11. Historische MGA’s en belangrijke producenten
Wie Barbaresco werkelijk wil begrijpen, kan uiteindelijk niet om twee zaken heen: de namen van de wijngaarden en de producenten die deze namen door de tijd heen zichtbaar hebben gemaakt.
De huidige 66 Menzioni Geografiche Aggiuntive, de MGA’s van Barbaresco, zijn geen moderne marketingconstructie. Hun oorsprong ligt in een veel oudere traditie waarin bepaalde hellingen, wijngaarden en plaatsnamen al een eigen betekenis hadden. Producenten speelden vervolgens een belangrijke rol in het zichtbaar maken van die verschillen, eerst door afzonderlijke wijngaarden op etiketten te vermelden en later door wijnen van specifieke percelen afzonderlijk te vinifiëren.
Daarmee zijn de historische MGA’s en de geschiedenis van de producenten nauw met elkaar verbonden. De ene ontwikkelde zich niet los van de andere.
Van wijngaardnaam naar geografische identiteit
Het gebruik van een wijngaardnaam op een Barbaresco-etiket is ouder dan het huidige MGA-systeem.
Vanaf 1967 werd het mogelijk om bij Barbaresco de naam van de wijngaard op het etiket te vermelden. Dat was een belangrijke ontwikkeling. Tot dat moment vertelde het etiket vooral dat een wijn uit het productiegebied Barbaresco kwam. Met een wijngaardnaam werd een tweede geografische laag zichtbaar: niet alleen de herkomst binnen de appellatie, maar ook de specifieke plaats binnen die appellatie.
In 1997 volgde een officiële cartografische afbakening van de subgebieden binnen het productiegebied. Onder leiding van het Consorzio di Tutela werden de vier gemeenten van het herkomstgebied daarbij betrokken. Deze ontwikkeling vormde een belangrijke voorbereiding op de wettelijke erkenning van de MGA’s.
In 2007 werden de Menzioni Geografiche Aggiuntive uiteindelijk in het productiereglement opgenomen. Het gehele productiegebied werd daarbij verdeeld in afzonderlijke geografische eenheden, gebaseerd op historische namen en toponiemen en op de beschikbare historische en officiële documentatie. Barbaresco was daarmee het eerste Italiaanse wijngebied waarvan deze geografische vermeldingen op deze wijze wettelijk werden vastgelegd.
De huidige 66 MGA’s moeten daarom niet worden gezien als 66 nieuwe wijnstijlen. Het zijn geografische eenheden binnen dezelfde appellatie. Hun betekenis ontstaat uit de combinatie van ligging, bodem, microklimaat, geschiedenis en de manier waarop producenten die herkomst in wijn tot uitdrukking brengen.
Dat onderscheid is essentieel.
Een MGA schrijft niet voor hoe een Barbaresco moet smaken. De geografische herkomst vormt het kader waarbinnen een wijn ontstaat. De uiteindelijke expressie blijft mede afhankelijk van wijngaard, oogstjaar, wijnbouw, vinificatie, rijping en producent.
Namen die ouder zijn dan de MGA
Veel van de huidige MGA-namen waren al lang vóór 2007 in gebruik.
Dat is goed te zien bij historische wijngaarden als Asili, Ovello, Pora, Rabajà, Pajè, Montefico en Montestefano. De wettelijke erkenning heeft deze namen niet gecreëerd, maar ze binnen een formeel geografisch systeem geplaatst.
De historische waarde van zo’n naam zit dan ook niet alleen in de ouderdom ervan. Belangrijker is dat de naam gedurende langere tijd verbonden is geweest met een concrete plaats en met de productie van Nebbiolo.
Sommige wijngaarden werden bovendien door producenten al vóór de wettelijke MGA-erkenning als afzonderlijke herkomst beschouwd. Daardoor ontstond geleidelijk een traditie waarin wijnliefhebbers niet alleen naar Barbaresco als appellatie gingen kijken, maar ook naar de verschillen tussen individuele wijngaarden.
Dat proces heeft de huidige manier van Barbaresco begrijpen sterk beïnvloed.
Produttori del Barbaresco en de geboorte van een cru-cultuur
Een van de belangrijkste producenten in deze ontwikkeling is de Produttori del Barbaresco.
De coöperatie werd in 1958 opgericht door Don Fiorino Marengo, aanvankelijk met negentien wijnbouwers. Het doel was niet alleen economische bescherming van de aangesloten boeren, maar ook het voortzetten van de kwaliteitsontwikkeling die eerder door Domizio Cavazza was ingezet. Vanaf het begin richtte de coöperatie zich uitsluitend op Nebbiolo.
De betekenis van de Produttori gaat echter verder dan de productie van een klassieke Barbaresco.
In 1967 begon de coöperatie met het afzonderlijk vinifiëren van specifieke historische wijngaarden. Daarmee werd een bijzonder model ontwikkeld: dezelfde producent, dezelfde druif en in grote lijnen dezelfde wijnbouw- en kelderfilosofie, maar druiven afkomstig uit verschillende historische wijngaarden.
De eerste afzonderlijke crus werden daardoor een soort geografisch experiment in de praktijk.
Asili, Montefico, Montestefano, Muncagota, Ovello, Pajè, Pora, Rabajà en Rio Sordo behoren tegenwoordig tot de historische cru-selectie van de Produttori. De producent vinifieert deze wijnen afzonderlijk en brengt ze in geschikte oogstjaren als Riserva op de markt.
Juist deze aanpak heeft een grote rol gespeeld in het internationaal herkenbaar maken van verschillen tussen de wijngaarden van Barbaresco.
De betekenis daarvan moet niet worden overdreven. De Produttori heeft de verschillen tussen deze wijngaarden niet uitgevonden. De onderliggende geografische verschillen bestonden uiteraard al. Wel heeft de coöperatie ze gedurende tientallen jaren op een uitzonderlijk consequente manier zichtbaar gemaakt.
Dat maakt de cru-reeks van de Produttori historisch bijzonder waardevol.
Wie bijvoorbeeld Asili, Pora, Pajè en Ovello naast elkaar proeft, krijgt niet alleen vier verschillende wijnen te drinken. Men krijgt een praktische demonstratie van het idee dat binnen één relatief klein productiegebied verschillende geografische expressies kunnen bestaan.
Asili, Pora en Ovello: oude namen met een lange geschiedenis
De historische betekenis van bepaalde MGA’s wordt extra duidelijk wanneer hun geschiedenis teruggaat tot de periode van Domizio Cavazza.
Cavazza bezat in 1894 wijngaarden in onder meer Pora en Ovello toen hij de Cantine Sociali di Barbaresco oprichtte. Daarmee behoren deze plaatsen tot de vroeg gedocumenteerde geografische referenties binnen de geschiedenis van het moderne Barbaresco.
Pora is in dat opzicht bijzonder interessant. Het was onderdeel van Cavazza’s bezit en werd later door de Produttori vanaf 1967 als afzonderlijke herkomst gevinifieerd. De ligging dicht bij de Tanaro en de specifieke positie van de helling geven Pora bovendien een eigen geografische context binnen Barbaresco.
Ook Ovello heeft een lange historische verbinding met Barbaresco. Het is een relatief uitgestrekt gebied in het noordelijke deel van de gemeente Barbaresco en behoorde eveneens tot de wijngaarden van Cavazza. De Produttori rekent Ovello tot de historische crus die vanaf 1967 afzonderlijk werden geproduceerd.
Asili vormt een ander voorbeeld van een wijngaard waarvan de reputatie veel ouder is dan de wettelijke MGA-erkenning. De Produttori vinifieert Asili sinds 1967 als afzonderlijke herkomst en beschrijft het als een historisch zeer gerenommeerde wijngaard.
Het belang van deze namen zit daarmee in drie lagen tegelijk: historische continuïteit, geografische herkenbaarheid en een lange traditie van afzonderlijke vinificatie.
Muncagota: wanneer geschiedenis ook in de naam zichtbaar blijft
De geschiedenis van een MGA kan soms zelfs zichtbaar zijn in de naamgeving.
Muncagota werd door de Produttori vanaf 1967 als afzonderlijke wijn geproduceerd onder de naam Moccagatta. Bij de officiële MGA-indeling van 2007 werd gekozen voor de dialectvorm Muncagota. Het gaat daarbij om dezelfde historische geografische plaats; de officiële naamgeving werd aangepast aan de historische lokale benaming.
Dit is een goed voorbeeld van waarom de MGA’s niet simpelweg als moderne administratieve labels moeten worden gelezen.
Achter een naam kan een lange geschiedenis van lokaal taalgebruik, perceelsnamen, kaarten, eigendomsverhoudingen en mondelinge traditie schuilgaan.
De wettelijke afbakening heeft die geschiedenis niet vervangen, maar juist proberen vast te leggen.
Montestefano, Rabajà en de ontwikkeling van reputatie
Andere wijngaardnamen kregen hun reputatie vooral door een combinatie van plaatselijke bekendheid en de langdurige aandacht van producenten.
Montestefano is daarvan een duidelijk voorbeeld. De wijngaard ligt in Neive en behoort tot de geografische namen die al langere tijd met kwalitatief hoogstaande Barbaresco worden verbonden. De Produttori begon er in 1974 met afzonderlijke vinificatie.
Rabajà is eveneens een historische naam binnen Barbaresco. Het is een van de negen crus die de Produttori sinds de jaren zestig afzonderlijk vinifieert en die daardoor een belangrijke plaats hebben gekregen in de moderne geschiedenis van Barbaresco.
Daarmee ontstaat een belangrijk inzicht: de reputatie van een MGA is zelden uitsluitend het gevolg van de wettelijke classificatie.
Een naam kan eerst lokaal bekend zijn geweest, vervolgens door één of meerdere producenten herkenbaar op het etiket zijn gebracht, daarna door afzonderlijke vinificatie een eigen reputatie hebben opgebouwd en uiteindelijk in het wettelijke MGA-systeem zijn opgenomen.
De volgorde is dus vaak:
plaats → historische naam → producenten → afzonderlijke wijn → reputatie → wettelijke geografische erkenning.
Niet iedere MGA heeft precies deze ontwikkeling doorgemaakt, maar dit patroon helpt om de geschiedenis van veel van de bekendste namen te begrijpen.
De rol van Gaja
Naast de coöperatieve ontwikkeling van de Produttori is de geschiedenis van Barbaresco ook sterk verbonden met producenten die de wijn op een andere manier benaderden.
Gaja is daarin een van de belangrijkste namen.
In 1961 besloot de firma Gaja uitsluitend eigen druiven te vinifiëren en de productie van Barolo te beëindigen. Daarmee werd Barbaresco het vlaggenschip van het bedrijf.
De betekenis van deze beslissing ligt niet alleen in het succes van één producent. Ze past in een bredere ontwikkeling waarin producenten uit Barbaresco steeds nadrukkelijker hun eigen wijngaarden en de eigen identiteit van het gebied gingen benadrukken.
Waar de Produttori het verschil tussen wijngaarden juist zichtbaar maakte door verschillende crus binnen één coöperatieve productiefilosofie naast elkaar te zetten, droeg Gaja bij aan een andere ontwikkeling: de versterking van Barbaresco als zelfstandig wijngebied met een eigen internationale identiteit.
Dat was belangrijk in een periode waarin Barolo internationaal al een zeer sterke reputatie had.
Barbaresco hoefde daardoor steeds minder als een kleinere variant van Barolo te worden beschouwd. Het ontwikkelde een eigen verhaal rond Nebbiolo, landschap, producent en herkomst.
Bruno Giacosa en de betekenis van afzonderlijke herkomst
Ook Bruno Giacosa behoort tot de producenten die een belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de reputatie van Barbaresco.
De betekenis van dergelijke historische producenten ligt niet uitsluitend in de afzonderlijke wijnen die zij maakten. Belangrijker is dat zij bijdroegen aan een wijncultuur waarin herkomst, perceelkeuze, druivenkwaliteit en afzonderlijke vinificatie steeds belangrijker werden.
Hier ontstaat een onderscheid dat voor het verdere dossier belangrijk is.
Een historische producent kan betekenis hebben omdat hij:
de reputatie van Barbaresco als geheel heeft versterkt;
een bepaalde wijngaard of herkomst zichtbaar heeft gemaakt;
de kwaliteit en het bewaarpotentieel van Barbaresco internationaal heeft helpen aantonen;
of een bepaalde productiefilosofie heeft vertegenwoordigd.
Daarom moeten producenten niet uitsluitend worden beoordeeld op de vraag hoeveel hectaren zij bezitten of hoeveel flessen zij produceren.
Hun historische betekenis kan veel groter zijn dan hun huidige omvang.
Producenten als bewaarders van geografische herinnering
In Barbaresco zijn producenten in zekere zin ook bewaarders van geografische herinnering.
Een wijngaardnaam krijgt betekenis wanneer generaties wijnbouwers haar blijven gebruiken. Een naam op een etiket maakt die plaats vervolgens zichtbaar voor een groter publiek. Wanneer meerdere producenten dezelfde geografische naam gebruiken, ontstaat bovendien een bredere herkenbaarheid.
Daarmee wordt een wijngebied niet alleen door de wet beschreven.
Het wordt ook door de producenten verteld.
Dat is een van de redenen waarom de geschiedenis van Barbaresco niet uitsluitend uit jaartallen en regelgeving bestaat. De ontwikkeling van het gebied is ook een geschiedenis van mensen die ervoor kozen om hun druiven, wijngaarden en wijnen steeds nadrukkelijker aan een specifieke plaats te verbinden.
De historische producenten tegenover de moderne MGA
De huidige MGA-indeling moet daarom niet worden gelezen als een ranglijst.
Er bestaat geen wettelijke hiërarchie waarin een MGA automatisch beter is dan een andere MGA. Evenmin betekent een beroemde naam dat iedere wijn uit die MGA noodzakelijk beter is dan een wijn uit een minder bekende geografische eenheid.
De reputatie van een MGA kan bovendien worden beïnvloed door de producenten die er actief zijn.
Een historisch bekende wijngaard met verschillende producenten kan verschillende interpretaties opleveren. Omgekeerd kan een geografisch minder bekende MGA door een uitstekende producent veel meer aandacht krijgen.
Dat maakt Barbaresco wezenlijk anders dan een eenvoudige classificatie waarin een geografische naam rechtstreeks aan een kwaliteitsniveau wordt gekoppeld.
De MGA zegt in de eerste plaats: waar komt deze wijn vandaan?
De producent zegt vervolgens: hoe is die plaats in wijn geïnterpreteerd?
Het oogstjaar voegt daar een derde laag aan toe: onder welke omstandigheden is die interpretatie tot stand gekomen?
Van historische namen naar het huidige Barbaresco
De ontwikkeling van de historische wijngaarden laat zien hoe het hedendaagse Barbaresco is ontstaan uit verschillende lagen van geschiedenis.
De eerste laag is de plaats zelf: heuvels, hellingen, bodems, hoogtes en exposities.
De tweede laag is de menselijke geschiedenis: landbouw, perceelsnamen, eigendom, lokale taal en generaties wijnbouw.
De derde laag is de producent: de keuze om druiven afzonderlijk te vinifiëren, een wijngaard op het etiket te vermelden of een bepaalde herkomst jarenlang consequent te volgen.
De vierde laag is de regelgeving: de officiële kaarten, de afbakening en uiteindelijk de wettelijke erkenning van de 66 MGA’s.
Pas wanneer deze lagen samen worden bekeken, wordt duidelijk waarom een MGA meer is dan een naam op een etiket.
Een geografisch systeem, geen ranglijst
De bekendste namen van Barbaresco zijn daardoor niet noodzakelijk de enige belangrijke.
Asili, Ovello, Pora, Pajè, Rabajà, Montefico, Montestefano, Muncagota en Rio Sordo zijn historisch sterk verbonden geraakt met de ontwikkeling van de moderne cru-cultuur, mede door de afzonderlijke vinificaties van de Produttori. Andere namen hebben hun reputatie via andere producenten en lokale tradities opgebouwd.
En daar ligt precies de waarde van het volledige MGA-systeem.
Het maakt het mogelijk om verder te kijken dan de bekendste namen.
De 66 MGA’s vormen samen geen ranglijst van de beste wijngaarden, maar een geografische kaart van Barbaresco. Sommige namen hebben een lange historische reputatie, andere zijn vooral lokaal bekend, en weer andere krijgen pas relatief recent meer aandacht.
De betekenis van een MGA kan bovendien veranderen. Nieuwe generaties producenten kunnen een geografische naam opnieuw interpreteren en daarmee een plaats een nieuwe reputatie geven.
Barbaresco is daarom geen afgesloten classificatiesysteem. Het is een geografisch systeem dat zich door de tijd heen blijft ontwikkelen.
Waarom producent en MGA samen moeten worden gelezen
Een Barbaresco-etiket vertelt uiteindelijk meer dan alleen de naam van de appellatie.
Wanneer een MGA wordt vermeld, vertelt het etiket iets over de geografische herkomst. Wanneer daarnaast een producent wordt vermeld die deze herkomst al decennialang afzonderlijk vinifieert, ontstaat een veel rijker historisch verhaal.
Daarom is het bij Barbaresco zinvol om drie vragen naast elkaar te stellen:
Welke MGA is dit?
Welke producent maakt de wijn?
Hoe lang wordt deze herkomst door die producent afzonderlijk gevolgd?
Pas daarna komt de vraag hoe de wijn smaakt.
Dat betekent niet dat geschiedenis de smaak bepaalt. Het betekent dat geschiedenis helpt verklaren waarom bepaalde wijnen en wijngaarden vandaag een bepaalde betekenis hebben.
De volgende stap: Barbaresco per gemeente
De historische ontwikkeling van de MGA’s maakt duidelijk waarom de geografische kaart van Barbaresco zo belangrijk is.
Maar een kaart alleen vertelt nog niet hoe het productiegebied in elkaar zit.
Barbaresco bestaat uit vier geografische delen: Barbaresco, Neive, Treiso en het deel van San Rocco Seno d’Elvio dat administratief onder Alba valt. Binnen die gemeenten liggen de 66 MGA’s verspreid over een gebied dat geografisch klein is, maar onderling duidelijke verschillen kent.
Om die verschillen goed te begrijpen, is het daarom logischer om de MGA’s eerst vanuit hun gemeente te bekijken.
Niet als een ranglijst van dorpen of wijngaarden, maar als vier verschillende geografische hoofdstukken binnen hetzelfde Barbaresco.
Dat vormt het onderwerp van het volgende hoofdstuk: Barbaresco per gemeente.
12. Barbaresco per gemeente
Barbaresco is een klein wijngebied, maar het is geen geografisch homogeen geheel.
De appellatie bestaat uit vier administratieve gebieden: Barbaresco, Neive, Treiso en het deel van San Rocco Seno d’Elvio dat administratief onder de gemeente Alba valt. Samen vormen zij het wettelijke productiegebied van Barbaresco DOCG. Binnen dat gebied gelden bovendien verdere beperkingen voor onder meer ligging, expositie en hoogte.
De vier gemeenten zijn geen afzonderlijke appellaties. Er bestaat dus geen officiële classificatie waarin Barbaresco bijvoorbeeld boven Neive of Treiso staat. Toch heeft iedere gemeente een eigen geografische positie, landschappelijke structuur en geschiedenis.
Dat maakt het onderscheid tussen de gemeenten waardevol.
Wie Barbaresco alleen als één appellatie beschouwt, ziet vooral de overeenkomst: Nebbiolo, dezelfde DOCG, dezelfde Langhe en dezelfde wettelijke oorsprongsgrenzen.
Wie verder kijkt, ziet ook de verschillen.
De ligging van de heuvels, de oriëntatie van de hellingen, de hoogte, de geologische ondergrond en de verhouding tussen rivier, dal en hogere heuvelruggen beïnvloeden de omstandigheden waaronder Nebbiolo rijpt. Daar komen verschillen in wijngaardgeschiedenis, perceelgrootte, producenten en wijnbouw bij.
De gemeente is daarom geen smaakclassificatie, maar een eerste geografische laag.
De vier delen van één appellatie
Het officiële productiegebied van Barbaresco beslaat ongeveer 763 hectare Nebbiolo. De verdeling over de vier gebieden is niet gelijk. Volgens de Enoteca Regionale ligt ongeveer 249 hectare in Barbaresco, 281 hectare in Neive, 187 hectare in Treiso en 46 hectare in San Rocco Seno d’Elvio.
Die cijfers maken meteen iets duidelijk.
Barbaresco als gemeente is belangrijk voor de naam en de historische identiteit van de appellatie, maar Neive is qua oppervlakte het grootste deel van het productiegebied. Treiso vertegenwoordigt eveneens een aanzienlijk aandeel, terwijl San Rocco Seno d’Elvio veel kleiner is.
De naam van de appellatie en de omvang van de verschillende geografische delen vallen dus niet samen.
Dat is een belangrijk uitgangspunt voor het begrijpen van Barbaresco.
Barbaresco: het historische hart
De gemeente Barbaresco vormt het historische en symbolische hart van de appellatie.
Hier bevindt zich het dorp Barbaresco, herkenbaar aan de middeleeuwse toren die hoog boven de wijngaarden uitsteekt. Het landschap rondom het dorp wordt sterk bepaald door steile en relatief open hellingen die zich richting de Tanaro uitstrekken.
Juist in deze omgeving ontwikkelde zich in de negentiende eeuw de moderne identiteit van Barbaresco.
De geschiedenis van Domizio Cavazza is daar onlosmakelijk mee verbonden. In 1894 kocht Cavazza het kasteel van Barbaresco met bezittingen in onder meer de gebieden Pora en Ovello en richtte hij de Cantine Sociali di Barbaresco op. Daarmee werd de wijn van het gebied nadrukkelijk als zelfstandige Barbaresco op de markt gebracht.
De gemeente Barbaresco heeft daardoor een bijzondere positie.
De naam van het dorp werd de naam van de wijn, terwijl de omliggende wijngaarden later hun eigen geografische identiteit verder ontwikkelden.
De hellingen rond het dorp
De wijngaarden van Barbaresco liggen niet als een gelijkmatige gordel rond het dorp.
De hellingen verschillen in hoogte, oriëntatie en ligging ten opzichte van de rivier en de aangrenzende heuvels. Daardoor kunnen ook binnen de gemeente aanzienlijke verschillen ontstaan.
Historische MGA’s als Asili, Montaribaldi, Montefico, Montestefano, Muncagota, Ovello, Pajè, Pora en Rabajà behoren tot de geografische namen die sterk met Barbaresco verbonden zijn. De volledige lijst van MGA’s wordt later afzonderlijk behandeld.
Wat deze namen gemeen hebben, is niet dat zij allemaal dezelfde wijnstijl produceren.
Hun betekenis ligt juist in het feit dat zij verschillende geografische posities binnen dezelfde gemeente vertegenwoordigen.
Barbaresco en de Tanaro
De Tanaro speelt een belangrijke rol in het landschap.
De rivier ligt niet midden in de appellatie, maar vormt een duidelijke geografische referentie aan de noordwestelijke zijde van het gebied. De heuvels van Barbaresco liggen boven het rivierdal en de overgang tussen rivierlandschap en helling is zichtbaar in de topografie.
Dat verklaart ook waarom de productievoorschriften niet simpelweg elk stuk grond binnen de gemeentelijke grenzen toestaan.
Niet ieder perceel binnen een gemeente is geschikt of toegelaten voor Barbaresco. Het reglement sluit onder meer noordelijke exposities en ongeschikte vlakke, vochtige dalbodems uit en stelt een bovengrens van 550 meter.
De gemeentegrens is dus niet hetzelfde als de grens van de wijngaardzone.
Neive: de grootste geografische component
Neive neemt binnen het productiegebied een bijzondere plaats in.
Met ongeveer 281 hectare Nebbiolo voor Barbaresco is Neive momenteel het grootste van de vier geografische delen. De gemeente ligt ten oosten van Barbaresco en vormt een uitgestrekt heuvelgebied waarin de wijnbouw over verschillende ruggen en hellingen is verspreid.
Het historische centrum van Neive ligt op ongeveer 300 meter hoogte, maar de wijngaarden van de gemeente beslaan een veel groter hoogtebereik. Daardoor is het landschap van Neive gevarieerd.
Dat is belangrijk omdat de naam Neive op een Barbaresco-etiket niet één uniform terroir beschrijft.
Binnen de gemeente liggen veel verschillende historische geografische namen. Tot de huidige MGA’s behoren onder meer Albesani, Basarin, Bordini, Bricco di Neive, Gallina, Gaia-Principe, San Cristoforo, Serraboella, Serragrilli en Starderi.
Deze namen vertegenwoordigen geen opeenvolgende kwaliteitsniveaus.
Het zijn afzonderlijke geografische eenheden die samen laten zien hoe sterk de wijnbouw in Neive in kleinere herkomstgebieden is verdeeld.
De geologische overgang
Neive is bovendien belangrijk omdat de gemeente zich geografisch bevindt in een overgangsgebied tussen verschillende geologische situaties.
Volgens de Enoteca Regionale behoren de gebieden van Treiso, San Rocco Seno d’Elvio en het zuidelijke deel van Neive tot de Lequio-formaties, terwijl Barbaresco en het aan Barbaresco grenzende deel van Neive voornamelijk worden gekenmerkt door de marne van Sant’Agata Fossili.
Daarmee is Neive een interessante gemeente om te bestuderen.
De geologische grens loopt niet netjes samen met een gemeentelijke grens en evenmin met de volledige appellatiegrens. Binnen Neive komen verschillende geologische situaties samen.
Dat is precies waarom een gemeente niet als één terroir moet worden behandeld.
De grote diversiteit van Neive
Neive laat misschien wel het duidelijkst zien waarom Barbaresco niet gereduceerd kan worden tot vier eenvoudige smaakprofielen.
De gemeente omvat een groot oppervlak en een groot aantal MGA’s. Sommige liggen hoger, andere lager; sommige zijn sterk naar het zuiden of zuidwesten gericht, andere hebben een andere expositie; sommige liggen dicht bij andere historische heuvelruggen van Barbaresco, andere liggen verder naar het oosten.
De verschillen kunnen daardoor subtiel zijn.
Het is niet verantwoord om iedere Barbaresco uit Neive dezelfde aromatische of structurele eigenschappen toe te schrijven. Daarvoor zijn de geografische verschillen binnen de gemeente te groot en zijn producent en oogstjaar te belangrijk.
Neive moet daarom vooral worden gezien als een geografisch rijk en gevarieerd deel van de appellatie.
Treiso: hogere heuvels en een ander landschap
Treiso ligt ten zuiden van Barbaresco en vertegenwoordigt een duidelijk ander landschappelijk deel van het productiegebied.
De gemeente ligt hoger dan Barbaresco en Neive. Het centrum van Treiso bevindt zich rond 410 meter boven zeeniveau en de wijngaarden liggen over een uitgestrekt heuvelgebied. De Enoteca Regionale vermeldt momenteel ongeveer 187 hectare Nebbiolo voor Barbaresco binnen de gemeente.
Treiso is daarmee niet alleen geografisch zuidelijker gelegen, maar vormt ook een belangrijk hoger gelegen onderdeel van de appellatie.
Dat kan relevant zijn voor de rijping van Nebbiolo.
Hoogte beïnvloedt temperatuur, dag-nachtverschillen en het tempo waarmee druiven rijpen. Maar hoogte mag niet als een afzonderlijke kwaliteitsfactor worden beschouwd. Een hogere ligging is niet automatisch beter. De betekenis ervan hangt samen met expositie, hellingsgraad, bodem, waterhuishouding en het specifieke oogstjaar.
De zuidelijke positie
De wijngaarden van Treiso liggen in een landschap dat zich verder van de Tanaro en dichter naar de hogere Langhe uitstrekt.
De historische MGA’s van Treiso omvatten onder meer Ausario, Bernardot, Bricco di Treiso, Casot, Ferrere, Garassino, Giacosa, Manzola, Marcarini, Nervo, Pajorè, Rizzi, Rombone en Vallegrande.
Ook hier geldt dat deze namen niet als een eenvoudige lijst van “beste” en “minder goede” wijngaarden gelezen moeten worden.
Hun betekenis komt voort uit hun geografische ligging en geschiedenis.
Treiso en frisheid
Treiso wordt in de wijnliteratuur en door producenten regelmatig geassocieerd met een wat hoger gelegen en vaak frisser profiel binnen Barbaresco.
Dat kan een nuttige observatie zijn, maar het moet voorzichtig worden geïnterpreteerd.
Niet iedere wijn uit Treiso is automatisch lichter of frisser dan iedere wijn uit Barbaresco. Een lage ligging met een gunstige expositie kan in een bepaald jaar warmer uitpakken dan een hoger gelegen wijngaard elders. Ook oogstdatum, bladerdek, opbrengst en kelderkeuzes beïnvloeden de uiteindelijke wijn.
De waarde van Treiso ligt daarom niet in een vast smaaketiket, maar in de geografische omstandigheden die de producent in een bepaald jaar probeert te vertalen.
San Rocco Seno d’Elvio: het kleine vierde gebied
Het vierde deel van het productiegebied is geografisch het meest bijzondere.
San Rocco Seno d’Elvio is een frazione van Alba. Alleen het deel aan de rechterzijde van de stroom behoort tot het productiegebied van Barbaresco. Het is dus niet de volledige gemeente Alba en evenmin het volledige gebied van San Rocco Seno d’Elvio.
Dit is een belangrijk detail omdat de naam Alba in het kader van Barbaresco gemakkelijk tot verwarring kan leiden.
Barbaresco wordt niet algemeen in de gemeente Alba geproduceerd.
De DOCG omvat slechts het specifiek omschreven deel van San Rocco Seno d’Elvio.
Een klein maar historisch relevant gebied
San Rocco Seno d’Elvio vertegenwoordigt ongeveer 46 hectare Nebbiolo binnen het huidige productiegebied en is daarmee aanzienlijk kleiner dan de andere drie delen.
Toch is het geografisch interessant.
De ligging vormt een overgang tussen het gebied rond Alba en de heuvels van Barbaresco. Het laat bovendien zien hoe nauwkeurig een herkomstbenaming kan worden afgebakend.
De grenzen van een appellatie worden niet alleen bepaald door administratieve logica.
In Barbaresco zijn ze het resultaat van een combinatie van historische wijnbouw, geografische geschiktheid en wettelijke afbakening.
Binnen San Rocco Seno d’Elvio liggen de MGA’s Meruzzano, Montersino, Rizzi en Rocche Massalupo. Deze geografische namen worden officieel onder Alba vermeld in de huidige MGA-indeling.
Waarom de vier gemeenten niet als vier wijnstijlen moeten worden gelezen
Het is verleidelijk om na een geografische vergelijking vier duidelijke stijlen te creëren:
Barbaresco als klassiek en elegant.
Neive als krachtig.
Treiso als fris en hooggelegen.
San Rocco Seno d’Elvio als licht en bijzonder.
Zo’n indeling klinkt aantrekkelijk, maar doet geen recht aan de werkelijkheid.
Binnen iedere gemeente bestaan aanzienlijke verschillen tussen wijngaarden. Bovendien kunnen producenten dezelfde geografische omstandigheden op verschillende manieren interpreteren. Ook het oogstjaar kan de verschillen tussen gemeenten versterken of juist verkleinen.
Een gemeente is daarom vooral een oriëntatielaag.
De werkelijke geografische interpretatie wordt verfijnder zodra men kijkt naar de individuele MGA.
Daarmee komen we bij een belangrijk principe van Barbaresco:
gemeente is niet hetzelfde als terroir, en MGA is niet hetzelfde als smaakprofiel.
De geologische basis van de vier gebieden
Hoewel de volledige geologische analyse in hoofdstuk 13 aan bod komt, is het hier al belangrijk om één fundament te begrijpen.
De Barbaresco-zone is geologisch onderdeel van de mariene afzettingen van de Langhe. De heuvels bestaan voornamelijk uit sedimentaire gesteenten die zijn gevormd uit afzettingen van de oude zee die ooit dit deel van Piemonte bedekte. De Enoteca Regionale onderscheidt binnen het gebied onder meer de Lequio-formaties en de marne van Sant’Agata Fossili.
Dat verklaart mede waarom de bodem binnen de appellatie niet overal hetzelfde is.
Maar geologie alleen verklaart evenmin de smaak van Barbaresco.
De uiteindelijke omstandigheden van een wijngaard ontstaan uit de combinatie van geologische ondergrond, bodemontwikkeling, helling, hoogte, expositie, waterhuishouding en klimaat.
Daarom wordt de geologie hier alleen als fundament genoemd. De volledige relatie tussen bodem, geologie en wijn komt in hoofdstuk 13 terug.
De gemeenten in historisch perspectief
De vier gebieden zijn bovendien niet alleen geografische eenheden.
Ze hebben ieder een eigen geschiedenis.
Barbaresco werd de naamgever van de wijn en speelde een centrale rol in de negentiende-eeuwse ontwikkeling onder Domizio Cavazza.
Neive ontwikkelde zich als een groot en gevarieerd wijnbouwgebied met een omvangrijke verzameling historische wijngaardnamen.
Treiso vertegenwoordigt het zuidelijke en hoger gelegen deel van de appellatie en heeft eveneens een groot aantal historische MGA’s.
San Rocco Seno d’Elvio laat zien hoe een klein, specifiek afgebakend gebied binnen de gemeente Alba onderdeel is geworden van de Barbaresco-herkomst.
Samen vormen deze vier gebieden het historische en geografische kader waarbinnen de MGA’s betekenis krijgen.
De kaart wordt steeds gedetailleerder
Er ontstaat nu een steeds fijnmaziger beeld van Barbaresco.
Eerst is er de appellatie.
Daarbinnen liggen vier gemeenten of administratieve gebieden.
Binnen die gebieden liggen de historische wijngaardnamen.
Die namen zijn uiteindelijk vastgelegd als 66 wettelijke MGA’s.
En binnen die MGA’s bevinden zich de individuele percelen van verschillende producenten.
Dat betekent dat geografische herkomst in Barbaresco op verschillende niveaus kan worden gelezen:
Barbaresco DOCG → gemeente → MGA → perceel → producent → oogstjaar.
Geen van deze niveaus vervangt het andere.
Een wijn uit Treiso is niet simpelweg “een Treiso”. Hij komt uit een specifieke MGA, van een bepaalde producent, uit een bepaald jaar en uit specifieke percelen.
Juist die opeenstapeling van informatie maakt Barbaresco zo interessant voor wie verder wil kijken dan de naam op het etiket.
Van gemeente naar terroir
Met de vier gemeenten als uitgangspunt kunnen de geografische verschillen nu verder worden onderzocht.
Daarbij wordt duidelijk dat de grens tussen gemeenten slechts het begin is.
Binnen Barbaresco kunnen twee wijngaarden die geografisch relatief dicht bij elkaar liggen toch verschillen in hoogte, expositie, hellingsgraad en bodem. Omgekeerd kunnen wijngaarden in verschillende gemeenten bepaalde geografische kenmerken met elkaar delen.
De gemeente is dus een eerste kaartlaag.
De MGA maakt die kaart veel nauwkeuriger.
Maar ook de MGA vertelt nog niet het volledige verhaal. Daarvoor moeten we kijken naar de fysieke eigenschappen van de plaats zelf en naar de manier waarop die eigenschappen het groeiseizoen van Nebbiolo beïnvloeden.
Dat brengt ons bij de kern van het begrip terroir.
Niet als marketingterm, maar als de wisselwerking tussen plaats, bodem, klimaat, topografie, wijnstok en mens.
Dat is het onderwerp van het volgende hoofdstuk: het terroir van Barbaresco.
13. Het terroir van Barbaresco
Het woord terroir wordt in de wijnwereld veel gebruikt, maar zelden is het zo belangrijk om het begrip zorgvuldig te definiëren als bij Barbaresco.
Terroir is niet simpelweg de bodem.
Het is ook niet alleen het klimaat, de hoogte of de ligging van een wijngaard. Terroir ontstaat uit de wisselwerking tussen de fysieke plaats, de wijnstok en de mens. In Barbaresco komen daar een uitzonderlijk gevoelige druif, een lang groeiseizoen en een fijnmazig geografisch landschap bij.
Wie Barbaresco vanuit terroir wil begrijpen, moet daarom niet zoeken naar één bodemtype dat de hele appellatie verklaart.
Het gaat juist om verschillen binnen een relatief klein gebied.
De huidige Barbaresco DOCG omvat 763,19 hectare verspreid over Barbaresco, Neive, Treiso en het specifiek afgebakende deel van San Rocco Seno d’Elvio. Binnen dat gebied worden bovendien hoogte, expositie en ligging juridisch begrensd. Noordhellingen en ongeschikte vlakke, vochtige dalbodems zijn uitgesloten en de maximale hoogte bedraagt 550 meter.
Dat is geen toevallige combinatie van regels.
Het zegt iets wezenlijks over de omstandigheden die nodig zijn om Nebbiolo in Barbaresco volledig te laten rijpen.
Terroir begint bij de zee
De geologische geschiedenis van Barbaresco begint lang voordat hier wijnstokken stonden.
De Langhe zijn ontstaan uit sedimenten die zich in een oude zee hebben afgezet. Tijdens het Mioceen werden op de zeebodem verschillende lagen van klei, kalk, slib en zand afgezet. Door geologische bewegingen werd de zeebodem uiteindelijk opgeheven en ontstond het heuvelachtige landschap dat we tegenwoordig kennen.
De rotsen en marne die vandaag aan de oppervlakte liggen, zijn daarmee het resultaat van een zeer lange geologische geschiedenis.
Dat is belangrijk omdat de ondergrond de basis vormt voor de bodem waarin de wijnstok groeit.
Maar de huidige bodem is niet identiek aan de oorspronkelijke geologische laag.
Door verwering, erosie, klimaat en menselijke bewerking is uit het moedergesteente een bodem ontstaan met een eigen structuur en samenstelling. Op een helling kan die bodem bovendien anders zijn dan enkele honderden meters verderop.
Daarom moet onderscheid worden gemaakt tussen geologie en bodem.
Geologie beschrijft de onderliggende formaties en hun oorsprong.
Bodem beschrijft het materiaal waarin de wortels daadwerkelijk groeien.
Het ene kan niet volledig los van het andere worden begrepen, maar het zijn niet dezelfde begrippen.
De marne van Barbaresco
Een groot deel van Barbaresco bestaat uit kalkrijke mergel.
Mergel is een sedimentair gesteente waarin klei en kalkrijke componenten samen voorkomen. In de Barbaresco-zone vormt dit materiaal een belangrijk onderdeel van de ondergrond en van de bodems waarop Nebbiolo wordt verbouwd. De Enoteca Regionale beschrijft het gebied als overwegend marien van oorsprong en onderscheidt binnen de appellatie twee belangrijke geologische zones.
Aan de ene kant liggen de Marne di Sant’Agata Fossili.
Aan de andere kant de Formazioni di Lequio.
Deze twee formaties helpen om de geografische verschillen binnen Barbaresco te begrijpen.
Maar ook hier geldt dat een geologische formatie niet automatisch één uniforme bodem oplevert. De positie op de helling, erosie, drainage en menselijke bodembewerking kunnen lokaal voor aanzienlijke verschillen zorgen.
De geologie is dus het fundament, niet het eindresultaat.
Sant’Agata Fossili
De Marne di Sant’Agata Fossili vormen een belangrijk deel van Barbaresco.
Ze komen vooral voor in de gemeente Barbaresco en in het deel van Neive dat direct aansluit op Barbaresco. De Enoteca Regionale beschrijft deze formaties als blauwachtige, kalkrijke mergel uit het Tortonien.
De marne bevatten veel fijn sediment en zijn rijk aan kalk.
De naam Sant’Agata Fossili verwijst naar de geologische formatie die ook elders in de Langhe voorkomt. Binnen Barbaresco vormt deze formatie een belangrijk deel van het noordelijke en westelijke gedeelte van het wijngebied.
De term “kalkrijke mergel” moet daarbij niet worden vertaald naar een simpel smaakprofiel.
Het is te gemakkelijk om te zeggen dat kalkrijke bodem automatisch een wijn met meer elegantie, mineraliteit of finesse oplevert. Zulke directe één-op-één relaties zijn wetenschappelijk en praktisch veel moeilijker aan te tonen.
Wat de bodem wel doet, is de omstandigheden bepalen waarin de wijnstok groeit.
Structuur, waterbeschikbaarheid, beworteling, drainage en groeikracht beïnvloeden vervolgens de ontwikkeling van de plant en daarmee indirect de rijping van de druiven.
De bodem werkt dus niet als een smaakstof.
Hij beïnvloedt de plant.
De Formazioni di Lequio
De tweede belangrijke geologische formatie is de Formazione di Lequio.
Deze komt volgens de Enoteca Regionale voor in Treiso, San Rocco Seno d’Elvio en het zuidelijke deel van Neive. De formatie bestaat uit compacte grijze mergellagen die worden afgewisseld met zandlagen.
De aanwezigheid van zandige lagen maakt deze geologische zone anders dan de overwegend mergelige Sant’Agata-formatie.
Ook hier moet echter voorzichtig worden omgegaan met vereenvoudigingen.
Een wijngaard staat niet rechtstreeks “op Lequio” of “op Sant’Agata”. De wortels groeien in een bodem die door verwering, erosie en menselijke ontwikkeling uit die geologische ondergrond is ontstaan.
De geologische formatie geeft dus de basisvoorwaarden.
De uiteindelijke bodem is het resultaat van een veel complexer proces.
De geologische grens loopt niet samen met de gemeentegrens
Dit is één van de interessantste aspecten van Barbaresco.
De geologie volgt geen administratieve grenzen.
Barbaresco bestaat uit vier geografische gebieden, maar de onderliggende formaties houden zich uiteraard niet aan de gemeentegrenzen. Vooral Neive laat dat duidelijk zien.
Het deel van Neive dat tegen Barbaresco aanligt, behoort geologisch tot de Sant’Agata-zone, terwijl verder naar het zuiden de Lequio-formaties overheersen.
Daarmee wordt meteen duidelijk waarom hoofdstuk 12 en hoofdstuk 13 elkaar aanvullen.
De gemeente is een historische en administratieve geografische laag.
De geologie vormt een andere laag.
De MGA vormt weer een volgende.
Geen van deze kaarten vertelt afzonderlijk het volledige verhaal.
De heuvel maakt van bodem terroir
Geologie alleen is onvoldoende.
Barbaresco is een heuvelgebied en de vorm van die heuvels heeft grote invloed op de omstandigheden waarin Nebbiolo groeit.
Een wijngaard op een zuidhelling ontvangt andere hoeveelheden zonlicht dan een wijngaard op een noordhelling.
Een steile helling gedraagt zich anders dan een vlak stuk grond.
Een hoger gelegen perceel heeft andere temperatuur- en windcondities dan een lager gelegen perceel.
En een wijngaard die op een helling ligt, kan een heel andere waterhuishouding hebben dan een wijngaard op de bodem van een dal.
Daarom is topografie een essentieel onderdeel van het terroir.
De wettelijke voorschriften voor Barbaresco erkennen dit impliciet. De productie is beperkt tot heuvelachtig terrein; vlakke, vochtige en onvoldoende zonnige dalbodems zijn uitgesloten. Ook noordelijke exposities zijn uitgesloten en de hoogte mag niet boven 550 meter uitkomen.
De regelgeving zegt daarmee eigenlijk iets fundamenteels:
niet iedere grond binnen de geografische appellatie is geschikt voor Barbaresco.
Expositie bepaalt het groeiseizoen
Voor een laatrijpende druif als Nebbiolo is de positie van een wijngaard ten opzichte van de zon van groot belang.
Expositie beïnvloedt hoeveel directe zon een helling ontvangt en gedurende welk deel van de dag. Dat heeft gevolgen voor temperatuur en de snelheid waarmee de druiven rijpen.
Dat betekent niet dat één expositie altijd beter is.
Een warme zuidhelling kan in een heet oogstjaar andere uitdagingen geven dan in een koel jaar. Een iets minder warme helling kan in een zeer warm jaar juist gunstige omstandigheden bieden.
Daarom is terroir altijd dynamisch.
Dezelfde wijngaard kan in verschillende oogstjaren onder verschillende klimatologische omstandigheden functioneren.
De ligging verandert niet.
De context waarin die ligging werkt wel.
Hoogte: meer dan een getal
De maximale wettelijke hoogte van 550 meter is een belangrijke grens, maar hoogte moet niet worden gereduceerd tot een simpel kwaliteitsargument.
Naarmate de hoogte toeneemt, kunnen temperaturen gemiddeld lager zijn en kunnen dag- en nachttemperaturen sterker verschillen. Dat kan het rijpingsverloop van Nebbiolo beïnvloeden.
Maar hoogte werkt altijd samen met expositie, hellingsgraad en luchtstroming.
Een wijngaard op 400 meter met een zeer gunstige zuidelijke expositie kan warmer functioneren dan een hoger gelegen wijngaard met een andere oriëntatie.
Bovendien heeft hoogte invloed op het moment waarop bepaalde ontwikkelingsfasen van de wijnstok plaatsvinden.
Voor een laatrijpende variëteit als Nebbiolo kan dat belangrijk zijn.
De vraag is daarom niet:
Hoe hoog ligt deze wijngaard?
maar:
Wat betekent deze hoogte in combinatie met de ligging van deze specifieke helling?
Dat is een veel zinvollere terroirvraag.
De rol van water
Water is een van de minder zichtbare, maar belangrijke onderdelen van terroir.
De wijnstok heeft water nodig voor groei en fotosynthese, maar overmatige beschikbaarheid kan leiden tot een te sterke vegetatieve groei. Omgekeerd kan ernstige droogtestress de fotosynthese en rijping verstoren.
De bodemstructuur, diepte en hellingspositie bepalen mede hoeveel water beschikbaar blijft voor de plant.
Mergelige bodems kunnen water vasthouden, terwijl zandigere lagen andere drainage-eigenschappen hebben. Maar ook hier is het te eenvoudig om één bodemtype rechtstreeks aan één gedrag te koppelen.
De diepte van de bodem, de hoeveelheid organisch materiaal, de worteldiepte en de aanwezigheid van verschillende lagen spelen allemaal een rol.
Daarom kan dezelfde geologische formatie verschillende wijnbouwkundige omstandigheden opleveren.
Erosie en de vorm van de helling
In een heuvelgebied is erosie een voortdurend proces.
Regenwater beweegt over en door de helling en kan fijne bodemdeeltjes verplaatsen. Op steile hellingen kan daardoor de bodem op sommige plaatsen dunner zijn, terwijl lager op de helling materiaal zich juist kan ophopen.
Een wijngaard is daarom niet noodzakelijk overal binnen één MGA identiek.
Ook binnen één perceel kunnen verschillen bestaan.
Dat is een belangrijke reden waarom het begrip “cru” in Barbaresco niet betekent dat iedere vierkante meter van een MGA exact dezelfde omstandigheden heeft.
Een MGA is een geografische eenheid.
Binnen die eenheid bestaat nog steeds variatie.
Nebbiolo als vertaler van het terroir
Juist hier wordt de keuze voor Nebbiolo belangrijk.
Nebbiolo is laatrijpend en reageert sterk op omstandigheden tijdens het groeiseizoen. Daardoor kan de druif verschillen in rijpingssnelheid, tannineontwikkeling, zuurgraad en aromatische ontwikkeling weerspiegelen.
Dat maakt Nebbiolo geschikt om geografische verschillen zichtbaar te maken.
Maar de druif is geen passieve recorder.
De wijnstok wordt geleid, gesnoeid, ontbladerd en beheerd. De opbrengst wordt gereguleerd. De oogstdatum wordt gekozen. Vervolgens wordt de druif in de kelder verwerkt.
De uiteindelijke wijn is dus altijd het resultaat van een interactie tussen plaats en mens.
Dat is precies waarom terroir niet hetzelfde is als bodem.
De mens hoort bij het terroir
Een wijngaard bestaat niet zonder menselijke tussenkomst.
In Barbaresco is dat bijzonder duidelijk.
De heuvels zijn eeuwenlang door landbouw gevormd. Percelen zijn aangelegd en onderhouden, hellingen worden bewerkt, wijnstokken worden gesnoeid en de bodem wordt beheerd.
Ook de keuze van onderstam, plantdichtheid, snoeimethode, bladerdek en oogstmoment beïnvloedt hoe de plaats uiteindelijk in de wijn terechtkomt.
Daarmee ontstaat een belangrijk onderscheid tussen natuurlijk terroir en cultureel terroir.
Het fysieke landschap is niet door de mens gemaakt.
Maar de manier waarop dat landschap als wijngaard wordt gebruikt, is wel het resultaat van generaties menselijke keuzes.
De Barbaresco die wij vandaag drinken is daarom niet alleen een product van geologie en klimaat.
Het is ook een product van wijnbouwgeschiedenis.
De MGA als kaart van terroir
De 66 MGA’s vormen uiteindelijk een geografische poging om deze variatie zichtbaar te maken.
De MGA-grenzen zeggen niet dat binnen iedere grens één identieke bodem, expositie of microklimaat bestaat.
Ze geven een historische en geografische eenheid aan die in de loop van de tijd herkenbaar is geworden en uiteindelijk officieel is afgebakend.
De waarde van een MGA ligt daarom vooral in het feit dat zij de consument in staat stelt de herkomst steeds preciezer te benoemen.
Van:
Barbaresco.
Naar:
Barbaresco, Neive.
Naar:
een specifieke MGA.
En uiteindelijk naar:
een specifiek perceel van een specifieke producent.
Hoe verder men inzoomt, hoe meer informatie over de plaats beschikbaar komt.
Microklimaat bestaat, maar is geen losstaand systeem
Binnen Barbaresco bestaan verschillen in temperatuur, wind, vochtigheid en zoninstraling.
De vorm van het landschap speelt daarbij een belangrijke rol. De heuvelruggen en valleien beïnvloeden luchtstromen en de mate waarin warmte zich kan ophopen of juist wordt afgevoerd.
De Enoteca Regionale benadrukt dat de gevarieerde topografie van de Langhe verschillende microklimatische omstandigheden creëert. Binnen de Barbaresco-zone spelen onder meer de smalle valleien en de daarmee samenhangende luchtbewegingen een rol.
Toch is ook hier voorzichtigheid nodig.
Een “microklimaat” is geen permanent vaststaand klimaatprofiel.
Jaarlijkse weersomstandigheden kunnen de werking ervan veranderen.
Een koele, natte zomer en een hete, droge zomer stellen dezelfde wijngaard voor totaal verschillende omstandigheden.
Daarom moet terroir altijd worden gelezen in combinatie met het oogstjaar.
Klimaat en terroir zijn niet hetzelfde
Klimaat is een onderdeel van terroir, maar terroir is meer dan klimaat.
Het klimaat beschrijft de omstandigheden waarin de wijnstok gedurende het jaar groeit.
Terroir omvat daarnaast de plaatselijke geologie, bodem, topografie, waterhuishouding, expositie en menselijke invloed.
Daarom kunnen twee wijngaarden met vergelijkbare gemiddelde temperaturen toch verschillende omstandigheden hebben.
En omgekeerd kunnen twee wijngaarden met verschillende liggingen in een bepaald jaar vergelijkbare rijpingsomstandigheden ervaren.
Deze nuance is belangrijk omdat Barbaresco vaak wordt beschreven met vaste termen als elegant, krachtig, fris of gestructureerd.
Dergelijke termen kunnen nuttig zijn.
Maar ze mogen nooit worden opgevat als natuurwetten.
Waarom “mineraliteit uit de bodem” te eenvoudig is
Een van de meest hardnekkige vereenvoudigingen in wijnbeschrijvingen is de gedachte dat mineralen uit de bodem rechtstreeks in de wijn terechtkomen en daar een herkenbare smaak veroorzaken.
Zo eenvoudig werkt het niet.
De wijnstok neemt mineralen en voedingsstoffen uit de bodem op, maar de sensorische eigenschappen van wijn zijn het resultaat van een zeer complex geheel van chemische en biologische processen.
Wanneer een Barbaresco als mineraal wordt ervaren, betekent dat dus niet dat de proever letterlijk een bodemcomponent proeft.
Een wijn kan wel degelijk een indruk van spanning, ziltigheid, krijtachtigheid of steenachtige frisheid geven. Maar het is wetenschappelijk onverantwoord om daar automatisch één specifieke bodemcomponent als directe oorzaak aan te koppelen.
Voor Barbaresco is het interessanter om te spreken over de invloed van bodem op groeicondities dan over bodem als smaakstof.
Dat maakt het begrip terroir niet zwakker.
Juist sterker.
Terroir is geen recept
Er bestaat geen formule:
Sant’Agata = elegant.
Lequio = krachtig.
hoogte = fris.
kalk = mineraliteit.
De werkelijkheid is veel complexer.
Een Barbaresco ontstaat uit meerdere variabelen die elkaar voortdurend beïnvloeden.
Dezelfde bodem kan onder verschillende omstandigheden andere resultaten opleveren.
Een producent kan bovendien dezelfde MGA anders interpreteren dan een buurman.
En een warm oogstjaar kan de typische verschillen tussen wijngaarden anders laten uitkomen dan een koel jaar.
Daarom is terroir geen recept waarmee de smaak van een wijn vooraf exact kan worden voorspeld.
Het is een verklaringsmodel.
De nieuwe geologische kaart van Barbaresco
Dat het begrip terroir steeds verfijnder wordt onderzocht, blijkt ook uit de ontwikkeling van de nieuwe 3D-geologische kaart van Barbaresco.
De Enoteca Regionale presenteerde in 2024 een driedimensionale geologische kaart die tot stand kwam in samenwerking met cartograaf Alessandro Masnaghetti en geoloog Edmondo Bonelli. Het doel is niet alleen de bodem op een tweedimensionale kaart te tonen, maar de relatie tussen geologie, morfologie en wijngaard verder inzichtelijk te maken.
Dat is een belangrijke ontwikkeling.
Want hoe nauwkeuriger de geografische informatie wordt, hoe beter zichtbaar wordt dat een MGA niet noodzakelijk een homogeen vlak is.
De toekomst van terroironderzoek in Barbaresco ligt daarom niet in steeds eenvoudigere smaaklabels.
Juist het tegenovergestelde.
Hoe meer men onderzoekt, hoe duidelijker de complexiteit wordt.
Van geologie naar wijn
Uiteindelijk gaat terroir natuurlijk niet om kaarten.
Het gaat om wijn.
De geologische ondergrond beïnvloedt de bodem.
De bodem beïnvloedt mede de waterhuishouding en groeikracht.
De topografie beïnvloedt zoninstraling, temperatuur en luchtbeweging.
Hoogte en expositie beïnvloeden het rijpingsverloop.
Het klimaat bepaalt de omstandigheden van het oogstjaar.
De wijnbouwer reageert daarop.
Nebbiolo ontwikkelt zich binnen dat geheel.
De producent bepaalt vervolgens hoe de druif wordt geoogst, vergist, geëxtraheerd en gerijpt.
De wijn die uiteindelijk in het glas verschijnt, is het resultaat van al die lagen samen.
Dat is terroir.
Niet één bodem.
Niet één heuvel.
Niet één klimaat.
Maar de interactie van plaats, tijd, wijnstok en mens.
Het terroir van Barbaresco lezen
Wie Barbaresco beter wil begrijpen, kan daarom een wijngaard het beste in verschillende stappen bekijken.
Eerst de ligging.
Waar ligt de wijngaard ten opzichte van de vier gemeenten en de omliggende heuvels?
Daarna de topografie.
Hoe hoog ligt de wijngaard, hoe steil is de helling en welke expositie heeft zij?
Vervolgens de geologie.
Welke geologische formatie ligt onder de wijngaard?
Daarna de bodem.
Hoe diep is de bodem, hoe is de structuur en hoe gedraagt het water zich?
Daarna het klimaat.
Welke omstandigheden kende het groeiseizoen van het betreffende jaar?
En uiteindelijk de mens.
Welke producent bewerkt de wijngaard, welke keuzes worden in de wijngaard gemaakt en hoe wordt de druif in de kelder behandeld?
Pas wanneer al deze lagen samen worden bekeken, krijgt het begrip terroir werkelijk betekenis.
Van terroir naar herkomst in het glas
Daarmee komen we terug bij een van de belangrijkste ideeën van deze Barbaresco Special.
Een MGA is geen smaakprofiel.
Maar een MGA is ook niet betekenisloos.
De geografische herkomst vormt een kader waarin bepaalde combinaties van geologie, topografie, klimaat en menselijke geschiedenis samenkomen.
Sommige verschillen zijn duidelijk.
Andere zijn subtiel.
Sommige worden vooral in bepaalde oogstjaren zichtbaar.
En sommige worden pas duidelijk wanneer wijnen naast elkaar worden geproefd.
Dat maakt Barbaresco zo geschikt voor vergelijkend proeven.
Wanneer twee wijnen van dezelfde producent, uit hetzelfde oogstjaar en op vergelijkbare wijze gevinifieerd naast elkaar worden gezet, kan het geografische verschil een veel duidelijker rol spelen.
Maar zelfs dan blijft voorzichtigheid nodig.
De wijn vertelt niet letterlijk:
dit proef je omdat hier Sant’Agata Fossili onder de wijngaard ligt.
De wijn laat eerder zien hoe een specifieke plaats, in een specifiek jaar, door een specifieke wijnstok en een specifieke producent tot uitdrukking is gebracht.
Dat is een veel interessanter verhaal.
Terroir als verbinding tussen verleden en heden
Het begrip terroir verbindt bovendien de historische hoofdstukken van deze Special met de moderne Barbaresco.
De historische wijngaardnamen uit hoofdstuk 11 zijn ontstaan omdat bepaalde plaatsen door generaties wijnbouwers herkenbaar waren.
De gemeenten uit hoofdstuk 12 geven de grotere geografische structuur.
De geologie en topografie verklaren vervolgens waarom het landschap niet overal hetzelfde is.
De MGA’s proberen een deel van die geografische geschiedenis formeel vast te leggen.
En de producenten geven er in iedere oogst opnieuw een concrete wijn aan.
Daarmee wordt duidelijk waarom Barbaresco nooit uitsluitend een wijn van Nebbiolo kan zijn.
Het is Nebbiolo op een plaats.
En die plaats is geen abstract begrip.
Het is een landschap met een geschiedenis.
De volgende laag: klimaat
Terroir is nooit statisch.
De geologie verandert nauwelijks op menselijke tijdschaal. De vorm van een heuvel verandert langzaam. Maar het klimaat verandert wel binnen de levensduur van een wijngaard.
Temperaturen stijgen, neerslagpatronen verschuiven, hitteperioden worden relevanter en droogtestress kan vaker een rol spelen.
Voor een laatrijpende druif als Nebbiolo heeft dat directe gevolgen.
De vraag voor Barbaresco is daarom niet alleen welke bodem of expositie een wijngaard heeft.
De vraag wordt steeds meer hoe die plaats functioneert onder veranderende klimatologische omstandigheden.
Daarmee komen we bij de volgende stap in het begrijpen van het terroir van Barbaresco:
het klimaat en de klimaatverandering.
Dat is het onderwerp van hoofdstuk 14.
14. Klimaat en klimaatverandering
Het terroir van Barbaresco is niet statisch.
De geologie verandert nauwelijks binnen een menselijke tijdschaal. De ligging van een wijngaard blijft hetzelfde. Een helling blijft op dezelfde hoogte en heeft dezelfde oriëntatie.
Het klimaat waarin die wijngaard functioneert, verandert wel.
Dat maakt klimaat tot een bijzondere component van het terroir van Barbaresco. Het bepaalt niet alleen hoe Nebbiolo in een bepaald jaar rijpt, maar beïnvloedt ook steeds meer de manier waarop producenten hun wijngaarden moeten beheren.
Voor Barbaresco is dat extra relevant omdat Nebbiolo een laatrijpende druif is. De lange rijpingsperiode is juist een van de redenen waarom de ligging van de wijngaard, de hoogte, de expositie en de herfstomstandigheden zo belangrijk zijn.
De uitdaging van de komende decennia is daarom niet eenvoudigweg dat het warmer wordt.
De werkelijke vraag is hoe de bestaande geografische verschillen binnen Barbaresco functioneren in een klimaat met hogere temperaturen, veranderende neerslagpatronen en meer uitgesproken weersextremen.
Een wijngebied dat altijd met klimaat heeft geleefd
Het is belangrijk om niet te doen alsof klimaatverandering het eerste klimatologische probleem is waarmee Barbaresco ooit te maken heeft gehad.
Wijnbouw is altijd afhankelijk geweest van het weer.
Koude voorjaren, late vorst, natte zomers, droogte, hagel en warme herfstperioden zijn geen nieuwe verschijnselen. De geschiedenis van Barbaresco kent zowel zeer gunstige als moeilijke oogstjaren.
Wat verandert, is de context waarin zulke gebeurtenissen plaatsvinden.
Een uitzonderlijk warm jaar staat niet langer altijd op zichzelf. Meerdere warme of droge jaren kunnen elkaar opvolgen. Waterreserves kunnen daardoor aan het begin van een nieuw groeiseizoen al lager zijn.
Dat kan een belangrijk verschil maken.
Een wijnstok reageert niet alleen op het weer van vandaag, maar ook op de omstandigheden van de maanden en jaren daarvoor.
Waarom Nebbiolo bijzonder gevoelig is
Nebbiolo is een laatrijpende druif.
Dat betekent dat de ontwikkeling van de druiven relatief lang doorloopt en dat de laatste fase van het groeiseizoen een belangrijke rol speelt in de uiteindelijke kwaliteit.
Traditioneel was dat juist een voordeel van Barbaresco.
De heuvels bieden verschillende exposities en hoogtes, waardoor producenten konden zoeken naar plaatsen waar Nebbiolo voldoende rijpheid kon bereiken zonder zijn frisheid en structuur te verliezen.
Een warmer klimaat kan die balans verschuiven.
Wanneer de rijping sneller verloopt, kan het suikergehalte sneller toenemen terwijl andere componenten van de druif zich niet noodzakelijk in exact hetzelfde tempo ontwikkelen. Voor de wijnmaker ontstaat dan een ingewikkelder vraagstuk: wanneer is de druif werkelijk rijp?
Rijpheid is immers meer dan suiker.
Voor Barbaresco zijn onder meer zuren, tannine, aromatische ontwikkeling en fysiologische rijpheid van belang.
De optimale oogstdatum ontstaat daarom uit een afweging tussen verschillende soorten rijpheid.
Warmte is niet automatisch slecht
Een warmer groeiseizoen hoeft op zichzelf geen probleem te zijn.
Barbaresco heeft in sommige warme jaren zeer goede resultaten laten zien. De wijnstok kan bovendien verrassend goed omgaan met hogere temperaturen wanneer voldoende water beschikbaar is en de groeiomstandigheden verder gunstig zijn.
Het probleem ontstaat vooral wanneer warmte samengaat met droogte of extreme hitte.
Hoge temperaturen verhogen de verdamping. Wanneer de bodem onvoldoende water beschikbaar heeft, kan de wijnstok onder waterstress komen te staan.
Bij ernstige stress kan de fotosynthese worden geremd en kan de rijping juist worden verstoord.
Dat lijkt paradoxaal.
Meer warmte kan de rijping versnellen, maar extreme hitte kan de plant uiteindelijk juist stilleggen.
Precies daarom kan een extreem warm jaar andere resultaten opleveren dan een eenvoudig “goed warm jaar”.
Water wordt belangrijker
De beschikbaarheid van water krijgt daardoor een steeds grotere betekenis.
Winter- en voorjaarsneerslag kunnen waterreserves in de bodem aanvullen voordat het groeiseizoen volledig op gang komt. Wanneer daarna een droge zomer volgt, kan een wijnstok een deel van die reserves benutten.
Maar wanneer meerdere droge jaren elkaar opvolgen, kan de uitgangspositie veranderen.
Dat was bijvoorbeeld zichtbaar in de overgang van 2022 naar 2023. Volgens de actuele vintage-informatie van de Enoteca Regionale werd 2022 gekenmerkt door een zeer warm en droog klimaat, met weinig winterneerslag en extreme zomertemperaturen. De regen in september en de goede temperatuurverschillen tussen dag en nacht hielpen vervolgens bij de verdere rijping.
In 2023 was de uitgangssituatie opnieuw bijzonder. De droogte van 2022 werkte door, terwijl overvloedige regen vanaf eind april de waterreserves weer aanvulde. Daarna volgde opnieuw een zeer warme en droge zomer. Decanter beschreef de oogst van 2023 daarom als een seizoen met sterk wisselende omstandigheden, waarbij de uiteindelijke wijnen gemiddeld lichter en minder gestructureerd waren dan die van 2022, maar vaak wel fris en evenwichtig.
Dat voorbeeld laat goed zien waarom klimaat niet als één getal kan worden samengevat.
Het gaat om de opeenvolging van omstandigheden.
De extremen zijn belangrijker dan het gemiddelde
Voor de wijnbouw is een gemiddelde jaartemperatuur maar een beperkt verhaal.
Een wijngaard kan een relatief gematigd jaargemiddelde hebben en toch te maken krijgen met een extreme hittegolf tijdens een kritieke ontwikkelingsfase.
Hetzelfde geldt voor neerslag.
Een jaar kan uiteindelijk voldoende regen opleveren, maar wanneer een groot deel daarvan tijdens enkele zeer zware buien valt, gedraagt die neerslag zich anders dan wanneer dezelfde hoeveelheid gelijkmatig over het groeiseizoen wordt verdeeld.
Voor de wijnstok is timing essentieel.
Een regenbui vlak voor of tijdens een droge periode kan een andere betekenis hebben dan dezelfde hoeveelheid regen tijdens een periode waarin de bodem al volledig verzadigd is.
Daarom wordt klimaat in de wijngaard niet alleen gemeten in gemiddelden, maar ook in timing, duur en extremen.
De zomer van 2023 als voorbeeld
De recente 2023-vintage laat goed zien hoe complex een warm jaar kan zijn.
Na een nat voorjaar volgde in Barbaresco een plotselinge overgang naar zeer warme omstandigheden. In de tweede helft van augustus werden volgens producenten zeer hoge temperaturen bereikt. Sommige wijngaarden kregen te maken met uitdroging en zonnebrand, terwijl andere locaties door hun ligging beter bestand bleken tegen de hitte. De oogst werd uiteindelijk relatief laat, ondanks de extreme warmte eerder in het seizoen.
Dat laatste is belangrijk.
Een warme zomer betekent niet automatisch een vroege oogst.
Extreme hitte kan de fysiologie van de wijnstok juist verstoren. De plant kan tijdelijk haar activiteit beperken om waterverlies te verminderen. Daardoor kan de ontwikkeling van de druiven anders verlopen dan op basis van temperatuur alleen zou worden verwacht.
Ook binnen één wijngaard kunnen verschillen ontstaan.
In 2023 meldden producenten dat sommige percelen meerdere oogstrondes nodig hadden omdat druiven binnen hetzelfde wijngaardgebied niet gelijktijdig rijpten.
Dat is precies het soort ontwikkeling waarin klimaat en terroir elkaar raken.
De rol van hoogte
Hoogte kan in een warmer klimaat een steeds belangrijkere factor worden.
Een hogere ligging kan gemiddeld lagere temperaturen en andere dag-nachtverschillen opleveren. Daardoor kunnen hoger gelegen wijngaarden in bepaalde jaren gunstige omstandigheden behouden wanneer lager gelegen plaatsen sterker door hitte worden belast.
Treiso is binnen Barbaresco hiervan een interessant voorbeeld.
De gemeente ligt gemiddeld hoger dan Barbaresco en beschikt over een aantal hooggelegen wijngaarden. Dat betekent niet dat Treiso automatisch beter bestand is tegen klimaatverandering of dat hogere ligging vanzelf tot betere wijn leidt.
Het betekent wel dat hoogte een potentiële buffer kan vormen tegen bepaalde effecten van warmte.
Maar ook hier geldt:
hoogte werkt nooit alleen.
Expositie, hellingsrichting, wind, bodemdiepte en waterbeschikbaarheid bepalen mede hoe een wijngaard op warmte reageert.
Een hooggelegen zuidhelling kan bijvoorbeeld anders functioneren dan een lager gelegen wijngaard met een koelere expositie.
Expositie krijgt een nieuwe betekenis
Ook expositie moet in een veranderend klimaat anders worden bekeken.
Traditioneel waren goed op de zon gerichte hellingen belangrijk om Nebbiolo volledig rijp te krijgen.
Dat uitgangspunt is nog steeds relevant.
Maar wanneer rijping gemakkelijker wordt door hogere temperaturen, kan dezelfde zonnige ligging in sommige jaren juist extra druk opleveren.
Een expositie die vroeger hielp om voldoende rijpheid te bereiken, kan onder extreme hitte leiden tot grotere waterstress of zonnebrand.
Daarmee kan klimaatverandering de relatieve betekenis van verschillende hellingen veranderen.
Dat betekent niet dat zuidhellingen ineens ongewenst worden.
Het betekent dat de optimale balans tussen zon en verkoeling kan verschuiven.
De nacht wordt belangrijk
Voor een laatrijpende druif is niet alleen de temperatuur overdag belangrijk.
Ook de nachttemperatuur speelt een rol.
Koelere nachten kunnen het tempo van bepaalde rijpingsprocessen beïnvloeden en helpen om de ontwikkeling van zuren en aroma’s in balans te houden.
Het verschil tussen dag en nacht, de zogenaamde diurnale temperatuurvariatie, is daarom een belangrijk onderdeel van het groeiklimaat.
In de vintagebeschrijving van 2021 benadrukt de Enoteca Regionale bijvoorbeeld de aanzienlijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht in de tweede helft van september als een belangrijke factor voor de fenolische rijping van Nebbiolo.
Dat voorbeeld laat zien waarom een warm oogstjaar niet alleen aan de hand van maximale temperaturen moet worden beoordeeld.
De vraag is ook hoe snel de warmte ‘s nachts weer verdwijnt.
Hitte en fenolische rijping
Voor Barbaresco is dit vooral relevant vanwege de tannines.
Nebbiolo kan van nature veel tannine bevatten. Voor een goede ontwikkeling moeten die tannines niet alleen aanwezig zijn, maar zich tijdens de rijping ook voldoende ontwikkelen.
Wanneer druiven onder sterke stress staan, kan de relatie tussen suikerontwikkeling, zuurgraad, aromatische rijpheid en fenolische rijping ingewikkelder worden.
Daarom kan een druif analytisch al ver gevorderd lijken, terwijl de producent nog wacht op een andere vorm van rijpheid.
Dit verklaart mede waarom oogsten niet simpelweg worden gepland op basis van suikergehalte.
De beslissing om Nebbiolo te oogsten is een complexe afweging.
Neerslag wordt grilliger
Niet alleen droogte, maar ook extreme neerslag kan een probleem vormen.
Een zeer nat voorjaar kan de druk van schimmelziekten verhogen. In 2023 werd de overvloedige regen in het voorjaar bijvoorbeeld gevolgd door een periode waarin producenten voortdurend rekening moesten houden met meeldauw.
Tegelijkertijd kan dezelfde regen van groot belang zijn voor de waterreserves van de bodem.
Dat maakt klimaatadaptatie ingewikkeld.
Een regenrijke periode is niet uitsluitend positief of negatief.
De betekenis hangt af van het moment waarop de regen valt, de hoeveelheid, de temperatuur en de toestand van de wijngaard.
Een wijnbouwer moet daardoor steeds vaker meerdere risico’s tegelijkertijd beheren.
Hagel en andere extremen
Naast temperatuur en neerslag vormen ook extreme gebeurtenissen een risico.
Hagel kan binnen enkele minuten grote schade veroorzaken, terwijl de geografische omvang van de schade zeer plaatselijk kan zijn.
Dat betekent dat zelfs binnen één gemeente of MGA grote verschillen tussen percelen kunnen ontstaan.
Ook dat past bij het bredere terroirbegrip.
Een wijngaard wordt niet alleen bepaald door gemiddelde omstandigheden. De geschiedenis van een bepaald oogstjaar kan mede worden gevormd door één lokale gebeurtenis.
In 2023 werd bijvoorbeeld ook Treiso getroffen door lokale hagel.
Het resultaat van een vintage is daarmee nooit uitsluitend een weersgemiddelde over de hele appellatie.
Het is een verzameling lokale gebeurtenissen die uiteindelijk samenkomen in de druiven.
De wijnstok past zich aan
De wijnstok is geen passief slachtoffer van klimaatverandering.
Vitis vinifera heeft een aanzienlijk vermogen om zich aan veranderende omstandigheden aan te passen.
Producenten kunnen bovendien hun wijnbouw aanpassen.
Denk aan:
aanpassing van het bladerdek;
zorgvuldiger omgaan met ontbladering;
aanpassing van de bodembewerking;
behoud van organisch materiaal;
verbetering van de waterhuishouding;
keuze van onderstammen;
aanpassing van snoei en opbrengst;
nauwkeuriger bepalen van het oogstmoment;
en het beschermen van druiventrossen tegen extreme zoninstraling.
Welke maatregel het beste werkt, hangt af van de specifieke wijngaard.
Er bestaat daarom geen universele strategie voor Barbaresco.
Minder bladeren is niet altijd beter
Een interessant voorbeeld is ontbladering.
In koelere omstandigheden kan het verwijderen van bladeren rond de druiven helpen om de luchtcirculatie te verbeteren en schimmelziekten te beperken.
Maar in zeer warme omstandigheden kan een te open bladerdek de druiven blootstellen aan directe zon en extreme hitte.
De praktijk moet zich daarom aanpassen aan het jaar.
Ook hier wordt duidelijk dat traditionele wijnbouwtechnieken niet simpelweg goed of slecht zijn.
Hun betekenis verandert met de omstandigheden.
Water vasthouden wordt belangrijker
Bodembeheer kan eveneens een grotere rol krijgen.
Een bodem met voldoende organische stof en een goede structuur kan water beter vasthouden en infiltratie bevorderen. Tegelijkertijd moet overtollig water bij zware regenval kunnen worden afgevoerd.
De uitdaging is daarom niet simpelweg:
meer water vasthouden.
Het gaat om:
water beschikbaar houden wanneer de plant het nodig heeft en overtollig water verwerken wanneer het te veel wordt.
Dat is een veel genuanceerder wijnbouwkundig vraagstuk.
Juist de bodemeigenschappen die in hoofdstuk 13 zijn besproken, krijgen hierdoor een nieuwe betekenis.
Geologie en bodem veranderen niet snel.
Maar hun betekenis voor de wijnstok kan wel veranderen wanneer het klimaat verandert.
Klimaatverandering kan geografische verschillen versterken
Een warmer klimaat hoeft niet overal dezelfde gevolgen te hebben.
Dat is een van de belangrijkste redenen waarom de MGA-structuur van Barbaresco juist in de toekomst interessant kan worden.
Een hogere, koelere of beter geventileerde wijngaard kan in een extreem warm jaar andere omstandigheden bieden dan een lager gelegen, sterk op de zon gerichte helling.
In een koel jaar kunnen de verhoudingen weer anders liggen.
Klimaatverandering maakt de geografische kaart daarom niet minder belangrijk.
Het kan haar juist belangrijker maken.
De vraag verschuift van:
Welke wijngaard is het warmst?
naar:
Welke wijngaard biedt in een veranderend klimaat de beste balans tussen rijpheid, frisheid en waterbeschikbaarheid?
Dat is een veel interessantere vraag.
Klimaatverandering maakt het begrip vintage belangrijker
De invloed van klimaatverandering betekent ook dat oogstjaren steeds meer als zelfstandige klimatologische gebeurtenissen moeten worden bekeken.
Dat sluit aan bij hoofdstuk 8.
Een vintage is geen cijfer.
Het is de weersgeschiedenis van een wijngaard.
In een stabiel klimaat kunnen bepaalde patronen lange tijd herkenbaar blijven. Wanneer omstandigheden extremer en variabeler worden, kan de spreiding tussen jaren groter worden.
Dat betekent niet dat goede en slechte jaren elkaar simpelweg vaker zullen afwisselen.
Het betekent eerder dat de definitie van een “normaal” jaar moeilijker wordt.
Een producent moet daardoor steeds meer rekening houden met afwijkingen.
De producent wordt belangrijker
Klimaatverandering maakt het werk van de wijnbouwer en producent niet minder belangrijk.
Integendeel.
Dezelfde wijngaard kan onder veranderende omstandigheden verschillende keuzes vereisen.
In een droog jaar kan waterbehoud centraal staan.
In een nat voorjaar kan ziektebestrijding belangrijker worden.
In een heet jaar kan bescherming van de druiven tegen zon en het behouden van voldoende blad belangrijk zijn.
In een koeler jaar kan juist optimale zonblootstelling belangrijker zijn.
De beste producent is daarom niet degene die ieder jaar exact hetzelfde doet.
Het is degene die zijn wijngaard goed genoeg kent om op veranderende omstandigheden te reageren zonder de identiteit van de plaats uit het oog te verliezen.
De toekomst van Nebbiolo in Barbaresco
De grote vraag is uiteindelijk of Barbaresco in een warmer klimaat zijn klassieke identiteit kan behouden.
Daar bestaat geen eenvoudig ja of nee op.
Nebbiolo heeft eigenschappen die in een warmer klimaat voordelen kunnen bieden, maar ook uitdagingen veroorzaken. De lange rijpingsperiode kan onder bepaalde omstandigheden korter worden, terwijl extreme hitte juist tot fysiologische stress kan leiden.
Tegelijkertijd beschikt Barbaresco over een grote geografische variatie.
Er zijn verschillen in hoogte, expositie, hellingspositie, bodem en waterhuishouding.
Dat betekent dat het gebied niet als één wijngaard reageert op klimaatverandering.
Die diversiteit kan een belangrijke vorm van veerkracht zijn.
Niet terug naar het verleden, maar vooruit met de plaats
Klimaatverandering roept soms de gedachte op dat producenten moeten proberen een vroegere Barbaresco-stijl exact te behouden.
Dat is waarschijnlijk niet de juiste benadering.
Een wijngebied leeft.
De omstandigheden veranderen en de wijnbouw verandert mee.
De uitdaging is niet om een historisch klimaat na te bootsen dat niet meer bestaat.
De uitdaging is om binnen nieuwe omstandigheden de identiteit van de plaats te behouden.
Voor Barbaresco betekent dat waarschijnlijk dat producenten steeds preciezer zullen moeten werken.
Meer kennis van individuele percelen.
Meer aandacht voor bodem en water.
Meer aandacht voor hoogte en expositie.
Meer precisie in het bladerdek.
Meer aandacht voor de timing van de oogst.
En waarschijnlijk ook meer belangstelling voor verschillen tussen afzonderlijke MGA’s.
Klimaat maakt terroir niet minder belangrijk
Het zou gemakkelijk zijn om te denken dat klimaatverandering het terroirbegrip ondermijnt.
In werkelijkheid kan het tegenovergestelde gebeuren.
Wanneer de omstandigheden veranderen, worden verschillen tussen plaatsen soms juist duidelijker.
Een warme vintage kan het verschil tussen een hoger en lager gelegen wijngaard vergroten.
Een droog jaar kan verschillen in waterbeschikbaarheid zichtbaar maken.
Een nat voorjaar kan verschillen in luchtcirculatie en expositie benadrukken.
Een koel jaar kan juist andere geografische voordelen naar voren brengen.
Terroir is daarom geen vast smaakprofiel.
Het is een systeem dat reageert op het weer.
En juist daardoor blijft het relevant.
Barbaresco als geografisch experiment
Iedere nieuwe vintage is in zekere zin een nieuw experiment.
De geologie blijft hetzelfde.
De wijngaard blijft op dezelfde plek.
De Nebbiolo-stokken blijven dezelfde.
Maar de omstandigheden veranderen.
De wijnboer reageert.
De druif ontwikkelt zich.
En uiteindelijk laat de wijn zien wat die specifieke combinatie van plaats en jaar heeft opgeleverd.
Dat maakt Barbaresco bijzonder geschikt om klimaat en terroir samen te bestuderen.
Niet omdat iedere vintage een perfecte demonstratie van terroir is.
Maar omdat de verschillen tussen jaren zichtbaar maken hoe sterk een plaats reageert op veranderende omstandigheden.
De toekomst ligt niet alleen hoger op de heuvel
Bij klimaatverandering wordt vaak gesproken over steeds hoger gelegen wijngaarden.
Voor Barbaresco is dat slechts een deel van het verhaal.
De wettelijke grens van het productiegebied ligt op maximaal 550 meter. Maar het antwoord op warmere omstandigheden zal niet uitsluitend bestaan uit het zoeken naar hogere grond.
Ook bestaande wijngaarden kunnen anders worden beheerd.
Bodemgezondheid, waterbeheer, bladerdek, plantmateriaal, expositie en oogstmoment kunnen allemaal bijdragen aan aanpassing.
Bovendien is een nieuwe wijngaard niet automatisch een betere wijngaard.
Een plaats moet niet alleen koeler zijn.
Zij moet Nebbiolo in staat stellen om voldoende rijpheid te bereiken en tegelijkertijd de gewenste structuur, frisheid en aromatische complexiteit te behouden.
De toekomstige kwaliteit van Barbaresco zal daarom waarschijnlijk niet worden bepaald door één wonderoplossing.
Maar door de combinatie van geografische kennis en steeds preciezere wijnbouw.
Klimaat en de identiteit van Barbaresco
De identiteit van Barbaresco is nooit alleen gevormd door het klimaat.
Zij is ontstaan uit de combinatie van landschap, Nebbiolo, menselijke geschiedenis en wijnbouw.
Klimaatverandering verandert daarom niet automatisch de identiteit van het gebied.
Wel verandert het de omstandigheden waarin die identiteit tot uitdrukking moet worden gebracht.
Dat maakt de toekomst van Barbaresco geen strijd tussen traditie en moderniteit.
Het is eerder een voortdurende zoektocht naar evenwicht.
Tussen rijpheid en frisheid.
Tussen zon en schaduw.
Tussen water en droogte.
Tussen kracht en elegantie.
Tussen traditie en aanpassing.
En uiteindelijk tussen een veranderend klimaat en een plaats die haar eigen karakter probeert te behouden.
Van klimaat naar regelgeving
Daarmee is de geografische en klimatologische basis van Barbaresco compleet.
We hebben gezien hoe de appellatie historisch is ontstaan, hoe de vier gemeenten zich tot elkaar verhouden, hoe geologie en topografie het terroir vormen en hoe het klimaat daar voortdurend op inwerkt.
Maar Barbaresco is niet alleen door natuur en geschiedenis gevormd.
Een belangrijk deel van zijn identiteit is ook vastgelegd in regelgeving.
De wet bepaalt waar Barbaresco mag worden geproduceerd, welke druif mag worden gebruikt, welke opbrengsten zijn toegestaan, hoe lang de wijn moet rijpen en onder welke voorwaarden een MGA of Vigna op het etiket mag verschijnen.
Die regels vormen de juridische vertaling van een deel van de geografische identiteit die in de vorige hoofdstukken is beschreven.
Daarmee komen we bij de volgende laag van Barbaresco:
de Barbaresco DOCG en haar wettelijke regels.
Dat is het onderwerp van hoofdstuk 15.
15. Barbaresco DOCG: de wettelijke regels achter de naam
Barbaresco is niet alleen een geografische naam en ook niet alleen een stijl van wijn. Het is een beschermde oorsprongsbenaming waarvan nauwkeurig is vastgelegd waar de druiven vandaan mogen komen, welke druif gebruikt mag worden, hoe de wijngaarden moeten zijn ingericht, hoeveel druiven per hectare mogen worden geproduceerd, hoe de wijn moet worden opgevoed en wanneer hij op de markt mag komen.
Die regels vormen samen het juridische kader van de Barbaresco DOCG. Ze zijn bedoeld om de geografische identiteit van de wijn te beschermen en ervoor te zorgen dat een wijn die als Barbaresco wordt verkocht, daadwerkelijk aan de voorwaarden van de denominatie voldoet.
De huidige officiële versie van het disciplinair is in maart 2026 door het Italiaanse Ministero dell’Agricoltura, della Sovranità Alimentare e delle Foreste (MASAF) geconsolideerd. Barbaresco is binnen het Europese systeem bovendien een beschermde oorsprongsbenaming, een DOP/PDO.
Van DOC naar DOCG
De wettelijke bescherming van Barbaresco gaat terug tot 1966, toen Barbaresco samen met onder meer Barolo als DOC werd erkend.
In 1980 volgde de erkenning als DOCG, de Denominazione di Origine Controllata e Garantita. Daarmee kreeg Barbaresco de hoogste Italiaanse oorsprongsclassificatie binnen het toenmalige systeem.
De betekenis daarvan moet echter goed worden begrepen. DOCG is in de eerste plaats een wettelijke bescherming van oorsprong en productiewijze. Het is geen officiële kwaliteitsranglijst tussen individuele producenten, wijngaarden of flessen.
Een Barbaresco DOCG is dus niet automatisch beter dan een andere wijn omdat er DOCG op het etiket staat. De DOCG geeft aan dat de wijn aan het wettelijk vastgelegde kader van de denominatie voldoet.
Dat onderscheid wordt nog belangrijker wanneer we later naar de MGA’s kijken. Een MGA is geen kwaliteitsklasse boven de andere Barbaresco’s. Het is een geografische aanduiding binnen de denominatie.
Eén druif: Nebbiolo
Een van de meest fundamentele regels is tegelijkertijd een van de eenvoudigste: Barbaresco DOCG wordt uitsluitend gemaakt van Nebbiolo.
Het disciplinair schrijft voor dat de druiven afkomstig moeten zijn van wijngaarden die uitsluitend met Nebbiolo zijn beplant. Barbaresco kent daarmee geen toegestane toevoeging van andere druivenrassen.
Dat lijkt een technische regel, maar het heeft grote betekenis voor de identiteit van de wijn.
De verschillen die we tussen Barbaresco’s kunnen proeven, ontstaan dus niet doordat producenten verschillende druivenrassen mengen. Ze ontstaan binnen één druivenras, in combinatie met plaats, hoogte, expositie, bodem, klimaat, oogstjaar en keuzes van de producent.
Daarmee wordt geografische herkomst extra belangrijk.
Een nauwkeurig afgebakend productiegebied
Niet iedere Nebbiolo uit de Langhe mag Barbaresco worden genoemd.
Het disciplinair bepaalt dat de druiven voor Barbaresco afkomstig moeten zijn uit het volledige grondgebied van de gemeenten Barbaresco, Neive en Treiso, aangevuld met het historisch afgebakende deel van San Rocco Seno d’Elvio, dat tegenwoordig administratief onder Alba valt.
Daarmee sluit de wettelijke afbakening nauw aan op de geografische structuur die in de voorgaande hoofdstukken is beschreven.
De gemeentegrenzen zijn echter slechts de eerste laag. Binnen deze gebieden gelden aanvullende voorwaarden voor de ligging van de wijngaard.
Een wijngaard die geografisch binnen de juiste gemeente ligt, is dus nog niet automatisch geschikt voor de productie van Barbaresco DOCG.
Niet iedere plek binnen de gemeenten is geschikt
Het disciplinair stelt eisen aan de ligging en omstandigheden van de wijngaarden.
De toegestane gronden moeten traditioneel geschikt zijn voor de productie van Barbaresco en moeten in het bijzonder aan verschillende voorwaarden voldoen:
de bodem moet kleiig, kalkhoudend of een combinatie daarvan zijn;
de ligging moet heuvelachtig zijn;
vochtige, vlakke en onvoldoende zonnige dalbodems zijn uitgesloten;
de hoogte mag niet meer dan 550 meter boven zeeniveau bedragen;
noordelijke hellingen zijn uitgesloten;
de expositie moet voldoende geschikt zijn voor een goede rijping van de druiven.
Deze regels laten zien dat de wettelijke definitie van Barbaresco verder gaat dan een gemeentegrens. Het disciplinair probeert ook de geografische en agronomische omstandigheden die traditioneel met de denominatie verbonden zijn, te beschermen.
Dat sluit direct aan op wat in hoofdstuk 3 en hoofdstuk 13 is besproken: de wijngaard is geen abstract oppervlak op een kaart. Ligging, hoogte, zoninstraling, helling en waterhuishouding hebben directe gevolgen voor de omstandigheden waarin Nebbiolo moet rijpen.
Wijngaarddichtheid en snoei
Ook de inrichting van de wijngaard is gedeeltelijk wettelijk vastgelegd.
Nieuwe aanplantingen en heraanplantingen die voor Barbaresco worden geregistreerd, moeten minimaal 3.500 wijnstokken per hectare bevatten. Voor de teelt wordt de traditionele combinatie voorgeschreven van een opgebonden wijngaard met een Guyot-snoeisysteem. Forcerende teeltmethoden zijn verboden.
Deze regels bepalen niet exact hoe iedere producent zijn wijngaard beheert. Er blijft ruimte voor verschillende keuzes in snoei, bladerdekbeheer, bodembeheer en oogstmoment.
Ze leggen wel een ondergrens vast voor de manier waarop een wijngaard binnen de denominatie kan worden aangelegd en geëxploiteerd.
Dat is belangrijk, omdat het disciplinair daarmee niet alleen de naam van de wijn beschermt, maar ook een deel van de traditionele relatie tussen wijnstok, heuvel en productiegebied.
Opbrengst: hoeveel druiven mag een hectare produceren?
Voor Barbaresco geldt een maximale opbrengst van 8 ton druiven per hectare.
Voor Barbaresco met zowel een MGA als de aanvullende aanduiding “Vigna” geldt een strengere maximale opbrengst van 7,2 ton per hectare. Daarbij geldt bovendien een hoger minimaal natuurlijk potentieel alcoholgehalte van de druiven: 12,50% tegenover 12,00% voor de reguliere categorieën.
De lagere opbrengst voor MGA + Vigna is interessant, omdat hiermee binnen het wettelijke systeem een extra niveau van selectie en specificiteit wordt gekoppeld aan de wijngaard.
Dat betekent echter nog steeds niet dat “Vigna” automatisch een kwaliteitsrang boven een gewone MGA is. De aanduiding zegt dat de wijn afkomstig is van een specifiek geregistreerde wijngaard binnen een MGA en dat aan aanvullende voorwaarden is voldaan.
Het disciplinair voorziet bovendien in lagere toegestane opbrengsten voor jonge MGA + Vigna-wijngaarden gedurende de eerste jaren van productie.
Een oogstjaar mag niet onbeperkt worden opgevoerd
Ook de maximale opbrengst is niet simpelweg een getal dat ieder jaar zonder meer geldt.
In gunstige jaren kan binnen het wettelijke kader een hogere totale productie worden toegestaan, tot maximaal 20% boven de vastgestelde opbrengstlimiet, waarbij de overige opbrengstregels van kracht blijven. In ongunstige jaren kan de regio Piemonte, op voorstel van het Consorzio di Tutela, de toegestane opbrengst juist verlagen.
Daarnaast kan Piemonte, eveneens op voorstel van het Consorzio, lagere maximale opbrengsten vaststellen wanneer dat vanuit marktevenwicht noodzakelijk wordt geacht.
Hier wordt duidelijk dat het disciplinair geen volledig statisch systeem is. Het wettelijke kader kan ook worden gebruikt om in te spelen op oogstomstandigheden en productievolume.
Van druif naar wijn
Niet alle druiven die binnen de toegestane hectareopbrengst worden geoogst, eindigen als dezelfde hoeveelheid wijn.
Het maximale rendement van druiven naar wijn bedraagt voor Barbaresco en Barbaresco Riserva 70%. Dat komt overeen met maximaal 56 hectoliter wijn per hectare binnen de reguliere opbrengstgrenzen. Aan het einde van de verplichte rijpingsperiode geldt een lager maximum van 68%, oftewel 54,4 hectoliter per hectare.
Voor de aanduiding MGA + Vigna wordt het maximale wijnvolume gekoppeld aan de strengere druivenopbrengst die voor deze categorie geldt.
Het doel hiervan is niet om een bepaalde vinificatietechniek voor te schrijven. Het disciplinair laat producenten ruimte voor verschillende technische keuzes, zolang zij binnen de wettelijke grenzen blijven.
Barbaresco en hout
Een van de bekendste wettelijke kenmerken van Barbaresco is de verplichte rijping.
Voor gewone Barbaresco geldt een minimale totale rijpingsduur van 26 maanden, waarvan minimaal 9 maanden in hout.
Voor Barbaresco Riserva bedraagt de minimale totale rijping 50 maanden, eveneens met minimaal 9 maanden in hout.
De wettelijke rijpingsperiode begint op 1 november van het oogstjaar.
Dit is een belangrijk onderscheid met de manier waarop wijnliefhebbers soms over “houtlagering” praten.
De wet schrijft niet voor dat Barbaresco gedurende de volledige rijpingsperiode in hout moet liggen. Alleen de minimale periode in hout is vastgelegd. De overige rijping kan onder andere betrekking hebben op verdere ontwikkeling in de kelder en later op fles.
Ook schrijft de wet niet voor dat iedere producent hetzelfde type vat moet gebruiken.
De keuze tussen bijvoorbeeld grote traditionele botti en kleinere houten vaten blijft onderdeel van de stijl van de producent. Zoals in hoofdstuk 5 besproken, kan die keuze grote invloed hebben op de manier waarop Nebbiolo zich ontwikkelt.
Wanneer mag Barbaresco worden verkocht?
De minimale rijping bepaalt ook wanneer de wijn op de markt mag komen.
Een gewone Barbaresco mag worden vrijgegeven vanaf 1 januari van het derde jaar na de oogst.
Voor Barbaresco Riserva is dat 1 januari van het vijfde jaar na de oogst.
Dit betekent dat een wijn niet alleen lang genoeg moet zijn opgevoed; hij moet ook wachten tot het wettelijk vastgestelde moment waarop hij voor consumptie mag worden aangeboden.
De term Riserva betekent daarmee in juridische zin vooral dat de wijn aan een langere minimale rijpingsperiode voldoet. Het woord betekent niet automatisch dat iedere Riserva kwalitatief beter is dan iedere gewone Barbaresco.
Kwaliteit blijft afhankelijk van wijngaard, oogstjaar, producent, vinificatie, rijping en uiteindelijke balans.
Wat moet een Barbaresco uiteindelijk laten zien?
Het disciplinair legt ook minimale kenmerken vast voor de wijn op het moment van consumptie.
Barbaresco moet onder meer voldoen aan de volgende parameters:
minimaal 12,50% totaal alcohol;
minimaal 4,5 gram totale zuurgraad per liter;
minimaal 22 gram niet-reducerend extract per liter;
een garnietrode kleur;
een intens en karakteristiek aroma;
een droge, volle en harmonische smaak.
Voor Barbaresco Riserva gelden dezelfde genoemde minimale waarden voor alcohol, zuurgraad en niet-reducerend extract en dezelfde basisbeschrijving van kleur, aroma en smaak.
Deze wettelijke beschrijving moet niet worden gelezen als een volledige proefnotitie.
Ze definieert een juridisch minimumprofiel waaraan de wijn moet beantwoorden. Binnen dat kader blijft een grote stilistische ruimte bestaan.
Een Barbaresco uit Treiso kan anders overkomen dan een Barbaresco uit Neive. Een wijn uit een warme jaargang kan anders smaken dan een wijn uit een koeler jaar. Een traditionele producent kan anders vinifiëren dan een producent die meer moderne technieken gebruikt.
De DOCG maakt die verschillen niet kleiner. Ze zorgt ervoor dat ze binnen een gecontroleerd geografisch en technisch kader ontstaan.
MGA: geografische precisie binnen de DOCG
De wettelijke regeling maakt het mogelijk om naast Barbaresco en Barbaresco Riserva ook een Menzione Geografica Aggiuntiva, of MGA, te vermelden.
Het huidige disciplinair noemt de 66 wettelijk erkende geografische aanduidingen die binnen de denominatie kunnen worden gebruikt. Deze MGA’s zijn geografisch afgebakende delen van het productiegebied.
De MGA is daarmee een verfijning van de herkomst.
Waar “Barbaresco” het grotere beschermde productiegebied aanduidt, vertelt een MGA de consument uit welk specifiek geografisch deel binnen dat gebied de wijn afkomstig is.
Maar een MGA is geen officiële kwaliteitsladder.
Er bestaat juridisch geen systeem waarin MGA A beter is dan MGA B. De reputatie van bepaalde wijngaarden kan in de wijnwereld zeer groot zijn, maar die reputatie is iets anders dan een wettelijke kwaliteitsrangorde.
Dat onderscheid is essentieel voor het begrijpen van Barbaresco.
De MGA-kaart vertelt waar een wijn vandaan komt. De reputatie van een MGA is vervolgens opgebouwd door geschiedenis, bodem, ligging, producenten, oogstjaren en langdurige proefervaring.
De volledige geografische lijst en de manier waarop de MGA’s over de vier gebieden zijn verdeeld, komen daarom pas aan bod in hoofdstuk 18.
Wat betekent “Vigna”?
Naast de MGA kan onder bepaalde voorwaarden de aanduiding Vigna worden gebruikt, gevolgd door een geregistreerde toponiem- of traditionele wijngaardnaam.
Maar “Vigna” staat niet zelfstandig.
Het disciplinair bepaalt dat Vigna alleen mag worden gebruikt in combinatie met een MGA. Daarnaast moeten de druiven en de wijn administratief afzonderlijk worden geregistreerd en moet de wijn apart worden gevinifieerd en bewaard. De betreffende wijngaardnaam moet bovendien in de daarvoor bestemde regionale registratie zijn opgenomen.
Ook bij de etikettering gelden aanvullende regels. De aanduiding Vigna mag in combinatie met de MGA worden vermeld, maar de lettergrootte ervan mag maximaal 50% bedragen van die van de DOCG-aanduiding “Barbaresco”.
Hierdoor ontstaat een duidelijke geografische structuur:
Barbaresco → MGA → Vigna
Maar deze structuur moet niet worden gelezen als een eenvoudige kwaliteitsladder.
Het gaat om een steeds preciezere geografische aanduiding binnen hetzelfde beschermde gebied.
De regels voor het etiket
Ook de presentatie van Barbaresco is wettelijk geregeld.
Wanneer een MGA wordt vermeld, moet deze direct onder de naam Barbaresco worden geplaatst en mag de aanduiding niet groter worden weergegeven dan “Barbaresco”.
Het oogstjaar van de druiven is verplicht op het etiket.
Wanneer Vigna wordt vermeld, moet deze samen met een MGA worden gebruikt en gelden de eerder genoemde aanvullende voorwaarden.
Het disciplinair beperkt daarnaast het gebruik van kwalificaties die een niet-toegestane kwaliteitsindruk zouden kunnen wekken. Woorden als “extra”, “fine”, “naturale”, “scelto”, “selezionato” en vergelijkbare kwalificaties zijn in de aanduiding en presentatie van Barbaresco niet toegestaan wanneer zij niet door het disciplinair worden voorzien.
Het doel daarvan is duidelijk: de beschermde naam Barbaresco moet herkenbaar en controleerbaar blijven en mag niet door allerlei niet-gereguleerde kwaliteitsclaims worden vervaagd.
Het daadwerkelijk lezen van zo’n etiket en het interpreteren van de verschillende aanduidingen komt daarom in hoofdstuk 16 uitgebreider aan bod.
Ook de fles is onderdeel van de regels
De regelgeving gaat zelfs verder dan wijngaard en wijn.
Barbaresco moet worden verkocht in traditioneel gevormde, donkergekleurde glazen flessen. De inhoud moet minimaal 37,5 cl bedragen en flessen van 200 cl zijn uitgesloten. Voor promotionele doeleinden kunnen onder specifieke voorwaarden grotere traditionele formaten van 6, 9, 12 en 15 liter worden toegestaan.
Ook hiermee probeert het disciplinair de presentatie van de denominatie te beschermen.
Voor de consument is dit misschien een detail, maar juridisch laat het zien hoe breed een beschermde oorsprongsbenaming kan zijn: niet alleen de wijngaard en de wijn, maar ook delen van de presentatie kunnen binnen het beschermingskader vallen.
Vinificatie en botteling binnen het gebied
De regels bepalen bovendien waar de wijn mag worden gevinifieerd, verplicht gerijpt en gebotteld.
Als uitgangspunt moeten deze handelingen binnen het afgebakende productiegebied plaatsvinden. Het disciplinair voorziet wel in specifieke wettelijke uitzonderingen en bestaande rechten voor bepaalde bedrijven en locaties.
Dat geografische principe is belangrijk.
De bescherming van Barbaresco gaat niet uitsluitend over de herkomst van de druiven. Ook de verdere verwerking van het product is onderdeel van de oorsprongsbescherming.
Daarmee wordt de geografische identiteit van Barbaresco zoveel mogelijk gekoppeld aan de gehele productieketen.
Wie controleert dit?
Een DOCG is geen vrijblijvende afspraak tussen producenten.
De naleving van het disciplinair wordt gecontroleerd binnen een formeel controlesysteem. In het huidige disciplinair wordt Valoritalia S.r.l. aangewezen als geautoriseerde controleorganisatie. De controles bestrijken de verschillende onderdelen van de productieketen, waaronder wijngaard, verwerking en botteling.
Dat is de reden waarom een wijnproducent niet eenvoudigweg zelf kan beslissen om een wijn “Barbaresco” te noemen.
De naam is beschermd en het recht om die naam te gebruiken is gekoppeld aan aantoonbare naleving van de vastgelegde voorwaarden.
Wat deze regels uiteindelijk beschermen
Wanneer we alle afzonderlijke bepalingen bij elkaar brengen, wordt duidelijk dat het disciplinair eigenlijk één groot doel dient: de geografische identiteit van Barbaresco beschermen.
De regels verbinden:
de plaats waar de druiven groeien,
de ligging van de wijngaard,
de Nebbiolo-druif,
de maximale opbrengst,
het minimale natuurlijke rijpingsniveau,
de vinificatie,
de verplichte rijping,
het moment van vrijgave,
de geografische aanduiding,
de etikettering,
en de controle op het eindproduct.
Daarmee vormt de DOCG geen recept voor één bepaalde smaak.
Het is eerder het raamwerk waarbinnen de verschillende expressies van Barbaresco kunnen ontstaan.
Dat verklaart ook waarom het mogelijk is dat twee volledig legale en gecertificeerde Barbaresco’s zeer verschillend kunnen zijn. De wet bepaalt de grenzen. Binnen die grenzen bepalen plaats, oogstjaar en producent hoe de wijn zich uiteindelijk manifesteert.
DOCG, MGA en Vigna in één oogopslag
Voor het begrijpen van Barbaresco is de volgende volgorde het belangrijkst:
DOCG Barbaresco
De beschermde oorsprongsbenaming voor het vastgelegde productiegebied en de bijbehorende productieregels.
MGA
Een wettelijk afgebakende geografische aanduiding binnen het Barbaresco-gebied.
Vigna
Een aanvullende, aan voorwaarden gebonden wijngaardaanduiding die alleen samen met een MGA mag worden gebruikt.
Geen van deze drie begrippen is op zichzelf een eenvoudige kwaliteitsrangorde.
Ze geven vooral steeds meer informatie over waar de wijn vandaan komt en onder welke voorwaarden hij is geproduceerd.
Pas wanneer we die geografische informatie combineren met kennis over bodem, ligging, producent en oogstjaar, begint de herkomst werkelijk betekenis te krijgen in het glas.
De DOCG als kader, niet als eindpunt
De wettelijke regels van Barbaresco zijn daarom geen beperking die de wijn tot één vaste stijl reduceert.
Integendeel: ze leggen de geografische en technische grenzen vast waarbinnen de diversiteit van Barbaresco kan bestaan.
Een wijn kan krachtiger of verfijnder zijn, meer fruit tonen of meer tertiaire ontwikkeling hebben, traditioneler of moderner zijn opgevoed, afkomstig zijn uit een hoger gelegen wijngaard of uit een warmer deel van het gebied.
Zolang hij binnen het wettelijke kader blijft, kan hij Barbaresco DOCG zijn.
Dat is precies waarom het vanaf dit punt interessant wordt om niet alleen te weten welke regels gelden, maar ook hoe je de informatie op een fles daadwerkelijk kunt lezen.
Een etiket vertelt namelijk veel meer dan alleen de naam van de wijn.
De combinatie van Barbaresco, Riserva, MGA, Vigna, producent en oogstjaar geeft aanwijzingen over herkomst en wettelijke status. Wie die informatie goed leert lezen, kan vervolgens beter begrijpen wat er achter de fles schuilgaat.
Dat is het onderwerp van het volgende hoofdstuk:
hoofdstuk 16 – Het Barbaresco-etiket lezen.