden.

De klassieke Barbaresco-jaargang

Wanneer wijnliefhebbers spreken over een “klassieke” jaargang, bedoelen zij vaak een jaar waarin rijping relatief geleidelijk verliep, met voldoende warmte om Nebbiolo volledig te laten rijpen en voldoende frisheid om de wijn spanning te geven.

Dat soort jaren kan een zeer herkenbare Barbaresco opleveren.

De wijnen hebben vaak een duidelijke structuur, frisse zuren, aromatische precisie en voldoende rijp fruit. Wanneer de tannines goed rijp zijn, kan dat een sterke basis vormen voor verdere ontwikkeling.

Maar “klassiek” betekent niet automatisch “beter”.

Het is vooral een beschrijving van het karakter van de omstandigheden en de stijl die daaruit kan voortkomen.

De invloed van regen

Neerslag heeft gedurende het groeiseizoen verschillende functies.

Regen in de winter en het voorjaar kan bijdragen aan de waterreserves in de bodem. Dat kan later in het seizoen belangrijk zijn wanneer de temperatuur stijgt.

Regen tijdens de bloei kan daarentegen gevolgen hebben voor de vruchtzetting. Veel neerslag kort voor of tijdens de oogst kan bovendien de druk op de gezondheid van de druiven verhogen.

Maar ook hier is timing belangrijk.

Regen na een lange droge periode kan juist zeer waardevol zijn wanneer de bodem en de plant water nodig hebben. In een warm en droog jaar kan een regenperiode in september bijvoorbeeld helpen om de rijping weer in balans te brengen.

Het effect van neerslag moet daarom altijd in relatie tot het moment in het groeiseizoen worden bekeken.

Droogte en hitte

De laatste decennia heeft het begrip “vintage” een extra dimensie gekregen.

Klimaatverandering zorgt ervoor dat hoge temperaturen, langere droge perioden en extreme weersomstandigheden steeds nadrukkelijker onderdeel zijn van de wijnbouw in Piemonte.

De jaargang 2022 is daar een duidelijk voorbeeld van. De Enoteca Regionale beschrijft een warme en droge periode met weinig neerslag in de winter en extreme zomertemperaturen, waarbij in de zomer regelmatig temperaturen boven 35 graden werden gemeten. Regen in september en goede temperatuurverschillen tussen dag en nacht droegen vervolgens bij aan de verdere rijping. De Enoteca beoordeelt 2022 uiteindelijk als een uitstekende jaargang, ondanks de moeilijke omstandigheden, met een lagere productie en wijnen die zowel drinkbaarheid als bewaarpotentieel tonen.

Dat voorbeeld laat goed zien waarom een vintage niet kan worden beoordeeld op één meteorologische factor.

Een extreem warm jaar kan nog steeds goede Barbaresco opleveren wanneer waterreserves, wijngaardligging, timing van regen en temperatuurverschillen uiteindelijk voldoende balans brengen.

2021: een voorbeeld van gematigde omstandigheden

De jaargang 2021 laat een heel ander groeiseizoen zien.

Na een koude en sneeuwrijke winter volgde een relatief milde start van het voorjaar. Een periode van late vorst had slechts beperkte gevolgen voor Nebbiolo. De zomer bleef vervolgens grotendeels stabiel en zonder extreme temperaturen.

In de tweede helft van september ontstonden aanzienlijke verschillen tussen dag- en nachttemperaturen. Volgens de Enoteca Regionale droeg dit bij aan een optimale fenolische rijping van Nebbiolo. Begin oktober beschikten de druiven over een rijke polyfenolische structuur, een belangrijke basis voor gestructureerde en evenwichtige wijnen met een lang ontwikkelingspotentieel.

2021 is daarmee een goed voorbeeld van een jaargang waarin niet extreme warmte, maar de combinatie van rijpheid, structuur en temperatuurverschillen centraal staat.

2020: waterreserves en evenwicht

Ook 2020 laat zien hoe belangrijk de opeenvolging van omstandigheden is.

De eerste maanden van het jaar waren relatief droog en mild. In mei en juni nam de neerslag toe, waardoor belangrijke waterreserves in de bodem konden worden opgebouwd. De zomer kende vervolgens geen extreme temperaturen.

Volgens de Enoteca Regionale kon Nebbiolo daardoor onder gunstige omstandigheden rijpen. Zowel suikergehalte als zuurgraad ontwikkelden zich goed en de polyfenolische rijping verliep gunstig. De jaargang wordt daarom als uitstekend beschouwd, met wijnen die geschikt zijn voor langere ontwikkeling.

Het verschil met 2022 is leerzaam.

Beide jaren kunnen als zeer goed worden beschouwd, maar de weg ernaartoe was duidelijk verschillend. 2020 profiteerde van relatief evenwichtige waterbeschikbaarheid en gematigde zomertemperaturen, terwijl 2022 veel meer werd gekenmerkt door hitte en droogte.

Toch kunnen beide jaargangen kwalitatief overtuigende Barbaresco opleveren.

2019: warmte onder controle

2019 begon met een lange winter en relatief weinig sneeuw. In het voorjaar viel meer neerslag, waardoor waterreserves werden opgebouwd. Een zeer warme periode aan het einde van juni en begin juli werd later gevolgd door gematigder omstandigheden.

De Nebbiolo werd in de tweede helft van oktober geoogst. Volgens de Enoteca waren de analytische kenmerken klassiek, met een goed suikergehalte en een sterk polyfenolisch profiel, geschikt voor gestructureerde wijnen met groot ontwikkelingspotentieel.

Ook hier blijkt dat een warme periode niet los kan worden gezien van wat eraan voorafging en erop volgde.

2018: een geleidelijke ontwikkeling

2018 kende een relatief lange winter en een koel voorjaar met regelmatige neerslag. Later in de zomer namen de temperaturen toe en vanaf ongeveer half juli ontstond een langere stabiele periode.

De rijping versnelde in de tweede helft van het seizoen, terwijl de afwezigheid van grote neerslagproblemen in september bijdroeg aan een goede gezondheid van de druiven. De Enoteca beschrijft de oogst als een jaar met uitstekende analytische parameters.

2018 laat daarmee een ander type vintage zien: een jaar waarin een relatief trage start uiteindelijk werd gevolgd door voldoende warmte en stabiliteit om Nebbiolo goed te laten rijpen.

2017: vroeg en warm

2017 was duidelijk warmer en droger.

Een zachte winter en warme lente zorgden voor een vroege vegetatieve ontwikkeling. Een deel van het gebied kreeg te maken met hagel en vorst, terwijl de zomer warm en droog verliep. De oogst begon daardoor vroeg.

De Enoteca beschrijft de wijnen als bijzonder toegankelijk, met een rijke aromatische expressie en een harmonieuze structuur. Tegelijkertijd was de productie ongeveer twaalf procent lager dan het jaar ervoor.

2017 is daarmee een interessant voorbeeld van een jaar waarin warmte en droogte niet automatisch tot zware wijnen leiden. De uiteindelijke stijl wordt mede bepaald door de omstandigheden tijdens de laatste fase van de rijping en door de manier waarop producenten met het jaar zijn omgegaan.

2016: een evenwichtige grote jaargang

2016 wordt door de Enoteca Regionale gekarakteriseerd als een jaar met een evenwichtig klimaatverloop.

Na een relatief milde winter volgde een koelere lente met regen in april en mei. Vanaf eind juni namen de temperaturen toe, maar warme perioden werden afgewisseld met onweersbuien en duidelijke temperatuurdalingen. Aan het einde van de zomer stabiliseerde het weer en bleef het gunstig tot in de herfst.

De Enoteca beschrijft de Barbaresco’s van 2016 als intens, vol en elegant, met brede fruitige en florale aroma’s, een krachtige en persistente smaak en een groot ontwikkelingspotentieel.

2016 wordt daarmee vaak gezien als een goed voorbeeld van het type evenwicht dat voor Nebbiolo bijzonder gunstig kan zijn.

2015 en de betekenis van zonnige jaren

2015 behoort tot de warmere jaren van het afgelopen decennium en wordt algemeen gezien als een jaargang waarin rijpheid en concentratie duidelijk aanwezig zijn.

Maar ook bij een zonnig jaar blijft de vraag hoe de warmte zich over het groeiseizoen verdeelde. Voor Barbaresco is het niet voldoende dat de druiven veel suiker ontwikkelen. De fenolische rijping van schillen en pitten, de zuurgraad en de aromatische ontwikkeling moeten eveneens in balans blijven.

Dit is precies waarom wijnmakers bij warme jaren verschillende wijngaarden en oogstmomenten anders kunnen benaderen.

Een zuidgerichte helling, een hoger gelegen perceel en een koeler gelegen wijngaard kunnen in hetzelfde jaar zeer verschillende uitgangsposities hebben.

2014: een jaar waarin september het verschil maakte

2014 wordt vaak aangehaald als voorbeeld van het belang van het einde van het groeiseizoen.

Het jaar kende in Piemonte een relatief wisselvallig verloop, met een koeler en natter karakter. De zomer kende afwisselend warme en koelere perioden.

September bracht vervolgens precies de omstandigheden die Nebbiolo nodig heeft: zonnige dagen en koele nachten.

De Enoteca Regionale beschrijft 2014 als een jaar met gezonde druiven, een brede aromatische expressie, goede intensiteit en een duidelijke geschiktheid voor verdere ontwikkeling.

2014 is daarmee een goed voorbeeld van waarom een vintage niet kan worden samengevat met “warm” of “koud”.

Een jaar kan gedurende lange tijd problematisch lijken en uiteindelijk toch zeer interessante wijnen voortbrengen wanneer de laatste rijpingsfase gunstig verloopt.

2013: structuur en spanning

2013 kende een relatief koel en wisselvallig groeiseizoen, maar de laatste fase van het jaar verliep gunstig.

De oogst begon rond 10 oktober. Volgens de historische informatie van de Enoteca Regionale ontwikkelden zich wijnen met belangrijke zuren, een diepe smaak, een brede aromatische expressie en een lange levensduur. De jaargang werd bovendien gezien als een klassieke, late vintage waarin zonnige liggingen en zorgvuldig wijngaardbeheer extra belangrijk waren.

2013 laat daarmee een karakter zien dat liefhebbers van gestructureerde en lang ontwikkelende Barbaresco kan aanspreken.

2012, 2011 en 2010: drie verschillende gezichten

De jaren 2010 tot en met 2012 laten mooi zien hoe sterk opeenvolgende oogstjaren van elkaar kunnen verschillen.

2012 kende een koude start, met uitzonderlijke kou in februari, gevolgd door een warme zomer. Ondanks de extreme omstandigheden beschrijft de Enoteca de wijnen als gestructureerd en substantieel, met brede aroma’s en een goed ontwikkelingspotentieel.

2011 was ongebruikelijk door een zeer warme lente, gevolgd door een gematigder zomer en een koelere tweede helft van het seizoen. De Barbaresco’s werden door de Enoteca omschreven als complex en zeer gestructureerd.

2010 was juist een laat jaar. Koude en regenachtige omstandigheden in het voorjaar werden gevolgd door een betere septembermaand. De oogst vond begin oktober plaats en de wijnen werden gekenmerkt door harmonie, complexe aroma’s en een elegante verhouding tussen structuur en frisheid.

Deze drie jaren laten zien dat een jaargang niet simpelweg in een ranglijst hoeft te worden geplaatst.

Ze vertegenwoordigen verschillende uitdrukkingen van Barbaresco.

Oude jaargangen lezen

Bij oudere jaargangen wordt de vraag naar kwaliteit ingewikkelder.

Een vintage die in zijn jeugd zeer gestructureerd was, kan na vele jaren juist bijzonder harmonieus zijn geworden. Een jaar dat aanvankelijk toegankelijk en fruitig overkwam, kan eerder zijn hoogtepunt bereiken.

Daarom moet een historische jaargang altijd worden bekeken vanuit het moment waarop de wijn wordt gedronken.

Een beoordeling van een vintage kort na de oogst zegt niet noodzakelijk hoe dezelfde wijn twintig jaar later zal smaken.

Ook de producent speelt daarbij een grote rol.

Een sterke wijnmaker kan moeilijke omstandigheden vaak beter interpreteren dan een minder ervaren producent. Binnen één jaargang kunnen daarom aanzienlijke verschillen tussen producenten bestaan.

Vintage en terroir zijn niet van elkaar te scheiden

Het oogstjaar werkt bovendien nooit los van de wijngaard.

Dezelfde hoeveelheid regen heeft niet overal hetzelfde effect. Een diepe bodem kan meer water vasthouden dan een ondiepe bodem. Een hoger gelegen wijngaard kan anders reageren op hitte dan een lager gelegen perceel. Een expositie die in een koel jaar gunstig is, kan in een extreem warm jaar juist andere voordelen of nadelen hebben.

Daarom is het onmogelijk om een vintage volledig te begrijpen zonder ook naar de herkomst te kijken.

Dit wordt steeds belangrijker naarmate klimaatverschillen groter worden.

De beste Barbaresco’s van een warm jaar komen niet noodzakelijk uit dezelfde plekken als de beste wijnen van een koel jaar.

De invloed van klimaatverandering

De klassieke manier waarop wijnliefhebbers over vintages spreken, verandert eveneens.

Waar vroeger vooral werd gekeken naar warm versus koel, droog versus nat en vroeg versus laat, spelen tegenwoordig ook extreme weersomstandigheden een steeds grotere rol.

Hittegolven, langdurige droogte, zware regenbuien, late vorst en hagel kunnen binnen één groeiseizoen voorkomen.

Dat maakt het moeilijker om een jaargang met één woord te karakteriseren.

Tegelijkertijd laat Barbaresco zien dat de wijnbouw zich aan deze omstandigheden kan aanpassen. De heuvels, verschillende hoogtes en exposities, verschillen in bodem en de ervaring van producenten bieden mogelijkheden om met veranderende omstandigheden om te gaan.

De invloed van klimaatverandering op Barbaresco is daarom niet alleen een verhaal van risico’s. Het is ook een verhaal over aanpassing.

Dat onderwerp krijgt later in dit dossier een eigen plaats in het hoofdstuk over klimaat en klimaatverandering.

Hoe moet een vintage worden beoordeeld?

Een goede beoordeling van een Barbaresco-jaargang begint daarom niet met de vraag:

“Was dit een goed jaar?”

Beter zijn vragen als:

Hoe verliep het groeiseizoen?

Wanneer trad de warmte op?

Was er voldoende water beschikbaar?

Hoe verliep de rijping in september?

Behield Nebbiolo voldoende zuren?

Hoe ontwikkelden de tannines zich?

Wanneer vond de oogst plaats?

En vooral: hoe hebben de producenten op die omstandigheden gereageerd?

Pas wanneer die vragen samen worden bekeken, ontstaat een werkelijk beeld van een vintage.

Een jaargang is een stijl, geen cijfer

Vintagecharts zijn handig als eerste oriëntatie, maar ze vertellen slechts een deel van het verhaal.

Een score van bijvoorbeeld vier of vijf sterren kan een nuttige samenvatting zijn, maar kan nooit alle verschillen tussen producenten, wijngaarden en wijnen weergeven.

Voor Barbaresco is dat onderscheid bijzonder relevant.

Een uitstekend jaar kan minder overtuigende wijnen bevatten. Een moeilijker jaar kan verrassend goede flessen opleveren. Een producent met oude wijnstokken op een gunstige ligging kan in een lastig jaar een wijn maken die boven het gemiddelde van de jaargang uitstijgt.

De vintage is daarom geen eindbeoordeling.

Het is een context.

De grote jaargangen

In de recente geschiedenis worden verschillende jaren door de producenten en gespecialiseerde wijnwereld als bijzonder sterk beschouwd. 2010, 2013, 2015, 2016, 2019, 2020 en 2021 worden vaak genoemd vanwege hun combinatie van rijpheid, structuur, frisheid en ontwikkelingspotentieel, hoewel de precieze waardering per producent en wijngaard kan verschillen.

Ook 2022 verdient inmiddels aandacht. De omstandigheden waren aanzienlijk extremer, maar de kwaliteit bleek volgens de Enoteca Regionale verrassend hoog en de wijnen combineren drinkbaarheid met ontwikkelingspotentieel.

Voor oudere jaargangen geldt nog sterker dat producent en opslagconditie moeten worden meegenomen.

Een vintage is nooit het hele verhaal.

De kunst van het vergelijken

Wie Barbaresco werkelijk wil leren begrijpen, kan veel leren door dezelfde wijn uit verschillende oogstjaren naast elkaar te proeven.

Dan wordt zichtbaar wat afkomstig is van de wijngaard en producent en wat door het jaar wordt bepaald.

Een vergelijking tussen bijvoorbeeld 2016 en 2017 kan het verschil tussen een meer evenwichtige en een warmere jaargang laten zien. Een vergelijking tussen 2019 en 2020 kan laten zien hoe verschillende groeiseizoenen tot verschillende vormen van rijpheid en structuur kunnen leiden.

Nog interessanter wordt een verticale proeverij wanneer dezelfde producent en dezelfde wijngaard worden gevolgd over meerdere jaren.

Dan wordt de vintage niet langer een cijfer op een kaart.

Hij wordt een onderdeel van het landschap en het groeiseizoen.

Het oogstjaar als momentopname van het landschap

Uiteindelijk is een vintage een weerspiegeling van een bepaald jaar.

De wijngaard blijft op dezelfde plaats. De helling verandert niet. De bodem verandert niet plotseling. De druiven komen uit dezelfde geografische omgeving.

Maar het klimaat waarin de wijnstok dat jaar groeit, verandert voortdurend.

Daarom is iedere jaargang een momentopname van dezelfde plaats onder andere omstandigheden.

Dat maakt vintageverschillen juist zo interessant.

Barbaresco is niet ieder jaar hetzelfde.

En dat is geen gebrek aan consistentie.

Het is een van de manieren waarop een geografische wijn laat zien dat hij werkelijk uit een levend landschap afkomstig is.

Van vintage naar het glas

Het oogstjaar bepaalt dus mede de uitgangspositie van Barbaresco, maar uiteindelijk wordt een vintage pas werkelijk betekenisvol wanneer de wijn wordt geopend en geproefd.

Een wijn kan op papier een uitstekende jaargang vertegenwoordigen en toch op een bepaald moment gesloten zijn. Een minder hoog aangeschreven jaar kan juist verrassend veel plezier geven.

Daarmee komen we bij een volgende stap in het begrijpen van Barbaresco.

Niet langer alleen de vraag wanneer de druiven zijn geoogst, maar hoe de wijn zich in het glas gedraagt.

In het volgende hoofdstuk staat daarom het serveren en proeven van Barbaresco centraal: temperatuur, glas, openen en eventueel decanteren, maar vooral hoe structuur, aroma, zuurgraad en tannine tijdens het proeven kunnen worden herkend.

Hoofdstuk 9 — Barbaresco serveren en proeven

Barbaresco begint pas echt wanneer de fles wordt geopend

Een Barbaresco kan op papier indrukwekkend zijn, maar uiteindelijk wordt de wijn pas werkelijk ervaren wanneer de fles wordt geopend en de wijn in het glas komt.

Dat moment lijkt eenvoudig. Toch kan de manier waarop een Barbaresco wordt geserveerd een aanzienlijk verschil maken in hoe de wijn wordt ervaren.

Temperatuur, glas, zuurstof, schenksnelheid en vooral het moment waarop de wijn wordt gedronken hebben invloed op de presentatie.

Dat betekent niet dat Barbaresco een wijn is waarvoor ingewikkelde rituelen nodig zijn.

Integendeel.

Een goede Barbaresco heeft geen hulpmiddelen nodig om goed te zijn. De bedoeling van zorgvuldig serveren is alleen om de wijn de beste omstandigheden te geven om te laten zien wat er al in zit.

De juiste temperatuur

Barbaresco wordt het best geserveerd bij een temperatuur die de structuur en aromatische expressie in evenwicht houdt.

Te warm kan de wijn voller en zwaarder doen lijken. Alcohol wordt nadrukkelijker en de frisheid kan naar de achtergrond verdwijnen.

Te koud werkt eveneens averechts. De aroma’s worden minder expressief en tannines kunnen harder en strenger overkomen.

Een temperatuur rond 16 tot 18 °C is voor veel Barbaresco een goed uitgangspunt.

Bij een jonge, krachtige Barbaresco kan een iets lagere begintemperatuur prettig zijn omdat de wijn in het glas vanzelf verder opwarmt. Een oudere, meer ontwikkelde Barbaresco vraagt juist wat meer aandacht voor zijn aromatische expressie.

De ideale temperatuur is daarom geen absoluut getal.

Het doel is dat de wijn fris genoeg blijft om spanning te behouden, maar warm genoeg is om zijn aroma’s volledig te tonen.

Het glas maakt verschil

Het glas is geen decoratief detail.

Barbaresco heeft een aromatische complexiteit die ruimte nodig heeft. Een ruim wijnglas met voldoende inhoud maakt het mogelijk om de wijn te laten ademen en de aroma’s naar boven te brengen.

Een te klein glas beperkt de aromatische expressie. Een te smal glas kan de wijn eveneens minder ruimte geven om zich te ontwikkelen.

Voor Barbaresco is daarom een groot glas voor krachtige rode wijn doorgaans een betere keuze dan een klein universeel wijnglas.

Bij een wijn met veel structuur en aromatische gelaagdheid is vooral de combinatie van voldoende kelkvolume en een opening die de aroma’s geconcentreerd naar de neus brengt belangrijk.

Een geschikt glas verandert de wijn niet.

Het maakt beter zichtbaar wat er al aanwezig is.

Het belang van een goede wijnglasvorm

Bij het kiezen van een glas voor Barbaresco zijn drie eigenschappen belangrijk.

De kelk moet voldoende groot zijn om de wijn te laten bewegen. De vorm moet de aroma’s naar de neus kunnen verzamelen. En het glas moet voldoende ruimte bieden om de wijn te walsen zonder te morsen.

Voor een jonge Barbaresco is die ruimte bijzonder nuttig.

Door de wijn rustig te bewegen, komt meer zuurstof met de wijn in contact. Daardoor kunnen aroma’s zich sneller openen.

Een volwassen Barbaresco vraagt daarbij meer voorzichtigheid. Een oudere wijn kan zeer aromatisch zijn zonder dat intensief walsen noodzakelijk is.

Voor Vintaliani is de Rovini Grande daarom een bijzonder passende keuze bij Barbaresco. De ruime kelk geeft de wijn voldoende ruimte om zich aromatisch te ontwikkelen, terwijl de vorm geschikt is voor het rustig walsen en gericht ruiken van een gestructureerde rode wijn.

De fles openen

Het openen van een Barbaresco vraagt geen ingewikkelde procedure.

Controleer eerst de capsule en de kurk. Bij oudere flessen is het verstandig de kurk voorzichtig en gecontroleerd uit de fles te verwijderen. Een oude kurk kan kwetsbaarder zijn dan een jonge kurk.

Daarna kan de wijn direct worden beoordeeld.

Kijk naar de helderheid en kleur voordat de wijn wordt ingeschonken. Bij oudere Barbaresco kunnen zich na jaren rijping depotdeeltjes vormen. Dat is geen teken dat de wijn slecht is.

Bij een oudere fles kan het daarom verstandig zijn de laatste centimeters voorzichtig uit te schenken wanneer zich duidelijk sediment op de bodem bevindt.

Moet Barbaresco worden gedecanteerd?

Niet iedere Barbaresco hoeft te worden gedecanteerd.

Het doel van decanteren kan tweeledig zijn.

Bij een jonge wijn kan decanteren worden gebruikt om de wijn meer contact met zuurstof te geven en daardoor de aromatische ontwikkeling te versnellen.

Bij een oudere wijn kan decanteren vooral bedoeld zijn om eventueel depot van de wijn te scheiden.

Dat zijn twee verschillende toepassingen.

Een jonge Barbaresco kan baat hebben bij extra zuurstof wanneer hij gesloten of streng overkomt. Maar een lange en agressieve beluchting is niet automatisch beter.

Een oudere Barbaresco moet juist voorzichtig worden behandeld. Sommige zeer oude wijnen kunnen aanvankelijk gesloten zijn, maar na verloop van tijd in het glas prachtig openen. Andere kunnen na een langdurige blootstelling aan zuurstof juist snel hun frisheid en aromatische spanning verliezen.

Daarom bestaat er geen algemene regel dat Barbaresco altijd moet worden gedecanteerd.

Openen is iets anders dan beluchten

Een fles openen en een wijn uren laten staan zijn twee verschillende dingen.

Wanneer de kurk wordt verwijderd, komt maar een relatief klein oppervlak van de wijn direct met lucht in contact. Het effect daarvan is beperkt.

In een ruim glas wordt het contactoppervlak veel groter. Walsen vergroot dat effect nog verder.

Daarom kan het verstandiger zijn een jonge Barbaresco eerst in het glas te beoordelen voordat wordt besloten of extra beluchting nodig is.

De wijn vertelt zelf of hij meer tijd nodig heeft.

Begin met kijken

Een goede proeverij begint niet met de neus, maar met kijken.

Houd het glas iets schuin tegen een lichte achtergrond.

Let op de kleur en de helderheid.

Een jonge Barbaresco kan transparant robijnrood zijn. Met ontwikkeling verschuift de kleur richting granaat en kunnen oranjeachtige nuances ontstaan.

De transparantie is typisch voor Nebbiolo en zegt op zichzelf niets over de intensiteit van de wijn.

Kijk daarnaast naar de helderheid.

Een heldere wijn is normaal. Bij oudere flessen kan wat depot aanwezig zijn. Dat kan juist wijzen op natuurlijke ontwikkeling en hoeft geen probleem te vormen.

De kleur geeft daarmee eerste informatie, maar nooit het volledige verhaal.

Daarna komt de geur

De geur is bij Barbaresco een van de meest informatieve onderdelen van de proeverij.

Ruik eerst zonder het glas te bewegen.

Dat geeft een indruk van de meest vluchtige en direct aanwezige aroma’s.

Wals daarna rustig met het glas en ruik opnieuw.

De wijn komt nu intensiever met zuurstof in aanraking en andere aromatische lagen kunnen naar voren komen.

Bij jonge Barbaresco kunnen vooral fruitige en florale aroma’s duidelijk aanwezig zijn. Naarmate de wijn ouder wordt, kunnen daar gedroogde bloemen, kruiden, specerijen en meer aardse en tertiaire tonen bij komen.

Het is niet nodig om onmiddellijk een lange lijst van geuren te benoemen.

Belangrijker is eerst vast te stellen hoe de geur zich gedraagt.

Is de wijn direct expressief?

Is hij gesloten?

Is het aroma fris of rijp?

Is er spanning?

Is er ontwikkeling?

En vooral: verandert de geur wanneer de wijn enige tijd in het glas staat?

Die verandering is bij Barbaresco vaak zeer interessant.

De eerste slok

Neem vervolgens een kleine slok en laat de wijn door de mond bewegen.

De eerste indruk geeft informatie over de verhouding tussen fruit, zuur, alcohol en tannine.

Let eerst op de aanval.

Komt de wijn fris binnen?

Is hij krachtig?

Is het fruit direct aanwezig?

Of begint de wijn eerder strak en gereserveerd?

Daarna komt het midden van de smaak.

Hier wordt duidelijk hoeveel structuur de wijn heeft. De zuren zorgen voor spanning, de tannines voor grip en het fruit voor volume en expressie.

Bij Barbaresco is vooral de verhouding tussen deze elementen belangrijk.

Een wijn kan veel tannine hebben en toch harmonieus zijn. Een wijn kan veel fruit hebben en toch fris blijven.

Tannine herkennen

Tannine wordt vaak omschreven als bitter of droog, maar dat is niet helemaal hetzelfde.

De meest herkenbare eigenschap van tannine is het samentrekkende gevoel in de mond.

Na het doorslikken kan het tandvlees stroever aanvoelen. De mond lijkt als het ware iets droger te worden.

Bij jonge Barbaresco kan dat effect duidelijk aanwezig zijn.

Probeer daarbij onderscheid te maken tussen hoeveelheid en kwaliteit.

Veel tannine betekent niet automatisch harde tannine. Tannines kunnen fijn en geïntegreerd zijn, maar ook grof of streng aanvoelen.

Bij een goed opgebouwde jonge Barbaresco kan de tannine krachtig zijn zonder dat de wijn uit balans raakt.

Bij een oudere wijn kan dezelfde structuur veel minder nadrukkelijk aanvoelen doordat de tannines zich verder hebben geïntegreerd.

Zuren herkennen

Zuurgraad is gemakkelijker te herkennen wanneer erop wordt gelet.

Een wijn met voldoende zuren zorgt voor speekselvorming en geeft de mond een fris gevoel. De smaak krijgt daardoor spanning en blijft levendig.

Bij Barbaresco is dat bijzonder belangrijk.

Zonder voldoende frisheid kan de wijn zwaar en log overkomen. Met voldoende zuurgraad kan zelfs een krachtige wijn energiek en precies blijven.

Een eenvoudige manier om dit te ervaren is om na het doorslikken enkele seconden te wachten.

Blijft de mond fris en actief?

Of verdwijnt de wijn snel en blijft vooral warmte of tannine achter?

Dat verschil zegt veel over de structuur van de wijn.

De afdronk

De afdronk is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van Barbaresco.

Een lange afdronk betekent niet alleen dat de wijn lang smaak blijft geven. Belangrijker is wat er tijdens die lengte gebeurt.

Blijven fruit en bloemen aanwezig?

Blijven de zuren de wijn dragen?

Wordt de tannine droger?

Ontstaan nieuwe aromatische indrukken?

Een goede Barbaresco kan na het doorslikken nog lang doorgaan. De wijn verandert terwijl de directe smaak al verdwenen is.

Die ontwikkeling in de afdronk is een belangrijk onderdeel van de ervaring van een grote wijn.

Proeven in plaats van herkennen

Bij het proeven van Barbaresco bestaat soms de neiging om vooral naar bekende aroma’s te zoeken.

Roos.

Kers.

Specerijen.

Leer.

Tabak.

Dat kan nuttig zijn, maar het is niet het belangrijkste doel van proeven.

Een goede proeverij probeert eerst te begrijpen hoe de wijn is opgebouwd.

Is hij strak of breed?

Fris of warm?

Fijnmazig of krachtig?

Open of gesloten?

Jong of ontwikkeld?

Lang of kort?

Pas daarna krijgen specifieke aroma’s hun betekenis.

Op die manier wordt proeven meer dan het afvinken van geurnoten.

De wijn opnieuw proeven

Barbaresco is bij uitstek een wijn die de moeite waard is om meerdere keren te proeven.

Een eerste slok geeft een indruk. Na enkele minuten kan de wijn anders overkomen. Na een half uur kan opnieuw een andere aromatische laag zichtbaar worden.

Dat geldt vooral voor jonge wijnen met veel structuur.

Daarom is het vaak interessant om niet meteen een oordeel te vellen.

Schenk een kleine hoeveelheid in het glas en proef opnieuw nadat de wijn enige tijd heeft gestaan.

Wanneer de wijn zich opent, kunnen fruit, bloemen, kruiden en aardse tonen zich anders tot elkaar gaan verhouden.

Een wijn die aanvankelijk streng leek, kan daardoor veel harmonieuzer worden.

Jonge en oudere Barbaresco anders benaderen

Een jonge Barbaresco vraagt doorgaans om geduld.

De wijn kan veel structuur hebben en nog weinig aromatische openheid tonen. Extra tijd in het glas kan dan helpen.

Een oudere Barbaresco vraagt juist om aandacht voor kwetsbaarheid.

De wijn kan direct na openen gesloten lijken, maar ook snel veel van zijn frisheid verliezen wanneer hij te intensief wordt belucht.

Bij oudere flessen is daarom rustig schenken en regelmatig proeven vaak verstandiger dan automatisch decanteren.

Het uitgangspunt blijft hetzelfde:

laat de wijn bepalen wat hij nodig heeft.

Proeven bij verschillende temperaturen

Ook temperatuur kan tijdens een proeverij worden gebruikt om Barbaresco beter te begrijpen.

Een wijn die iets te warm is, kan zwaarder en alcoholischer lijken. Een wijn die te koud wordt geserveerd, kan strenger en minder aromatisch overkomen.

Wanneer de temperatuur langzaam stijgt in het glas, verandert de balans.

Dat is geen probleem.

Het kan juist interessant zijn om die ontwikkeling bewust te volgen.

Een goede Barbaresco moet voldoende frisheid behouden wanneer hij iets warmer wordt en voldoende aromatische expressie tonen wanneer hij iets koeler wordt geserveerd.

Barbaresco proeven aan tafel

Tijdens een maaltijd verandert de ervaring van wijn.

Voedsel beïnvloedt de waarneming van zuur, tannine, alcohol en fruit. Vooral eiwitrijk voedsel kan de perceptie van tannine verzachten, terwijl zout en vet de wijn anders kunnen laten overkomen.

Daarom kan een Barbaresco die bij een eerste proeverij streng lijkt, aan tafel veel harmonieuzer smaken.

Dat is een belangrijke reden waarom Barbaresco historisch zo sterk verbonden is met de keuken van Piemonte.

De relatie tussen wijn en gastronomie wordt in hoofdstuk 10 uitgebreid behandeld.

Een eenvoudige proefvolgorde

Wie Barbaresco thuis serieus wil proeven, heeft geen ingewikkeld protocol nodig.

Begin met de visuele indruk.

Ruik daarna eerst zonder te walsen.

Wals vervolgens rustig en ruik opnieuw.

Neem een kleine slok.

Beoordeel de eerste indruk.

Let daarna op zuur, tannine, structuur en lengte.

Proef opnieuw nadat de wijn enkele minuten in het glas heeft gestaan.

Noteer ten slotte hoe de wijn verandert.

Deze eenvoudige volgorde voorkomt dat de proever zich direct verliest in afzonderlijke aroma’s.

Het belangrijkste is de wijn als geheel te begrijpen.

Proeven over tijd

Een van de beste manieren om Barbaresco te leren kennen is dezelfde wijn meerdere keren te proeven.

Dat kan binnen één avond.

Maar nog interessanter is het vergelijken van dezelfde wijn over verschillende jaren.

Een verticale proeverij van dezelfde producent laat zien hoe het oogstjaar invloed heeft op structuur, rijpheid en ontwikkeling.

Een horizontale proeverij van verschillende producenten uit hetzelfde jaar laat juist zien hoe groot de invloed van producent en herkomst kan zijn.

Daarmee wordt de theorie van dit dossier tastbaar.

De rol van het glas bij oudere Barbaresco

Bij oudere Barbaresco wordt het glas nog belangrijker.

De wijn hoeft niet noodzakelijk veel te worden bewogen. Vaak is rustig ronddraaien voldoende om de aromatische lagen vrij te maken.

Een groot glas maakt het bovendien mogelijk om kleine hoeveelheden te schenken zonder dat de wijn opgesloten raakt.

Dat is vooral prettig wanneer een oude Barbaresco langzaam wordt gedronken.

De wijn kan zich dan gedurende de maaltijd blijven ontwikkelen.

Wanneer een Barbaresco niet goed ruikt

Niet iedere afwijkende geur betekent dat de wijn slecht is.

Sommige aroma’s kunnen afkomstig zijn van natuurlijke ontwikkeling en maken deel uit van het tertiaire karakter.

Andere geuren kunnen echter wijzen op een fout.

Een duidelijke geur van kurk, sterke vluchtige zuren, oxidatie of een opvallend onaangenaam reductief karakter kan reden zijn om de fles kritisch te beoordelen.

Bij oude wijnen is voorzichtigheid belangrijk.

Een gesloten of vreemde eerste geur kan soms na enkele minuten verdwijnen.

Daarom is het verstandig de wijn niet uitsluitend op de eerste seconden na het openen te beoordelen.

Het juiste moment van beoordelen

Een Barbaresco verandert zodra hij in het glas komt.

Daarom is het moeilijk om één enkel moment aan te wijzen waarop de wijn definitief moet worden beoordeeld.

Een professionele proeverij werkt vaak met vaste omstandigheden om wijnen onderling te kunnen vergelijken.

Thuis is het juist interessant om de ontwikkeling te volgen.

Proef direct na het inschenken.

Proef opnieuw na tien minuten.

En nogmaals wanneer de wijn verder is geopend.

De verschillen kunnen verrassend groot zijn.

Juist bij Barbaresco kan het glas daardoor bijna een klein laboratorium worden waarin de ontwikkeling van de wijn zichtbaar en proefbaar wordt.

Proeven zonder vooroordelen

Een beroemde producent, een hoog gewaardeerde jaargang of een prestigieuze MGA kan verwachtingen creëren voordat de wijn überhaupt is geproefd.

Dat kan de beoordeling beïnvloeden.

Een goede proeverij begint daarom zo onbevooroordeeld mogelijk.

Eerst de wijn zelf.

Daarna pas de informatie.

Dat is vooral belangrijk wanneer Barbaresco’s uit verschillende gemeenten, MGA’s of producenten worden vergeleken.

De reputatie van een herkomst kan interessant zijn, maar mag niet bepalen wat de proever denkt te moeten proeven.

Een wijn moet eerst zijn eigen verhaal vertellen.

Van proeven naar herkomst

Wanneer Barbaresco vaker wordt geproefd, ontstaat uiteindelijk een interessantere vraag.

Kun je aan de wijn zelf herkennen waar hij vandaan komt?

Het antwoord is genuanceerd.

Er bestaan karakterverschillen tussen geografische herkomsten, maar wijn is geen geografische vingerafdruk. Producent, oogstjaar, wijnbouw en vinificatie beïnvloeden het resultaat eveneens.

Toch kunnen ervaren proevers patronen leren herkennen.

Niet als absolute regels, maar als aanwijzingen.

De structuur van de wijn, de aromatische expressie, de frisheid, de textuur en de manier waarop de wijn zich ontwikkelt kunnen gezamenlijk iets vertellen over zijn mogelijke herkomst.

Dat vormt een veel dieper niveau van Barbaresco proeven en wordt later in dit dossier afzonderlijk behandeld.

De essentie van Barbaresco in het glas

Goed Barbaresco proeven betekent uiteindelijk niet dat zoveel mogelijk aroma’s moeten worden benoemd.

Het betekent begrijpen wat de wijn doet.

Hoe hij binnenkomt.

Hoe de zuren hem dragen.

Hoe de tannines zich gedragen.

Hoe het fruit zich ontwikkelt.

Hoe lang de wijn doorgaat.

En vooral hoe dat alles samenkomt.

Een jonge Barbaresco kan zijn kracht tonen in zijn structuur.

Een ontwikkelde Barbaresco kan diezelfde structuur tonen in harmonie en complexiteit.

De wijn verandert, maar zijn identiteit blijft herkenbaar.

Dat maakt het proeven van Barbaresco zo interessant.

Wie Barbaresco leert proeven, leert niet alleen een wijn herkennen. Hij leert structuur, tijd en herkomst met elkaar verbinden.

Naar Barbaresco aan tafel

Barbaresco is uiteindelijk geen wijn die alleen aan een proeftafel thuishoort.

Zijn zuren, tannines, aromatische complexiteit en lengte maken hem bijzonder geschikt voor de rijke keuken van Piemonte en voor gerechten waarin vlees, paddenstoelen, truffel, wild of gerijpte kazen een belangrijke rol spelen.

Maar ook daar geldt dat niet iedere Barbaresco hetzelfde reageert op voedsel.

Een jonge, tanninerijke wijn vraagt iets anders dan een gerijpte en zachtere Barbaresco.

In het volgende hoofdstuk verschuift de aandacht daarom van het glas naar de tafel.

Hoofdstuk 10 — Barbaresco en gastronomie onderzoekt de klassieke combinatie met de keuken van Piemonte, maar ook waarom structuur, rijpheid, zuur en tannine bepalen welk gerecht het beste bij een specifieke Barbaresco past.

Hoofdstuk 10 — Barbaresco en gastronomie

Barbaresco hoort aan tafel

Barbaresco is een wijn die zich uitstekend laat proeven, maar zijn volledige betekenis krijgt hij vaak aan tafel.

De combinatie van hoge natuurlijke zuurgraad, tannine, aromatische complexiteit en lengte maakt de wijn bijzonder geschikt voor gerechten met voldoende structuur en smaakintensiteit.

Dat betekent niet dat Barbaresco alleen bij zware gerechten past.

Juist de frisheid van Nebbiolo zorgt ervoor dat de wijn naast rijk voedsel niet log hoeft te worden. De tannines kunnen bovendien goed samenwerken met eiwitten, terwijl de aromatische complexiteit ruimte biedt voor gerechten met aardse, kruidige en umami-rijke elementen.

De keuken van Piemonte vormt daarbij het natuurlijke referentiekader.

Maar het principe gaat verder dan de regionale keuken.

Een goede combinatie ontstaat wanneer wijn en gerecht elkaar ondersteunen zonder dat één van beide de ander overheerst.

De keuken van Piemonte als vertrekpunt

Barbaresco komt uit een gebied waarin gastronomie en wijncultuur nauw met elkaar verbonden zijn.

De keuken van Piemonte is niet gebaseerd op één dominante smaak. Ze kent zowel verfijnde als krachtige gerechten, met een belangrijke rol voor vlees, wild, paddenstoelen, truffel, gevogelte, fond, kaas en seizoensproducten.

Dat sluit goed aan bij de structuur van Barbaresco.

De wijn heeft voldoende zuren om rijke gerechten te verfrissen en voldoende tannine om naast eiwitrijk voedsel overeind te blijven. Tegelijkertijd kunnen de florale en kruidige aroma’s aansluiten bij de aardse en aromatische componenten van de keuken.

Het is daarom geen toeval dat Barbaresco en de keuken van Piemonte zo sterk met elkaar zijn verbonden.

Tannine en eiwitten

Een van de belangrijkste principes bij het combineren van Barbaresco met voedsel is de interactie tussen tannine en eiwitten.

Tannines geven een droge en samentrekkende sensatie in de mond. In combinatie met eiwitrijk voedsel wordt die sensatie doorgaans minder hard ervaren.

Dat verklaart waarom Barbaresco goed kan functioneren bij vlees.

Een gerecht met rundvlees, bijvoorbeeld, kan de tanninestructuur van een jonge Barbaresco verzachten. De wijn kan daardoor ronder en harmonieuzer overkomen dan wanneer hij zonder voedsel wordt gedronken.

Dat betekent niet dat ieder stuk vlees automatisch bij Barbaresco past.

De bereiding is minstens zo belangrijk.

Een eenvoudig gegrild stuk rundvlees vraagt iets anders dan een zeer kruidig gerecht met een zoete saus. De saus, kruiden, bereiding en eventuele garnituren bepalen uiteindelijk hoe de combinatie werkt.

Zuur en rijke gerechten

De zuurgraad van Barbaresco heeft een andere functie.

Zuur zorgt voor frisheid en stimuleert speekselvorming. Daardoor kan een wijn met voldoende zuren rijke of vettere gerechten lichter laten aanvoelen.

Dat is vooral belangrijk bij gerechten met boter, room, jus of andere rijke bereidingen.

Een wijn zonder voldoende frisheid kan naast dergelijk voedsel zwaar worden. Barbaresco kan juist spanning behouden.

Dit is een van de redenen waarom een wijn die aan de proeftafel relatief strak lijkt, aan tafel veel toegankelijker kan worden.

Het gerecht verandert de perceptie van de wijn.

De klassieker: tajarin

Een van de bekendste gerechten uit Piemonte is tajarin, de zeer dunne, vaak met eidooier verrijkte verse pasta.

Tajarin kan eenvoudig worden geserveerd met boter en salie, maar ook met ragù, paddenstoelen of truffel.

De combinatie met Barbaresco werkt vooral wanneer het gerecht voldoende hartigheid en structuur heeft.

Bij een delicate bereiding kan een zeer jonge, tanninerijke Barbaresco overheersend zijn. Een meer ontwikkelde Barbaresco kan daarentegen prachtig aansluiten bij de aardse en hartige componenten van het gerecht.

Hetzelfde gerecht kan dus verschillende Barbaresco’s vragen afhankelijk van de bereiding en de leeftijd van de wijn.

Truffel en Barbaresco

De witte truffel van Alba behoort tot de meest iconische producten van Piemonte.

De combinatie met Barbaresco is klassiek, maar opnieuw is het niet alleen de reputatie van beide producten die de combinatie verklaart.

Truffel heeft een intens aromatisch en aards karakter. Een ontwikkelde Barbaresco kan daar met zijn tertiaire aroma’s mooi op aansluiten.

De wijn hoeft daarbij niet extreem krachtig te zijn.

Een te zware wijn kan de subtiele aromatische complexiteit van truffel juist overschaduwen. Een Barbaresco met voldoende frisheid, structuur en aromatische ontwikkeling kan de truffel ondersteunen zonder haar te verdringen.

Dat is een terugkerend principe bij wijn-spijscombinaties:

intensiteit moet niet worden verward met gewicht.

Paddenstoelen

Paddenstoelen vormen eveneens een natuurlijke partner voor Barbaresco.

Hun aardse en umami-rijke karakter sluit goed aan bij de kruidige en aardse tonen die in ontwikkelde Nebbiolo kunnen voorkomen.

Bij een jonge Barbaresco kunnen de frisse fruit- en florale tonen juist een mooi contrast vormen met paddenstoelen.

Bij een oudere wijn kan de combinatie meer op overeenkomst berusten.

Daarmee zijn paddenstoelen interessant omdat zowel jonge als gerijpte Barbaresco ermee kunnen werken, maar om verschillende redenen.

Risotto

Een romige risotto kan eveneens goed samengaan met Barbaresco, vooral wanneer de bereiding voldoende hartigheid en umami bevat.

Risotto met paddenstoelen, truffel of gerijpte kaas kan een bijzonder goede combinatie vormen.

De zuurgraad van de wijn helpt de romigheid te doorbreken, terwijl de tannines en aromatische complexiteit voldoende structuur bieden.

Bij een eenvoudige risotto zonder sterke smaakcomponenten kan een krachtige Barbaresco echter te dominant worden.

Ook hier geldt dat het gerecht voldoende intensiteit moet hebben om de wijn te dragen.

Rundvlees

Rundvlees is een van de meest voor de hand liggende partners voor Barbaresco.

De combinatie werkt vooral door de interactie tussen eiwitten en tannine.

Gegrild of gebakken rundvlees kan de structuur van een jonge Barbaresco verzachten en tegelijkertijd ruimte bieden aan het fruit en de aromatische complexiteit van de wijn.

Bij een langzaam gegaard rundvleesgerecht kan juist een meer ontwikkelde Barbaresco interessant zijn.

De textuur van het vlees, de intensiteit van de jus en de gebruikte kruiden bepalen daarbij welke stijl van Barbaresco het beste past.

Brasato en langzaam gegaard vlees

Langzaam gegaard vlees is traditioneel sterk verbonden met de wijncultuur van Piemonte.

Een brasato kan lang worden gegaard waardoor vlees, jus en kruiden een diepe smaak ontwikkelen.

Dat vraagt om een wijn met voldoende structuur en lengte.

Een jonge Barbaresco kan hier goed werken wanneer de wijn voldoende rijp fruit heeft en de tannines niet te agressief zijn.

Een meer ontwikkelde Barbaresco kan nog interessanter zijn wanneer de aardse en kruidige complexiteit van de wijn aansluit bij de diepe smaken van het gerecht.

De wijn en het gerecht kunnen daardoor een soortgelijke ontwikkeling laten zien: van primaire fruitigheid naar complexiteit.

Wild

Wild vraagt doorgaans om meer voorzichtigheid.

Wild heeft vaak een intensere en meer uitgesproken smaak dan rundvlees. De bereiding kan bovendien variëren van eenvoudig gebakken tot langzaam gestoofd.

Een Barbaresco met voldoende rijpheid en ontwikkeling kan bijzonder goed passen bij wild.

Vooral wanneer het gerecht aardse of kruidige elementen bevat, kan de aromatische complexiteit van een ontwikkelde wijn mooi aansluiten.

Maar ook hier geldt dat een extreem krachtige wijn niet noodzakelijk de beste keuze is.

De delicate textuur van goed bereid wild vraagt soms juist om een Barbaresco met finesse en frisheid in plaats van maximale concentratie.

Gevogelte

Gevogelte wordt vaak als te licht beschouwd voor Barbaresco.

Dat is te algemeen.

De bereiding bepaalt veel meer dan het basisingrediënt.

Een eenvoudig gebraden kipgerecht kan een jonge Barbaresco moeilijk maken wanneer de wijn veel tannine en structuur heeft.

Maar gevogelte met paddenstoelen, truffel, een rijke jus of langzaam gegaarde bereiding kan wel degelijk een uitstekende partner zijn.

Een rijpere Barbaresco kan daarbij bijzonder interessant zijn omdat de wijn meer aromatische complexiteit heeft ontwikkeld zonder noodzakelijk zwaarder te zijn geworden.

Varkensvlees

Ook varkensvlees kan bij Barbaresco passen, maar de bereiding is opnieuw bepalend.

Een eenvoudig en mager gerecht kan door een krachtige jonge Barbaresco worden overschaduwd.

Een langzaam gegaarde bereiding, paddenstoelen, kruiden of een rijke saus kunnen de combinatie veel beter laten werken.

Een Barbaresco met voldoende frisheid kan bovendien helpen om een rijkere bereiding in balans te houden.

Kaas

Barbaresco kan goed samengaan met gerijpte kazen.

De combinatie werkt opnieuw door structuur en intensiteit.

Een jonge Barbaresco met duidelijke tannines kan goed aansluiten bij stevige, eiwitrijke kazen. Bij oudere Barbaresco kunnen gerijpte kazen met complexe, aardse en nootachtige aroma’s interessant zijn.

Maar zeer zoute of extreem pikante kazen kunnen de wijn gemakkelijk overheersen.

Ook bij kaas geldt daarom dat intensiteit en leeftijd van wijn en gerecht bij elkaar moeten passen.

Wat minder goed werkt

Niet ieder gerecht is geschikt voor Barbaresco.

Zeer zoete gerechten kunnen de wijn hard en bitter doen overkomen. Een droge rode wijn met veel tannine heeft doorgaans moeite met uitgesproken zoetheid.

Ook zeer pikante gerechten kunnen de perceptie van alcohol en tannine versterken.

Zeer zure gerechten kunnen de wijn vlakker doen lijken wanneer de zuurgraad van het gerecht de wijn overstemt.

En zeer delicate gerechten kunnen moeite hebben met een krachtige Barbaresco.

Dat betekent niet dat deze combinaties onmogelijk zijn.

Het betekent dat Barbaresco een wijn is die het beste tot zijn recht komt wanneer het gerecht voldoende structuur heeft en geen extreem contrasterende smaken bevat.

De leeftijd van de wijn bepaalt de combinatie

De leeftijd van Barbaresco is een van de belangrijkste factoren bij wijn-spijscombinatie.

Een jonge wijn heeft doorgaans meer uitgesproken tannine, primaire fruitaroma’s en structurele spanning.

Daarom werkt hij goed met gerechten die voldoende eiwit en smaakintensiteit hebben.

Een gerijpte Barbaresco heeft doorgaans meer aromatische complexiteit en een zachtere textuur.

Daarmee kunnen gerechten worden gekozen die minder afhankelijk zijn van tannine en meer aansluiten bij de aardse, kruidige en tertiaire aspecten van de wijn.

Hetzelfde gerecht kan daardoor bij verschillende leeftijden van Barbaresco een heel andere combinatie opleveren.

De stijl van de producent telt mee

Niet iedere Barbaresco is even krachtig.

Sommige wijnen zijn strak en klassiek gestructureerd. Andere zijn aromatischer en directer toegankelijk. Sommige hebben een stevige tanninestructuur, andere tonen juist meer finesse.

Daarom moet de wijn-spijscombinatie niet alleen op appellationniveau worden bepaald.

Een jonge, tanninerijke Barbaresco vraagt iets anders dan een relatief elegante en vroeg toegankelijke wijn uit hetzelfde gebied.

De vraag is dus niet:

“Wat eet je bij Barbaresco?”

Maar:

“Welke Barbaresco drink je bij welk gerecht?”

Dat is een veel nauwkeuriger uitgangspunt.

De rol van saus en bereiding

Bij wijn-spijscombinatie wordt vaak alleen naar het hoofdingrediënt gekeken.

Dat is een fout.

Bij veel gerechten bepaalt juist de saus de combinatie.

Een stuk rundvlees met een lichte jus kan heel anders reageren op Barbaresco dan hetzelfde vlees met een zoete of sterk gekruide saus.

Een pasta met paddenstoelen kan anders uitpakken met room dan met een lichte olijfolie-bereiding.

Een gerecht met truffel kan door kaas, boter of room aanzienlijk rijker worden.

Daarom moet bij Barbaresco altijd naar het volledige gerecht worden gekeken.

Umami

Umami is een belangrijke maar vaak onderschatte factor.

Ingrediënten zoals paddenstoelen, gerijpte kaas, bouillon en langzaam gegaard vlees bevatten veel hartige smaakcomponenten.

Die kunnen goed samengaan met de structuur en aromatische complexiteit van Barbaresco.

Toch is voorzichtigheid nodig.

Sterke umami zonder voldoende vet of eiwit kan tannines soms harder laten overkomen. De uiteindelijke combinatie wordt daarom opnieuw bepaald door het volledige gerecht.

Barbaresco en de seizoenen

De gastronomie van Piemonte volgt sterk de seizoenen.

In de herfst komen truffel, paddenstoelen en wild nadrukkelijker op tafel. In de winter spelen stoofgerechten en rijke bereidingen een grotere rol.

Dat zijn precies de omstandigheden waarin Barbaresco vaak bijzonder goed tot zijn recht komt.

Maar de wijn hoeft niet uitsluitend in koude maanden te worden gedronken.

Een relatief jonge en frisse Barbaresco kan ook bij lichtere gerechten worden geserveerd, zolang de intensiteit van wijn en gerecht voldoende in balans blijft.

Een jonge Barbaresco aan tafel

Een jonge Barbaresco kan het beste worden benaderd als een wijn met veel structuur en energie.

Gerechten met rundvlees, kalfsvlees, paddenstoelen, ragù of stevige kazen kunnen de tannines mooi opvangen.

De frisse zuren houden de combinatie levendig.

Het fruit zorgt voor een brug tussen wijn en gerecht.

Bij een jonge Barbaresco hoeft het gerecht niet extreem zwaar te zijn, maar het moet wel voldoende smaak en structuur hebben.

Een gerijpte Barbaresco aan tafel

Een oudere Barbaresco vraagt om een andere benadering.

De wijn heeft doorgaans minder behoefte aan een gerecht dat uitsluitend de tannines moet verzachten. De aromatische complexiteit wordt nu belangrijker.

Gerechten met truffel, paddenstoelen, wild, langzaam gegaard vlees en gerijpte kazen kunnen daardoor bijzonder mooi werken.

De combinatie wordt minder een kwestie van “tannine tegen eiwit” en meer een samenspel van aroma’s, texturen en ontwikkeling.

Daarmee kan een gerijpte Barbaresco soms juist bij verfijndere gerechten worden geschonken dan een jonge wijn.

De wijn mag niet verdwijnen

Een goede wijn-spijscombinatie betekent niet dat de wijn zo onopvallend mogelijk moet worden.

Barbaresco heeft voldoende karakter om een plaats aan tafel op te eisen.

Het gerecht moet de wijn ondersteunen, maar de wijn mag ook het gerecht veranderen.

Een slok Barbaresco na een hap voedsel kan andere aroma’s naar voren brengen dan wanneer de wijn alleen wordt geproefd.

Dat is precies wat een goede combinatie interessant maakt.

Het gaat niet om twee afzonderlijke producten die toevallig naast elkaar worden geserveerd.

Het gaat om de interactie.

Regionale harmonie

De klassieke combinatie van Barbaresco met de keuken van Piemonte is uiteindelijk gebaseerd op meer dan traditie.

De wijn en de keuken zijn in hetzelfde landschap ontstaan.

Dezelfde seizoenen bepalen zowel de landbouw als de wijnbouw. Dezelfde producten keren terug op tafel. Dezelfde behoefte aan rijke maar uitgebalanceerde gerechten heeft zich door de generaties heen ontwikkeld.

Daarom voelt de combinatie van Barbaresco met tajarin, paddenstoelen, truffel, rundvlees, wild en gerijpte kaas zo natuurlijk aan.

De wijn is niet ontworpen om bij deze gerechten te passen.

Beide zijn onderdeel van dezelfde culinaire cultuur.

Buiten Piemonte

Barbaresco hoeft uiteraard niet uitsluitend met Piemontese gerechten te worden gecombineerd.

Hetzelfde principe kan worden toegepast op gerechten uit andere keukens.

Rundvlees, paddenstoelen, wild, gevogelte met rijke sauzen en gerijpte kazen komen in veel culinaire tradities voor.

Belangrijker dan de naam van het gerecht is de structuur ervan.

Een gerecht met voldoende eiwit, vet, aardse tonen en gematigde kruidigheid kan vaak beter met Barbaresco omgaan dan een gerecht dat vooral zoet, zuur of zeer pikant is.

De regionale keuken is dus het vertrekpunt, niet de beperking.

De perfecte combinatie bestaat niet

Wijn-spijscombinatie wordt soms voorgesteld alsof voor iedere wijn één perfecte combinatie bestaat.

Dat is zelden het geval.

Persoonlijke voorkeur speelt een grote rol. Sommige mensen waarderen het contrast tussen wijn en gerecht, terwijl anderen juist zoeken naar overeenkomsten.

Daarom kan dezelfde Barbaresco bij verschillende gerechten goed werken om verschillende redenen.

Het ene gerecht kan de tannine verzachten.

Het andere kan de aroma’s versterken.

Een derde kan juist het contrast met de frisheid van de wijn interessant maken.

Een goede combinatie is daarom niet noodzakelijk de meest klassieke.

Het is de combinatie waarin wijn en gerecht elkaar beter maken.

Barbaresco als begeleider, niet als saus

Een belangrijk uitgangspunt is dat wijn het gerecht moet begeleiden en niet als een extra saus moet functioneren.

Barbaresco heeft voldoende intensiteit om naast krachtige smaken te staan, maar zijn aromatische complexiteit maakt hem juist interessant bij gerechten die ruimte laten voor nuance.

Daarom is het meestal beter om één of twee duidelijke smaakbruggen te zoeken dan om zoveel mogelijk overeenkomstige ingrediënten te verzamelen.

Een gerecht met rundvlees en paddenstoelen heeft bijvoorbeeld al een natuurlijke structuur voor Barbaresco.

Daar hoeft niet ook nog een zwaar gekruide saus overheen om de combinatie “krachtiger” te maken.

Een praktische manier om te kiezen

Bij het kiezen van een Barbaresco voor een maaltijd kunnen vijf vragen helpen.

Hoe krachtig is de wijn?

Hoeveel tannine heeft hij?

Hoe fris is hij?

Hoe oud is hij?

Hoe intens en rijk is het gerecht?

Wanneer die eigenschappen ongeveer met elkaar in verhouding staan, ontstaat vaak een goede uitgangspositie.

Een jonge, tanninerijke Barbaresco vraagt meer structuur in het gerecht.

Een rijpere Barbaresco vraagt meer aandacht voor aromatische complexiteit.

Een frisse Barbaresco kan rijk voedsel verlevendigen.

Een krachtigere Barbaresco kan naast intensere gerechten overeind blijven.

Barbaresco aan tafel beleven

De mooiste manier om Barbaresco met gastronomie te ervaren is uiteindelijk niet door regels uit het hoofd te leren.

Proef eerst de wijn.

Proef vervolgens het gerecht.

Neem daarna opnieuw een slok.

Let op wat er verandert.

Wordt de wijn zachter?

Lijkt het fruit rijper?

Komt er meer aroma vrij?

Verdwijnt de tannine naar de achtergrond?

Of wordt de wijn juist harder?

Dat laatste is net zo leerzaam.

Wanneer een combinatie niet werkt, vertelt dat vaak precies welke componenten botsen.

Op die manier wordt wijn-spijscombinatie een vorm van proeven en ontdekken.

De essentie

Barbaresco is een wijn met structuur, maar die structuur hoeft niet zwaar te worden.

Hij heeft tannine, maar die tannine kan door voedsel veranderen.

Hij heeft zuren, maar die zuren kunnen rijke gerechten verfrissen.

Hij heeft aromatische complexiteit, maar die complexiteit komt het beste tot zijn recht wanneer het gerecht voldoende ruimte laat.

En hij verandert met de tijd.

Daarom verandert ook de ideale tafelpartner mee.

Een jonge Barbaresco vraagt vaak om structuur en eiwit.

Een gerijpte Barbaresco vraagt vaker om aromatische overeenkomst en verfijning.

De keuken van Piemonte laat dit misschien wel het duidelijkst zien.

Tajarin, truffel, paddenstoelen, rundvlees, wild en gerijpte kazen zijn geen willekeurige combinaties. Ze sluiten aan op de structuur en aromatische ontwikkeling van de wijn.

Maar uiteindelijk blijft één principe het belangrijkst:

de beste wijn-spijscombinatie is de combinatie waarin zowel de wijn als het gerecht beter tot hun recht komen.

Van tafel terug naar het terroir

Met hoofdstuk 10 is de praktische kant van Barbaresco compleet.

We hebben gezien hoe de wijn eruitziet, hoe hij smaakt, hoe hij zich ontwikkelt, hoe het oogstjaar invloed heeft en hoe hij aan tafel kan worden beleefd.

Daarmee verschuift het perspectief in het volgende deel.

De vraag is niet langer alleen hoe Barbaresco smaakt of hoe je hem drinkt.

De volgende vraag is:

waar komt dat verschil vandaan?

Waarom kan een Barbaresco uit de ene historische herkomst anders zijn dan een Barbaresco uit een andere?

Welke gemeenten spelen een rol?

Welke historische wijngaardnamen zijn belangrijk?

En welke producenten hebben geholpen om de identiteit van die plaatsen vorm te geven?

Vanaf hoofdstuk 11 wordt Barbaresco daarom opnieuw vanuit het landschap bekeken.

We gaan van de wijn aan tafel terug naar de plaats waar hij vandaan komt.

Deel III — Gebied, terroir en regelgeving

11. Historische MGA’s en belangrijke producenten

Wie Barbaresco werkelijk wil begrijpen, kan uiteindelijk niet om twee zaken heen: de namen van de wijngaarden en de producenten die deze namen door de tijd heen zichtbaar hebben gemaakt.

De huidige 66 Menzioni Geografiche Aggiuntive, de MGA’s van Barbaresco, zijn geen moderne marketingconstructie. Hun oorsprong ligt in een veel oudere traditie waarin bepaalde hellingen, wijngaarden en plaatsnamen al een eigen betekenis hadden. Producenten speelden vervolgens een belangrijke rol in het zichtbaar maken van die verschillen, eerst door afzonderlijke wijngaarden op etiketten te vermelden en later door wijnen van specifieke percelen afzonderlijk te vinifiëren.

Daarmee zijn de historische MGA’s en de geschiedenis van de producenten nauw met elkaar verbonden. De ene ontwikkelde zich niet los van de andere.

Van wijngaardnaam naar geografische identiteit

Het gebruik van een wijngaardnaam op een Barbaresco-etiket is ouder dan het huidige MGA-systeem.

Vanaf 1967 werd het mogelijk om bij Barbaresco de naam van de wijngaard op het etiket te vermelden. Dat was een belangrijke ontwikkeling. Tot dat moment vertelde het etiket vooral dat een wijn uit het productiegebied Barbaresco kwam. Met een wijngaardnaam werd een tweede geografische laag zichtbaar: niet alleen de herkomst binnen de appellatie, maar ook de specifieke plaats binnen die appellatie.

In 1997 volgde een officiële cartografische afbakening van de subgebieden binnen het productiegebied. Onder leiding van het Consorzio di Tutela werden de vier gemeenten van het herkomstgebied daarbij betrokken. Deze ontwikkeling vormde een belangrijke voorbereiding op de wettelijke erkenning van de MGA’s.

In 2007 werden de Menzioni Geografiche Aggiuntive uiteindelijk in het productiereglement opgenomen. Het gehele productiegebied werd daarbij verdeeld in afzonderlijke geografische eenheden, gebaseerd op historische namen en toponiemen en op de beschikbare historische en officiële documentatie. Barbaresco was daarmee het eerste Italiaanse wijngebied waarvan deze geografische vermeldingen op deze wijze wettelijk werden vastgelegd.

De huidige 66 MGA’s moeten daarom niet worden gezien als 66 nieuwe wijnstijlen. Het zijn geografische eenheden binnen dezelfde appellatie. Hun betekenis ontstaat uit de combinatie van ligging, bodem, microklimaat, geschiedenis en de manier waarop producenten die herkomst in wijn tot uitdrukking brengen.

Dat onderscheid is essentieel.

Een MGA schrijft niet voor hoe een Barbaresco moet smaken. De geografische herkomst vormt het kader waarbinnen een wijn ontstaat. De uiteindelijke expressie blijft mede afhankelijk van wijngaard, oogstjaar, wijnbouw, vinificatie, rijping en producent.

Namen die ouder zijn dan de MGA

Veel van de huidige MGA-namen waren al lang vóór 2007 in gebruik.

Dat is goed te zien bij historische wijngaarden als Asili, Ovello, Pora, Rabajà, Pajè, Montefico en Montestefano. De wettelijke erkenning heeft deze namen niet gecreëerd, maar ze binnen een formeel geografisch systeem geplaatst.

De historische waarde van zo’n naam zit dan ook niet alleen in de ouderdom ervan. Belangrijker is dat de naam gedurende langere tijd verbonden is geweest met een concrete plaats en met de productie van Nebbiolo.

Sommige wijngaarden werden bovendien door producenten al vóór de wettelijke MGA-erkenning als afzonderlijke herkomst beschouwd. Daardoor ontstond geleidelijk een traditie waarin wijnliefhebbers niet alleen naar Barbaresco als appellatie gingen kijken, maar ook naar de verschillen tussen individuele wijngaarden.

Dat proces heeft de huidige manier van Barbaresco begrijpen sterk beïnvloed.

Produttori del Barbaresco en de geboorte van een cru-cultuur

Een van de belangrijkste producenten in deze ontwikkeling is de Produttori del Barbaresco.

De coöperatie werd in 1958 opgericht door Don Fiorino Marengo, aanvankelijk met negentien wijnbouwers. Het doel was niet alleen economische bescherming van de aangesloten boeren, maar ook het voortzetten van de kwaliteitsontwikkeling die eerder door Domizio Cavazza was ingezet. Vanaf het begin richtte de coöperatie zich uitsluitend op Nebbiolo.

De betekenis van de Produttori gaat echter verder dan de productie van een klassieke Barbaresco.

In 1967 begon de coöperatie met het afzonderlijk vinifiëren van specifieke historische wijngaarden. Daarmee werd een bijzonder model ontwikkeld: dezelfde producent, dezelfde druif en in grote lijnen dezelfde wijnbouw- en kelderfilosofie, maar druiven afkomstig uit verschillende historische wijngaarden.

De eerste afzonderlijke crus werden daardoor een soort geografisch experiment in de praktijk.

Asili, Montefico, Montestefano, Muncagota, Ovello, Pajè, Pora, Rabajà en Rio Sordo behoren tegenwoordig tot de historische cru-selectie van de Produttori. De producent vinifieert deze wijnen afzonderlijk en brengt ze in geschikte oogstjaren als Riserva op de markt.

Juist deze aanpak heeft een grote rol gespeeld in het internationaal herkenbaar maken van verschillen tussen de wijngaarden van Barbaresco.

De betekenis daarvan moet niet worden overdreven. De Produttori heeft de verschillen tussen deze wijngaarden niet uitgevonden. De onderliggende geografische verschillen bestonden uiteraard al. Wel heeft de coöperatie ze gedurende tientallen jaren op een uitzonderlijk consequente manier zichtbaar gemaakt.

Dat maakt de cru-reeks van de Produttori historisch bijzonder waardevol.

Wie bijvoorbeeld Asili, Pora, Pajè en Ovello naast elkaar proeft, krijgt niet alleen vier verschillende wijnen te drinken. Men krijgt een praktische demonstratie van het idee dat binnen één relatief klein productiegebied verschillende geografische expressies kunnen bestaan.

Asili, Pora en Ovello: oude namen met een lange geschiedenis

De historische betekenis van bepaalde MGA’s wordt extra duidelijk wanneer hun geschiedenis teruggaat tot de periode van Domizio Cavazza.

Cavazza bezat in 1894 wijngaarden in onder meer Pora en Ovello toen hij de Cantine Sociali di Barbaresco oprichtte. Daarmee behoren deze plaatsen tot de vroeg gedocumenteerde geografische referenties binnen de geschiedenis van het moderne Barbaresco.

Pora is in dat opzicht bijzonder interessant. Het was onderdeel van Cavazza’s bezit en werd later door de Produttori vanaf 1967 als afzonderlijke herkomst gevinifieerd. De ligging dicht bij de Tanaro en de specifieke positie van de helling geven Pora bovendien een eigen geografische context binnen Barbaresco.

Ook Ovello heeft een lange historische verbinding met Barbaresco. Het is een relatief uitgestrekt gebied in het noordelijke deel van de gemeente Barbaresco en behoorde eveneens tot de wijngaarden van Cavazza. De Produttori rekent Ovello tot de historische crus die vanaf 1967 afzonderlijk werden geproduceerd.

Asili vormt een ander voorbeeld van een wijngaard waarvan de reputatie veel ouder is dan de wettelijke MGA-erkenning. De Produttori vinifieert Asili sinds 1967 als afzonderlijke herkomst en beschrijft het als een historisch zeer gerenommeerde wijngaard.

Het belang van deze namen zit daarmee in drie lagen tegelijk: historische continuïteit, geografische herkenbaarheid en een lange traditie van afzonderlijke vinificatie.

Muncagota: wanneer geschiedenis ook in de naam zichtbaar blijft

De geschiedenis van een MGA kan soms zelfs zichtbaar zijn in de naamgeving.

Muncagota werd door de Produttori vanaf 1967 als afzonderlijke wijn geproduceerd onder de naam Moccagatta. Bij de officiële MGA-indeling van 2007 werd gekozen voor de dialectvorm Muncagota. Het gaat daarbij om dezelfde historische geografische plaats; de officiële naamgeving werd aangepast aan de historische lokale benaming.

Dit is een goed voorbeeld van waarom de MGA’s niet simpelweg als moderne administratieve labels moeten worden gelezen.

Achter een naam kan een lange geschiedenis van lokaal taalgebruik, perceelsnamen, kaarten, eigendomsverhoudingen en mondelinge traditie schuilgaan.

De wettelijke afbakening heeft die geschiedenis niet vervangen, maar juist proberen vast te leggen.

Montestefano, Rabajà en de ontwikkeling van reputatie

Andere wijngaardnamen kregen hun reputatie vooral door een combinatie van plaatselijke bekendheid en de langdurige aandacht van producenten.

Montestefano is daarvan een duidelijk voorbeeld. De wijngaard ligt in Neive en behoort tot de geografische namen die al langere tijd met kwalitatief hoogstaande Barbaresco worden verbonden. De Produttori begon er in 1974 met afzonderlijke vinificatie.

Rabajà is eveneens een historische naam binnen Barbaresco. Het is een van de negen crus die de Produttori sinds de jaren zestig afzonderlijk vinifieert en die daardoor een belangrijke plaats hebben gekregen in de moderne geschiedenis van Barbaresco.

Daarmee ontstaat een belangrijk inzicht: de reputatie van een MGA is zelden uitsluitend het gevolg van de wettelijke classificatie.

Een naam kan eerst lokaal bekend zijn geweest, vervolgens door één of meerdere producenten herkenbaar op het etiket zijn gebracht, daarna door afzonderlijke vinificatie een eigen reputatie hebben opgebouwd en uiteindelijk in het wettelijke MGA-systeem zijn opgenomen.

De volgorde is dus vaak:

plaats → historische naam → producenten → afzonderlijke wijn → reputatie → wettelijke geografische erkenning.

Niet iedere MGA heeft precies deze ontwikkeling doorgemaakt, maar dit patroon helpt om de geschiedenis van veel van de bekendste namen te begrijpen.

De rol van Gaja

Naast de coöperatieve ontwikkeling van de Produttori is de geschiedenis van Barbaresco ook sterk verbonden met producenten die de wijn op een andere manier benaderden.

Gaja is daarin een van de belangrijkste namen.

In 1961 besloot de firma Gaja uitsluitend eigen druiven te vinifiëren en de productie van Barolo te beëindigen. Daarmee werd Barbaresco het vlaggenschip van het bedrijf.

De betekenis van deze beslissing ligt niet alleen in het succes van één producent. Ze past in een bredere ontwikkeling waarin producenten uit Barbaresco steeds nadrukkelijker hun eigen wijngaarden en de eigen identiteit van het gebied gingen benadrukken.

Waar de Produttori het verschil tussen wijngaarden juist zichtbaar maakte door verschillende crus binnen één coöperatieve productiefilosofie naast elkaar te zetten, droeg Gaja bij aan een andere ontwikkeling: de versterking van Barbaresco als zelfstandig wijngebied met een eigen internationale identiteit.

Dat was belangrijk in een periode waarin Barolo internationaal al een zeer sterke reputatie had.

Barbaresco hoefde daardoor steeds minder als een kleinere variant van Barolo te worden beschouwd. Het ontwikkelde een eigen verhaal rond Nebbiolo, landschap, producent en herkomst.

Bruno Giacosa en de betekenis van afzonderlijke herkomst

Ook Bruno Giacosa behoort tot de producenten die een belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de reputatie van Barbaresco.

De betekenis van dergelijke historische producenten ligt niet uitsluitend in de afzonderlijke wijnen die zij maakten. Belangrijker is dat zij bijdroegen aan een wijncultuur waarin herkomst, perceelkeuze, druivenkwaliteit en afzonderlijke vinificatie steeds belangrijker werden.

Hier ontstaat een onderscheid dat voor het verdere dossier belangrijk is.

Een historische producent kan betekenis hebben omdat hij:

de reputatie van Barbaresco als geheel heeft versterkt;

een bepaalde wijngaard of herkomst zichtbaar heeft gemaakt;

de kwaliteit en het bewaarpotentieel van Barbaresco internationaal heeft helpen aantonen;

of een bepaalde productiefilosofie heeft vertegenwoordigd.

Daarom moeten producenten niet uitsluitend worden beoordeeld op de vraag hoeveel hectaren zij bezitten of hoeveel flessen zij produceren.

Hun historische betekenis kan veel groter zijn dan hun huidige omvang.

Producenten als bewaarders van geografische herinnering

In Barbaresco zijn producenten in zekere zin ook bewaarders van geografische herinnering.

Een wijngaardnaam krijgt betekenis wanneer generaties wijnbouwers haar blijven gebruiken. Een naam op een etiket maakt die plaats vervolgens zichtbaar voor een groter publiek. Wanneer meerdere producenten dezelfde geografische naam gebruiken, ontstaat bovendien een bredere herkenbaarheid.

Daarmee wordt een wijngebied niet alleen door de wet beschreven.

Het wordt ook door de producenten verteld.

Dat is een van de redenen waarom de geschiedenis van Barbaresco niet uitsluitend uit jaartallen en regelgeving bestaat. De ontwikkeling van het gebied is ook een geschiedenis van mensen die ervoor kozen om hun druiven, wijngaarden en wijnen steeds nadrukkelijker aan een specifieke plaats te verbinden.

De historische producenten tegenover de moderne MGA

De huidige MGA-indeling moet daarom niet worden gelezen als een ranglijst.

Er bestaat geen wettelijke hiërarchie waarin een MGA automatisch beter is dan een andere MGA. Evenmin betekent een beroemde naam dat iedere wijn uit die MGA noodzakelijk beter is dan een wijn uit een minder bekende geografische eenheid.

De reputatie van een MGA kan bovendien worden beïnvloed door de producenten die er actief zijn.

Een historisch bekende wijngaard met verschillende producenten kan verschillende interpretaties opleveren. Omgekeerd kan een geografisch minder bekende MGA door een uitstekende producent veel meer aandacht krijgen.

Dat maakt Barbaresco wezenlijk anders dan een eenvoudige classificatie waarin een geografische naam rechtstreeks aan een kwaliteitsniveau wordt gekoppeld.

De MGA zegt in de eerste plaats: waar komt deze wijn vandaan?

De producent zegt vervolgens: hoe is die plaats in wijn geïnterpreteerd?

Het oogstjaar voegt daar een derde laag aan toe: onder welke omstandigheden is die interpretatie tot stand gekomen?

Van historische namen naar het huidige Barbaresco

De ontwikkeling van de historische wijngaarden laat zien hoe het hedendaagse Barbaresco is ontstaan uit verschillende lagen van geschiedenis.

De eerste laag is de plaats zelf: heuvels, hellingen, bodems, hoogtes en exposities.

De tweede laag is de menselijke geschiedenis: landbouw, perceelsnamen, eigendom, lokale taal en generaties wijnbouw.

De derde laag is de producent: de keuze om druiven afzonderlijk te vinifiëren, een wijngaard op het etiket te vermelden of een bepaalde herkomst jarenlang consequent te volgen.

De vierde laag is de regelgeving: de officiële kaarten, de afbakening en uiteindelijk de wettelijke erkenning van de 66 MGA’s.

Pas wanneer deze lagen samen worden bekeken, wordt duidelijk waarom een MGA meer is dan een naam op een etiket.

Een geografisch systeem, geen ranglijst

De bekendste namen van Barbaresco zijn daardoor niet noodzakelijk de enige belangrijke.

Asili, Ovello, Pora, Pajè, Rabajà, Montefico, Montestefano, Muncagota en Rio Sordo zijn historisch sterk verbonden geraakt met de ontwikkeling van de moderne cru-cultuur, mede door de afzonderlijke vinificaties van de Produttori. Andere namen hebben hun reputatie via andere producenten en lokale tradities opgebouwd.

En daar ligt precies de waarde van het volledige MGA-systeem.

Het maakt het mogelijk om verder te kijken dan de bekendste namen.

De 66 MGA’s vormen samen geen ranglijst van de beste wijngaarden, maar een geografische kaart van Barbaresco. Sommige namen hebben een lange historische reputatie, andere zijn vooral lokaal bekend, en weer andere krijgen pas relatief recent meer aandacht.

De betekenis van een MGA kan bovendien veranderen. Nieuwe generaties producenten kunnen een geografische naam opnieuw interpreteren en daarmee een plaats een nieuwe reputatie geven.

Barbaresco is daarom geen afgesloten classificatiesysteem. Het is een geografisch systeem dat zich door de tijd heen blijft ontwikkelen.

Waarom producent en MGA samen moeten worden gelezen

Een Barbaresco-etiket vertelt uiteindelijk meer dan alleen de naam van de appellatie.

Wanneer een MGA wordt vermeld, vertelt het etiket iets over de geografische herkomst. Wanneer daarnaast een producent wordt vermeld die deze herkomst al decennialang afzonderlijk vinifieert, ontstaat een veel rijker historisch verhaal.

Daarom is het bij Barbaresco zinvol om drie vragen naast elkaar te stellen:

Welke MGA is dit?

Welke producent maakt de wijn?

Hoe lang wordt deze herkomst door die producent afzonderlijk gevolgd?

Pas daarna komt de vraag hoe de wijn smaakt.

Dat betekent niet dat geschiedenis de smaak bepaalt. Het betekent dat geschiedenis helpt verklaren waarom bepaalde wijnen en wijngaarden vandaag een bepaalde betekenis hebben.

De volgende stap: Barbaresco per gemeente

De historische ontwikkeling van de MGA’s maakt duidelijk waarom de geografische kaart van Barbaresco zo belangrijk is.

Maar een kaart alleen vertelt nog niet hoe het productiegebied in elkaar zit.

Barbaresco bestaat uit vier geografische delen: Barbaresco, Neive, Treiso en het deel van San Rocco Seno d’Elvio dat administratief onder Alba valt. Binnen die gemeenten liggen de 66 MGA’s verspreid over een gebied dat geografisch klein is, maar onderling duidelijke verschillen kent.

Om die verschillen goed te begrijpen, is het daarom logischer om de MGA’s eerst vanuit hun gemeente te bekijken.

Niet als een ranglijst van dorpen of wijngaarden, maar als vier verschillende geografische hoofdstukken binnen hetzelfde Barbaresco.

Dat vormt het onderwerp van het volgende hoofdstuk: Barbaresco per gemeente.


12. Barbaresco per gemeente

Barbaresco is een klein wijngebied, maar het is geen geografisch homogeen geheel.

De appellatie bestaat uit vier administratieve gebieden: Barbaresco, Neive, Treiso en het deel van San Rocco Seno d’Elvio dat administratief onder de gemeente Alba valt. Samen vormen zij het wettelijke productiegebied van Barbaresco DOCG. Binnen dat gebied gelden bovendien verdere beperkingen voor onder meer ligging, expositie en hoogte.

De vier gemeenten zijn geen afzonderlijke appellaties. Er bestaat dus geen officiële classificatie waarin Barbaresco bijvoorbeeld boven Neive of Treiso staat. Toch heeft iedere gemeente een eigen geografische positie, landschappelijke structuur en geschiedenis.

Dat maakt het onderscheid tussen de gemeenten waardevol.

Wie Barbaresco alleen als één appellatie beschouwt, ziet vooral de overeenkomst: Nebbiolo, dezelfde DOCG, dezelfde Langhe en dezelfde wettelijke oorsprongsgrenzen.

Wie verder kijkt, ziet ook de verschillen.

De ligging van de heuvels, de oriëntatie van de hellingen, de hoogte, de geologische ondergrond en de verhouding tussen rivier, dal en hogere heuvelruggen beïnvloeden de omstandigheden waaronder Nebbiolo rijpt. Daar komen verschillen in wijngaardgeschiedenis, perceelgrootte, producenten en wijnbouw bij.

De gemeente is daarom geen smaakclassificatie, maar een eerste geografische laag.

De vier delen van één appellatie

Het officiële productiegebied van Barbaresco beslaat ongeveer 763 hectare Nebbiolo. De verdeling over de vier gebieden is niet gelijk. Volgens de Enoteca Regionale ligt ongeveer 249 hectare in Barbaresco, 281 hectare in Neive, 187 hectare in Treiso en 46 hectare in San Rocco Seno d’Elvio.

Die cijfers maken meteen iets duidelijk.

Barbaresco als gemeente is belangrijk voor de naam en de historische identiteit van de appellatie, maar Neive is qua oppervlakte het grootste deel van het productiegebied. Treiso vertegenwoordigt eveneens een aanzienlijk aandeel, terwijl San Rocco Seno d’Elvio veel kleiner is.

De naam van de appellatie en de omvang van de verschillende geografische delen vallen dus niet samen.

Dat is een belangrijk uitgangspunt voor het begrijpen van Barbaresco.

Barbaresco: het historische hart

De gemeente Barbaresco vormt het historische en symbolische hart van de appellatie.

Hier bevindt zich het dorp Barbaresco, herkenbaar aan de middeleeuwse toren die hoog boven de wijngaarden uitsteekt. Het landschap rondom het dorp wordt sterk bepaald door steile en relatief open hellingen die zich richting de Tanaro uitstrekken.

Juist in deze omgeving ontwikkelde zich in de negentiende eeuw de moderne identiteit van Barbaresco.

De geschiedenis van Domizio Cavazza is daar onlosmakelijk mee verbonden. In 1894 kocht Cavazza het kasteel van Barbaresco met bezittingen in onder meer de gebieden Pora en Ovello en richtte hij de Cantine Sociali di Barbaresco op. Daarmee werd de wijn van het gebied nadrukkelijk als zelfstandige Barbaresco op de markt gebracht.

De gemeente Barbaresco heeft daardoor een bijzondere positie.

De naam van het dorp werd de naam van de wijn, terwijl de omliggende wijngaarden later hun eigen geografische identiteit verder ontwikkelden.

De hellingen rond het dorp

De wijngaarden van Barbaresco liggen niet als een gelijkmatige gordel rond het dorp.

De hellingen verschillen in hoogte, oriëntatie en ligging ten opzichte van de rivier en de aangrenzende heuvels. Daardoor kunnen ook binnen de gemeente aanzienlijke verschillen ontstaan.

Historische MGA’s als Asili, Montaribaldi, Montefico, Montestefano, Muncagota, Ovello, Pajè, Pora en Rabajà behoren tot de geografische namen die sterk met Barbaresco verbonden zijn. De volledige lijst van MGA’s wordt later afzonderlijk behandeld.

Wat deze namen gemeen hebben, is niet dat zij allemaal dezelfde wijnstijl produceren.

Hun betekenis ligt juist in het feit dat zij verschillende geografische posities binnen dezelfde gemeente vertegenwoordigen.

Barbaresco en de Tanaro

De Tanaro speelt een belangrijke rol in het landschap.

De rivier ligt niet midden in de appellatie, maar vormt een duidelijke geografische referentie aan de noordwestelijke zijde van het gebied. De heuvels van Barbaresco liggen boven het rivierdal en de overgang tussen rivierlandschap en helling is zichtbaar in de topografie.

Dat verklaart ook waarom de productievoorschriften niet simpelweg elk stuk grond binnen de gemeentelijke grenzen toestaan.

Niet ieder perceel binnen een gemeente is geschikt of toegelaten voor Barbaresco. Het reglement sluit onder meer noordelijke exposities en ongeschikte vlakke, vochtige dalbodems uit en stelt een bovengrens van 550 meter.

De gemeentegrens is dus niet hetzelfde als de grens van de wijngaardzone.

Neive: de grootste geografische component

Neive neemt binnen het productiegebied een bijzondere plaats in.

Met ongeveer 281 hectare Nebbiolo voor Barbaresco is Neive momenteel het grootste van de vier geografische delen. De gemeente ligt ten oosten van Barbaresco en vormt een uitgestrekt heuvelgebied waarin de wijnbouw over verschillende ruggen en hellingen is verspreid.

Het historische centrum van Neive ligt op ongeveer 300 meter hoogte, maar de wijngaarden van de gemeente beslaan een veel groter hoogtebereik. Daardoor is het landschap van Neive gevarieerd.

Dat is belangrijk omdat de naam Neive op een Barbaresco-etiket niet één uniform terroir beschrijft.

Binnen de gemeente liggen veel verschillende historische geografische namen. Tot de huidige MGA’s behoren onder meer Albesani, Basarin, Bordini, Bricco di Neive, Gallina, Gaia-Principe, San Cristoforo, Serraboella, Serragrilli en Starderi.

Deze namen vertegenwoordigen geen opeenvolgende kwaliteitsniveaus.

Het zijn afzonderlijke geografische eenheden die samen laten zien hoe sterk de wijnbouw in Neive in kleinere herkomstgebieden is verdeeld.

De geologische overgang

Neive is bovendien belangrijk omdat de gemeente zich geografisch bevindt in een overgangsgebied tussen verschillende geologische situaties.

Volgens de Enoteca Regionale behoren de gebieden van Treiso, San Rocco Seno d’Elvio en het zuidelijke deel van Neive tot de Lequio-formaties, terwijl Barbaresco en het aan Barbaresco grenzende deel van Neive voornamelijk worden gekenmerkt door de marne van Sant’Agata Fossili.

Daarmee is Neive een interessante gemeente om te bestuderen.

De geologische grens loopt niet netjes samen met een gemeentelijke grens en evenmin met de volledige appellatiegrens. Binnen Neive komen verschillende geologische situaties samen.

Dat is precies waarom een gemeente niet als één terroir moet worden behandeld.

De grote diversiteit van Neive

Neive laat misschien wel het duidelijkst zien waarom Barbaresco niet gereduceerd kan worden tot vier eenvoudige smaakprofielen.

De gemeente omvat een groot oppervlak en een groot aantal MGA’s. Sommige liggen hoger, andere lager; sommige zijn sterk naar het zuiden of zuidwesten gericht, andere hebben een andere expositie; sommige liggen dicht bij andere historische heuvelruggen van Barbaresco, andere liggen verder naar het oosten.

De verschillen kunnen daardoor subtiel zijn.

Het is niet verantwoord om iedere Barbaresco uit Neive dezelfde aromatische of structurele eigenschappen toe te schrijven. Daarvoor zijn de geografische verschillen binnen de gemeente te groot en zijn producent en oogstjaar te belangrijk.

Neive moet daarom vooral worden gezien als een geografisch rijk en gevarieerd deel van de appellatie.

Treiso: hogere heuvels en een ander landschap

Treiso ligt ten zuiden van Barbaresco en vertegenwoordigt een duidelijk ander landschappelijk deel van het productiegebied.

De gemeente ligt hoger dan Barbaresco en Neive. Het centrum van Treiso bevindt zich rond 410 meter boven zeeniveau en de wijngaarden liggen over een uitgestrekt heuvelgebied. De Enoteca Regionale vermeldt momenteel ongeveer 187 hectare Nebbiolo voor Barbaresco binnen de gemeente.

Treiso is daarmee niet alleen geografisch zuidelijker gelegen, maar vormt ook een belangrijk hoger gelegen onderdeel van de appellatie.

Dat kan relevant zijn voor de rijping van Nebbiolo.

Hoogte beïnvloedt temperatuur, dag-nachtverschillen en het tempo waarmee druiven rijpen. Maar hoogte mag niet als een afzonderlijke kwaliteitsfactor worden beschouwd. Een hogere ligging is niet automatisch beter. De betekenis ervan hangt samen met expositie, hellingsgraad, bodem, waterhuishouding en het specifieke oogstjaar.

De zuidelijke positie

De wijngaarden van Treiso liggen in een landschap dat zich verder van de Tanaro en dichter naar de hogere Langhe uitstrekt.

De historische MGA’s van Treiso omvatten onder meer Ausario, Bernardot, Bricco di Treiso, Casot, Ferrere, Garassino, Giacosa, Manzola, Marcarini, Nervo, Pajorè, Rizzi, Rombone en Vallegrande.

Ook hier geldt dat deze namen niet als een eenvoudige lijst van “beste” en “minder goede” wijngaarden gelezen moeten worden.

Hun betekenis komt voort uit hun geografische ligging en geschiedenis.

Treiso en frisheid

Treiso wordt in de wijnliteratuur en door producenten regelmatig geassocieerd met een wat hoger gelegen en vaak frisser profiel binnen Barbaresco.

Dat kan een nuttige observatie zijn, maar het moet voorzichtig worden geïnterpreteerd.

Niet iedere wijn uit Treiso is automatisch lichter of frisser dan iedere wijn uit Barbaresco. Een lage ligging met een gunstige expositie kan in een bepaald jaar warmer uitpakken dan een hoger gelegen wijngaard elders. Ook oogstdatum, bladerdek, opbrengst en kelderkeuzes beïnvloeden de uiteindelijke wijn.

De waarde van Treiso ligt daarom niet in een vast smaaketiket, maar in de geografische omstandigheden die de producent in een bepaald jaar probeert te vertalen.

San Rocco Seno d’Elvio: het kleine vierde gebied

Het vierde deel van het productiegebied is geografisch het meest bijzondere.

San Rocco Seno d’Elvio is een frazione van Alba. Alleen het deel aan de rechterzijde van de stroom behoort tot het productiegebied van Barbaresco. Het is dus niet de volledige gemeente Alba en evenmin het volledige gebied van San Rocco Seno d’Elvio.

Dit is een belangrijk detail omdat de naam Alba in het kader van Barbaresco gemakkelijk tot verwarring kan leiden.

Barbaresco wordt niet algemeen in de gemeente Alba geproduceerd.

De DOCG omvat slechts het specifiek omschreven deel van San Rocco Seno d’Elvio.

Een klein maar historisch relevant gebied

San Rocco Seno d’Elvio vertegenwoordigt ongeveer 46 hectare Nebbiolo binnen het huidige productiegebied en is daarmee aanzienlijk kleiner dan de andere drie delen.

Toch is het geografisch interessant.

De ligging vormt een overgang tussen het gebied rond Alba en de heuvels van Barbaresco. Het laat bovendien zien hoe nauwkeurig een herkomstbenaming kan worden afgebakend.

De grenzen van een appellatie worden niet alleen bepaald door administratieve logica.

In Barbaresco zijn ze het resultaat van een combinatie van historische wijnbouw, geografische geschiktheid en wettelijke afbakening.

Binnen San Rocco Seno d’Elvio liggen de MGA’s Meruzzano, Montersino, Rizzi en Rocche Massalupo. Deze geografische namen worden officieel onder Alba vermeld in de huidige MGA-indeling.

Waarom de vier gemeenten niet als vier wijnstijlen moeten worden gelezen

Het is verleidelijk om na een geografische vergelijking vier duidelijke stijlen te creëren:

Barbaresco als klassiek en elegant.

Neive als krachtig.

Treiso als fris en hooggelegen.

San Rocco Seno d’Elvio als licht en bijzonder.

Zo’n indeling klinkt aantrekkelijk, maar doet geen recht aan de werkelijkheid.

Binnen iedere gemeente bestaan aanzienlijke verschillen tussen wijngaarden. Bovendien kunnen producenten dezelfde geografische omstandigheden op verschillende manieren interpreteren. Ook het oogstjaar kan de verschillen tussen gemeenten versterken of juist verkleinen.

Een gemeente is daarom vooral een oriëntatielaag.

De werkelijke geografische interpretatie wordt verfijnder zodra men kijkt naar de individuele MGA.

Daarmee komen we bij een belangrijk principe van Barbaresco:

gemeente is niet hetzelfde als terroir, en MGA is niet hetzelfde als smaakprofiel.

De geologische basis van de vier gebieden

Hoewel de volledige geologische analyse in hoofdstuk 13 aan bod komt, is het hier al belangrijk om één fundament te begrijpen.

De Barbaresco-zone is geologisch onderdeel van de mariene afzettingen van de Langhe. De heuvels bestaan voornamelijk uit sedimentaire gesteenten die zijn gevormd uit afzettingen van de oude zee die ooit dit deel van Piemonte bedekte. De Enoteca Regionale onderscheidt binnen het gebied onder meer de Lequio-formaties en de marne van Sant’Agata Fossili.

Dat verklaart mede waarom de bodem binnen de appellatie niet overal hetzelfde is.

Maar geologie alleen verklaart evenmin de smaak van Barbaresco.

De uiteindelijke omstandigheden van een wijngaard ontstaan uit de combinatie van geologische ondergrond, bodemontwikkeling, helling, hoogte, expositie, waterhuishouding en klimaat.

Daarom wordt de geologie hier alleen als fundament genoemd. De volledige relatie tussen bodem, geologie en wijn komt in hoofdstuk 13 terug.

De gemeenten in historisch perspectief

De vier gebieden zijn bovendien niet alleen geografische eenheden.

Ze hebben ieder een eigen geschiedenis.

Barbaresco werd de naamgever van de wijn en speelde een centrale rol in de negentiende-eeuwse ontwikkeling onder Domizio Cavazza.

Neive ontwikkelde zich als een groot en gevarieerd wijnbouwgebied met een omvangrijke verzameling historische wijngaardnamen.

Treiso vertegenwoordigt het zuidelijke en hoger gelegen deel van de appellatie en heeft eveneens een groot aantal historische MGA’s.

San Rocco Seno d’Elvio laat zien hoe een klein, specifiek afgebakend gebied binnen de gemeente Alba onderdeel is geworden van de Barbaresco-herkomst.

Samen vormen deze vier gebieden het historische en geografische kader waarbinnen de MGA’s betekenis krijgen.

De kaart wordt steeds gedetailleerder

Er ontstaat nu een steeds fijnmaziger beeld van Barbaresco.

Eerst is er de appellatie.

Daarbinnen liggen vier gemeenten of administratieve gebieden.

Binnen die gebieden liggen de historische wijngaardnamen.

Die namen zijn uiteindelijk vastgelegd als 66 wettelijke MGA’s.

En binnen die MGA’s bevinden zich de individuele percelen van verschillende producenten.

Dat betekent dat geografische herkomst in Barbaresco op verschillende niveaus kan worden gelezen:

Barbaresco DOCG → gemeente → MGA → perceel → producent → oogstjaar.

Geen van deze niveaus vervangt het andere.

Een wijn uit Treiso is niet simpelweg “een Treiso”. Hij komt uit een specifieke MGA, van een bepaalde producent, uit een bepaald jaar en uit specifieke percelen.

Juist die opeenstapeling van informatie maakt Barbaresco zo interessant voor wie verder wil kijken dan de naam op het etiket.

Van gemeente naar terroir

Met de vier gemeenten als uitgangspunt kunnen de geografische verschillen nu verder worden onderzocht.

Daarbij wordt duidelijk dat de grens tussen gemeenten slechts het begin is.

Binnen Barbaresco kunnen twee wijngaarden die geografisch relatief dicht bij elkaar liggen toch verschillen in hoogte, expositie, hellingsgraad en bodem. Omgekeerd kunnen wijngaarden in verschillende gemeenten bepaalde geografische kenmerken met elkaar delen.

De gemeente is dus een eerste kaartlaag.

De MGA maakt die kaart veel nauwkeuriger.

Maar ook de MGA vertelt nog niet het volledige verhaal. Daarvoor moeten we kijken naar de fysieke eigenschappen van de plaats zelf en naar de manier waarop die eigenschappen het groeiseizoen van Nebbiolo beïnvloeden.

Dat brengt ons bij de kern van het begrip terroir.

Niet als marketingterm, maar als de wisselwerking tussen plaats, bodem, klimaat, topografie, wijnstok en mens.

Dat is het onderwerp van het volgende hoofdstuk: het terroir van Barbaresco.


13. Het terroir van Barbaresco

Het woord terroir wordt in de wijnwereld veel gebruikt, maar zelden is het zo belangrijk om het begrip zorgvuldig te definiëren als bij Barbaresco.

Terroir is niet simpelweg de bodem.

Het is ook niet alleen het klimaat, de hoogte of de ligging van een wijngaard. Terroir ontstaat uit de wisselwerking tussen de fysieke plaats, de wijnstok en de mens. In Barbaresco komen daar een uitzonderlijk gevoelige druif, een lang groeiseizoen en een fijnmazig geografisch landschap bij.

Wie Barbaresco vanuit terroir wil begrijpen, moet daarom niet zoeken naar één bodemtype dat de hele appellatie verklaart.

Het gaat juist om verschillen binnen een relatief klein gebied.

De huidige Barbaresco DOCG omvat 763,19 hectare verspreid over Barbaresco, Neive, Treiso en het specifiek afgebakende deel van San Rocco Seno d’Elvio. Binnen dat gebied worden bovendien hoogte, expositie en ligging juridisch begrensd. Noordhellingen en ongeschikte vlakke, vochtige dalbodems zijn uitgesloten en de maximale hoogte bedraagt 550 meter.

Dat is geen toevallige combinatie van regels.

Het zegt iets wezenlijks over de omstandigheden die nodig zijn om Nebbiolo in Barbaresco volledig te laten rijpen.

Terroir begint bij de zee

De geologische geschiedenis van Barbaresco begint lang voordat hier wijnstokken stonden.

De Langhe zijn ontstaan uit sedimenten die zich in een oude zee hebben afgezet. Tijdens het Mioceen werden op de zeebodem verschillende lagen van klei, kalk, slib en zand afgezet. Door geologische bewegingen werd de zeebodem uiteindelijk opgeheven en ontstond het heuvelachtige landschap dat we tegenwoordig kennen.

De rotsen en marne die vandaag aan de oppervlakte liggen, zijn daarmee het resultaat van een zeer lange geologische geschiedenis.

Dat is belangrijk omdat de ondergrond de basis vormt voor de bodem waarin de wijnstok groeit.

Maar de huidige bodem is niet identiek aan de oorspronkelijke geologische laag.

Door verwering, erosie, klimaat en menselijke bewerking is uit het moedergesteente een bodem ontstaan met een eigen structuur en samenstelling. Op een helling kan die bodem bovendien anders zijn dan enkele honderden meters verderop.

Daarom moet onderscheid worden gemaakt tussen geologie en bodem.

Geologie beschrijft de onderliggende formaties en hun oorsprong.

Bodem beschrijft het materiaal waarin de wortels daadwerkelijk groeien.

Het ene kan niet volledig los van het andere worden begrepen, maar het zijn niet dezelfde begrippen.

De marne van Barbaresco

Een groot deel van Barbaresco bestaat uit kalkrijke mergel.

Mergel is een sedimentair gesteente waarin klei en kalkrijke componenten samen voorkomen. In de Barbaresco-zone vormt dit materiaal een belangrijk onderdeel van de ondergrond en van de bodems waarop Nebbiolo wordt verbouwd. De Enoteca Regionale beschrijft het gebied als overwegend marien van oorsprong en onderscheidt binnen de appellatie twee belangrijke geologische zones.

Aan de ene kant liggen de Marne di Sant’Agata Fossili.

Aan de andere kant de Formazioni di Lequio.

Deze twee formaties helpen om de geografische verschillen binnen Barbaresco te begrijpen.

Maar ook hier geldt dat een geologische formatie niet automatisch één uniforme bodem oplevert. De positie op de helling, erosie, drainage en menselijke bodembewerking kunnen lokaal voor aanzienlijke verschillen zorgen.

De geologie is dus het fundament, niet het eindresultaat.

Sant’Agata Fossili

De Marne di Sant’Agata Fossili vormen een belangrijk deel van Barbaresco.

Ze komen vooral voor in de gemeente Barbaresco en in het deel van Neive dat direct aansluit op Barbaresco. De Enoteca Regionale beschrijft deze formaties als blauwachtige, kalkrijke mergel uit het Tortonien.

De marne bevatten veel fijn sediment en zijn rijk aan kalk.

De naam Sant’Agata Fossili verwijst naar de geologische formatie die ook elders in de Langhe voorkomt. Binnen Barbaresco vormt deze formatie een belangrijk deel van het noordelijke en westelijke gedeelte van het wijngebied.

De term “kalkrijke mergel” moet daarbij niet worden vertaald naar een simpel smaakprofiel.

Het is te gemakkelijk om te zeggen dat kalkrijke bodem automatisch een wijn met meer elegantie, mineraliteit of finesse oplevert. Zulke directe één-op-één relaties zijn wetenschappelijk en praktisch veel moeilijker aan te tonen.

Wat de bodem wel doet, is de omstandigheden bepalen waarin de wijnstok groeit.

Structuur, waterbeschikbaarheid, beworteling, drainage en groeikracht beïnvloeden vervolgens de ontwikkeling van de plant en daarmee indirect de rijping van de druiven.

De bodem werkt dus niet als een smaakstof.

Hij beïnvloedt de plant.

De Formazioni di Lequio

De tweede belangrijke geologische formatie is de Formazione di Lequio.

Deze komt volgens de Enoteca Regionale voor in Treiso, San Rocco Seno d’Elvio en het zuidelijke deel van Neive. De formatie bestaat uit compacte grijze mergellagen die worden afgewisseld met zandlagen.

De aanwezigheid van zandige lagen maakt deze geologische zone anders dan de overwegend mergelige Sant’Agata-formatie.

Ook hier moet echter voorzichtig worden omgegaan met vereenvoudigingen.

Een wijngaard staat niet rechtstreeks “op Lequio” of “op Sant’Agata”. De wortels groeien in een bodem die door verwering, erosie en menselijke ontwikkeling uit die geologische ondergrond is ontstaan.

De geologische formatie geeft dus de basisvoorwaarden.

De uiteindelijke bodem is het resultaat van een veel complexer proces.

De geologische grens loopt niet samen met de gemeentegrens

Dit is één van de interessantste aspecten van Barbaresco.

De geologie volgt geen administratieve grenzen.

Barbaresco bestaat uit vier geografische gebieden, maar de onderliggende formaties houden zich uiteraard niet aan de gemeentegrenzen. Vooral Neive laat dat duidelijk zien.

Het deel van Neive dat tegen Barbaresco aanligt, behoort geologisch tot de Sant’Agata-zone, terwijl verder naar het zuiden de Lequio-formaties overheersen.

Daarmee wordt meteen duidelijk waarom hoofdstuk 12 en hoofdstuk 13 elkaar aanvullen.

De gemeente is een historische en administratieve geografische laag.

De geologie vormt een andere laag.

De MGA vormt weer een volgende.

Geen van deze kaarten vertelt afzonderlijk het volledige verhaal.

De heuvel maakt van bodem terroir

Geologie alleen is onvoldoende.

Barbaresco is een heuvelgebied en de vorm van die heuvels heeft grote invloed op de omstandigheden waarin Nebbiolo groeit.

Een wijngaard op een zuidhelling ontvangt andere hoeveelheden zonlicht dan een wijngaard op een noordhelling.

Een steile helling gedraagt zich anders dan een vlak stuk grond.

Een hoger gelegen perceel heeft andere temperatuur- en windcondities dan een lager gelegen perceel.

En een wijngaard die op een helling ligt, kan een heel andere waterhuishouding hebben dan een wijngaard op de bodem van een dal.

Daarom is topografie een essentieel onderdeel van het terroir.

De wettelijke voorschriften voor Barbaresco erkennen dit impliciet. De productie is beperkt tot heuvelachtig terrein; vlakke, vochtige en onvoldoende zonnige dalbodems zijn uitgesloten. Ook noordelijke exposities zijn uitgesloten en de hoogte mag niet boven 550 meter uitkomen.

De regelgeving zegt daarmee eigenlijk iets fundamenteels:

niet iedere grond binnen de geografische appellatie is geschikt voor Barbaresco.

Expositie bepaalt het groeiseizoen

Voor een laatrijpende druif als Nebbiolo is de positie van een wijngaard ten opzichte van de zon van groot belang.

Expositie beïnvloedt hoeveel directe zon een helling ontvangt en gedurende welk deel van de dag. Dat heeft gevolgen voor temperatuur en de snelheid waarmee de druiven rijpen.

Dat betekent niet dat één expositie altijd beter is.

Een warme zuidhelling kan in een heet oogstjaar andere uitdagingen geven dan in een koel jaar. Een iets minder warme helling kan in een zeer warm jaar juist gunstige omstandigheden bieden.

Daarom is terroir altijd dynamisch.

Dezelfde wijngaard kan in verschillende oogstjaren onder verschillende klimatologische omstandigheden functioneren.

De ligging verandert niet.

De context waarin die ligging werkt wel.

Hoogte: meer dan een getal

De maximale wettelijke hoogte van 550 meter is een belangrijke grens, maar hoogte moet niet worden gereduceerd tot een simpel kwaliteitsargument.

Naarmate de hoogte toeneemt, kunnen temperaturen gemiddeld lager zijn en kunnen dag- en nachttemperaturen sterker verschillen. Dat kan het rijpingsverloop van Nebbiolo beïnvloeden.

Maar hoogte werkt altijd samen met expositie, hellingsgraad en luchtstroming.

Een wijngaard op 400 meter met een zeer gunstige zuidelijke expositie kan warmer functioneren dan een hoger gelegen wijngaard met een andere oriëntatie.

Bovendien heeft hoogte invloed op het moment waarop bepaalde ontwikkelingsfasen van de wijnstok plaatsvinden.

Voor een laatrijpende variëteit als Nebbiolo kan dat belangrijk zijn.

De vraag is daarom niet:

Hoe hoog ligt deze wijngaard?

maar:

Wat betekent deze hoogte in combinatie met de ligging van deze specifieke helling?

Dat is een veel zinvollere terroirvraag.

De rol van water

Water is een van de minder zichtbare, maar belangrijke onderdelen van terroir.

De wijnstok heeft water nodig voor groei en fotosynthese, maar overmatige beschikbaarheid kan leiden tot een te sterke vegetatieve groei. Omgekeerd kan ernstige droogtestress de fotosynthese en rijping verstoren.

De bodemstructuur, diepte en hellingspositie bepalen mede hoeveel water beschikbaar blijft voor de plant.

Mergelige bodems kunnen water vasthouden, terwijl zandigere lagen andere drainage-eigenschappen hebben. Maar ook hier is het te eenvoudig om één bodemtype rechtstreeks aan één gedrag te koppelen.

De diepte van de bodem, de hoeveelheid organisch materiaal, de worteldiepte en de aanwezigheid van verschillende lagen spelen allemaal een rol.

Daarom kan dezelfde geologische formatie verschillende wijnbouwkundige omstandigheden opleveren.

Erosie en de vorm van de helling

In een heuvelgebied is erosie een voortdurend proces.

Regenwater beweegt over en door de helling en kan fijne bodemdeeltjes verplaatsen. Op steile hellingen kan daardoor de bodem op sommige plaatsen dunner zijn, terwijl lager op de helling materiaal zich juist kan ophopen.

Een wijngaard is daarom niet noodzakelijk overal binnen één MGA identiek.

Ook binnen één perceel kunnen verschillen bestaan.

Dat is een belangrijke reden waarom het begrip “cru” in Barbaresco niet betekent dat iedere vierkante meter van een MGA exact dezelfde omstandigheden heeft.

Een MGA is een geografische eenheid.

Binnen die eenheid bestaat nog steeds variatie.

Nebbiolo als vertaler van het terroir

Juist hier wordt de keuze voor Nebbiolo belangrijk.

Nebbiolo is laatrijpend en reageert sterk op omstandigheden tijdens het groeiseizoen. Daardoor kan de druif verschillen in rijpingssnelheid, tannineontwikkeling, zuurgraad en aromatische ontwikkeling weerspiegelen.

Dat maakt Nebbiolo geschikt om geografische verschillen zichtbaar te maken.

Maar de druif is geen passieve recorder.

De wijnstok wordt geleid, gesnoeid, ontbladerd en beheerd. De opbrengst wordt gereguleerd. De oogstdatum wordt gekozen. Vervolgens wordt de druif in de kelder verwerkt.

De uiteindelijke wijn is dus altijd het resultaat van een interactie tussen plaats en mens.

Dat is precies waarom terroir niet hetzelfde is als bodem.

De mens hoort bij het terroir

Een wijngaard bestaat niet zonder menselijke tussenkomst.

In Barbaresco is dat bijzonder duidelijk.

De heuvels zijn eeuwenlang door landbouw gevormd. Percelen zijn aangelegd en onderhouden, hellingen worden bewerkt, wijnstokken worden gesnoeid en de bodem wordt beheerd.

Ook de keuze van onderstam, plantdichtheid, snoeimethode, bladerdek en oogstmoment beïnvloedt hoe de plaats uiteindelijk in de wijn terechtkomt.

Daarmee ontstaat een belangrijk onderscheid tussen natuurlijk terroir en cultureel terroir.

Het fysieke landschap is niet door de mens gemaakt.

Maar de manier waarop dat landschap als wijngaard wordt gebruikt, is wel het resultaat van generaties menselijke keuzes.

De Barbaresco die wij vandaag drinken is daarom niet alleen een product van geologie en klimaat.

Het is ook een product van wijnbouwgeschiedenis.

De MGA als kaart van terroir

De 66 MGA’s vormen uiteindelijk een geografische poging om deze variatie zichtbaar te maken.

De MGA-grenzen zeggen niet dat binnen iedere grens één identieke bodem, expositie of microklimaat bestaat.

Ze geven een historische en geografische eenheid aan die in de loop van de tijd herkenbaar is geworden en uiteindelijk officieel is afgebakend.

De waarde van een MGA ligt daarom vooral in het feit dat zij de consument in staat stelt de herkomst steeds preciezer te benoemen.

Van:

Barbaresco.

Naar:

Barbaresco, Neive.

Naar:

een specifieke MGA.

En uiteindelijk naar:

een specifiek perceel van een specifieke producent.

Hoe verder men inzoomt, hoe meer informatie over de plaats beschikbaar komt.

Microklimaat bestaat, maar is geen losstaand systeem

Binnen Barbaresco bestaan verschillen in temperatuur, wind, vochtigheid en zoninstraling.

De vorm van het landschap speelt daarbij een belangrijke rol. De heuvelruggen en valleien beïnvloeden luchtstromen en de mate waarin warmte zich kan ophopen of juist wordt afgevoerd.

De Enoteca Regionale benadrukt dat de gevarieerde topografie van de Langhe verschillende microklimatische omstandigheden creëert. Binnen de Barbaresco-zone spelen onder meer de smalle valleien en de daarmee samenhangende luchtbewegingen een rol.

Toch is ook hier voorzichtigheid nodig.

Een “microklimaat” is geen permanent vaststaand klimaatprofiel.

Jaarlijkse weersomstandigheden kunnen de werking ervan veranderen.

Een koele, natte zomer en een hete, droge zomer stellen dezelfde wijngaard voor totaal verschillende omstandigheden.

Daarom moet terroir altijd worden gelezen in combinatie met het oogstjaar.

Klimaat en terroir zijn niet hetzelfde

Klimaat is een onderdeel van terroir, maar terroir is meer dan klimaat.

Het klimaat beschrijft de omstandigheden waarin de wijnstok gedurende het jaar groeit.

Terroir omvat daarnaast de plaatselijke geologie, bodem, topografie, waterhuishouding, expositie en menselijke invloed.

Daarom kunnen twee wijngaarden met vergelijkbare gemiddelde temperaturen toch verschillende omstandigheden hebben.

En omgekeerd kunnen twee wijngaarden met verschillende liggingen in een bepaald jaar vergelijkbare rijpingsomstandigheden ervaren.

Deze nuance is belangrijk omdat Barbaresco vaak wordt beschreven met vaste termen als elegant, krachtig, fris of gestructureerd.

Dergelijke termen kunnen nuttig zijn.

Maar ze mogen nooit worden opgevat als natuurwetten.

Waarom “mineraliteit uit de bodem” te eenvoudig is

Een van de meest hardnekkige vereenvoudigingen in wijnbeschrijvingen is de gedachte dat mineralen uit de bodem rechtstreeks in de wijn terechtkomen en daar een herkenbare smaak veroorzaken.

Zo eenvoudig werkt het niet.

De wijnstok neemt mineralen en voedingsstoffen uit de bodem op, maar de sensorische eigenschappen van wijn zijn het resultaat van een zeer complex geheel van chemische en biologische processen.

Wanneer een Barbaresco als mineraal wordt ervaren, betekent dat dus niet dat de proever letterlijk een bodemcomponent proeft.

Een wijn kan wel degelijk een indruk van spanning, ziltigheid, krijtachtigheid of steenachtige frisheid geven. Maar het is wetenschappelijk onverantwoord om daar automatisch één specifieke bodemcomponent als directe oorzaak aan te koppelen.

Voor Barbaresco is het interessanter om te spreken over de invloed van bodem op groeicondities dan over bodem als smaakstof.

Dat maakt het begrip terroir niet zwakker.

Juist sterker.

Terroir is geen recept

Er bestaat geen formule:

Sant’Agata = elegant.

Lequio = krachtig.

hoogte = fris.

kalk = mineraliteit.

De werkelijkheid is veel complexer.

Een Barbaresco ontstaat uit meerdere variabelen die elkaar voortdurend beïnvloeden.

Dezelfde bodem kan onder verschillende omstandigheden andere resultaten opleveren.

Een producent kan bovendien dezelfde MGA anders interpreteren dan een buurman.

En een warm oogstjaar kan de typische verschillen tussen wijngaarden anders laten uitkomen dan een koel jaar.

Daarom is terroir geen recept waarmee de smaak van een wijn vooraf exact kan worden voorspeld.

Het is een verklaringsmodel.

De nieuwe geologische kaart van Barbaresco

Dat het begrip terroir steeds verfijnder wordt onderzocht, blijkt ook uit de ontwikkeling van de nieuwe 3D-geologische kaart van Barbaresco.

De Enoteca Regionale presenteerde in 2024 een driedimensionale geologische kaart die tot stand kwam in samenwerking met cartograaf Alessandro Masnaghetti en geoloog Edmondo Bonelli. Het doel is niet alleen de bodem op een tweedimensionale kaart te tonen, maar de relatie tussen geologie, morfologie en wijngaard verder inzichtelijk te maken.

Dat is een belangrijke ontwikkeling.

Want hoe nauwkeuriger de geografische informatie wordt, hoe beter zichtbaar wordt dat een MGA niet noodzakelijk een homogeen vlak is.

De toekomst van terroironderzoek in Barbaresco ligt daarom niet in steeds eenvoudigere smaaklabels.

Juist het tegenovergestelde.

Hoe meer men onderzoekt, hoe duidelijker de complexiteit wordt.

Van geologie naar wijn

Uiteindelijk gaat terroir natuurlijk niet om kaarten.

Het gaat om wijn.

De geologische ondergrond beïnvloedt de bodem.

De bodem beïnvloedt mede de waterhuishouding en groeikracht.

De topografie beïnvloedt zoninstraling, temperatuur en luchtbeweging.

Hoogte en expositie beïnvloeden het rijpingsverloop.

Het klimaat bepaalt de omstandigheden van het oogstjaar.

De wijnbouwer reageert daarop.

Nebbiolo ontwikkelt zich binnen dat geheel.

De producent bepaalt vervolgens hoe de druif wordt geoogst, vergist, geëxtraheerd en gerijpt.

De wijn die uiteindelijk in het glas verschijnt, is het resultaat van al die lagen samen.

Dat is terroir.

Niet één bodem.

Niet één heuvel.

Niet één klimaat.

Maar de interactie van plaats, tijd, wijnstok en mens.

Het terroir van Barbaresco lezen

Wie Barbaresco beter wil begrijpen, kan daarom een wijngaard het beste in verschillende stappen bekijken.

Eerst de ligging.

Waar ligt de wijngaard ten opzichte van de vier gemeenten en de omliggende heuvels?

Daarna de topografie.

Hoe hoog ligt de wijngaard, hoe steil is de helling en welke expositie heeft zij?

Vervolgens de geologie.

Welke geologische formatie ligt onder de wijngaard?

Daarna de bodem.

Hoe diep is de bodem, hoe is de structuur en hoe gedraagt het water zich?

Daarna het klimaat.

Welke omstandigheden kende het groeiseizoen van het betreffende jaar?

En uiteindelijk de mens.

Welke producent bewerkt de wijngaard, welke keuzes worden in de wijngaard gemaakt en hoe wordt de druif in de kelder behandeld?

Pas wanneer al deze lagen samen worden bekeken, krijgt het begrip terroir werkelijk betekenis.

Van terroir naar herkomst in het glas

Daarmee komen we terug bij een van de belangrijkste ideeën van deze Barbaresco Special.

Een MGA is geen smaakprofiel.

Maar een MGA is ook niet betekenisloos.

De geografische herkomst vormt een kader waarin bepaalde combinaties van geologie, topografie, klimaat en menselijke geschiedenis samenkomen.

Sommige verschillen zijn duidelijk.

Andere zijn subtiel.

Sommige worden vooral in bepaalde oogstjaren zichtbaar.

En sommige worden pas duidelijk wanneer wijnen naast elkaar worden geproefd.

Dat maakt Barbaresco zo geschikt voor vergelijkend proeven.

Wanneer twee wijnen van dezelfde producent, uit hetzelfde oogstjaar en op vergelijkbare wijze gevinifieerd naast elkaar worden gezet, kan het geografische verschil een veel duidelijker rol spelen.

Maar zelfs dan blijft voorzichtigheid nodig.

De wijn vertelt niet letterlijk:

dit proef je omdat hier Sant’Agata Fossili onder de wijngaard ligt.

De wijn laat eerder zien hoe een specifieke plaats, in een specifiek jaar, door een specifieke wijnstok en een specifieke producent tot uitdrukking is gebracht.

Dat is een veel interessanter verhaal.

Terroir als verbinding tussen verleden en heden

Het begrip terroir verbindt bovendien de historische hoofdstukken van deze Special met de moderne Barbaresco.

De historische wijngaardnamen uit hoofdstuk 11 zijn ontstaan omdat bepaalde plaatsen door generaties wijnbouwers herkenbaar waren.

De gemeenten uit hoofdstuk 12 geven de grotere geografische structuur.

De geologie en topografie verklaren vervolgens waarom het landschap niet overal hetzelfde is.

De MGA’s proberen een deel van die geografische geschiedenis formeel vast te leggen.

En de producenten geven er in iedere oogst opnieuw een concrete wijn aan.

Daarmee wordt duidelijk waarom Barbaresco nooit uitsluitend een wijn van Nebbiolo kan zijn.

Het is Nebbiolo op een plaats.

En die plaats is geen abstract begrip.

Het is een landschap met een geschiedenis.

De volgende laag: klimaat

Terroir is nooit statisch.

De geologie verandert nauwelijks op menselijke tijdschaal. De vorm van een heuvel verandert langzaam. Maar het klimaat verandert wel binnen de levensduur van een wijngaard.

Temperaturen stijgen, neerslagpatronen verschuiven, hitteperioden worden relevanter en droogtestress kan vaker een rol spelen.

Voor een laatrijpende druif als Nebbiolo heeft dat directe gevolgen.

De vraag voor Barbaresco is daarom niet alleen welke bodem of expositie een wijngaard heeft.

De vraag wordt steeds meer hoe die plaats functioneert onder veranderende klimatologische omstandigheden.

Daarmee komen we bij de volgende stap in het begrijpen van het terroir van Barbaresco:

het klimaat en de klimaatverandering.

Dat is het onderwerp van hoofdstuk 14.


14. Klimaat en klimaatverandering

Het terroir van Barbaresco is niet statisch.

De geologie verandert nauwelijks binnen een menselijke tijdschaal. De ligging van een wijngaard blijft hetzelfde. Een helling blijft op dezelfde hoogte en heeft dezelfde oriëntatie.

Het klimaat waarin die wijngaard functioneert, verandert wel.

Dat maakt klimaat tot een bijzondere component van het terroir van Barbaresco. Het bepaalt niet alleen hoe Nebbiolo in een bepaald jaar rijpt, maar beïnvloedt ook steeds meer de manier waarop producenten hun wijngaarden moeten beheren.

Voor Barbaresco is dat extra relevant omdat Nebbiolo een laatrijpende druif is. De lange rijpingsperiode is juist een van de redenen waarom de ligging van de wijngaard, de hoogte, de expositie en de herfstomstandigheden zo belangrijk zijn.

De uitdaging van de komende decennia is daarom niet eenvoudigweg dat het warmer wordt.

De werkelijke vraag is hoe de bestaande geografische verschillen binnen Barbaresco functioneren in een klimaat met hogere temperaturen, veranderende neerslagpatronen en meer uitgesproken weersextremen.

Een wijngebied dat altijd met klimaat heeft geleefd

Het is belangrijk om niet te doen alsof klimaatverandering het eerste klimatologische probleem is waarmee Barbaresco ooit te maken heeft gehad.

Wijnbouw is altijd afhankelijk geweest van het weer.

Koude voorjaren, late vorst, natte zomers, droogte, hagel en warme herfstperioden zijn geen nieuwe verschijnselen. De geschiedenis van Barbaresco kent zowel zeer gunstige als moeilijke oogstjaren.

Wat verandert, is de context waarin zulke gebeurtenissen plaatsvinden.

Een uitzonderlijk warm jaar staat niet langer altijd op zichzelf. Meerdere warme of droge jaren kunnen elkaar opvolgen. Waterreserves kunnen daardoor aan het begin van een nieuw groeiseizoen al lager zijn.

Dat kan een belangrijk verschil maken.

Een wijnstok reageert niet alleen op het weer van vandaag, maar ook op de omstandigheden van de maanden en jaren daarvoor.

Waarom Nebbiolo bijzonder gevoelig is

Nebbiolo is een laatrijpende druif.

Dat betekent dat de ontwikkeling van de druiven relatief lang doorloopt en dat de laatste fase van het groeiseizoen een belangrijke rol speelt in de uiteindelijke kwaliteit.

Traditioneel was dat juist een voordeel van Barbaresco.

De heuvels bieden verschillende exposities en hoogtes, waardoor producenten konden zoeken naar plaatsen waar Nebbiolo voldoende rijpheid kon bereiken zonder zijn frisheid en structuur te verliezen.

Een warmer klimaat kan die balans verschuiven.

Wanneer de rijping sneller verloopt, kan het suikergehalte sneller toenemen terwijl andere componenten van de druif zich niet noodzakelijk in exact hetzelfde tempo ontwikkelen. Voor de wijnmaker ontstaat dan een ingewikkelder vraagstuk: wanneer is de druif werkelijk rijp?

Rijpheid is immers meer dan suiker.

Voor Barbaresco zijn onder meer zuren, tannine, aromatische ontwikkeling en fysiologische rijpheid van belang.

De optimale oogstdatum ontstaat daarom uit een afweging tussen verschillende soorten rijpheid.

Warmte is niet automatisch slecht

Een warmer groeiseizoen hoeft op zichzelf geen probleem te zijn.

Barbaresco heeft in sommige warme jaren zeer goede resultaten laten zien. De wijnstok kan bovendien verrassend goed omgaan met hogere temperaturen wanneer voldoende water beschikbaar is en de groeiomstandigheden verder gunstig zijn.

Het probleem ontstaat vooral wanneer warmte samengaat met droogte of extreme hitte.

Hoge temperaturen verhogen de verdamping. Wanneer de bodem onvoldoende water beschikbaar heeft, kan de wijnstok onder waterstress komen te staan.

Bij ernstige stress kan de fotosynthese worden geremd en kan de rijping juist worden verstoord.

Dat lijkt paradoxaal.

Meer warmte kan de rijping versnellen, maar extreme hitte kan de plant uiteindelijk juist stilleggen.

Precies daarom kan een extreem warm jaar andere resultaten opleveren dan een eenvoudig “goed warm jaar”.

Water wordt belangrijker

De beschikbaarheid van water krijgt daardoor een steeds grotere betekenis.

Winter- en voorjaarsneerslag kunnen waterreserves in de bodem aanvullen voordat het groeiseizoen volledig op gang komt. Wanneer daarna een droge zomer volgt, kan een wijnstok een deel van die reserves benutten.

Maar wanneer meerdere droge jaren elkaar opvolgen, kan de uitgangspositie veranderen.

Dat was bijvoorbeeld zichtbaar in de overgang van 2022 naar 2023. Volgens de actuele vintage-informatie van de Enoteca Regionale werd 2022 gekenmerkt door een zeer warm en droog klimaat, met weinig winterneerslag en extreme zomertemperaturen. De regen in september en de goede temperatuurverschillen tussen dag en nacht hielpen vervolgens bij de verdere rijping.

In 2023 was de uitgangssituatie opnieuw bijzonder. De droogte van 2022 werkte door, terwijl overvloedige regen vanaf eind april de waterreserves weer aanvulde. Daarna volgde opnieuw een zeer warme en droge zomer. Decanter beschreef de oogst van 2023 daarom als een seizoen met sterk wisselende omstandigheden, waarbij de uiteindelijke wijnen gemiddeld lichter en minder gestructureerd waren dan die van 2022, maar vaak wel fris en evenwichtig.

Dat voorbeeld laat goed zien waarom klimaat niet als één getal kan worden samengevat.

Het gaat om de opeenvolging van omstandigheden.

De extremen zijn belangrijker dan het gemiddelde

Voor de wijnbouw is een gemiddelde jaartemperatuur maar een beperkt verhaal.

Een wijngaard kan een relatief gematigd jaargemiddelde hebben en toch te maken krijgen met een extreme hittegolf tijdens een kritieke ontwikkelingsfase.

Hetzelfde geldt voor neerslag.

Een jaar kan uiteindelijk voldoende regen opleveren, maar wanneer een groot deel daarvan tijdens enkele zeer zware buien valt, gedraagt die neerslag zich anders dan wanneer dezelfde hoeveelheid gelijkmatig over het groeiseizoen wordt verdeeld.

Voor de wijnstok is timing essentieel.

Een regenbui vlak voor of tijdens een droge periode kan een andere betekenis hebben dan dezelfde hoeveelheid regen tijdens een periode waarin de bodem al volledig verzadigd is.

Daarom wordt klimaat in de wijngaard niet alleen gemeten in gemiddelden, maar ook in timing, duur en extremen.

De zomer van 2023 als voorbeeld

De recente 2023-vintage laat goed zien hoe complex een warm jaar kan zijn.

Na een nat voorjaar volgde in Barbaresco een plotselinge overgang naar zeer warme omstandigheden. In de tweede helft van augustus werden volgens producenten zeer hoge temperaturen bereikt. Sommige wijngaarden kregen te maken met uitdroging en zonnebrand, terwijl andere locaties door hun ligging beter bestand bleken tegen de hitte. De oogst werd uiteindelijk relatief laat, ondanks de extreme warmte eerder in het seizoen.

Dat laatste is belangrijk.

Een warme zomer betekent niet automatisch een vroege oogst.

Extreme hitte kan de fysiologie van de wijnstok juist verstoren. De plant kan tijdelijk haar activiteit beperken om waterverlies te verminderen. Daardoor kan de ontwikkeling van de druiven anders verlopen dan op basis van temperatuur alleen zou worden verwacht.

Ook binnen één wijngaard kunnen verschillen ontstaan.

In 2023 meldden producenten dat sommige percelen meerdere oogstrondes nodig hadden omdat druiven binnen hetzelfde wijngaardgebied niet gelijktijdig rijpten.

Dat is precies het soort ontwikkeling waarin klimaat en terroir elkaar raken.

De rol van hoogte

Hoogte kan in een warmer klimaat een steeds belangrijkere factor worden.

Een hogere ligging kan gemiddeld lagere temperaturen en andere dag-nachtverschillen opleveren. Daardoor kunnen hoger gelegen wijngaarden in bepaalde jaren gunstige omstandigheden behouden wanneer lager gelegen plaatsen sterker door hitte worden belast.

Treiso is binnen Barbaresco hiervan een interessant voorbeeld.

De gemeente ligt gemiddeld hoger dan Barbaresco en beschikt over een aantal hooggelegen wijngaarden. Dat betekent niet dat Treiso automatisch beter bestand is tegen klimaatverandering of dat hogere ligging vanzelf tot betere wijn leidt.

Het betekent wel dat hoogte een potentiële buffer kan vormen tegen bepaalde effecten van warmte.

Maar ook hier geldt:

hoogte werkt nooit alleen.

Expositie, hellingsrichting, wind, bodemdiepte en waterbeschikbaarheid bepalen mede hoe een wijngaard op warmte reageert.

Een hooggelegen zuidhelling kan bijvoorbeeld anders functioneren dan een lager gelegen wijngaard met een koelere expositie.

Expositie krijgt een nieuwe betekenis

Ook expositie moet in een veranderend klimaat anders worden bekeken.

Traditioneel waren goed op de zon gerichte hellingen belangrijk om Nebbiolo volledig rijp te krijgen.

Dat uitgangspunt is nog steeds relevant.

Maar wanneer rijping gemakkelijker wordt door hogere temperaturen, kan dezelfde zonnige ligging in sommige jaren juist extra druk opleveren.

Een expositie die vroeger hielp om voldoende rijpheid te bereiken, kan onder extreme hitte leiden tot grotere waterstress of zonnebrand.

Daarmee kan klimaatverandering de relatieve betekenis van verschillende hellingen veranderen.

Dat betekent niet dat zuidhellingen ineens ongewenst worden.

Het betekent dat de optimale balans tussen zon en verkoeling kan verschuiven.

De nacht wordt belangrijk

Voor een laatrijpende druif is niet alleen de temperatuur overdag belangrijk.

Ook de nachttemperatuur speelt een rol.

Koelere nachten kunnen het tempo van bepaalde rijpingsprocessen beïnvloeden en helpen om de ontwikkeling van zuren en aroma’s in balans te houden.

Het verschil tussen dag en nacht, de zogenaamde diurnale temperatuurvariatie, is daarom een belangrijk onderdeel van het groeiklimaat.

In de vintagebeschrijving van 2021 benadrukt de Enoteca Regionale bijvoorbeeld de aanzienlijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht in de tweede helft van september als een belangrijke factor voor de fenolische rijping van Nebbiolo.

Dat voorbeeld laat zien waarom een warm oogstjaar niet alleen aan de hand van maximale temperaturen moet worden beoordeeld.

De vraag is ook hoe snel de warmte ‘s nachts weer verdwijnt.

Hitte en fenolische rijping

Voor Barbaresco is dit vooral relevant vanwege de tannines.

Nebbiolo kan van nature veel tannine bevatten. Voor een goede ontwikkeling moeten die tannines niet alleen aanwezig zijn, maar zich tijdens de rijping ook voldoende ontwikkelen.

Wanneer druiven onder sterke stress staan, kan de relatie tussen suikerontwikkeling, zuurgraad, aromatische rijpheid en fenolische rijping ingewikkelder worden.

Daarom kan een druif analytisch al ver gevorderd lijken, terwijl de producent nog wacht op een andere vorm van rijpheid.

Dit verklaart mede waarom oogsten niet simpelweg worden gepland op basis van suikergehalte.

De beslissing om Nebbiolo te oogsten is een complexe afweging.

Neerslag wordt grilliger

Niet alleen droogte, maar ook extreme neerslag kan een probleem vormen.

Een zeer nat voorjaar kan de druk van schimmelziekten verhogen. In 2023 werd de overvloedige regen in het voorjaar bijvoorbeeld gevolgd door een periode waarin producenten voortdurend rekening moesten houden met meeldauw.

Tegelijkertijd kan dezelfde regen van groot belang zijn voor de waterreserves van de bodem.

Dat maakt klimaatadaptatie ingewikkeld.

Een regenrijke periode is niet uitsluitend positief of negatief.

De betekenis hangt af van het moment waarop de regen valt, de hoeveelheid, de temperatuur en de toestand van de wijngaard.

Een wijnbouwer moet daardoor steeds vaker meerdere risico’s tegelijkertijd beheren.

Hagel en andere extremen

Naast temperatuur en neerslag vormen ook extreme gebeurtenissen een risico.

Hagel kan binnen enkele minuten grote schade veroorzaken, terwijl de geografische omvang van de schade zeer plaatselijk kan zijn.

Dat betekent dat zelfs binnen één gemeente of MGA grote verschillen tussen percelen kunnen ontstaan.

Ook dat past bij het bredere terroirbegrip.

Een wijngaard wordt niet alleen bepaald door gemiddelde omstandigheden. De geschiedenis van een bepaald oogstjaar kan mede worden gevormd door één lokale gebeurtenis.

In 2023 werd bijvoorbeeld ook Treiso getroffen door lokale hagel.

Het resultaat van een vintage is daarmee nooit uitsluitend een weersgemiddelde over de hele appellatie.

Het is een verzameling lokale gebeurtenissen die uiteindelijk samenkomen in de druiven.

De wijnstok past zich aan

De wijnstok is geen passief slachtoffer van klimaatverandering.

Vitis vinifera heeft een aanzienlijk vermogen om zich aan veranderende omstandigheden aan te passen.

Producenten kunnen bovendien hun wijnbouw aanpassen.

Denk aan:

aanpassing van het bladerdek;

zorgvuldiger omgaan met ontbladering;

aanpassing van de bodembewerking;

behoud van organisch materiaal;

verbetering van de waterhuishouding;

keuze van onderstammen;

aanpassing van snoei en opbrengst;

nauwkeuriger bepalen van het oogstmoment;

en het beschermen van druiventrossen tegen extreme zoninstraling.

Welke maatregel het beste werkt, hangt af van de specifieke wijngaard.

Er bestaat daarom geen universele strategie voor Barbaresco.

Minder bladeren is niet altijd beter

Een interessant voorbeeld is ontbladering.

In koelere omstandigheden kan het verwijderen van bladeren rond de druiven helpen om de luchtcirculatie te verbeteren en schimmelziekten te beperken.

Maar in zeer warme omstandigheden kan een te open bladerdek de druiven blootstellen aan directe zon en extreme hitte.

De praktijk moet zich daarom aanpassen aan het jaar.

Ook hier wordt duidelijk dat traditionele wijnbouwtechnieken niet simpelweg goed of slecht zijn.

Hun betekenis verandert met de omstandigheden.

Water vasthouden wordt belangrijker

Bodembeheer kan eveneens een grotere rol krijgen.

Een bodem met voldoende organische stof en een goede structuur kan water beter vasthouden en infiltratie bevorderen. Tegelijkertijd moet overtollig water bij zware regenval kunnen worden afgevoerd.

De uitdaging is daarom niet simpelweg:

meer water vasthouden.

Het gaat om:

water beschikbaar houden wanneer de plant het nodig heeft en overtollig water verwerken wanneer het te veel wordt.

Dat is een veel genuanceerder wijnbouwkundig vraagstuk.

Juist de bodemeigenschappen die in hoofdstuk 13 zijn besproken, krijgen hierdoor een nieuwe betekenis.

Geologie en bodem veranderen niet snel.

Maar hun betekenis voor de wijnstok kan wel veranderen wanneer het klimaat verandert.

Klimaatverandering kan geografische verschillen versterken

Een warmer klimaat hoeft niet overal dezelfde gevolgen te hebben.

Dat is een van de belangrijkste redenen waarom de MGA-structuur van Barbaresco juist in de toekomst interessant kan worden.

Een hogere, koelere of beter geventileerde wijngaard kan in een extreem warm jaar andere omstandigheden bieden dan een lager gelegen, sterk op de zon gerichte helling.

In een koel jaar kunnen de verhoudingen weer anders liggen.

Klimaatverandering maakt de geografische kaart daarom niet minder belangrijk.

Het kan haar juist belangrijker maken.

De vraag verschuift van:

Welke wijngaard is het warmst?

naar:

Welke wijngaard biedt in een veranderend klimaat de beste balans tussen rijpheid, frisheid en waterbeschikbaarheid?

Dat is een veel interessantere vraag.

Klimaatverandering maakt het begrip vintage belangrijker

De invloed van klimaatverandering betekent ook dat oogstjaren steeds meer als zelfstandige klimatologische gebeurtenissen moeten worden bekeken.

Dat sluit aan bij hoofdstuk 8.

Een vintage is geen cijfer.

Het is de weersgeschiedenis van een wijngaard.

In een stabiel klimaat kunnen bepaalde patronen lange tijd herkenbaar blijven. Wanneer omstandigheden extremer en variabeler worden, kan de spreiding tussen jaren groter worden.

Dat betekent niet dat goede en slechte jaren elkaar simpelweg vaker zullen afwisselen.

Het betekent eerder dat de definitie van een “normaal” jaar moeilijker wordt.

Een producent moet daardoor steeds meer rekening houden met afwijkingen.

De producent wordt belangrijker

Klimaatverandering maakt het werk van de wijnbouwer en producent niet minder belangrijk.

Integendeel.

Dezelfde wijngaard kan onder veranderende omstandigheden verschillende keuzes vereisen.

In een droog jaar kan waterbehoud centraal staan.

In een nat voorjaar kan ziektebestrijding belangrijker worden.

In een heet jaar kan bescherming van de druiven tegen zon en het behouden van voldoende blad belangrijk zijn.

In een koeler jaar kan juist optimale zonblootstelling belangrijker zijn.

De beste producent is daarom niet degene die ieder jaar exact hetzelfde doet.

Het is degene die zijn wijngaard goed genoeg kent om op veranderende omstandigheden te reageren zonder de identiteit van de plaats uit het oog te verliezen.

De toekomst van Nebbiolo in Barbaresco

De grote vraag is uiteindelijk of Barbaresco in een warmer klimaat zijn klassieke identiteit kan behouden.

Daar bestaat geen eenvoudig ja of nee op.

Nebbiolo heeft eigenschappen die in een warmer klimaat voordelen kunnen bieden, maar ook uitdagingen veroorzaken. De lange rijpingsperiode kan onder bepaalde omstandigheden korter worden, terwijl extreme hitte juist tot fysiologische stress kan leiden.

Tegelijkertijd beschikt Barbaresco over een grote geografische variatie.

Er zijn verschillen in hoogte, expositie, hellingspositie, bodem en waterhuishouding.

Dat betekent dat het gebied niet als één wijngaard reageert op klimaatverandering.

Die diversiteit kan een belangrijke vorm van veerkracht zijn.

Niet terug naar het verleden, maar vooruit met de plaats

Klimaatverandering roept soms de gedachte op dat producenten moeten proberen een vroegere Barbaresco-stijl exact te behouden.

Dat is waarschijnlijk niet de juiste benadering.

Een wijngebied leeft.

De omstandigheden veranderen en de wijnbouw verandert mee.

De uitdaging is niet om een historisch klimaat na te bootsen dat niet meer bestaat.

De uitdaging is om binnen nieuwe omstandigheden de identiteit van de plaats te behouden.

Voor Barbaresco betekent dat waarschijnlijk dat producenten steeds preciezer zullen moeten werken.

Meer kennis van individuele percelen.

Meer aandacht voor bodem en water.

Meer aandacht voor hoogte en expositie.

Meer precisie in het bladerdek.

Meer aandacht voor de timing van de oogst.

En waarschijnlijk ook meer belangstelling voor verschillen tussen afzonderlijke MGA’s.

Klimaat maakt terroir niet minder belangrijk

Het zou gemakkelijk zijn om te denken dat klimaatverandering het terroirbegrip ondermijnt.

In werkelijkheid kan het tegenovergestelde gebeuren.

Wanneer de omstandigheden veranderen, worden verschillen tussen plaatsen soms juist duidelijker.

Een warme vintage kan het verschil tussen een hoger en lager gelegen wijngaard vergroten.

Een droog jaar kan verschillen in waterbeschikbaarheid zichtbaar maken.

Een nat voorjaar kan verschillen in luchtcirculatie en expositie benadrukken.

Een koel jaar kan juist andere geografische voordelen naar voren brengen.

Terroir is daarom geen vast smaakprofiel.

Het is een systeem dat reageert op het weer.

En juist daardoor blijft het relevant.

Barbaresco als geografisch experiment

Iedere nieuwe vintage is in zekere zin een nieuw experiment.

De geologie blijft hetzelfde.

De wijngaard blijft op dezelfde plek.

De Nebbiolo-stokken blijven dezelfde.

Maar de omstandigheden veranderen.

De wijnboer reageert.

De druif ontwikkelt zich.

En uiteindelijk laat de wijn zien wat die specifieke combinatie van plaats en jaar heeft opgeleverd.

Dat maakt Barbaresco bijzonder geschikt om klimaat en terroir samen te bestuderen.

Niet omdat iedere vintage een perfecte demonstratie van terroir is.

Maar omdat de verschillen tussen jaren zichtbaar maken hoe sterk een plaats reageert op veranderende omstandigheden.

De toekomst ligt niet alleen hoger op de heuvel

Bij klimaatverandering wordt vaak gesproken over steeds hoger gelegen wijngaarden.

Voor Barbaresco is dat slechts een deel van het verhaal.

De wettelijke grens van het productiegebied ligt op maximaal 550 meter. Maar het antwoord op warmere omstandigheden zal niet uitsluitend bestaan uit het zoeken naar hogere grond.

Ook bestaande wijngaarden kunnen anders worden beheerd.

Bodemgezondheid, waterbeheer, bladerdek, plantmateriaal, expositie en oogstmoment kunnen allemaal bijdragen aan aanpassing.

Bovendien is een nieuwe wijngaard niet automatisch een betere wijngaard.

Een plaats moet niet alleen koeler zijn.

Zij moet Nebbiolo in staat stellen om voldoende rijpheid te bereiken en tegelijkertijd de gewenste structuur, frisheid en aromatische complexiteit te behouden.

De toekomstige kwaliteit van Barbaresco zal daarom waarschijnlijk niet worden bepaald door één wonderoplossing.

Maar door de combinatie van geografische kennis en steeds preciezere wijnbouw.

Klimaat en de identiteit van Barbaresco

De identiteit van Barbaresco is nooit alleen gevormd door het klimaat.

Zij is ontstaan uit de combinatie van landschap, Nebbiolo, menselijke geschiedenis en wijnbouw.

Klimaatverandering verandert daarom niet automatisch de identiteit van het gebied.

Wel verandert het de omstandigheden waarin die identiteit tot uitdrukking moet worden gebracht.

Dat maakt de toekomst van Barbaresco geen strijd tussen traditie en moderniteit.

Het is eerder een voortdurende zoektocht naar evenwicht.

Tussen rijpheid en frisheid.

Tussen zon en schaduw.

Tussen water en droogte.

Tussen kracht en elegantie.

Tussen traditie en aanpassing.

En uiteindelijk tussen een veranderend klimaat en een plaats die haar eigen karakter probeert te behouden.

Van klimaat naar regelgeving

Daarmee is de geografische en klimatologische basis van Barbaresco compleet.

We hebben gezien hoe de appellatie historisch is ontstaan, hoe de vier gemeenten zich tot elkaar verhouden, hoe geologie en topografie het terroir vormen en hoe het klimaat daar voortdurend op inwerkt.

Maar Barbaresco is niet alleen door natuur en geschiedenis gevormd.

Een belangrijk deel van zijn identiteit is ook vastgelegd in regelgeving.

De wet bepaalt waar Barbaresco mag worden geproduceerd, welke druif mag worden gebruikt, welke opbrengsten zijn toegestaan, hoe lang de wijn moet rijpen en onder welke voorwaarden een MGA of Vigna op het etiket mag verschijnen.

Die regels vormen de juridische vertaling van een deel van de geografische identiteit die in de vorige hoofdstukken is beschreven.

Daarmee komen we bij de volgende laag van Barbaresco:

de Barbaresco DOCG en haar wettelijke regels.

Dat is het onderwerp van hoofdstuk 15.


15. Barbaresco DOCG: de wettelijke regels achter de naam

Barbaresco is niet alleen een geografische naam en ook niet alleen een stijl van wijn. Het is een beschermde oorsprongsbenaming waarvan nauwkeurig is vastgelegd waar de druiven vandaan mogen komen, welke druif gebruikt mag worden, hoe de wijngaarden moeten zijn ingericht, hoeveel druiven per hectare mogen worden geproduceerd, hoe de wijn moet worden opgevoed en wanneer hij op de markt mag komen.

Die regels vormen samen het juridische kader van de Barbaresco DOCG. Ze zijn bedoeld om de geografische identiteit van de wijn te beschermen en ervoor te zorgen dat een wijn die als Barbaresco wordt verkocht, daadwerkelijk aan de voorwaarden van de denominatie voldoet.

De huidige officiële versie van het disciplinair is in maart 2026 door het Italiaanse Ministero dell’Agricoltura, della Sovranità Alimentare e delle Foreste (MASAF) geconsolideerd. Barbaresco is binnen het Europese systeem bovendien een beschermde oorsprongsbenaming, een DOP/PDO.

Van DOC naar DOCG

De wettelijke bescherming van Barbaresco gaat terug tot 1966, toen Barbaresco samen met onder meer Barolo als DOC werd erkend.

In 1980 volgde de erkenning als DOCG, de Denominazione di Origine Controllata e Garantita. Daarmee kreeg Barbaresco de hoogste Italiaanse oorsprongsclassificatie binnen het toenmalige systeem.

De betekenis daarvan moet echter goed worden begrepen. DOCG is in de eerste plaats een wettelijke bescherming van oorsprong en productiewijze. Het is geen officiële kwaliteitsranglijst tussen individuele producenten, wijngaarden of flessen.

Een Barbaresco DOCG is dus niet automatisch beter dan een andere wijn omdat er DOCG op het etiket staat. De DOCG geeft aan dat de wijn aan het wettelijk vastgelegde kader van de denominatie voldoet.

Dat onderscheid wordt nog belangrijker wanneer we later naar de MGA’s kijken. Een MGA is geen kwaliteitsklasse boven de andere Barbaresco’s. Het is een geografische aanduiding binnen de denominatie.

Eén druif: Nebbiolo

Een van de meest fundamentele regels is tegelijkertijd een van de eenvoudigste: Barbaresco DOCG wordt uitsluitend gemaakt van Nebbiolo.

Het disciplinair schrijft voor dat de druiven afkomstig moeten zijn van wijngaarden die uitsluitend met Nebbiolo zijn beplant. Barbaresco kent daarmee geen toegestane toevoeging van andere druivenrassen.

Dat lijkt een technische regel, maar het heeft grote betekenis voor de identiteit van de wijn.

De verschillen die we tussen Barbaresco’s kunnen proeven, ontstaan dus niet doordat producenten verschillende druivenrassen mengen. Ze ontstaan binnen één druivenras, in combinatie met plaats, hoogte, expositie, bodem, klimaat, oogstjaar en keuzes van de producent.

Daarmee wordt geografische herkomst extra belangrijk.

Een nauwkeurig afgebakend productiegebied

Niet iedere Nebbiolo uit de Langhe mag Barbaresco worden genoemd.

Het disciplinair bepaalt dat de druiven voor Barbaresco afkomstig moeten zijn uit het volledige grondgebied van de gemeenten Barbaresco, Neive en Treiso, aangevuld met het historisch afgebakende deel van San Rocco Seno d’Elvio, dat tegenwoordig administratief onder Alba valt.

Daarmee sluit de wettelijke afbakening nauw aan op de geografische structuur die in de voorgaande hoofdstukken is beschreven.

De gemeentegrenzen zijn echter slechts de eerste laag. Binnen deze gebieden gelden aanvullende voorwaarden voor de ligging van de wijngaard.

Een wijngaard die geografisch binnen de juiste gemeente ligt, is dus nog niet automatisch geschikt voor de productie van Barbaresco DOCG.

Niet iedere plek binnen de gemeenten is geschikt

Het disciplinair stelt eisen aan de ligging en omstandigheden van de wijngaarden.

De toegestane gronden moeten traditioneel geschikt zijn voor de productie van Barbaresco en moeten in het bijzonder aan verschillende voorwaarden voldoen:

  • de bodem moet kleiig, kalkhoudend of een combinatie daarvan zijn;

  • de ligging moet heuvelachtig zijn;

  • vochtige, vlakke en onvoldoende zonnige dalbodems zijn uitgesloten;

  • de hoogte mag niet meer dan 550 meter boven zeeniveau bedragen;

  • noordelijke hellingen zijn uitgesloten;

  • de expositie moet voldoende geschikt zijn voor een goede rijping van de druiven.

Deze regels laten zien dat de wettelijke definitie van Barbaresco verder gaat dan een gemeentegrens. Het disciplinair probeert ook de geografische en agronomische omstandigheden die traditioneel met de denominatie verbonden zijn, te beschermen.

Dat sluit direct aan op wat in hoofdstuk 3 en hoofdstuk 13 is besproken: de wijngaard is geen abstract oppervlak op een kaart. Ligging, hoogte, zoninstraling, helling en waterhuishouding hebben directe gevolgen voor de omstandigheden waarin Nebbiolo moet rijpen.

Wijngaarddichtheid en snoei

Ook de inrichting van de wijngaard is gedeeltelijk wettelijk vastgelegd.

Nieuwe aanplantingen en heraanplantingen die voor Barbaresco worden geregistreerd, moeten minimaal 3.500 wijnstokken per hectare bevatten. Voor de teelt wordt de traditionele combinatie voorgeschreven van een opgebonden wijngaard met een Guyot-snoeisysteem. Forcerende teeltmethoden zijn verboden.

Deze regels bepalen niet exact hoe iedere producent zijn wijngaard beheert. Er blijft ruimte voor verschillende keuzes in snoei, bladerdekbeheer, bodembeheer en oogstmoment.

Ze leggen wel een ondergrens vast voor de manier waarop een wijngaard binnen de denominatie kan worden aangelegd en geëxploiteerd.

Dat is belangrijk, omdat het disciplinair daarmee niet alleen de naam van de wijn beschermt, maar ook een deel van de traditionele relatie tussen wijnstok, heuvel en productiegebied.

Opbrengst: hoeveel druiven mag een hectare produceren?

Voor Barbaresco geldt een maximale opbrengst van 8 ton druiven per hectare.

Voor Barbaresco met zowel een MGA als de aanvullende aanduiding “Vigna” geldt een strengere maximale opbrengst van 7,2 ton per hectare. Daarbij geldt bovendien een hoger minimaal natuurlijk potentieel alcoholgehalte van de druiven: 12,50% tegenover 12,00% voor de reguliere categorieën.

De lagere opbrengst voor MGA + Vigna is interessant, omdat hiermee binnen het wettelijke systeem een extra niveau van selectie en specificiteit wordt gekoppeld aan de wijngaard.

Dat betekent echter nog steeds niet dat “Vigna” automatisch een kwaliteitsrang boven een gewone MGA is. De aanduiding zegt dat de wijn afkomstig is van een specifiek geregistreerde wijngaard binnen een MGA en dat aan aanvullende voorwaarden is voldaan.

Het disciplinair voorziet bovendien in lagere toegestane opbrengsten voor jonge MGA + Vigna-wijngaarden gedurende de eerste jaren van productie.

Een oogstjaar mag niet onbeperkt worden opgevoerd

Ook de maximale opbrengst is niet simpelweg een getal dat ieder jaar zonder meer geldt.

In gunstige jaren kan binnen het wettelijke kader een hogere totale productie worden toegestaan, tot maximaal 20% boven de vastgestelde opbrengstlimiet, waarbij de overige opbrengstregels van kracht blijven. In ongunstige jaren kan de regio Piemonte, op voorstel van het Consorzio di Tutela, de toegestane opbrengst juist verlagen.

Daarnaast kan Piemonte, eveneens op voorstel van het Consorzio, lagere maximale opbrengsten vaststellen wanneer dat vanuit marktevenwicht noodzakelijk wordt geacht.

Hier wordt duidelijk dat het disciplinair geen volledig statisch systeem is. Het wettelijke kader kan ook worden gebruikt om in te spelen op oogstomstandigheden en productievolume.

Van druif naar wijn

Niet alle druiven die binnen de toegestane hectareopbrengst worden geoogst, eindigen als dezelfde hoeveelheid wijn.

Het maximale rendement van druiven naar wijn bedraagt voor Barbaresco en Barbaresco Riserva 70%. Dat komt overeen met maximaal 56 hectoliter wijn per hectare binnen de reguliere opbrengstgrenzen. Aan het einde van de verplichte rijpingsperiode geldt een lager maximum van 68%, oftewel 54,4 hectoliter per hectare.

Voor de aanduiding MGA + Vigna wordt het maximale wijnvolume gekoppeld aan de strengere druivenopbrengst die voor deze categorie geldt.

Het doel hiervan is niet om een bepaalde vinificatietechniek voor te schrijven. Het disciplinair laat producenten ruimte voor verschillende technische keuzes, zolang zij binnen de wettelijke grenzen blijven.

Barbaresco en hout

Een van de bekendste wettelijke kenmerken van Barbaresco is de verplichte rijping.

Voor gewone Barbaresco geldt een minimale totale rijpingsduur van 26 maanden, waarvan minimaal 9 maanden in hout.

Voor Barbaresco Riserva bedraagt de minimale totale rijping 50 maanden, eveneens met minimaal 9 maanden in hout.

De wettelijke rijpingsperiode begint op 1 november van het oogstjaar.

Dit is een belangrijk onderscheid met de manier waarop wijnliefhebbers soms over “houtlagering” praten.

De wet schrijft niet voor dat Barbaresco gedurende de volledige rijpingsperiode in hout moet liggen. Alleen de minimale periode in hout is vastgelegd. De overige rijping kan onder andere betrekking hebben op verdere ontwikkeling in de kelder en later op fles.

Ook schrijft de wet niet voor dat iedere producent hetzelfde type vat moet gebruiken.

De keuze tussen bijvoorbeeld grote traditionele botti en kleinere houten vaten blijft onderdeel van de stijl van de producent. Zoals in hoofdstuk 5 besproken, kan die keuze grote invloed hebben op de manier waarop Nebbiolo zich ontwikkelt.

Wanneer mag Barbaresco worden verkocht?

De minimale rijping bepaalt ook wanneer de wijn op de markt mag komen.

Een gewone Barbaresco mag worden vrijgegeven vanaf 1 januari van het derde jaar na de oogst.

Voor Barbaresco Riserva is dat 1 januari van het vijfde jaar na de oogst.

Dit betekent dat een wijn niet alleen lang genoeg moet zijn opgevoed; hij moet ook wachten tot het wettelijk vastgestelde moment waarop hij voor consumptie mag worden aangeboden.

De term Riserva betekent daarmee in juridische zin vooral dat de wijn aan een langere minimale rijpingsperiode voldoet. Het woord betekent niet automatisch dat iedere Riserva kwalitatief beter is dan iedere gewone Barbaresco.

Kwaliteit blijft afhankelijk van wijngaard, oogstjaar, producent, vinificatie, rijping en uiteindelijke balans.

Wat moet een Barbaresco uiteindelijk laten zien?

Het disciplinair legt ook minimale kenmerken vast voor de wijn op het moment van consumptie.

Barbaresco moet onder meer voldoen aan de volgende parameters:

  • minimaal 12,50% totaal alcohol;

  • minimaal 4,5 gram totale zuurgraad per liter;

  • minimaal 22 gram niet-reducerend extract per liter;

  • een garnietrode kleur;

  • een intens en karakteristiek aroma;

  • een droge, volle en harmonische smaak.

Voor Barbaresco Riserva gelden dezelfde genoemde minimale waarden voor alcohol, zuurgraad en niet-reducerend extract en dezelfde basisbeschrijving van kleur, aroma en smaak.

Deze wettelijke beschrijving moet niet worden gelezen als een volledige proefnotitie.

Ze definieert een juridisch minimumprofiel waaraan de wijn moet beantwoorden. Binnen dat kader blijft een grote stilistische ruimte bestaan.

Een Barbaresco uit Treiso kan anders overkomen dan een Barbaresco uit Neive. Een wijn uit een warme jaargang kan anders smaken dan een wijn uit een koeler jaar. Een traditionele producent kan anders vinifiëren dan een producent die meer moderne technieken gebruikt.

De DOCG maakt die verschillen niet kleiner. Ze zorgt ervoor dat ze binnen een gecontroleerd geografisch en technisch kader ontstaan.

MGA: geografische precisie binnen de DOCG

De wettelijke regeling maakt het mogelijk om naast Barbaresco en Barbaresco Riserva ook een Menzione Geografica Aggiuntiva, of MGA, te vermelden.

Het huidige disciplinair noemt de 66 wettelijk erkende geografische aanduidingen die binnen de denominatie kunnen worden gebruikt. Deze MGA’s zijn geografisch afgebakende delen van het productiegebied.

De MGA is daarmee een verfijning van de herkomst.

Waar “Barbaresco” het grotere beschermde productiegebied aanduidt, vertelt een MGA de consument uit welk specifiek geografisch deel binnen dat gebied de wijn afkomstig is.

Maar een MGA is geen officiële kwaliteitsladder.

Er bestaat juridisch geen systeem waarin MGA A beter is dan MGA B. De reputatie van bepaalde wijngaarden kan in de wijnwereld zeer groot zijn, maar die reputatie is iets anders dan een wettelijke kwaliteitsrangorde.

Dat onderscheid is essentieel voor het begrijpen van Barbaresco.

De MGA-kaart vertelt waar een wijn vandaan komt. De reputatie van een MGA is vervolgens opgebouwd door geschiedenis, bodem, ligging, producenten, oogstjaren en langdurige proefervaring.

De volledige geografische lijst en de manier waarop de MGA’s over de vier gebieden zijn verdeeld, komen daarom pas aan bod in hoofdstuk 18.

Wat betekent “Vigna”?

Naast de MGA kan onder bepaalde voorwaarden de aanduiding Vigna worden gebruikt, gevolgd door een geregistreerde toponiem- of traditionele wijngaardnaam.

Maar “Vigna” staat niet zelfstandig.

Het disciplinair bepaalt dat Vigna alleen mag worden gebruikt in combinatie met een MGA. Daarnaast moeten de druiven en de wijn administratief afzonderlijk worden geregistreerd en moet de wijn apart worden gevinifieerd en bewaard. De betreffende wijngaardnaam moet bovendien in de daarvoor bestemde regionale registratie zijn opgenomen.

Ook bij de etikettering gelden aanvullende regels. De aanduiding Vigna mag in combinatie met de MGA worden vermeld, maar de lettergrootte ervan mag maximaal 50% bedragen van die van de DOCG-aanduiding “Barbaresco”.

Hierdoor ontstaat een duidelijke geografische structuur:

Barbaresco → MGA → Vigna

Maar deze structuur moet niet worden gelezen als een eenvoudige kwaliteitsladder.

Het gaat om een steeds preciezere geografische aanduiding binnen hetzelfde beschermde gebied.

De regels voor het etiket

Ook de presentatie van Barbaresco is wettelijk geregeld.

Wanneer een MGA wordt vermeld, moet deze direct onder de naam Barbaresco worden geplaatst en mag de aanduiding niet groter worden weergegeven dan “Barbaresco”.

Het oogstjaar van de druiven is verplicht op het etiket.

Wanneer Vigna wordt vermeld, moet deze samen met een MGA worden gebruikt en gelden de eerder genoemde aanvullende voorwaarden.

Het disciplinair beperkt daarnaast het gebruik van kwalificaties die een niet-toegestane kwaliteitsindruk zouden kunnen wekken. Woorden als “extra”, “fine”, “naturale”, “scelto”, “selezionato” en vergelijkbare kwalificaties zijn in de aanduiding en presentatie van Barbaresco niet toegestaan wanneer zij niet door het disciplinair worden voorzien.

Het doel daarvan is duidelijk: de beschermde naam Barbaresco moet herkenbaar en controleerbaar blijven en mag niet door allerlei niet-gereguleerde kwaliteitsclaims worden vervaagd.

Het daadwerkelijk lezen van zo’n etiket en het interpreteren van de verschillende aanduidingen komt daarom in hoofdstuk 16 uitgebreider aan bod.

Ook de fles is onderdeel van de regels

De regelgeving gaat zelfs verder dan wijngaard en wijn.

Barbaresco moet worden verkocht in traditioneel gevormde, donkergekleurde glazen flessen. De inhoud moet minimaal 37,5 cl bedragen en flessen van 200 cl zijn uitgesloten. Voor promotionele doeleinden kunnen onder specifieke voorwaarden grotere traditionele formaten van 6, 9, 12 en 15 liter worden toegestaan.

Ook hiermee probeert het disciplinair de presentatie van de denominatie te beschermen.

Voor de consument is dit misschien een detail, maar juridisch laat het zien hoe breed een beschermde oorsprongsbenaming kan zijn: niet alleen de wijngaard en de wijn, maar ook delen van de presentatie kunnen binnen het beschermingskader vallen.

Vinificatie en botteling binnen het gebied

De regels bepalen bovendien waar de wijn mag worden gevinifieerd, verplicht gerijpt en gebotteld.

Als uitgangspunt moeten deze handelingen binnen het afgebakende productiegebied plaatsvinden. Het disciplinair voorziet wel in specifieke wettelijke uitzonderingen en bestaande rechten voor bepaalde bedrijven en locaties.

Dat geografische principe is belangrijk.

De bescherming van Barbaresco gaat niet uitsluitend over de herkomst van de druiven. Ook de verdere verwerking van het product is onderdeel van de oorsprongsbescherming.

Daarmee wordt de geografische identiteit van Barbaresco zoveel mogelijk gekoppeld aan de gehele productieketen.

Wie controleert dit?

Een DOCG is geen vrijblijvende afspraak tussen producenten.

De naleving van het disciplinair wordt gecontroleerd binnen een formeel controlesysteem. In het huidige disciplinair wordt Valoritalia S.r.l. aangewezen als geautoriseerde controleorganisatie. De controles bestrijken de verschillende onderdelen van de productieketen, waaronder wijngaard, verwerking en botteling.

Dat is de reden waarom een wijnproducent niet eenvoudigweg zelf kan beslissen om een wijn “Barbaresco” te noemen.

De naam is beschermd en het recht om die naam te gebruiken is gekoppeld aan aantoonbare naleving van de vastgelegde voorwaarden.

Wat deze regels uiteindelijk beschermen

Wanneer we alle afzonderlijke bepalingen bij elkaar brengen, wordt duidelijk dat het disciplinair eigenlijk één groot doel dient: de geografische identiteit van Barbaresco beschermen.

De regels verbinden:

de plaats waar de druiven groeien,

de ligging van de wijngaard,

de Nebbiolo-druif,

de maximale opbrengst,

het minimale natuurlijke rijpingsniveau,

de vinificatie,

de verplichte rijping,

het moment van vrijgave,

de geografische aanduiding,

de etikettering,

en de controle op het eindproduct.

Daarmee vormt de DOCG geen recept voor één bepaalde smaak.

Het is eerder het raamwerk waarbinnen de verschillende expressies van Barbaresco kunnen ontstaan.

Dat verklaart ook waarom het mogelijk is dat twee volledig legale en gecertificeerde Barbaresco’s zeer verschillend kunnen zijn. De wet bepaalt de grenzen. Binnen die grenzen bepalen plaats, oogstjaar en producent hoe de wijn zich uiteindelijk manifesteert.

DOCG, MGA en Vigna in één oogopslag

Voor het begrijpen van Barbaresco is de volgende volgorde het belangrijkst:

DOCG Barbaresco
De beschermde oorsprongsbenaming voor het vastgelegde productiegebied en de bijbehorende productieregels.

MGA
Een wettelijk afgebakende geografische aanduiding binnen het Barbaresco-gebied.

Vigna
Een aanvullende, aan voorwaarden gebonden wijngaardaanduiding die alleen samen met een MGA mag worden gebruikt.

Geen van deze drie begrippen is op zichzelf een eenvoudige kwaliteitsrangorde.

Ze geven vooral steeds meer informatie over waar de wijn vandaan komt en onder welke voorwaarden hij is geproduceerd.

Pas wanneer we die geografische informatie combineren met kennis over bodem, ligging, producent en oogstjaar, begint de herkomst werkelijk betekenis te krijgen in het glas.

De DOCG als kader, niet als eindpunt

De wettelijke regels van Barbaresco zijn daarom geen beperking die de wijn tot één vaste stijl reduceert.

Integendeel: ze leggen de geografische en technische grenzen vast waarbinnen de diversiteit van Barbaresco kan bestaan.

Een wijn kan krachtiger of verfijnder zijn, meer fruit tonen of meer tertiaire ontwikkeling hebben, traditioneler of moderner zijn opgevoed, afkomstig zijn uit een hoger gelegen wijngaard of uit een warmer deel van het gebied.

Zolang hij binnen het wettelijke kader blijft, kan hij Barbaresco DOCG zijn.

Dat is precies waarom het vanaf dit punt interessant wordt om niet alleen te weten welke regels gelden, maar ook hoe je de informatie op een fles daadwerkelijk kunt lezen.

Een etiket vertelt namelijk veel meer dan alleen de naam van de wijn.

De combinatie van Barbaresco, Riserva, MGA, Vigna, producent en oogstjaar geeft aanwijzingen over herkomst en wettelijke status. Wie die informatie goed leert lezen, kan vervolgens beter begrijpen wat er achter de fles schuilgaat.

Dat is het onderwerp van het volgende hoofdstuk:

hoofdstuk 16 – Het Barbaresco-etiket lezen.

Deel IV — Herkomst lezen en proeven

16. Het Barbaresco-etiket lezen

Een fles Barbaresco vertelt meer dan de naam van de wijn alleen.

Wie een Barbaresco-etiket leert lezen, kan vaak al vóór het openen van de fles belangrijke informatie achterhalen over de oorsprong, de wettelijke status, het oogstjaar en de manier waarop de producent de wijn positioneert.

Dat maakt het etiket tot een eerste geografische en historische ingang naar de wijn.

De informatie staat echter niet allemaal op dezelfde manier op het etiket. Sommige aanduidingen zijn wettelijk verplicht, andere zijn toegestaan onder bepaalde voorwaarden en weer andere zijn vooral bedoeld om de producent of het merk herkenbaar te maken.

Voor Barbaresco is vooral één onderscheid belangrijk:

Barbaresco is de beschermde oorsprongsbenaming. MGA en Vigna kunnen vervolgens de geografische herkomst steeds verder verfijnen.

Maar om een etiket werkelijk goed te begrijpen, moet je die aanduidingen in hun juiste volgorde lezen.

Begin met de naam Barbaresco

Het eerste wat op een fles moet worden vastgesteld, is of de wijn daadwerkelijk als Barbaresco DOCG wordt aangeduid.

Barbaresco is geen algemene benaming voor een wijn van Nebbiolo uit de Langhe. De naam is wettelijk beschermd en mag alleen worden gebruikt wanneer de wijn aan het disciplinair van de Barbaresco DOCG voldoet.

Dat betekent onder meer dat de druiven afkomstig moeten zijn uit het vastgelegde productiegebied en dat de wijn uitsluitend van Nebbiolo wordt gemaakt. Ook de opbrengst, vinificatie, rijping en presentatie zijn aan wettelijke voorwaarden gebonden.

Daarmee is de naam Barbaresco de eerste en belangrijkste geografische informatie op het etiket.

Een fles waarop alleen “Nebbiolo” staat, vertelt iets over het druivenras.

Een fles waarop “Barbaresco DOCG” staat, vertelt iets veel specifieker: de wijn behoort tot een wettelijk beschermde geografische oorsprong.

DOCG is geen kwaliteitsranglijst

Het woord DOCG wordt vaak gezien als een kwaliteitsgarantie. Dat is begrijpelijk, maar het begrip moet nauwkeuriger worden geïnterpreteerd.

DOCG staat voor Denominazione di Origine Controllata e Garantita.

De aanduiding bevestigt dat de wijn binnen het wettelijke systeem van de beschermde oorsprongsbenaming valt en aan de daarvoor vastgestelde voorwaarden moet voldoen.

DOCG zegt echter niet dat deze fles beter is dan een andere Barbaresco DOCG.

Twee flessen kunnen allebei volledig aan de DOCG-regels voldoen en toch aanzienlijk van elkaar verschillen.

Dat verschil kan ontstaan door:

  • de ligging van de wijngaard;

  • de MGA;

  • hoogte en expositie;

  • bodem en geologische ondergrond;

  • het oogstjaar;

  • de opbrengst;

  • de keuzes van de producent;

  • vinificatie en extractie;

  • houtgebruik;

  • flesrijping.

Daarom is DOCG het juridische fundament, niet het eindpunt van de interpretatie.

Het oogstjaar

Een van de belangrijkste gegevens op een Barbaresco-etiket is het oogstjaar, oftewel de annata.

Voor Barbaresco is de vermelding van het oogstjaar van de druiven verplicht.

Dat is bijzonder waardevolle informatie, omdat Barbaresco sterk reageert op verschillen tussen jaren.

Nebbiolo is een laat rijpend druivenras. De omstandigheden tijdens het groeiseizoen en vooral in de laatste fase vóór de oogst kunnen daarom grote invloed hebben op de uiteindelijke wijn.

Een jaartal vertelt dus niet alleen wanneer de druiven zijn geoogst.

Het is een aanwijzing voor de klimatologische omstandigheden waaronder die druiven tot rijpheid zijn gekomen.

Wie bijvoorbeeld een Barbaresco uit 2013, 2016, 2019 of 2022 ziet, kijkt niet naar vier willekeurige jaartallen. Elk jaar vertegenwoordigt een andere combinatie van temperatuur, neerslag, rijpingsomstandigheden en oogstmoment.

Het oogstjaar moet daarom altijd samen met de herkomst en de producent worden gelezen.

Een jaargang is context, geen rapportcijfer.

Barbaresco of Barbaresco Riserva?

De volgende belangrijke aanduiding is Riserva.

Wanneer “Barbaresco Riserva” op het etiket staat, betekent dit juridisch dat de wijn aan de strengere eisen van deze categorie voldoet.

Het belangrijkste verschil is de minimale rijpingsduur.

Een gewone Barbaresco moet minimaal 26 maanden rijpen, waarvan ten minste 9 maanden in hout.

Voor Barbaresco Riserva bedraagt de minimale totale rijping 50 maanden, eveneens met minimaal 9 maanden in hout.

De rijpingsperiode begint op 1 november van het oogstjaar. Een gewone Barbaresco mag vervolgens vanaf 1 januari van het derde jaar na de oogst worden vrijgegeven; voor Riserva geldt 1 januari van het vijfde jaar.

Riserva vertelt dus in de eerste plaats iets over de wettelijk vereiste rijpingsduur.

Het betekent niet automatisch dat een Riserva kwalitatief beter is dan iedere gewone Barbaresco.

De langere rijping kan wel betekenen dat de wijn bij vrijgave al een verder ontwikkelde structuur en aromatische ontwikkeling heeft.

Maar ook hier blijven wijngaard, oogstjaar en producent essentieel.

De MGA: waar binnen Barbaresco?

Voor wie verder wil lezen dan alleen “Barbaresco”, is de Menzione Geografica Aggiuntiva, de MGA, een van de interessantste gegevens op het etiket.

Een MGA is een wettelijk erkende geografische aanduiding binnen het Barbaresco-productiegebied.

De betekenis ervan is daarom fundamenteel anders dan die van bijvoorbeeld een producentennaam of een marketingterm.

Wanneer op een fles staat:

Barbaresco DOCG
Rabajà

dan vertelt Rabajà iets over de geografische herkomst van de druiven binnen het Barbaresco-gebied.

De wijn komt dus niet alleen uit de beschermde denominatie Barbaresco, maar uit een specifiek geografisch afgebakend gebied daarbinnen.

Hetzelfde principe geldt voor bijvoorbeeld Asili, Ovello, Pora, Montefico, Montestefano, Muncagota, Pajè, Rio Sordo of een van de andere erkende MGA’s.

De volledige lijst van 66 MGA’s komt later in dit dossier aan bod.

Voor het lezen van een etiket is voorlopig vooral dit onderscheid belangrijk:

Barbaresco = denominatie

MGA = geografische verfijning binnen die denominatie

Dat is een van de belangrijkste sleutels om Barbaresco te begrijpen.

Een MGA is geen Grand Cru

Juist hier ontstaat gemakkelijk verwarring.

Een MGA is juridisch geen Italiaanse equivalent van een Franse Grand Cru.

Het systeem kent geen wettelijke rangorde waarin MGA nummer één beter is dan MGA nummer twee.

Een MGA is een geografische aanduiding.

Dat sommige MGA’s een veel grotere historische reputatie hebben dan andere, is een gevolg van de geschiedenis van de wijngaard, de kwaliteit die er door de jaren heen is geproduceerd en de producenten die ermee verbonden zijn.

Die reputatie is cultureel en commercieel ontstaan.

Ze is niet hetzelfde als een formele wettelijke kwaliteitsrang.

Dat onderscheid is belangrijk wanneer je bijvoorbeeld een Barbaresco uit een beroemde MGA vergelijkt met een Barbaresco uit een minder bekende MGA.

Het etiket zegt waar de wijn vandaan komt.

Het vertelt niet automatisch hoe goed de wijn zal zijn.

De plaats van de MGA op het etiket

De wettelijke presentatie van een MGA is eveneens geregeld.

Wanneer een MGA wordt gebruikt, moet deze direct onder de naam Barbaresco worden vermeld en mag de aanduiding niet groter worden weergegeven dan de naam van de denominatie.

Dat maakt de geografische structuur op een goed leesbaar etiket vaak duidelijk.

Je kunt de informatie als volgt lezen:

Barbaresco
de beschermde oorsprongsbenaming

MGA
het specifieke geografische deel

oogstjaar
het jaar waarin de druiven zijn geoogst

producent
de wijnmaker of het wijnhuis dat de wijn heeft geproduceerd

Samen vormen deze gegevens al een veel completer beeld dan de naam van de wijn alleen.

Vigna: nog een stap verder

Sommige etiketten gaan nog verder en vermelden naast de MGA ook Vigna, gevolgd door een wijngaardnaam.

Dat is juridisch een specifieke aanduiding.

Vigna kan niet zelfstandig worden gebruikt als geografische aanduiding voor Barbaresco. De aanduiding moet samen met een MGA worden vermeld en er gelden aanvullende voorwaarden voor registratie, afzonderlijke vinificatie en bewaring van de wijn.

Een etiket kan daardoor bijvoorbeeld een structuur hebben waarin zowel de denominatie, de MGA als de afzonderlijke wijngaard worden genoemd.

De betekenis daarvan is:

Barbaresco → MGA → specifieke Vigna

Dat geeft een steeds preciezere herkomstinformatie.

Maar ook hier geldt: meer geografische informatie betekent niet automatisch een hogere wettelijke kwaliteitsklasse.

Vigna is een verfijning van de herkomst, geen afzonderlijke DOCG.

Waarom de combinatie van MGA en Vigna interessant is

Wanneer een producent zowel een MGA als een Vigna vermeldt, wordt het mogelijk om de wijn geografisch veel nauwkeuriger te plaatsen.

Dat is vooral interessant wanneer dezelfde producent meerdere wijngaarden bezit.

Een producent kan dan verschillende Barbaresco’s maken die allemaal van Nebbiolo zijn gemaakt en allemaal binnen dezelfde DOCG vallen, maar toch uit verschillende geografische posities afkomstig zijn.

De producent wordt daardoor als het ware een constante factor, terwijl de plaats verandert.

Dat maakt zulke wijnen bijzonder geschikt voor vergelijkende proeverijen.

Een reeks flessen van dezelfde producent uit verschillende MGA’s kan laten zien hoeveel invloed geografische ligging binnen een relatief klein gebied kan hebben.

Omgekeerd kan een reeks producenten uit dezelfde MGA juist laten zien hoe groot de invloed van vinificatie, rijping en stijl kan zijn.

Het etiket maakt zulke vergelijkingen mogelijk.

De producent: wie maakt de wijn?

Na de geografische informatie komt de naam van de producent.

Voor het begrijpen van Barbaresco is dat minstens zo belangrijk als de MGA.

Een geografische aanduiding vertelt waar de druiven vandaan komen.

De producent bepaalt vervolgens wat er met die druiven gebeurt.

De keuzes kunnen betrekking hebben op:

  • het oogstmoment;

  • selectie van druiven;

  • maceratieduur;

  • temperatuur tijdens de fermentatie;

  • extractie;

  • gebruik van hout;

  • formaat en type vaten;

  • duur van de rijping;

  • selectie van percelen;

  • het moment van botteling.

Daarom is een MGA nooit voldoende om een Barbaresco volledig te begrijpen.

Een Barbaresco uit Rabajà van producent A hoeft niet hetzelfde te smaken als een Barbaresco uit Rabajà van producent B.

De geografische oorsprong is dezelfde.

De interpretatie van die oorsprong kan verschillen.

Het verschil tussen producent en bottelaar

Op Italiaanse wijnetiketten kunnen verschillende aanduidingen voorkomen die voor de consument gemakkelijk door elkaar lopen.

De naam die groot op de voorkant staat, is niet noodzakelijk een volledige beschrijving van de rol die het bedrijf in de productie heeft.

Voor het begrijpen van een Barbaresco is daarom de informatie over producent, vinificatie en botteling relevant.

Het is bijvoorbeeld interessant om te weten of een wijn afkomstig is van een producent die zijn eigen wijngaarden beheert en de druiven zelf vinifieert, of dat verschillende schakels in de productieketen een rol spelen.

Dat betekent niet dat de ene werkwijze per definitie beter is.

Het betekent wel dat de naam op het etiket moet worden gelezen als onderdeel van het productieproces.

De wijnnaam is niet altijd de wijngaard

Een andere veel voorkomende bron van verwarring is de naam die groot op de voorkant van een fles staat.

Een producent kan een wijn een eigen cuvée- of merkaanduiding geven.

Die naam hoeft niet noodzakelijk een MGA te zijn.

Voor de consument is daarom de exacte formulering belangrijk.

Een historische plaatsnaam, een familienaam, een bedrijfsnaam en een wettelijk erkende MGA kunnen op een etiket naast elkaar voorkomen, maar hebben juridisch niet dezelfde betekenis.

Wanneer je wilt weten of een naam daadwerkelijk een MGA is, moet je hem niet uitsluitend herkennen aan hoe hij op het etiket staat.

De wettelijke geografische aanduiding is uiteindelijk bepalend.

Daarom is kennis van de officiële MGA-lijst zo waardevol.

De herkomst lezen als een geografische keten

Een goed Barbaresco-etiket kun je uiteindelijk lezen als een geografische keten.

Van groot naar klein:

Langhe

↓

Barbaresco DOCG

↓

MGA

↓

Vigna, indien vermeld

↓

specifieke wijngaard

Niet iedere fles bevat al deze informatielagen.

Maar hoe meer van deze lagen op het etiket staan, hoe preciezer de geografische herkomst kan worden gelezen.

Daarmee wordt het etiket bijna een kleine kaart.

Het vertelt niet alleen dat de wijn Barbaresco is, maar kan ook aangeven uit welk deel van het gebied en uiteindelijk uit welke geregistreerde wijngaard de wijn afkomstig is.

En waar past de gemeente in?

De vier gebieden van Barbaresco zijn bestuurlijk verdeeld over:

  • Barbaresco;

  • Neive;

  • Treiso;

  • San Rocco Seno d’Elvio, administratief onderdeel van Alba.

Die gemeenten vormen de geografische basis van de denominatie.

Een MGA bevindt zich vervolgens binnen deze geografische structuur.

De gemeente staat echter niet noodzakelijk als belangrijkste aanduiding op de fles.

Dat komt doordat de MGA in veel gevallen geografisch specifieker is.

Een etiket met alleen “Barbaresco” vertelt dat de wijn uit het beschermde gebied komt.

Een MGA kan vervolgens veel nauwkeuriger aangeven uit welk deel van dat gebied.

Dat is precies waarom hoofdstuk 12 en hoofdstuk 18 samen belangrijk zijn bij het lezen van een etiket: eerst begrijpen we de gemeenten, daarna de geografische onderverdeling daarbinnen.

De achterzijde van de fles

De voorkant van een Barbaresco-etiket vertelt meestal het verhaal.

De achterkant vertelt vaak de technische details.

Daar kunnen onder meer informatie over producent, botteling, alcoholgehalte, inhoud, oorsprong en wettelijke aanduidingen worden gevonden.

Ook de verplichte informatie volgens de Europese etiketteringsregels kan hier een plaats krijgen.

Voor de wijnliefhebber is het belangrijk om niet alleen naar de voorkant te kijken.

Een mooie naam of een historische MGA kan interesse wekken.

De achterzijde kan vervolgens helpen om de wijn juridisch en technisch beter te plaatsen.

Het identificatienummer is geen kwaliteitscode

Op Italiaanse wijnflessen kunnen verschillende codes en nummers staan die voor de consument ingewikkeld lijken.

Daaronder kunnen bijvoorbeeld lotnummers en andere traceerbaarheidsgegevens vallen.

Deze gegevens zijn belangrijk voor controle en traceerbaarheid, maar moeten niet worden geïnterpreteerd als een kwaliteitsbeoordeling.

Een hoger nummer betekent niet een betere wijn.

Ook een officiële banderol of controleteken moet vooral worden gezien als onderdeel van het controlesysteem rond de beschermde oorsprongsbenaming.

De kwaliteit van Barbaresco lees je uiteindelijk niet uit een code, maar uit de combinatie van herkomst, producent, oogstjaar, vinificatie, rijping en proeven.

Het etiket als eerste hypothese

Het is verleidelijk om na het lezen van een Barbaresco-etiket meteen een verwachting over de smaak te vormen.

Daar moet je voorzichtig mee zijn.

Wanneer je bijvoorbeeld een MGA herkent die bekendstaat om een bepaalde combinatie van hoogte, expositie of bodem, kun je een hypothese vormen over de wijn.

Maar een hypothese is nog geen proefresultaat.

Het etiket vertelt je:

waar de wijn vandaan komt;

welke wettelijke status hij heeft;

welk oogstjaar hij vertegenwoordigt;

wie hem heeft gemaakt;

en eventueel uit welke specifieke MGA of Vigna hij afkomstig is.

Het etiket vertelt je niet precies hoe de wijn uiteindelijk in het glas zal ruiken en smaken.

Daarvoor moet de fles worden geopend.

En juist daar begint een van de interessantste aspecten van Barbaresco.

De geografische informatie die je op het etiket hebt gelezen, kan vervolgens naast de wijn in het glas worden gelegd.

Van etiket naar wijngaard

Wie het etiket goed leest, kan de wijn steeds verder terugbrengen naar zijn oorsprong.

Eerst is er de DOCG.

Daarbinnen ligt een gemeente.

Daarbinnen kan een MGA liggen.

Daarbinnen kan een geregistreerde Vigna worden genoemd.

Daarachter ligt een concrete wijngaard met een bepaalde hoogte, expositie, bodem, hellingsgraad en waterhuishouding.

Daar groeit Nebbiolo.

Daar wordt de druif in een bepaald oogstjaar geoogst.

Daarna volgt de interpretatie door de producent.

En uiteindelijk komt alles samen in de fles.

Het etiket is daarmee niet het eindpunt van de informatie.

Het is het begin van een route terug naar de wijngaard.

Wanneer het etiket meer begint te vertellen

Op het moment dat je Barbaresco niet meer als één uniforme wijncategorie ziet, verandert ook de manier waarop je een etiket leest.

“Barbaresco 2021” wordt dan niet meer alleen een naam en een jaartal.

Je kunt je afvragen:

Waar komt deze wijn precies vandaan?

In welke gemeente ligt die herkomst?

Is er een MGA vermeld?

Is er een Vigna?

Wie heeft de wijn gemaakt?

Welke keuzes heeft deze producent gemaakt?

Hoe was het oogstjaar?

Hoe oud is de wijn inmiddels?

En vervolgens:

Komt wat ik in het glas proef overeen met wat ik op basis van de herkomst zou verwachten?

Dat laatste is een belangrijk verschil tussen een etiket lezen en een etiket begrijpen.

Het etiket als geografische sleutel

Een goed gelezen Barbaresco-etiket kan uiteindelijk drie soorten informatie tegelijk geven.

Wettelijke informatie

De wijn behoort tot de Barbaresco DOCG en voldoet aan de voorwaarden van de denominatie.

Geografische informatie

De wijn komt uit het beschermde productiegebied en kan via MGA en eventueel Vigna geografisch verder worden gelokaliseerd.

Historische en menselijke informatie

De naam van de producent, de wijngaard en het oogstjaar plaatsen de wijn binnen een geschiedenis van wijngaarden, families, producenten en generaties.

Daarom is het Barbaresco-etiket veel meer dan een verkooplabel.

Het is een compacte samenvatting van de identiteit van de wijn.

Maar een etiket geeft uiteindelijk vooral informatie over waar de wijn vandaan komt.

De volgende stap is moeilijker.

Kun je aan de wijn zelf, zonder het etiket te bekijken, herkennen waar hij vandaan komt?

Kun je in het glas aanwijzingen vinden die passen bij een bepaalde gemeente, een bepaalde geografische ligging of misschien zelfs een bepaalde MGA?

Dat is een veel ingewikkelder vorm van wijnbegrip.

En precies daar begint het volgende hoofdstuk:

hoofdstuk 17 – Herkomst herkennen door te proeven.


17. Herkomst herkennen door te proeven

Een Barbaresco proeven zonder het etiket te zien is een andere manier van wijn begrijpen.

Wanneer het etiket voor je ligt, weet je waar de wijn vandaan komt en kun je vervolgens onderzoeken of wat je proeft daarbij past. Bij een blinde proeverij gebeurt precies het tegenovergestelde. Je begint met het glas en probeert vanuit geur, smaak, structuur en ontwikkeling een hypothese te vormen over de herkomst.

Dat klinkt eenvoudiger dan het is.

Een ervaren proever kan soms opmerkelijke overeenkomsten herkennen tussen wijnen uit dezelfde geografische omgeving. Maar het is vrijwel nooit mogelijk om uitsluitend op basis van smaak met zekerheid een MGA of gemeente vast te stellen.

Daarvoor zijn de verschillen tussen wijngaarden, producenten en oogstjaren te groot.

De waarde van geografisch proeven ligt daarom niet in het raden van een naam.

De waarde ligt in het leren herkennen van patronen die bij een bepaalde herkomst kunnen passen.

Van proeven naar herkomst

Om geografische herkomst uit een wijn te proberen af te leiden, moeten we eerst onderscheid maken tussen verschillende soorten informatie.

Een wijn kan bijvoorbeeld:

  • veel of weinig tannine hebben;

  • een hoge of minder uitgesproken zuurgraad tonen;

  • krachtig of relatief slank overkomen;

  • breed of juist lineair zijn;

  • veel rood fruit of meer donker fruit tonen;

  • uitgesproken florale aroma’s hebben;

  • aardse of kruidige tonen ontwikkelen;

  • een lange of kortere afdronk hebben.

Maar geen van deze kenmerken behoort exclusief toe aan één plaats.

Tannine is niet automatisch een teken van een bepaalde MGA.

Bloemigheid is niet automatisch een teken van een hogere wijngaard.

Rood fruit bewijst geen bepaalde bodem.

En een krachtige wijn hoeft niet noodzakelijk uit een warme ligging te komen.

De kunst is daarom niet om één kenmerk aan één plaats te koppelen.

De kunst is om de combinatie van kenmerken te leren lezen.

Eerst de wijn, dan de hypothese

Een geografische proeverij begint daarom zonder kaart.

Probeer eerst vast te stellen wat daadwerkelijk in het glas aanwezig is.

Hoe intens is de geur?

Hoe ontwikkelt het aroma zich?

Hoe hoog is de zuurgraad?

Hoe voelt de tannine?

Is de structuur compact of breed?

Hoe lang blijft de wijn aanwezig?

Waar bevindt het fruit zich?

Hoe ontwikkelt de wijn zich gedurende enkele minuten in het glas?

Pas daarna komt de geografische vraag.

Dat voorkomt dat kennis over beroemde MGA’s de waarneming gaat beïnvloeden.

Wie vooraf weet dat een wijn uit een beroemde cru komt, loopt het risico precies die eigenschappen te proeven die hij verwacht te vinden.

Blind proeven is daarom niet alleen een test van kennis.

Het is ook een manier om je eigen verwachtingen tijdelijk uit te schakelen.

De structuur van Nebbiolo als uitgangspunt

Omdat Barbaresco uitsluitend van Nebbiolo wordt gemaakt, beginnen alle geografische vergelijkingen vanuit dezelfde druif.

Dat maakt Barbaresco bijzonder geschikt voor vergelijkend proeven.

Bij verschillende druivenrassen kunnen verschillen tussen wijnen eenvoudig worden verklaard door het druivenras zelf.

Bij Barbaresco blijft de basis gelijk.

De verschillen die we vervolgens waarnemen, kunnen daardoor sterker worden verbonden met andere factoren:

plaats + wijngaard + oogstjaar + producent + rijping

Dat betekent niet dat we die factoren tijdens een proeverij altijd van elkaar kunnen scheiden.

Maar het maakt het mogelijk om gericht te zoeken naar patronen.

Tannine lezen

Tannine is een van de belangrijkste instrumenten bij het proeven van Barbaresco.

Niet alleen de hoeveelheid tannine is belangrijk.

Ook de kwaliteit en textuur ervan.

Tannine kan strak en korrelig aanvoelen, fijnkorrelig en geïntegreerd, krachtig en drogend, of juist soepel en relatief afgerond.

Een jonge Barbaresco kan veel tannine hebben zonder dat de wijn hard of onevenwichtig is. De zuurgraad, het fruit en de structuur kunnen die tannine dragen.

Bij oudere Barbaresco verandert vooral de textuur.

De tannine wordt meestal minder nadrukkelijk als afzonderlijk element ervaren en maakt meer deel uit van de totale structuur van de wijn.

Daarom moet tannine altijd samen met leeftijd worden beoordeeld.

Een jonge wijn met krachtige tannine vertelt iets anders dan een oudere wijn met vergelijkbare structuur.

Zuurgraad als spanningslijn

De zuurgraad is een tweede belangrijke factor.

Barbaresco heeft van nature een belangrijke zure structuur. Die geeft de wijn spanning, frisheid en lengte.

Tijdens een proeverij kun je daarom letten op de manier waarop de wijn zich over de tong beweegt.

Is hij breed en rijk, maar blijft er een duidelijke zure spanning aanwezig?

Of is de wijn vanaf het begin meer lineair en strak?

Is de frisheid vooral aan het begin van de smaak aanwezig, of blijft ze gedurende de volledige afdronk voelbaar?

Ook hier geldt dat zuurgraad niet rechtstreeks naar één geografische plek verwijst.

Maar de combinatie van zuurgraad met alcohol, tannine, fruit en textuur kan wel een geografisch patroon helpen herkennen.

Breedte, lengte en spanning

Een van de nuttigste manieren om Barbaresco geografisch te vergelijken is niet te vragen of een wijn “krachtig” of “elegant” is.

Die woorden zijn te algemeen.

Interessanter zijn drie vragen:

Hoe breed is de wijn?

Hoe lang blijft hij aanwezig?

Waar zit de spanning?

Een wijn kan breed en volumineus zijn zonder zwaar te worden.

Een andere kan relatief slank lijken, maar een zeer lange en gespannen afdronk hebben.

Weer een andere kan compact en geconcentreerd overkomen.

Die verschillen kunnen voortkomen uit een combinatie van ligging, rijpheid, bodem, waterbeschikbaarheid, opbrengst en producent.

Juist de verhouding tussen die elementen kan geografisch interessant worden.

Aromatische ontwikkeling

Ook de geur kan aanwijzingen geven.

Jonge Barbaresco kan aroma’s tonen van rood fruit, bloemen, kruiden en specerijen.

Met rijping kunnen daar onder meer gedroogde bloemen, tabak, leer, aarde, gedroogd fruit en andere tertiaire aroma’s bijkomen.

Maar aromatische ontwikkeling moet voorzichtig worden geïnterpreteerd.

Een wijn uit een bepaald gebied heeft niet automatisch een bepaald aroma.

Bovendien kan een producent met vinificatie en rijping een sterke invloed hebben op de uiteindelijke aromatische expressie.

Voor geografisch proeven zijn daarom niet zozeer afzonderlijke aroma’s interessant, maar de totale aromatische vorm.

Is de wijn uitgesproken bloemig?

Is het fruit fris en rood?

Is het aroma donkerder en kruidiger?

Is er veel aardse diepte?

Is het geheel strak en precies, of breed en weelderig?

Deze observaties vormen samen een patroon.

Hoogte en frisheid

Hoogte kan invloed hebben op de omstandigheden waarin Nebbiolo rijpt.

Hoger gelegen wijngaarden kunnen andere temperatuurpatronen en verschillen tussen dag en nacht kennen dan lager gelegen wijngaarden.

Maar hoogte mag nooit als een simpele formule worden gebruikt:

hoog = elegant

laag = krachtig

De werkelijkheid is veel ingewikkelder.

Expositie, hellingsgraad, wind, bodem, waterbeschikbaarheid en vegetatie spelen allemaal een rol.

Bovendien kunnen twee wijngaarden op vergelijkbare hoogte door hun ligging toch verschillende omstandigheden hebben.

Hoogte is daarom een aanwijzing, geen verklaring.

Expositie herkennen?

Expositie is nog moeilijker rechtstreeks uit een glas te herkennen.

Een zuidgerichte en een noordelijk georiënteerde helling kunnen verschillende omstandigheden creëren, maar de wijn vertelt niet letterlijk welke richting de wijngaard op kijkt.

Wat je eventueel kunt herkennen, is het resultaat van verschillen in rijpingsomstandigheden.

Een wijn kan bijvoorbeeld een bepaalde combinatie van rijp fruit, structuur, alcohol en frisheid tonen.

Maar daaruit kun je niet met zekerheid de expositie aflezen.

Daarom is het verstandiger om te zeggen:

“Deze wijn vertoont kenmerken die passen bij een relatief warme rijpingsomgeving.”

dan:

“Deze wijn komt van een zuidhelling.”

Dat verschil lijkt klein, maar is essentieel voor betrouwbaar proeven.

Gemeente herkennen

Wanneer we een stap verder gaan, kunnen we proberen de vier gebieden van Barbaresco als geografische context te gebruiken.

Barbaresco, Neive, Treiso en San Rocco Seno d’Elvio liggen niet op exact dezelfde manier in het landschap.

Ze verschillen onder meer in ligging, topografie, geologische omstandigheden en de verhouding tussen hoogte en expositie.

Dat kan zich in wijn vertalen.

Maar ook hier bestaat geen vaste smaakformule per gemeente.

Je kunt niet zeggen:

Barbaresco = elegant

Neive = krachtig

Treiso = fris

San Rocco = licht

Dat zou te simplistisch zijn.

Binnen iedere gemeente bestaat juist veel variatie.

Een gemeente is daarom vooral een geografische hypothese.

Wanneer meerdere wijnen uit hetzelfde gebied opvallend vergelijkbare structurele kenmerken tonen, kan de gemeente als verklaringslaag interessant worden.

MGA herkennen

De volgende stap is de MGA.

Hier wordt het nog moeilijker.

Een MGA kan geografisch relatief klein zijn, maar binnen zo’n gebied kunnen verschillen bestaan tussen afzonderlijke percelen, hoogtes, exposities en producenten.

Daarom is het niet verstandig om een MGA aan één proefkenmerk te koppelen.

Een ervaren proever kan wel leren dat bepaalde combinaties van structuur, aromatische expressie en ontwikkeling regelmatig terugkomen in wijnen uit een bepaalde geografische omgeving.

Maar dat vereist ervaring met meerdere producenten en meerdere oogstjaren.

Een enkele fles is daarvoor onvoldoende.

De producent als verborgen variabele

Dit is misschien wel het belangrijkste punt van geografisch proeven.

Wanneer je een wijn blind proeft, probeer je de herkomst te herkennen.

Maar tegelijkertijd proef je de producent.

Een producent kan een duidelijke signatuur hebben in:

  • extractie;

  • fermentatieduur;

  • houtgebruik;

  • rijpingsduur;

  • selectie van druiven;

  • oogstmoment;

  • behandeling van tannine.

Wanneer je meerdere wijnen van dezelfde producent proeft, kan zijn stijl daardoor zo herkenbaar worden dat je denkt een geografisch kenmerk te herkennen terwijl je in werkelijkheid de producent herkent.

Dat is geen fout.

Het is juist een belangrijk onderdeel van wijnkennis.

Maar je moet weten wat je herkent.

Een wijn kan je iets vertellen over zijn plaats.

Hij kan je ook iets vertellen over zijn maker.

En vaak vertelt hij beide tegelijk.

Daarom zijn vergelijkende proeverijen zo waardevol

Wie geografische verschillen wil leren herkennen, kan het beste systematisch proeven.

Bijvoorbeeld:

zelfde producent – verschillende MGA’s

Hier blijft de producent relatief constant en verandert vooral de geografische herkomst.

Dit is een van de interessantste manieren om mogelijke terroirverschillen te onderzoeken.

Een andere methode is:

zelfde MGA – verschillende producenten

Hier blijft de geografische herkomst relatief constant, terwijl de menselijke factor verandert.

Dit laat zien hoeveel invloed producent en vinificatie hebben.

Een derde methode is:

zelfde MGA – zelfde producent – verschillende oogstjaren

Daarmee wordt juist de invloed van klimaat en vintage zichtbaar.

En ten slotte:

zelfde MGA – zelfde producent – verschillende leeftijd

Daarmee kun je ontwikkeling en terroir uit elkaar proberen te houden.

Wie deze vier vergelijkingen regelmatig doet, leert veel meer dan iemand die alleen afzonderlijke flessen proeft.

Een eenvoudige geografische proefmethode

Een praktische proeverij kan uit vijf stappen bestaan.

1. Proef zonder informatie

Bekijk het etiket niet.

Noteer eerst wat je daadwerkelijk ruikt en proeft.

2. Beschrijf structuur

Beoordeel:

  • zuurgraad;

  • tannine;

  • alcohol;

  • body;

  • concentratie;

  • lengte.

Gebruik liever concrete waarnemingen dan algemene kwalificaties als “mooi”, “elegant” of “krachtig”.

3. Beschrijf de aromatische richting

Kijk naar de verhouding tussen:

  • rood en donker fruit;

  • bloemen en kruiden;

  • frisheid en rijpheid;

  • primaire en tertiaire aroma’s.

4. Vorm een geografische hypothese

Pas nu kun je vragen:

Past dit bij een bepaalde ligging?

Bij een bepaalde gemeente?

Bij een bepaalde geografische omgeving?

Maar formuleer het als een waarschijnlijkheid, niet als een zekerheid.

5. Controleer het etiket

Pas aan het einde wordt de fles onthuld.

Vergelijk vervolgens:

wat je verwachtte

met

wat de wijn daadwerkelijk was.

Dat verschil is minstens zo leerzaam als een correcte gok.

Een fout antwoord kan leerzamer zijn dan een goed antwoord

Wanneer je blind een Treiso-wijn voor Neive aanziet, heb je niet noodzakelijk slecht geproefd.

Misschien heb je juist een kenmerk herkend dat beide gebieden kunnen delen.

Wanneer je een wijn van een beroemde MGA niet herkent, betekent dat evenmin dat je proefvermogen tekortschiet.

De variatie binnen een MGA kan groot zijn.

Geografisch proeven is daarom geen wedstrijd in namen raden.

Het is een oefening in het herkennen van patronen en het formuleren van verklaringen.

Dat maakt een verkeerde hypothese waardevol.

Je kunt vervolgens onderzoeken waarom je verwachting niet overeenkwam met de werkelijkheid.

Was de producent dominant?

Was het oogstjaar uitzonderlijk?

Was de wijn jong?

Was de rijping sterk bepalend?

Of had je simpelweg een geografisch kenmerk te absoluut geïnterpreteerd?

De rol van leeftijd

Leeftijd maakt geografisch proeven nog ingewikkelder.

Een jonge Barbaresco kan sterk door fruit, tannine en primaire aromatiek worden bepaald.

Een oudere Barbaresco kan veel meer tertiaire kenmerken tonen.

Na verloop van tijd verschuift de aromatische balans en verandert de textuur van de tannine.

Daarom kan dezelfde wijngaard na vijftien of twintig jaar heel anders worden ervaren dan in zijn jeugd.

Wie geografisch wil proeven, moet daarom bij voorkeur wijnen van vergelijkbare leeftijd naast elkaar zetten.

Anders wordt het risico groot dat je leeftijdsverschillen voor geografische verschillen aanziet.

De rol van het oogstjaar

Hetzelfde geldt voor vintage.

Een warme, droge jaargang kan de expressie van een bepaalde wijngaard anders laten uitkomen dan een koeler of natter jaar.

Dat betekent dat twee wijnen uit dezelfde MGA in verschillende jaren aanzienlijk kunnen verschillen.

Daarom is een geografische vergelijking het meest betrouwbaar wanneer de oogstjaren zo veel mogelijk gelijk zijn.

Pas wanneer je voldoende ervaring hebt opgebouwd, wordt het interessant om juist te onderzoeken hoe dezelfde MGA zich door verschillende oogstjaren heen gedraagt.

Dan wordt het onderscheid tussen plaats en jaar steeds duidelijker.

Van één wijn naar een patroon

Een enkele fles kan je nieuwsgierig maken.

Een reeks flessen kan je iets leren.

Stel dat je vijf verschillende producenten uit dezelfde MGA proeft.

Wanneer je bij alle vijf bepaalde overeenkomsten aantreft, wordt het interessant.

Niet omdat je daarmee hebt bewezen dat die kenmerken uitsluitend door de MGA worden veroorzaakt.

Maar omdat je een patroon begint te zien.

Wanneer je vervolgens dezelfde producent met wijnen uit verschillende MGA’s proeft, kun je dat patroon opnieuw testen.

Als bepaalde kenmerken met de geografische herkomst meebewegen terwijl de producent gelijk blijft, wordt de geografische verklaring sterker.

Zo ontstaat wijnkennis niet uit één spectaculaire proefervaring, maar uit herhaalde vergelijking.

Wat je niet uit het glas kunt halen

Er zijn ook grenzen aan wat geografisch proeven kan opleveren.

Je kunt uit een glas niet betrouwbaar aflezen:

  • de exacte GPS-positie van een wijngaard;

  • de wettelijke grens van een MGA;

  • het exacte bodemtype;

  • de precieze expositie;

  • de opbrengst per hectare;

  • de leeftijd van de wijnstokken;

  • de gebruikte houtsoort;

  • het exacte aantal maanden rijping.

Daarvoor heb je het etiket, technische informatie of kennis van de wijngaard nodig.

Proeven is dus geen vervanging voor geografische kennis.

Het is een manier om geografische kennis in de wijn zelf te onderzoeken.

Wanneer herken je werkelijk herkomst?

Herkomst herkennen wordt pas overtuigend wanneer verschillende soorten informatie elkaar beginnen te ondersteunen.

Je proeft bijvoorbeeld een wijn met een bepaalde combinatie van:

  • frisse zuurgraad;

  • stevige maar verfijnde tannine;

  • relatief lineaire structuur;

  • uitgesproken aromatische precisie;

  • lange afdronk.

Vervolgens blijkt de wijn afkomstig uit een specifieke geografische omgeving.

Wanneer je later meerdere andere wijnen uit dezelfde omgeving proeft en opnieuw vergelijkbare patronen tegenkomt, ontstaat ervaring.

Niet:

“dit is altijd zo in deze MGA.”

Maar:

“dit is een patroon dat ik in deze MGA vaker tegenkom.”

Dat is een veel betrouwbaardere manier om terroir te leren herkennen.

Terroir is geen smaakcode

Uiteindelijk brengt geografisch proeven ons terug naar het begrip terroir.

Terroir betekent niet dat iedere wijngaard een uniek aroma produceert dat als een soort geografische vingerafdruk kan worden herkend.

De werkelijkheid is subtieler.

Geologie, bodem, hoogte, expositie, klimaat, waterbeschikbaarheid, wijnstok, wijngaardbeheer, oogstjaar en menselijke keuzes werken voortdurend op elkaar in.

De wijn is het resultaat van die interactie.

Daarom kan terroir herkenbaar zijn zonder volledig voorspelbaar te zijn.

Juist die spanning maakt het interessant.

De beste geografische proever is niet degene die het snelst raadt

Wie Barbaresco goed leert proeven, ontwikkelt uiteindelijk een andere houding tegenover geografische herkenning.

Niet:

“Ik weet welke MGA dit is.”

Maar:

“Ik proef deze structuur, deze aromatische ontwikkeling en deze spanning. Welke herkomsten zouden daarbij kunnen passen?”

Dat is een veel interessantere vraag.

Je begint met waarnemen.

Daarna interpreteer je.

Vervolgens vorm je een hypothese.

En tenslotte controleer je die aan de hand van de werkelijke herkomst.

Zo wordt blind proeven een methode om je kennis van Barbaresco voortdurend te verfijnen.

Van proeven naar de kaart

Tot nu toe hebben we Barbaresco geografisch bekeken vanuit verschillende invalshoeken.

We hebben de gemeenten leren kennen.

We hebben het terroir onderzocht.

We hebben gezien hoe klimaat en menselijke keuzes de wijn beïnvloeden.

We hebben geleerd hoe MGA en Vigna juridisch functioneren.

En we hebben geleerd hoe je een etiket kunt lezen.

Nu kunnen we de kaart zelf openen.

Barbaresco telt binnen zijn beschermde productiegebied 66 officieel erkende MGA’s.

Achter die namen schuilt geen eenvoudige kwaliteitsranglijst, maar een historische en geografische kaart die de wijngaarden van Barbaresco steeds nauwkeuriger lokaliseert.

In het volgende hoofdstuk nemen we daarom alle 66 MGA’s systematisch onder de loep.

Niet om ze als een ranglijst te presenteren, maar om te begrijpen waar ze liggen, in welke gemeente ze thuishoren en welke geografische geschiedenis achter hun namen schuilgaat.

Dat is de volgende stap in het leren lezen van Barbaresco:

hoofdstuk 18 – De 66 MGA’s van Barbaresco.


18. De 66 MGA’s van Barbaresco

Wie Barbaresco werkelijk wil begrijpen, kan uiteindelijk niet om de MGA’s heen.

De afkorting staat voor Menzione Geografica Aggiuntiva, de aanvullende geografische aanduiding binnen de Barbaresco DOCG. Het systeem werd in 2007 wettelijk vastgelegd en maakte van Barbaresco de eerste Italiaanse wijn waarvan dergelijke geografische vermeldingen op deze manier in het disciplinair werden opgenomen.

De 66 MGA’s zijn geen kwaliteitsranglijst.

Ze zijn evenmin simpelweg 66 namen van beroemde wijngaarden.

Het zijn wettelijk afgebakende geografische gebieden, gebaseerd op historische namen en toponiemen en voorzien van vastgestelde grenzen. De historische betekenis van de namen, de ligging in het landschap en de langdurige reputatie van bepaalde plaatsen maken samen de geografische structuur van Barbaresco.

Daarmee vormt de MGA-kaart de fijnste geografische laag binnen de DOCG.

Van vier gebieden naar 66 MGA’s

In hoofdstuk 12 hebben we Barbaresco geografisch op het niveau van de vier productiegebieden bekeken:

  • Barbaresco

  • Neive

  • Treiso

  • San Rocco Seno d’Elvio, administratief onderdeel van Alba

De MGA-kaart gaat een stap verder.

Binnen die geografische structuur zijn specifieke historische gebieden afgebakend.

De officiële lijst is als volgt opgebouwd:

Alba: 4 MGA’s

Barbaresco: 24 MGA’s

Neive: 20 MGA’s

Treiso: 20 MGA’s

De officiële gemeentelijke presentatie van de MGA’s bevat 69 vermeldingen. Dat komt doordat de MGA’s Meruzzano, Montersino en Rizzi zowel bij Alba als bij Treiso worden vermeld. De wettelijke lijst telt daardoor 66 unieke MGA’s.

Dat ogenschijnlijk kleine detail is belangrijk. Het laat zien dat de MGA-kaart niet simpelweg een administratieve gemeentekaart is.

De geografische werkelijkheid van de wijngaarden loopt op sommige plaatsen anders dan de huidige bestuurlijke grenzen.


Alba

Binnen de gemeente Alba ligt slechts een klein deel van het Barbaresco-productiegebied.

Het gaat om het gebied van San Rocco Seno d’Elvio, dat administratief bij Alba hoort maar geografisch onderdeel vormt van de Barbaresco-denominatie.

De vier MGA-namen die in de officiële lijst bij Alba worden vermeld zijn:

  1. Meruzzano

  2. Montersino

  3. Rizzi

  4. Rocche Massalupo

Deze vier namen moeten daarom niet worden gelezen alsof Barbaresco in algemene zin een wijn uit de stad Alba is.

Het gaat om het specifieke deel van het productiegebied dat onder Alba valt.

Vooral Rocche Massalupo is volledig aan deze administratieve indeling gekoppeld. De andere drie namen komen in de officiële gemeentelijke lijst ook terug bij Treiso, wat opnieuw duidelijk maakt dat de MGA-structuur en de bestuurlijke indeling niet één-op-één samenvallen.

San Rocco Seno d’Elvio

San Rocco Seno d’Elvio neemt binnen Barbaresco een bijzondere positie in.

Het gebied ligt geografisch zuidelijk van de andere drie bekende gemeenten, maar valt administratief onder Alba.

Daardoor is het een goed voorbeeld van het verschil tussen:

administratieve gemeente

en

geografische wijnherkomst.

Voor het begrijpen van Barbaresco is vooral die tweede belangrijk.


Barbaresco

Barbaresco is de historische en symbolische kern van de denominatie.

Hier bevinden zich 24 van de officieel opgesomde MGA-namen:

  1. Asili

  2. Cà Grossa

  3. Cars

  4. Cavanna

  5. Cole

  6. Faset

  7. Martinenga

  8. Montaribaldi

  9. Montefico

  10. Montestefano

  11. Muncagota

  12. Ovello

  13. Pajè

  14. Pora

  15. Rabajà

  16. Rabajà-bas

  17. Rio Sordo

  18. Roccalini

  19. Roncaglie

  20. Roncagliette

  21. Ronchi

  22. Secondine

  23. Tre Stelle

  24. Trifolera

  25. Vicenziana

Hier ontstaat een interessant detail: de officiële gemeentelijke lijst bevat voor Barbaresco 25 vermeldingen, niet 24. De unieke juridische totalisering van de volledige MGA-kaart blijft echter 66, omdat de gemeentelijke lijsten op andere plaatsen eveneens overlap kunnen bevatten. De actuele officiële Enoteca-lijst is daarom de juiste bron om de namen en geografische indeling te controleren.

Deze opsomming laat bovendien direct zien hoe sterk de historische wijngaardcultuur in Barbaresco is.

Namen als Asili, Martinenga, Montefico, Montestefano, Muncagota, Ovello, Pajè, Pora en Rabajà zijn niet pas in de moderne wijnwereld ontstaan.

Ze behoren tot een veel oudere geografische geschiedenis.

Dat is precies waarom de MGA-kaart niet als een moderne marketingindeling moet worden gezien.

Het historische hart

Een aantal van de bekendste historische Barbaresco-wijngaarden ligt in deze gemeente.

Pora en Ovello zijn bijvoorbeeld verbonden met de geschiedenis van Domizio Cavazza.

De klassieke MGA’s van de gemeente Barbaresco kregen bovendien al lang vóór de wettelijke MGA-erkenning bekendheid onder producenten en wijnliefhebbers.

Dat sluit aan bij hoofdstuk 11: de wettelijke MGA’s zijn niet uit het niets ontstaan.

De wet heeft een geografische structuur vastgelegd die al lange tijd in de praktijk, in historische documenten, op kaarten en op etiketten bestond.


Neive

Neive vormt geografisch een zeer belangrijk deel van het Barbaresco-gebied.

De officiële lijst bevat hier twintig MGA-namen:

  1. Albesani

  2. Balluri

  3. Basarin

  4. Bordini

  5. Bric Micca

  6. Bricco di Neive

  7. Canova

  8. Cottà

  9. Currà

  10. Fausoni

  11. Gaia-Principe

  12. Gallina

  13. Marcorino

  14. Rivetti

  15. San Cristoforo

  16. San Giuliano

  17. Serraboella

  18. Serracapelli

  19. Serragrilli

  20. Starderi

Neive is interessant omdat het gebied een grote geografische variatie kent.

Daarom is het ook hier gevaarlijk om de hele gemeente aan één bepaalde wijnstijl te koppelen.

De naam Neive op een etiket vertelt je dat de wijn uit een bepaald deel van de Barbaresco-denominatie komt.

De MGA vertelt vervolgens veel preciezer waar.

Basarin als voorbeeld

Basarin laat goed zien waarom een MGA meer is dan alleen een naam.

De huidige Enoteca Regionale beschrijft Basarin als een gebied binnen Neive met wijngaarden van ongeveer 210 tot 370 meter hoogte en verschillende exposities, waaronder zuidoostelijke en zuid tot zuidwestelijke delen. De officiële geografische beschrijving koppelt het gebied bovendien aan de geologische formatie van de Marne di Sant’Agata.

Dat soort informatie maakt duidelijk wat een MGA-kaart waardevol maakt.

De naam Basarin zegt waar de wijn vandaan komt.

De geografische beschrijving begint vervolgens te verklaren waarom die plek als afzonderlijke geografische eenheid betekenis kan hebben.

Het is precies die stap van naam naar landschap die in dit dossier centraal staat.


Treiso

Treiso vormt het zuidelijke deel van het klassieke Barbaresco-gebied.

De officiële lijst bevat de volgende MGA-namen:

  1. Ausario

  2. Bernardot

  3. Bricco di Treiso

  4. Casot

  5. Castellizzano

  6. Ferrere

  7. Garassino

  8. Giacone

  9. Giacosa

  10. Manzola

  11. Marcarini

  12. Meruzzano

  13. Montersino

  14. Nervo

  15. Pajorè

  16. Rizzi

  17. Rombone

  18. San Stunet

  19. Valeirano

  20. Vallegrande

Ook hier is de geografische geschiedenis belangrijk.

Verschillende namen zijn al lang verbonden met afzonderlijke wijngaarden en producenten.

Andere namen zijn minder bekend bij de internationale wijnliefhebber, maar zijn juridisch net zo goed onderdeel van de geografische structuur van Barbaresco.

Dat is een belangrijk uitgangspunt.

Bekendheid en wettelijke status zijn niet hetzelfde.

Een MGA die weinig internationale bekendheid geniet, is niet daarom minder officieel of minder geografisch relevant.

Treiso en de zuidelijke ligging

Treiso heeft binnen Barbaresco een eigen geografische positie.

Het gebied ligt gemiddeld hoger dan delen van de noordelijker gelegen productiegebieden en kent een complex samenspel van helling, expositie, hoogte en geologie.

Dat betekent niet dat iedere Treiso-wijn automatisch lichter, frisser of eleganter is.

Zoals we in hoofdstuk 17 hebben gezien, moeten zulke kenmerken altijd in samenhang worden bekeken.

De MGA is een plaats.

De wijn is de interpretatie van die plaats.


Waarom sommige MGA-namen dubbel lijken

Bij het bestuderen van de officiële lijst kan de lezer zich afvragen waarom bepaalde namen op meerdere plaatsen voorkomen.

De meest opvallende voorbeelden zijn:

Meruzzano

Montersino

Rizzi

Deze namen verschijnen in de officiële gemeentelijke presentatie zowel bij Alba als bij Treiso.

Dat betekent niet dat er twee verschillende MGA’s met exact dezelfde wettelijke naam bestaan.

Het heeft te maken met de manier waarop de geografische gebieden zich verhouden tot de bestuurlijke grenzen.

Dit is een goed voorbeeld van waarom de MGA-kaart niet simpelweg kan worden vervangen door een lijst per gemeente.

De kaart zelf is uiteindelijk de meest directe manier om de geografische structuur te begrijpen.


Een MGA is een gebied, geen punt

Een veel voorkomende misvatting is dat een MGA gelijkstaat aan één enkele wijngaard van één producent.

Dat is niet noodzakelijk zo.

Een MGA is een geografisch afgebakend gebied.

Binnen dat gebied kunnen verschillende producenten wijngaarden bezitten.

Daarom kunnen verschillende wijnhuizen een Barbaresco met dezelfde MGA op de markt brengen.

Dat is juist interessant.

Wanneer meerdere producenten dezelfde MGA gebruiken, kunnen we hun wijnen met elkaar vergelijken.

Dan blijft de geografische factor relatief constant terwijl de producent verandert.

Omgekeerd kunnen we bij één producent verschillende MGA’s vergelijken.

Dan verandert vooral de geografische factor.

Zo wordt de MGA niet alleen een naam op een etiket, maar ook een instrument voor wijnonderzoek.


De historische betekenis van de namen

De 66 MGA-namen zijn niet willekeurig gekozen.

Volgens de Enoteca Regionale zijn de geografische aanduidingen gebaseerd op historische namen en toponiemen. Veel daarvan werden onderbouwd door producenten en landbouwers tijdens openbare procedures of door historische kaarten, etiketten en officiële documenten.

Dat betekent dat de MGA-kaart ook een soort historisch archief is.

Een naam die tegenwoordig op een wijnetiket staat, kan een veel oudere relatie met het landschap vertegenwoordigen.

Sommige namen waren al generaties lang in gebruik voordat Barbaresco een internationale wijn werd.

De moderne consument ziet slechts één woord op het etiket.

Achter dat woord kan een lange geschiedenis van grondbezit, landbouw, lokale benaming en wijnproductie schuilgaan.


Waarom niet alle 66 MGA’s even bekend zijn

De internationale wijnwereld heeft de neiging om vooral de bekende namen te onthouden.

Dat is begrijpelijk.

Een aantal MGA’s heeft door historische producenten en langdurige reputatie een veel grotere bekendheid gekregen.

Andere gebieden worden veel minder vaak buiten Piemonte genoemd.

Dat betekent echter niet dat de minder bekende MGA’s geografisch minder interessant zijn.

Integendeel.

Een volledige kaart maakt zichtbaar dat Barbaresco veel gevarieerder is dan de verzameling beroemde namen die doorgaans in internationale wijnliteratuur wordt genoemd.

De MGA’s vormen samen het hele geografische systeem.

De beroemde cru’s zijn slechts een deel daarvan.


De MGA-kaart is geen ranglijst

Dit punt verdient nadruk.

Er bestaat geen wettelijke volgorde:

nummer 1 → nummer 2 → nummer 3

Er bestaat ook geen officiële categorie:

Grand Cru → Premier Cru → Cru

zoals we die uit sommige Franse appellations kennen.

De MGA’s zijn geografische aanduidingen.

Dat sommige gebieden historisch een veel hogere reputatie hebben opgebouwd, is een ander verhaal.

Die reputatie kan voortkomen uit:

  • langdurige kwaliteit;

  • gunstige geografische ligging;

  • historische producenten;

  • oude wijnstokken;

  • invloedrijke wijnmakers;

  • internationale bekendheid;

  • consistente prestaties over meerdere oogstjaren.

Maar dat maakt de MGA zelf nog geen wettelijke kwaliteitsklasse.

Dat onderscheid moeten we blijven vasthouden.


De kaart en het terroir

Wanneer de 66 MGA’s op een kaart worden geplaatst, ontstaat iets dat veel interessanter is dan een lijst namen.

Je ziet hoe de gebieden zich over de heuvels verspreiden.

Je ziet waar de gemeenten in elkaar grijpen.

Je ziet hoe hellingen en valleien de geografische structuur beïnvloeden.

En je ziet waarom “Barbaresco” als één uniforme plek eigenlijk te grof is.

De verschillen tussen MGA’s hoeven niet altijd spectaculair te zijn.

Soms zijn ze subtiel.

Maar juist bij Nebbiolo kunnen subtiele verschillen in rijpingsomstandigheden, waterbeschikbaarheid, expositie, hoogte en bodem zich over jaren heen vertalen in verschillen in structuur en ontwikkeling.

Daarmee wordt de MGA-kaart een hulpmiddel om terroir te onderzoeken.

Niet om terroir mechanisch te voorspellen.


Van MGA naar wijn

Een MGA-naam op een fles is daarom het begin van een vraag, niet het antwoord.

Wanneer je bijvoorbeeld Basarin leest, kun je eerst vragen:

Waar ligt Basarin?

Hoe hoog ligt het gebied?

Welke exposities komen voor?

Welke geologische omstandigheden zijn er?

Welke producenten werken daar?

Welke oogstjaren zijn interessant?

Hoe ontwikkelen de wijnen zich?

En vervolgens:

Wat herken ik daarvan in het glas?

Precies dezelfde vragen kunnen worden gesteld bij Asili, Rabajà, Ovello, Gallina, Pajorè, Serraboella, Rombone of een van de andere MGA’s.

Zo verandert de geografische naam in een onderzoeksmethode.


Waarom hoofdstuk 19 nodig is

Een volledige behandeling van alle 66 MGA’s op exact dezelfde manier zou dit hoofdstuk onnodig zwaar maken.

Bovendien zou daarmee een belangrijk onderscheid verdwijnen.

Sommige MGA’s hebben een bijzondere historische betekenis.

Andere zijn interessant vanwege hun geografische positie.

Weer andere hebben door bepaalde producenten een belangrijke reputatie opgebouwd.

En sommige zijn vooral belangrijk om het volledige geografische systeem te begrijpen.

Daarom worden in het volgende hoofdstuk een aantal MGA’s uitgebreider uitgelicht.

Niet omdat de overige MGA’s minder belangrijk zijn.

Maar omdat een beperkt aantal representatieve voorbeelden ons in staat stelt om de verschillen tussen geografische ligging, historische reputatie, producent en wijnstijl daadwerkelijk te onderzoeken.

De volledige kaart hebben we nu.

De volgende stap is leren kijken naar enkele plaatsen in detail.


De 66 MGA’s als geografisch geheugen

De MGA’s zijn uiteindelijk meer dan een lijst van namen.

Samen vormen zij het geografische geheugen van Barbaresco.

Ze bewaren oude plaatsnamen.

Ze leggen historische wijngaardgrenzen vast.

Ze verbinden producenten met specifieke stukken land.

Ze maken het mogelijk om wijnen binnen dezelfde DOCG geografisch van elkaar te onderscheiden.

En ze geven de consument de mogelijkheid om een fles steeds verder terug te brengen naar zijn oorsprong.

Van:

Barbaresco

naar:

gemeente

naar:

MGA

en, wanneer wettelijk toegestaan:

Vigna

naar:

wijngaard

Daarmee komt de structuur van dit hele dossier samen.

We begonnen met Barbaresco als wijn.

We onderzochten Nebbiolo, de wijngaard, vinificatie en rijping.

We bekeken stijl, leeftijd, oogstjaar en gastronomie.

Daarna onderzochten we gemeenten, terroir en klimaat.

We leerden het wettelijke systeem en het etiket lezen.

En nu kennen we de geografische kaart waarop al die informatie samenkomt.

Maar een kaart vertelt nog niet hoe belangrijk een bepaalde plek in de praktijk is geworden.

Daarvoor moeten we kijken naar de plaatsen waar geschiedenis, geografie, producenten en wijnkwaliteit elkaar gedurende lange tijd hebben ontmoet.

Dat is het onderwerp van het volgende hoofdstuk:

hoofdstuk 19 – Belangrijke MGA’s uitgelicht.


 

Deel V — Verdieping

Hoofdstuk 19 – Belangrijke MGA’s van Barbaresco

De 66 MGA’s van Barbaresco vormen samen een geografische kaart van het wijngebied. Hoofdstuk 18 liet die kaart in haar geheel zien. Maar een kaart vertelt nog niet waarom bepaalde namen in de geschiedenis van Barbaresco zo’n sterke betekenis hebben gekregen.

Sommige MGA’s zijn al meer dan een eeuw verbonden met de reputatie van Barbaresco. Andere zijn vooral bekend geworden door producenten die er consequent afzonderlijke wijnen van maken. Weer andere zijn geografisch interessant omdat ze laten zien hoe de appellatie zich uitstrekt over Barbaresco, Neive, Treiso en het deel van San Rocco Seno d’Elvio dat administratief tot Alba behoort.

Daarom is het belangrijk om één onderscheid voorop te stellen.

Een MGA is geen officiële kwaliteitsrangorde. De wet zegt niet dat de ene MGA beter is dan de andere. De bekendheid van een MGA is het resultaat van geschiedenis, ligging, producenten, wijngaardbezit, afzonderlijke bottelingen en de reputatie die in de loop van de tijd is opgebouwd.

Dat maakt een aantal namen bijzonder interessant om nader te bekijken.

Asili

Asili behoort tot de klassieke namen van Barbaresco. De MGA ligt in de gemeente Barbaresco en heeft al lange tijd een plaats in de afzonderlijke geschiedenis van het gebied.

De betekenis van Asili ligt niet alleen in de geografische ligging. De naam is verbonden geraakt met het idee dat binnen de Barbaresco DOCG kleinere geografische gebieden een eigen identiteit kunnen ontwikkelen. Asili is daarmee een goed voorbeeld van de overgang van een historische wijngaardnaam naar een officieel erkende MGA.

De reputatie van Asili is bovendien sterk verbonden met producenten die de wijngaard afzonderlijk vinifiëren. Daardoor is de naam voor wijnliefhebbers niet alleen een geografische aanduiding, maar ook een herkenbaar onderdeel geworden van het Barbaresco-landschap.

Toch moet ook hier worden opgepast voor een te eenvoudige conclusie. Een fles met Asili op het etiket vertelt waar de druiven vandaan komen. De uiteindelijke wijn wordt daarnaast bepaald door producent, wijngaardbeheer, oogstjaar, vinificatie en rijping.

Asili laat daarmee precies zien wat een MGA wél en niet vertelt.

Rabajà

Rabajà is waarschijnlijk een van de meest herkenbare namen binnen het historische Barbaresco-landschap.

De MGA ligt in de gemeente Barbaresco en heeft al lange tijd een bijzondere reputatie. De naam komt voor in de historische ontwikkeling van de afzonderlijke Barbaresco-wijngaarden en is door verschillende generaties producenten verder uitgebouwd.

Rabajà is bovendien een goed voorbeeld van de manier waarop de reputatie van een plaats kan worden versterkt wanneer meerdere producenten gedurende langere tijd afzonderlijke wijnen uit hetzelfde geografische gebied maken.

De naam is daardoor groter geworden dan één domein of één wijn. Rabajà verwijst naar een geografisch gebied met een eigen geschiedenis.

Dat onderscheid is belangrijk. Een bekende MGA is niet beroemd omdat de wet haar een hogere rang heeft gegeven. Haar reputatie is historisch gegroeid.

Rabajà laat daarmee zien hoe geografische identiteit en wijnbouwtraditie elkaar kunnen versterken.

Ovello

Ovello is een andere historische naam binnen Barbaresco en is nauw verbonden met de ontwikkeling van het noordelijke deel van het productiegebied.

De MGA heeft bovendien een bijzondere plaats in de geschiedenis van Domizio Cavazza. Cavazza, die aan het einde van de negentiende eeuw een beslissende rol speelde in de ontwikkeling van Barbaresco als zelfstandige wijn, bezat wijngaarden in onder meer Ovello en Pora.

Daarmee krijgt Ovello een betekenis die verder gaat dan de huidige MGA-kaart. De naam verwijst ook naar de periode waarin Barbaresco zich begon te ontwikkelen van een plaatselijke wijn tot een bewust als Barbaresco geproduceerde en gepresenteerde wijn.

De geschiedenis van Ovello maakt duidelijk dat de huidige MGA-structuur niet uit het niets is ontstaan. Veel van de namen die vandaag op een etiket kunnen verschijnen, waren al lang vóór de wettelijke erkenning van de MGA’s onderdeel van het lokale wijngaardlandschap.

Montestefano

Montestefano behoort eveneens tot de historische namen die een sterke reputatie binnen Barbaresco hebben opgebouwd.

De MGA ligt in Barbaresco en is in de moderne wijnwereld vooral herkenbaar geworden door producenten die de herkomst afzonderlijk op het etiket benadrukken.

Montestefano is daardoor interessant als voorbeeld van de wisselwerking tussen plaats en producent. De geografische naam bestond al, maar de moderne betekenis ervan is mede gevormd door de manier waarop verschillende producenten de wijnen uit dit gebied afzonderlijk hebben geïnterpreteerd.

Ook hier geldt dat de MGA geen voorgeschreven smaakprofiel oplegt. Twee wijnen uit Montestefano kunnen duidelijk van elkaar verschillen door leeftijd van de stokken, opbrengst, oogstdatum, vinificatie, houtgebruik en rijping.

De geografische herkomst blijft echter hetzelfde.

Dat is precies de kracht van het MGA-systeem: het maakt vergelijking binnen een geografisch gebied mogelijk zonder te doen alsof iedere fles hetzelfde moet smaken.

Montefico

Montefico is een historische MGA in de gemeente Barbaresco en behoort tot de namen die al lange tijd een zelfstandige plaats innemen binnen de reputatie van het gebied.

De naam is vooral interessant in relatie tot de ontwikkeling van de afzonderlijke cru-bottelingen. De Produttori del Barbaresco heeft Montefico opgenomen in zijn reeks afzonderlijke Riserva’s uit historische crus. Daarmee wordt zichtbaar hoe een historische geografische naam door een producent opnieuw en consequent onder de aandacht kan worden gebracht.

De Produttori del Barbaresco speelt in dit opzicht een bijzondere rol. De coöperatie werd in 1958 opgericht door Don Fiorino Marengo met negentien wijnbouwers en maakt tegenwoordig afzonderlijke Barbaresco’s uit negen historische crus, waaronder Montefico.

Montefico is daardoor een goed voorbeeld van de manier waarop de geschiedenis van een plaats, de structuur van een coöperatie en moderne afzonderlijke botteling bij elkaar kunnen komen.

Pajè

Pajè behoort tot de historische MGA’s van Barbaresco en is een naam die al lange tijd in verband wordt gebracht met afzonderlijke wijngaardwijnen.

De betekenis van Pajè ligt vooral in de continuïteit van de geografische naam. De huidige wettelijke MGA is het resultaat van een veel ouder lokaal systeem van plaatsnamen en wijngaardbenamingen.

Ook Pajè wordt door de Produttori del Barbaresco afzonderlijk gebotteld in de historische cru-reeks. Daarmee is het een goed voorbeeld van een MGA waarvan de naam zowel een historische als een hedendaagse betekenis heeft.

De wijn uit Pajè moet echter niet worden gezien als een wettelijk vastgelegd stijltype. De MGA bepaalt de geografische herkomst; de uiteindelijke expressie blijft afhankelijk van de omstandigheden van het jaar en de keuzes van de producent.

Muncagota

Muncagota is een interessante MGA omdat de naam rechtstreeks laat zien hoe historische geografische benamingen in de Barbaresco-traditie zijn blijven voortbestaan.

De naam komt voor in de huidige officiële MGA-lijst en behoort tot de historische crus die door de Produttori del Barbaresco afzonderlijk worden geproduceerd.

Voor de geschiedenis van Barbaresco is Muncagota vooral interessant omdat het laat zien dat een MGA niet uitsluitend een moderne administratieve constructie is. De wettelijke afbakening heeft bestaande geografische herinneringen vastgelegd en juridisch herkenbaar gemaakt.

Daarmee vormt Muncagota een voorbeeld van een belangrijk principe binnen Barbaresco: de huidige kaart is voor een groot deel een juridische vastlegging van een veel oudere lokale geografische cultuur.

Martinenga

Martinenga neemt binnen Barbaresco een bijzondere plaats in.

De naam is niet alleen een MGA, maar is sterk verbonden geraakt met een historisch landgoed en met de continuïteit van één belangrijke producentenfamilie. Daardoor is Martinenga een uitstekend voorbeeld van de manier waarop geografische identiteit en eigendomsgeschiedenis elkaar kunnen versterken.

Martinenga laat bovendien zien dat een MGA niet noodzakelijk uitsluitend bekend hoeft te worden door meerdere producenten. Ook een langdurige verbinding tussen een historisch wijngaardgebied en een producent kan de herkenbaarheid van een geografische naam sterk vergroten.

Dat maakt Martinenga interessant binnen de studie van Barbaresco: de geografische naam en de producent zijn hier voor de wijnliefhebber bijzonder sterk met elkaar verbonden.

Maar ook bij Martinenga blijft het onderscheid belangrijk. De MGA is de geografische aanduiding; de producent bepaalt hoe die geografische herkomst uiteindelijk in de fles wordt geïnterpreteerd.

Gallina

Met Gallina verschuift het perspectief van Barbaresco naar Neive.

Gallina behoort tot de belangrijke MGA’s van Neive en laat zien dat de identiteit van Barbaresco niet kan worden gereduceerd tot de gemeente Barbaresco zelf. Neive vormt een aanzienlijk en geografisch veelzijdig deel van het productiegebied.

De naam Gallina komt regelmatig terug in afzonderlijke Barbaresco-bottelingen van verschillende producenten. Ook historische proefreeksen van de Enoteca Regionale laten zien hoe breed de producentenvertegenwoordiging binnen deze MGA is.

Juist daarom is Gallina interessant. De MGA kan hier worden gebruikt als vergelijkingspunt tussen producenten.

Wanneer verschillende producenten wijn uit Gallina afzonderlijk vinifiëren, ontstaat de mogelijkheid om te onderzoeken wat de geografische herkomst gemeen heeft en welke verschillen door producent, wijngaardbeheer en wijnbereiding worden veroorzaakt.

Dat is een veel interessantere manier om een MGA te begrijpen dan het toekennen van een vast aroma- of smaakprofiel.

Basarin

Basarin is eveneens een MGA van Neive en is geografisch bijzonder interessant.

De naam behoort tot de historische geografische aanduidingen die in het huidige MGA-systeem zijn vastgelegd. De Enoteca Regionale documenteert Basarin afzonderlijk en beschrijft daarbij onder meer de geografische ligging, hoogte, geologische kenmerken en andere eigenschappen van het gebied.

Basarin is daarmee een goed voorbeeld van de manier waarop de moderne MGA-kaarten verder gaan dan alleen een naam op een etiket. Achter iedere MGA ligt een daadwerkelijk afgebakend geografisch gebied met een specifieke positie binnen het landschap.

Voor de wijnliefhebber is Basarin vooral interessant als vergelijkingspunt met andere MGA’s van Neive. Niet omdat de wet een bepaalde smaak voorschrijft, maar omdat verschillen in ligging, bodem, hoogte en expositie onder verschillende omstandigheden invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van Nebbiolo.

Daarbij blijft de invloed van de producent essentieel.

Serraboella

Serraboella is een andere belangrijke MGA van Neive en illustreert opnieuw de geografische rijkdom van deze gemeente.

De naam behoort tot de officiële MGA’s en komt voor op de huidige geografische kaart van Barbaresco. Net als bij Gallina en Basarin is Serraboella interessant omdat meerdere producenten de naam op hun etiketten gebruiken.

Daardoor kan de MGA als vergelijkingsinstrument functioneren.

Wie Serraboella van verschillende producenten naast elkaar proeft, ziet niet alleen wat de plaats doet, maar ook wat de mens doet. Verschillen in oogstmoment, extractie, houtgebruik, rijping en stijl kunnen minstens zo duidelijk zijn als overeenkomsten die met de geografische herkomst samenhangen.

Dat is geen zwakte van het MGA-systeem. Het is juist een belangrijk onderdeel ervan.

Een geografische aanduiding hoeft geen uniforme wijn voort te brengen om betekenisvol te zijn.

Rombone

Met Rombone komen we in Treiso.

Treiso vormt het zuidelijke deel van het Barbaresco-productiegebied en heeft een eigen landschappelijke en geografische positie binnen de appellatie. Rombone is een van de MGA’s die duidelijk maken dat de Barbaresco-kaart veel groter en gevarieerder is dan de klassieke namen uit de gemeente Barbaresco alleen.

De naam is bovendien interessant vanuit producentsperspectief. Rombone wordt afzonderlijk gebotteld door producenten uit Treiso en is daarmee een voorbeeld van een geografische naam die ook buiten de klassieke historische cru-reeks van Barbaresco een duidelijke eigen identiteit heeft gekregen.

Rombone helpt daarmee om het begrip MGA breder te begrijpen. Een MGA hoeft niet tot de internationaal bekendste namen te behoren om geografisch of wijnbouwkundig betekenisvol te zijn.

De waarde van een MGA ligt uiteindelijk in het feit dat zij een concreet onderdeel van het landschap benoemt.

Wat deze MGA’s samen laten zien

Wanneer Asili, Rabajà, Ovello, Montestefano, Montefico, Pajè, Muncagota en Martinenga naast Gallina, Basarin, Serraboella en Rombone worden geplaatst, ontstaat een veel vollediger beeld van Barbaresco.

De eerste groep is sterk verbonden met de historische reputatie van de gemeente Barbaresco. De tweede groep laat zien dat Neive en Treiso minstens zo belangrijk zijn voor het geografische verhaal van de appellatie.

De MGA-kaart is daarmee geen verzameling van twaalf beroemde namen. Het is een systeem waarin historische plaatsnamen, geografische grenzen, producenten en wijnbouwtradities samenkomen.

De officiële Enoteca Regionale beschrijft de 66 MGA’s als geografisch afgebakende gebieden die zijn gebaseerd op historische namen en toponiemen. De huidige kaart is dus het resultaat van een langdurig proces waarin lokale benamingen en historische documentatie zijn samengebracht en uiteindelijk wettelijk vastgelegd.

Waarom sommige MGA’s bekender zijn dan andere

De ongelijke bekendheid van MGA’s heeft verschillende oorzaken.

Een historische naam kan al vroeg een reputatie hebben opgebouwd. Een producent kan vervolgens jarenlang afzonderlijke wijnen uit die MGA hebben gemaakt. Een belangrijke wijnmaker kan een bepaalde wijngaard internationaal bekend hebben gemaakt. Een coöperatie kan een historische cru consequent afzonderlijk bottelen. En wijnschrijvers en handelaren kunnen bepaalde namen vaker onder de aandacht brengen.

Daardoor ontstaat een zichzelf versterkend proces.

Een MGA die vaak afzonderlijk wordt gebotteld, wordt vaker geproefd. Een MGA die vaker wordt geproefd, wordt beter herkend. Een herkenbare naam krijgt meer commerciële en culturele betekenis. Nieuwe generaties producenten bouwen vervolgens verder op die reputatie.

Dat betekent echter niet dat de minder bekende MGA’s minderwaardig zijn.

Het betekent vooral dat hun geografische identiteit minder sterk is doorgedrongen tot de internationale wijnmarkt.

MGA is geen Grand Cru

Een van de belangrijkste misverstanden rond de MGA’s van Barbaresco is dat ze zouden functioneren als een Italiaans equivalent van het Franse Grand Cru-systeem.

Dat is niet zo.

Een MGA is in de eerste plaats een geografische aanduiding binnen de Barbaresco DOCG. De wettelijke erkenning geeft geen officiële kwaliteitsrangorde tussen de verschillende MGA’s.

In de praktijk kunnen bepaalde MGA’s natuurlijk een uitzonderlijk sterke reputatie hebben. Sommige wijngaarden worden door producenten en kenners al generaties lang hoger gewaardeerd. Maar dat is een historische en wijnkundige reputatie, geen wettelijke classificatie.

Dat onderscheid is belangrijk wanneer Barbaresco wordt geproefd en besproken.

Een wijn uit een beroemde MGA kan tegenvallen. Een wijn uit een minder bekende MGA kan indrukwekkend zijn. Producent, oogstjaar, wijngaardwerk, vinificatie, rijping en flesontwikkeling blijven bepalend voor wat uiteindelijk in het glas verschijnt.

MGA als instrument om Barbaresco te begrijpen

De grootste waarde van het MGA-systeem ligt daarom niet in het verzamelen van beroemde namen.

De waarde ligt in het kunnen vergelijken.

Een proever kan bijvoorbeeld dezelfde producent volgen in verschillende MGA’s. Of verschillende producenten uit dezelfde MGA naast elkaar zetten. Ook kan één MGA over verschillende oogstjaren worden gevolgd.

Zo ontstaat een vorm van geografische wijnkennis die veel verder gaat dan de vraag of een bepaalde MGA als “goed” of “beter” bekendstaat.

De interessante vragen worden dan:

Waar ligt de wijngaard?

Hoe ligt deze ten opzichte van andere delen van Barbaresco?

Welke geografische en geologische omstandigheden zijn aanwezig?

Welke producenten werken er?

Hoe interpreteren verschillende producenten dezelfde geografische herkomst?

En welke verschillen blijven overeind wanneer producent en oogstjaar worden meegenomen?

Pas door zulke vergelijkingen ontstaat een werkelijk begrip van terroir.

Van naam naar landschap

De ontwikkeling van Barbaresco kan uiteindelijk worden gelezen als een steeds fijnere geografische herkenning.

Eerst was er het bredere gebied.

Daarbinnen ontstond de herkenning van Barbaresco als afzonderlijke wijn.

Vervolgens kregen gemeenten en historische wijngaardnamen betekenis.

Daarna werden de historische geografische namen in kaart gebracht en uiteindelijk in 2007 als MGA’s wettelijk vastgelegd. De officiële Enoteca Regionale noemt Barbaresco het eerste Italiaanse wijngebied dat deze wettelijke erkenning van aanvullende geografische aanduidingen kreeg.

Vandaag kan een etiket daardoor een steeds nauwkeuriger geografisch verhaal vertellen:

Barbaresco DOCG → MGA → eventueel Vigna → producent → oogstjaar.

Maar hoe nauwkeuriger de geografische aanduiding wordt, hoe belangrijker het wordt om niet te doen alsof één naam automatisch één smaak betekent.

De MGA vertelt waar de wijn vandaan komt.

De wijn vertelt vervolgens hoe die plaats, in dat jaar, door die producent is geïnterpreteerd.

De betekenis van de MGA voor de toekomst van Barbaresco

De MGA-structuur is niet alleen een manier om het verleden te bewaren.

Ze wordt ook steeds belangrijker voor de toekomst.

Naarmate klimaat, wijngaardbeheer en wijnbouw veranderen, kunnen verschillen in hoogte, expositie, ligging en bodem een grotere rol gaan spelen bij de keuze van wijngaarden en het moment van oogsten.

Daarmee kan de MGA-kaart een steeds belangrijker instrument worden om Barbaresco geografisch te begrijpen.

Niet als een statische classificatie, maar als een fijnmazige kaart van mogelijkheden.

Dat sluit aan bij de ontwikkeling die Barbaresco al meer dan een eeuw doormaakt: van een regionale wijn met een plaatsnaam naar een wijn waarvan de geografische identiteit steeds nauwkeuriger wordt gelezen.

De MGA als beginpunt, niet als eindpunt

Een Barbaresco met een MGA op het etiket vertelt meer dan een Barbaresco zonder die geografische verfijning.

Maar het vertelt nog niet het hele verhaal.

Om de betekenis van een MGA werkelijk te begrijpen, moeten geografische ligging, bodem, hoogte, expositie, klimaat, wijnbouw, producent, oogstjaar, vinificatie en rijping met elkaar worden verbonden.

Daarmee komt de MGA uiteindelijk terug bij het centrale thema van deze hele gids.

Barbaresco is geen verzameling losse namen.

Het is een landschap waarin geschiedenis, geografie, Nebbiolo en menselijk handelen voortdurend met elkaar verbonden zijn.

De MGA’s maken dat landschap leesbaar.

De volgende stap is daarom niet meer om de namen op de kaart te kennen, maar om te begrijpen hoe geografische verschillen zich daadwerkelijk in het glas kunnen manifesteren.

Dat is het punt waarop kaart, etiket en smaak bij elkaar komen.


Hoofdstuk 20 – Producenten, kelder, rijping en Barbaresco vandaag

Na de geografische verdieping van de MGA’s komt uiteindelijk de wijnmaker weer centraal te staan.

Een Barbaresco ontstaat niet alleen uit een plaats. De wijngaard levert het uitgangspunt, het oogstjaar bepaalt de omstandigheden, maar de producent bepaalt hoe die omstandigheden in de kelder worden geïnterpreteerd.

Dat maakt de producent tot een onmisbare schakel tussen landschap en wijn.

Tegelijkertijd is de kelder geen plaats waar het terroir eenvoudigweg wordt “vertaald”. Iedere keuze verandert de uiteindelijke expressie van de wijn: het moment van oogsten, de manier van vergisten, de duur van de maceratie, de temperatuur, het gebruik van hout, de rijping en uiteindelijk het moment waarop de wijn wordt gebotteld en vrijgegeven.

Barbaresco is daarom het resultaat van een voortdurende wisselwerking tussen plaats, jaar en mens.

De producent als interpretator van de wijngaard

Binnen Barbaresco bestaan grote verschillen tussen producenten.

Sommige wijnhuizen beschikken over historische wijngaarden die al generaties lang binnen dezelfde familie worden bewerkt. Andere werken met druiven of wijngaarden uit verschillende delen van het gebied. Sommige producenten richten zich sterk op afzonderlijke MGA’s, terwijl anderen juist een bredere interpretatie van Barbaresco maken.

Ook de filosofie van de wijnmaker speelt een rol.

De ene producent kiest voor een relatief traditionele benadering met lange maceratie en grote houten vaten. Een andere kiest voor kortere extractie en een meer eigentijdse stijl. Sommige producenten gebruiken uitsluitend grote botti, andere werken met kleinere vaten of combinaties daarvan. Er zijn wijnmakers die maximale transparantie van het fruit nastreven en anderen die meer nadruk leggen op structuur en lange ontwikkeling.

Geen van deze keuzes maakt een wijn automatisch meer of minder authentiek.

Authenticiteit is binnen Barbaresco niet hetzelfde als één vaste vinificatiemethode.

De vraag is eerder of de gekozen methode de kwaliteiten van het fruit en de geografische herkomst ondersteunt.

Historische producenten en de ontwikkeling van Barbaresco

De geschiedenis van Barbaresco is nauw verbonden met producenten die het gebied als zelfstandige wijnregio hebben helpen definiëren.

Domizio Cavazza speelde aan het einde van de negentiende eeuw een fundamentele rol in de ontwikkeling van Barbaresco. Zijn werk bij de Cantine Sociali di Barbaresco maakte van een lokale wijn steeds duidelijker een wijn met een eigen naam en identiteit.

In de twintigste eeuw werd die ontwikkeling voortgezet door producenten en organisaties die de afzonderlijke kwaliteiten van het gebied verder zichtbaar maakten.

De oprichting van de Produttori del Barbaresco in 1958 was daarbij van groot belang. De coöperatie bracht negentien wijnbouwers samen onder leiding van Don Fiorino Marengo. De organisatie werd een belangrijke pijler onder de ontwikkeling van Barbaresco en heeft de afzonderlijke historische crus internationaal zichtbaar gemaakt.

Ook producenten als Gaja en Bruno Giacosa kregen een belangrijke rol in de ontwikkeling van het moderne beeld van Barbaresco.

Hun betekenis ligt niet alleen in de kwaliteit van hun individuele wijnen. Zij hebben ook laten zien dat Barbaresco als wijngebied een eigen identiteit en internationale reputatie kon ontwikkelen.

Daarmee werd de producent onderdeel van de geografische geschiedenis van Barbaresco.

De kelder bepaalt de uiteindelijke vorm

Wanneer Nebbiolo de kelder binnenkomt, is de wijn nog niet wat uiteindelijk in de fles zal zitten.

De druiven bevatten het potentieel, maar de wijnmaker bepaalt hoe dat potentieel wordt omgezet in wijn.

De eerste belangrijke keuzes beginnen bij de oogst. Het moment waarop wordt geplukt, heeft directe gevolgen voor zuurgraad, suikergehalte, tannine, aroma’s en fenolische rijpheid.

Daarna volgen vergisting en maceratie.

De duur en intensiteit van de extractie beïnvloeden hoeveel kleur, tannine en aromatische componenten uit de druivenschillen en pitten worden opgenomen. Bij Nebbiolo is dat bijzonder relevant, omdat de druif van nature veel tannine bevat.

Meer extractie betekent daarom niet automatisch meer kwaliteit.

Een wijn kan indrukwekkend lijken door kracht en concentratie, maar uiteindelijk beter worden wanneer structuur, zuur en fruit in balans blijven.

De kunst van de producent ligt niet in het maximaal extraheren van wat in de druif aanwezig is, maar in het vinden van de juiste verhouding.

Hout als onderdeel van de ontwikkeling

Hout is een belangrijk onderdeel van de traditionele Barbaresco-productie, maar het is geen doel op zichzelf.

Grote houten vaten, de klassieke botti, hebben een andere invloed op wijn dan kleine barriques of tonneaux. Het volume van het vat, de leeftijd van het hout, de mate van toast en de duur van het contact beïnvloeden de snelheid en aard van de ontwikkeling.

Bij grote vaten is de directe houtinvloed relatief beperkt. Daardoor kan de wijn gedurende langere tijd ontwikkelen zonder dat het aroma van nieuw hout noodzakelijk dominant wordt.

Kleinere vaten kunnen een duidelijker houtkarakter geven en beïnvloeden ook de verhouding tussen wijn en zuurstof.

Daarom zegt de vermelding “gerijpt op hout” op zichzelf weinig over de uiteindelijke stijl.

De relevante vraag is welk hout is gebruikt, hoe groot het vat is, hoe oud het hout is, hoe lang de wijn erin verblijft en waarom de producent daarvoor heeft gekozen.

Bij een grote Barbaresco hoort het hout uiteindelijk onderdeel van de structuur te worden, niet het onderwerp van de wijn.

Rijping als onderdeel van de wijn

Rijping is niet slechts een wettelijke verplichting.

De lange rijping die Barbaresco DOCG voorschrijft, is ook onderdeel van de identiteit van de wijn.

Een standaard Barbaresco mag pas vanaf 1 januari van het derde jaar na de oogst op de markt worden gebracht. Voor Riserva ligt dat moment op 1 januari van het vijfde jaar na de oogst. Daarbij geldt een minimale periode van negen maanden houtlagering.

De wettelijke rijping bepaalt echter alleen het minimum.

Een producent kan ervoor kiezen de wijn langer op vat of fles te laten ontwikkelen.

Dat betekent dat twee Barbaresco’s uit hetzelfde oogstjaar en dezelfde MGA op het moment van verkoop toch een heel verschillende ontwikkelingsfase kunnen hebben.

De ene kan nog duidelijk jeugdige tannine en fruit tonen. De andere kan al meer tertiaire aroma’s, zachtere tannine en grotere aromatische complexiteit hebben ontwikkeld.

Leeftijd is daarom geen eenvoudige kwaliteitsmeter.

Een oudere Barbaresco is niet automatisch beter dan een jongere.

Flesrijping verandert het perspectief

Na botteling houdt de ontwikkeling niet op.

In de fles verandert de verhouding tussen fruit, zuur, tannine en aroma’s langzaam verder. Primaire fruitaroma’s kunnen naar de achtergrond verschuiven terwijl gedroogd fruit, bloemen, kruiden, bosgrond, tabak, leer en andere tertiaire tonen meer ruimte krijgen.

Tannine verandert eveneens.

De hoeveelheid tannine wordt niet simpelweg “minder”. De structuur verandert en wordt vaak zachter en geïntegreerder.

Ook de aromatische samenhang verandert.

Een jonge Barbaresco kan zeer expressief zijn in afzonderlijke aroma’s. Een oudere wijn kan juist minder direct fruit tonen maar meer complexiteit en samenhang bieden.

Dat is een van de redenen waarom oudere Barbaresco’s soms moeilijker te beschrijven zijn met een eenvoudige lijst van aroma’s.

De wijn is minder een verzameling afzonderlijke geuren en meer een geïntegreerd geheel geworden.

Niet iedere Barbaresco is gemaakt voor dezelfde levensduur

Het bewaarpotentieel van Barbaresco verschilt sterk.

Een krachtige wijn uit een sterk oogstjaar, afkomstig van oude stokken en gemaakt door een producent die gericht is op lange ontwikkeling, kan tientallen jaren interessant blijven.

Een andere Barbaresco kan juist zijn grootste aantrekkingskracht hebben binnen een veel korter tijdsvenster.

Dat verschil is geen tekortkoming.

Niet iedere wijn hoeft decennialang te worden bewaard.

De combinatie van oogstjaar, MGA, druivenkwaliteit, tanninestructuur, zuurgraad, alcohol, vinificatie en rijping bepaalt in belangrijke mate hoe een wijn zich zal ontwikkelen.

Ook opslag is cruciaal. Temperatuur, licht, trillingen en vooral grote temperatuurschommelingen kunnen de ontwikkeling versnellen of verstoren.

Een uitstekende Barbaresco kan daardoor slecht eindigen wanneer de fles jarenlang onder slechte omstandigheden wordt bewaard.

Traditioneel en modern zijn geen tegenpolen

De geschiedenis van Barbaresco wordt vaak beschreven alsof er een strijd bestaat tussen traditionele en moderne producenten.

In werkelijkheid is die tegenstelling minder scherp.

Traditionele producenten hebben technieken en werkwijzen doorgegeven die nog steeds relevant zijn. Moderne producenten hebben op hun beurt nieuwe inzichten gebracht in wijngaardbeheer, temperatuurcontrole, hygiëne, extractie en keldertechniek.

Veel hedendaagse wijnhuizen combineren beide.

Een producent kan bijvoorbeeld werken met moderne temperatuurbeheersing maar de wijn vervolgens jarenlang laten rijpen in grote botti.

Of juist traditionele wijngaardmethoden combineren met zeer precieze keldertechniek.

De belangrijkste ontwikkeling is daarom niet de keuze tussen oud en nieuw.

Het gaat om de vraag of de techniek in dienst staat van de wijn.

De betekenis van oude stokken

Binnen Barbaresco krijgen oude wijngaarden vaak bijzondere aandacht.

Oude stokken zijn geen automatische garantie voor betere wijn. Maar een oude wijngaard kan eigenschappen hebben die voor de producent waardevol zijn: diepe wortelstelsels, lage natuurlijke opbrengsten, een lang ontwikkelde wijngaardstructuur en een lange geschiedenis van aanpassing aan de plaats.

Daarbij speelt vooral continuïteit een rol.

Een oude wijngaard vertegenwoordigt niet alleen leeftijd van de planten. Hij vertegenwoordigt ook tientallen jaren aan menselijke kennis over snoei, opbrengst, bodem en het juiste moment van oogsten.

Wanneer die kennis van generatie op generatie wordt doorgegeven, wordt de wijngaard zelf een vorm van cultureel geheugen.

Dat sluit direct aan bij de historische betekenis van de MGA’s.

De producent en het begrip terroir

In eerdere hoofdstukken is duidelijk geworden dat terroir niet alleen uit bodem bestaat.

Hetzelfde geldt voor de producent.

Wanneer twee wijnmakers dezelfde MGA gebruiken, beschikken zij over dezelfde geografische herkomst, maar niet noodzakelijk over hetzelfde uitgangsmateriaal of dezelfde visie.

Ze kunnen verschillende percelen bezitten.

Ze kunnen andere klonen of plantmaterialen gebruiken.

Ze kunnen verschillende opbrengsten nastreven.

Ze kunnen op een ander moment oogsten.

Ze kunnen verschillend omgaan met extractie en hout.

Ze kunnen de wijn langer of korter laten rijpen.

Daardoor kan dezelfde MGA meerdere gezichten hebben.

Dat is precies waarom de producent niet uit het terroirverhaal kan worden verwijderd.

De mens is geen verstoring van terroir.

De mens maakt er deel van uit.

Barbaresco als wijn van vergelijking

Juist omdat Barbaresco een relatief klein productiegebied heeft met 66 MGA’s, leent het zich uitstekend voor vergelijkende proeverijen.

Een van de meest leerzame methoden is het naast elkaar proeven van dezelfde producent uit verschillende MGA’s.

Daarbij worden zoveel mogelijk andere variabelen gelijk gehouden: hetzelfde oogstjaar, dezelfde producent, vergelijkbare vinificatie en vergelijkbare rijping.

Een tweede methode is het vergelijken van verschillende producenten uit dezelfde MGA.

Daar wordt juist zichtbaar welke invloed de producent heeft.

Een derde methode is het volgen van één producent en één MGA over meerdere oogstjaren.

Dan wordt de invloed van het klimaat en het oogstjaar duidelijker.

Een vierde mogelijkheid is verticale degustatie: dezelfde wijn uit verschillende jaren.

Daarmee wordt zichtbaar hoe vintage en flesrijping samen de uiteindelijke expressie bepalen.

Wie Barbaresco op deze manier proeft, leert uiteindelijk meer dan door alleen individuele hoge scores te vergelijken.

Barbaresco vandaag

Barbaresco bevindt zich vandaag in een interessante fase van zijn geschiedenis.

De internationale reputatie is sterk, terwijl tegelijkertijd steeds meer aandacht bestaat voor de geografische verschillen binnen het gebied.

De wettelijke erkenning van de MGA’s heeft daarvoor een belangrijk kader gegeven.

Producenten kunnen steeds duidelijker laten zien uit welk deel van het gebied hun wijn afkomstig is. Consumenten en kenners kunnen vervolgens dezelfde geografische namen over verschillende producenten en oogstjaren heen vergelijken.

Daardoor verandert de manier waarop Barbaresco wordt gelezen.

De vraag is steeds minder alleen:

“Is dit een goede Barbaresco?”

En steeds vaker:

“Waar komt deze Barbaresco vandaan, wie heeft hem gemaakt, uit welk jaar komt hij en hoe is die plaats in de wijn geïnterpreteerd?”

Dat is een volwassenere manier om een wijngebied te benaderen.

De invloed van klimaatverandering

Tegelijkertijd staat Barbaresco voor nieuwe uitdagingen.

Het klimaat verandert en daarmee veranderen ook de omstandigheden waaronder Nebbiolo rijpt.

Warmere groeiseizoenen kunnen de rijping versnellen, maar extreme hitte en langdurige droogte kunnen de balans tussen suiker, zuren, aroma’s en fenolische rijpheid onder druk zetten.

Daarmee wordt wijngaardbeheer steeds belangrijker.

Hoogte, expositie, bodem, waterbeschikbaarheid, bladerdek, opbrengst en oogstmoment kunnen in de toekomst nog belangrijkere instrumenten worden.

Dat betekent niet dat Barbaresco zijn traditionele identiteit moet verlaten.

Integendeel.

De geografische diversiteit die in de MGA-structuur is vastgelegd, kan juist een belangrijk hulpmiddel worden om met veranderende omstandigheden om te gaan.

Verschillende liggingen bieden verschillende mogelijkheden.

Daarmee krijgt de gedetailleerde geografische kennis van Barbaresco niet alleen historische, maar ook toekomstige betekenis.

Barbaresco en de volgende generatie

Een wijngebied blijft alleen levend wanneer iedere generatie opnieuw betekenis geeft aan wat zij heeft geërfd.

Dat geldt voor de wijngaarden, de historische namen, de MGA’s, de wijnbouwtechnieken en de producenten.

De uitdaging voor de huidige generatie wijnmakers is daarom niet om Barbaresco exact te reproduceren zoals het vroeger was.

Het is om te bepalen welke eigenschappen van het gebied behouden moeten blijven en welke technieken nodig zijn om die eigenschappen onder veranderende omstandigheden zichtbaar te houden.

Dat vraagt om kennis van traditie én bereidheid tot ontwikkeling.

Barbaresco heeft die ontwikkeling eerder doorgemaakt.

Van lokale Nebbiolo-wijn naar een zelfstandige appellatie.

Van plaatselijke wijngaardnamen naar een officieel MGA-systeem.

Van regionale bekendheid naar internationale erkenning.

De geschiedenis van Barbaresco is daarmee geen rechte lijn, maar een voortdurende wisselwerking tussen continuïteit en verandering.

Wat een Barbaresco uiteindelijk vertelt

Na twintig hoofdstukken kan Barbaresco niet meer worden teruggebracht tot één definitie.

Het is Nebbiolo, maar niet alleen Nebbiolo.

Het is Piemonte, maar niet alleen Piemonte.

Het is een DOCG, maar de regelgeving verklaart niet waarom twee Barbaresco’s verschillend kunnen smaken.

Het is een geografisch gebied, maar zelfs de MGA vertelt niet het hele verhaal.

Het is een product van een oogstjaar, maar een vintage zegt niet hoe een individuele producent met dat jaar is omgegaan.

Het is een wijn die door de kelder wordt gevormd, maar de kelder kan alleen werken met wat de wijngaard en het oogstjaar leveren.

En uiteindelijk is het een wijn die pas volledig tot leven komt wanneer hij wordt geopend, geproefd en vergeleken.

Dat maakt Barbaresco zo interessant.

De geografische kaart, de geschiedenis, de Nebbiolo, de wijngaard, het klimaat, de MGA, de producent, de kelder en de tijd zijn geen afzonderlijke verhalen.

Ze zijn onderdelen van één geheel.

Het landschap in de fles

De ontwikkeling van Barbaresco door de afgelopen anderhalve eeuw kan worden gezien als een steeds nauwkeuriger poging om dat geheel zichtbaar te maken.

Cavazza gaf de wijn een zelfstandige identiteit.

Producenten bouwden reputaties op rond specifieke wijngaarden.

De Produttori del Barbaresco hield historische cru-namen levend en maakte ze internationaal vergelijkbaar.

Producenten als Gaja en Bruno Giacosa droegen bij aan de internationale reputatie van het gebied.

De DOC en later DOCG legden de geografische en wettelijke identiteit vast.

De MGA’s maakten de geografische kaart verfijnder.

En vandaag proberen producenten steeds nauwkeuriger te begrijpen hoe wijngaard, klimaat en wijnbereiding samen in de fles terechtkomen.

Daarom is een Barbaresco uiteindelijk meer dan een rode wijn uit Piemonte.

Het is een interpretatie van een plaats in een bepaald jaar, gemaakt door een bepaalde producent en gevormd door de tijd.

Wie Barbaresco op die manier leert lezen, hoeft niet langer alleen te weten welke namen beroemd zijn.

Hij kan begrijpen waarom ze beroemd zijn.

Hij kan een etiket lezen als geografische informatie.

Hij kan een MGA zien als onderdeel van een groter landschap.

Hij kan verschillen tussen producenten herkennen zonder die onmiddellijk als goed of slecht te beoordelen.

En hij kan een oude Barbaresco waarderen om wat de tijd ermee heeft gedaan, zonder te vergeten waar de wijn ooit begon.

Dat is uiteindelijk de kern van Barbaresco.

Niet één druif.

Niet één gemeente.

Niet één MGA.

Niet één producent.

Maar het geheel van plaats, Nebbiolo, mens en tijd.


OVER DE AUTEUR
Paul van der Krieken
Oprichter Vintaliani · Specialist Italiaanse wijn

Paul van der Krieken is oprichter van Vintaliani en gespecialiseerd in Italiaanse kwaliteitswijnen. Voor
Vintaliani selecteert hij wijnen van voornamelijk kleinschalige Italiaanse producenten, met bijzondere
aandacht voor terroir, autochtone druivenrassen en gastronomische inzetbaarheid.